Ermelo, 16 oktober 2013.
Op verzoek en omdat een aanzet tot discussie wellicht meer inhoudelijke
argumenten vereist, treft u hierna twee artikelen aan die de twee stellingen in
de eerste bijdrage van eind september j.l. motiveren.
Over levenslange fysiek en mentaal
actieve leefstijlontwikkeling
Edwin Timmers
De
vijftig- en zeker de vijfenzestigplussers zijn in staat door een fysiek en
mentaal actieve leefstijl ‘midden in de samenleving’ te blijven staan. Waarom
is daarbij veel bewegen en sporten én veel leren en ontwikkelen zo belangrijk?
We leven in een dynamische samenleving met maatschappelijke ontwikkelingen op
vele terreinen. Ontwikkelingen vragen om een standpunt en beïnvloeden daarmee
onze opvattingen en gedrag. Ze vragen vaak om actie. De nieuwe generatie
senioren - geboren in de jaren veertig, vijftig en begin zestig - is door die
ervaring blijvend op veranderen respectievelijk ontwikkelen ingesteld (SCP, 2010). Zo is ze vertrouwt met sterk
toegenomen materiële welvaart en economische groei. Zelfstandigheid en
zelfontwikkeling is ze bewust aangeleerd in het onderwijs en in werksituaties.
Ze heeft het besef dat haar toekomst vele andere perspectieven en keuzes
verlangt, dan de generatie voor haar en die na haar komt. Zoals het solidair
zijn in zorg, het blijven (door)werken na pensionering en het toenemend belang
van collectief handelen, van elkaar leren en samen ontwikkelen.
Een fysiek en mentaal actieve leefstijl stimuleert maar vereist al ouder
wordend, steeds meer maatwerk en optimaal participeren. Maatwerk is een goede
afstemming creëren van taken en activiteiten op je mogelijkheden en op een
bepaald moment. Optimaal vraagt een meer dan gemiddelde inspanning (‘matig
intensief’) van je. Die pas je toe op vier leefgebieden: werk, zorg, ontspanning
en ontwikkeling (Baars, 2007). Deze zijn in elke levensfase op zich, in
samenhang en periodiek in een wisselende mate van belang. Mantelzorg is
ook een vorm van werk en ontwikkeling vindt tegelijk ook op het gebied
van ontspanning plaats. Omdat deze nieuwe generatie gemiddeld steeds
langer in goede gezondheid leeft, wil ze ook actief blijven functioneren en
participeren. Sterker nog: ze is in voor uitdagingen. Om nog lang midden in de
samenleving te blijven staan is collectieve actie nodig.
In dit artikel
benadruk ik twee aspecten die kenmerkend zijn voor deze leefstijl. Eén aspect
ligt op het gebied van ontspanning: het dagelijks veel bewegen, spelen
of sporten en één aspect op het gebied van ontwikkeling: het al
samenwerkend leren en ontwikkelen (Timmers, 2010; 2012).
Een actieve of ondernemende leefstijl betekent je fysiek en mentaal op maat en
optimaal willen belasten. Veel bewegen, spelen of sporten (een tot drie uur per
dag) en ontwikkelen (een tot twee uur verspreid over de dag) zijn beide
fundamenteel voor ons bestaan. Elke ontwikkeling op een bepaald gebied draagt
bij aan onze zelfontplooiing en de kwaliteit van het geheel aan denken,
handelen, voelen en waarderen (hoe belangrijk vinden we iets?). Het vereist
fysieke en mentale coördinatie. Het is een basisvoorwaarde waarbij ons centraal
zenuwstelsel, inclusief onze hersenen, een essentiële rol speelt. Het zorgt
ervoor dat we een leven lang leren en ontwikkelen. Maar alleen als de belasting
of inspanning meer dan gemiddeld is (Goldberg, 2007). Ontwikkelen is jezelf op
een bepaald gebied in kennis en kunde verbreden, maar vooral verdiepen. Daarmee
investeer je in je toekomst. Dat doe je in jezelf (bijvoorbeeld door het
sporten meer te beleven en te leren), in de relaties met anderen (door elkaar
bij het sporten te coachen), in de omgeving (het sporten meer op maat en
optimaal te beoefenen) en het inspireren van anderen (door samen al doende te
genieten) (Timmers 2012).
Fysiek en mentaal actief zijn
Het is ontspannend en noodzakelijk om dagelijks gevarieerd en
voldoende intensief te sporten. Door variatie wordt de coördinatie meer
aangesproken. Daaraan draagt wekelijks wandelen, zwemmen, met anderen indoorsoftball,
tafeltennis en floorball spelen, voldoende bij. Sportvormen kies je vooral
omdat ze als plezierig worden ervaren. Op deze manier is de kans groot dat de
fysieke belasting ook optimaal is. Dat betekent dat je ‘matig intensief’ aan
het sporten bent en je op ongeveer driekwart van het persoonlijk maximaal
vermogen een coördinatievragende inspanning levert. Bij tafeltennis omvat
coördinatie: het op het juiste moment uitvoeren van technische vaardigheden
zoals: ‘slaan met forehand of backhand’ en een tactische vaardigheid tonen als
‘spreiden van de aanval’. Als je dat een uurtje achter elkaar kunt volhouden
zegt dat iets over je conditie en in het bijzonder je uithoudingsvermogen.
Fysieke en
cognitieve acties gaan vaak min of meer samen. Al spelend is het bijvoorbeeld
van belang je af te vragen met welke regels je ondanks de verschillen in
tafeltennisniveau binnen een groep toch ‘goed’ met elkaar kunt spelen? Of: hoe
je elkaar beter kunt leren spelen? Mentale en fysieke coördinatie samen bepalen
ons denken, handelen, voelen en waarderen bij het tafeltennissen ofwel onze
sportontwikkeling. Fysieke coördinatie bepaalt het niveau van je
sportbeoefening bij bijvoorbeeld het tafeltennis. Mentale coördinatie, dat ook
wel het strategisch handelen wordt genoemd, bepaalt je niveau van het
zelfstandig leren en ontwikkelen.
Beleven, leren en ontwikkelen vindt in het algemeen grotendeels onbewust en
maar voor een klein deel bewust plaats. Bewust en onbewust illustreert de
sterke samenhang tussen lichaam en geest en ook dat ze beide bij het leren en
ontwikkelen in verschillende mate een rol spelen. Onbewust leren gaat het
gemakkelijkst omdat het zich vaak op routines baseert. Bewust leren bij
het softballen ontstaat doordat je de bedoeling van het spel leert kennen en de
betekenis van het ‘slaan met een knuppel’ daarbij. Je weet dat je de bal bij
het slaan raakt, als je er maar naar blijft kijken en de intentie hebt om de
knuppel horizontaal naar voren te bewegen. Het (af)lopen van honken en het
voorkomen dat je onderweg ‘uit’ gaat verloopt onbewust.
Sporten is afwisselend onbewust beleven (een gevoel dus). Vervolgens bewust
leren of verbeteren van onderdelen van vaardigheden (zie het slaan) en
uiteindelijk ook het zelf of samen verder ontwikkelen van een sportvorm als
softbal. Dat laatste wordt ‘leren hoe te leren’ of ontwikkelen genoemd.
Omgevingen veranderen
Optimale
deelname aan een sportactiviteit vereist aanpassing aan het sport- en
conditieniveau van de groep en de individuele deelnemer. Dat is te realiseren
door spel- (verplicht aan houden) of speelregels (niet verplicht om aan te
houden) toe te voegen, te schrappen of te veranderen. Daarmee verander je een
sportomgeving.
De nieuwe generatie senioren heeft vanaf de jaren zestig de sport in zowel aard
als omvang sterk zien veranderen. Ze heeft daaraan actief deelgenomen en wil
dat ook zo lang mogelijk blijven doen. Liefst niet meer competitief maar liever
meer recreatief. Tot je vijfenvijftigste is competitiesport haalbaar mits je
nog voldoende niveau hebt om er (optimaal) aan te kunnen deelnemen. Vaak al
eerder, maar zeker als je ouder dan vijfenvijftig bent of je wilt een bepaalde
sportvorm nog verder, opnieuw of alsnog gaan beoefenen, is het sporten binnen
eenzelfde leeftijdscategorie aan te bevelen. Vorm een eigen ‘club’ binnen of
buiten een sportvereniging en sport onderling. Werf breed om, vooral bij
teamsporten, genoeg deelnemers te vinden. Deelnemers zijn mannen en vrouwen,
beginners en gevorderden, gezonde sporters en sporters met fysieke beperkingen.
Samen sporten regelen we zelfstandig en zeker met een of twee kartrekkers als
stimulerende medesporters.
Verander actief en samen!
De nieuwe generatie senioren is in potentie op veel fronten tot veranderen en ontwikkelen bereid. De vraag is of ze ook in staat is om zelfstandig, zelfsturend, zelfverantwoordelijk en collectief hun verschillende omgevingen te veranderen. Toekomstige maatschappelijke ontwikkelingen bieden ook senioren de nodige en vooral collectieve uitdagingen. Samenwerkend leren en ontwikkelen kost tijd, compassie en een sterke bereidheid tot samenwerken in leefgemeenschappen, netwerken of clubs. Samen investeren in de toekomst is een uitdaging die alleen met een fysiek en mentaal actieve leefstijl te doen is.
Baars, J. (2007). Het nieuwe
ouder worden. Paradoxen en perspectieven van leven in de tijd.
Amsterdam: SWP.
Goldberg. E. (2007) De wijsheidparadox. Hoe het verstand groeit terwijl de hersenen ouder worden. Amsterdam: Wereldbibliotheek.
Sociaal
Cultureel Planbureau (2010b). Wisseling
van de wacht: generaties in Nederland. Den Haag: SCP.
Timmers, E. (2010). Sport op
maat. Handreikingen voor een fysiek en mentaal actieve leefstijl van je 35e tot
je 100e. Nieuwegein: ARKO Sports Media.
Timmers, E (2012). Activo's doen het anders, op maat en zeker na hun 50e . Een praktische filosofie voor een fysiek en mentaal actieve leefstijlontwikkeling. Een verdere uitwerking is te vinden op www.oldaction.nl
Geplaatst in GERON, Tijdschrift over ouder worden en samenleving, 15e jaargang, nr.1, maart 2013, p.45-47.
Ontwikkelen en sporten, de pijlers van een actieve leefstijl
Maatschappelijke ontwikkelingen beïnvloeden opvattingen en gedrag van generaties in hun verschillende levensfasen. Sportontwikkeling is een voorbeeld. De fysiek en mentaal actieve leefstijl van de nieuwe generatie senioren (55 tot 75 jarigen) is op dagelijks ontwikkelen en sporten gebaseerd. Op maat, optimaal en als een zelf geregelde totaalervaring. Dat is ‘nieuw’!
Ingrediënten van het ‘nieuwe’ sporten voor 55-plussers
Een eerste opvatting over sport is: deze is competitief en wedstrijdgericht en streeft naar resultaat door maximaal te presteren. Dat is de aantrekkingskracht van sport en een stimulans voor haar ontwikkeling. Reglementering en internationalisering belemmeren echter de deelname van doelgroepen. Zoals van 55-plussers. In sportverenigingen is veteranensport alleen toegankelijk voor relatief gevorderden. Niet voor beginners. Vanaf de jaren zestig ontstaat een tweede opvatting over sport: deze is recreatief en belevingsgericht. Onderling sporten en samen een wedstrijd op verschillende niveaus spelen, vereist het veranderen van regels. Daardoor ontstaat een sporten op maat en een optimaal presteren met behoud van de (wedstrijd)sportvorm. De doelgroep zelf is in staat (private) clubs binnen en buiten sportverenigingen te creëren. Ze zijn hard nodig om: mannen en vrouwen, beginners en gevorderden, met goede en matige conditie, zonder of met fysieke beperkingen (o.a. met chronische ziekten), deel te laten nemen. Dan graag ook één lokaal ‘loket’ met informatie en overzicht inzake specifieke sportmogelijkheden. Een gemeentelijke welzijnstaak met een (al of niet betaalde) vrijwilliger als coördinator.
De tweede sportopvatting legt de nadruk op het ontwikkelproces en de omgang met elkaar. Plezier in het sporten hangt niet alleen van de sportvorm af, maar ook door het afwisselend beleven, leren en ontwikkelen. Dat gebeurt op maat, afgestemd op de eigen mogelijkheden, en voor iedereen in principe optimaal. Een aanpak die voor een nog betere sportsfeer zorgt5. ‘Optimaal’ betekent: (1) inzet leveren op driekwart van je persoonlijk maximaal fysiek en mentaal coördinatievermogen1 (‘matig intensief’) en (2) een sportvorm beleven/ervaren, leren/verbeteren én leren hoe deze zelf verder is te ontwikkelen2. Het is belangrijk bewust te kiezen voor sportvormen of bewegingsactiviteiten die je plezierig vindt en je fysiek en mentaal (strategisch of methodisch gezien) optimaal belasten. Voor de een is dat streetbasketball (sportvorm) of jongleren (bewegingsactiviteit) en voor de ander tafeltennis of Tai Chi. Bal- of teamsporten vergen van oudere sporters vaak de meeste coördinatie. Dat activeert en verbetert het centraal zenuwstelsel - met name onze hersenfuncties - en dus ons functioneren op elk niveau en zo lang we leven.
De
nieuwe generatie wil graag zelfstandig en samen het eigen sporten
regelen en ontwikkelen. Een kartrekker of deskundige medesporter stimuleert.
Verder een club mensen die bereid zijn elkaar te helpen of coachen en zelf ook
gecoacht willen worden. In zo’n op leeftijd samengestelde club zijn de
onderlinge verschillen in sport-, conditie- en prestatieniveau vaak groot.
Daarom is een gedifferentieerde benadering in activiteiten en aanpak nodig. De
kwaliteit van het met elkaar omgaan hangt af van de in de sportclub aanwezige
combinatie van beroeps- en sportervaring. Didactische sportkennis en de
ontwikkeling daarvan is via internet4 en vanuit de literatuur5 te
realiseren. Het praktisch goed toepassen is een kwestie van tijd en
betrokkenheid.
Recreatief sporten gebruikt steeds meer dezelfde sportvormen als bij het
competitief sporten. Maar voor het op maat sporten moet je regels veranderen.
Hockey speel je in twee partijen van vier tegen vier, met kleine doelen en
zonder doelverdediger of als floorball. Ook volleybal speel je met vier tegen
vier, op een kleiner speelveld en met een lichtere bal. Spelers kiezen een
eigen manier van spelen. Speler A speelt de bal direct boven- of onderhands en
speler B vangt de bal, gooit deze op en speelt vervolgens bovenhands door. Zo
speel je als team samen op twee verschillende niveaus. Sportgericht handelen
houdt de essentie van de competitieve sportvorm overeind: volleybal is ‘een
spel tussen twee teams die de bal over het net op de grond van de tegenpartij
proberen te krijgen’.
Ontwikkelen van een totaalervaring bij het sporten
Plezier en motivatie om te sporten hangen samen met: de aard van een activiteit, de aanpak/sfeer, de betrokkenheid van de groep én de organisatie van een 55-plus club. De waardering heeft betrekking op dat totaalplaatje en de -ervaring hiermee. Uit een lokaal ontwikkelingsonderzoek4 bleek een hoge waardering voor dat ‘nieuwe sporten’. Vraag een doorsnee 55-plusser naar de gewenste vorm en inhoud van het dagelijks bewegen, spelen of sporten, dan heeft deze daar geen goed beeld van. ‘Leuk, samen, ontspannen bewegen’ dekt ook de ambitie van deze groep onvoldoende. Alleen de échte ervaring met het ‘nieuwe sporten’ (dat totaalplaatje dus) verscherpt dat beeld en motiveert. Beleven is de basis, samen leren en ontwikkelen sluit bij de ambitie van velen in de nieuwe generatie aan. Het ‘leren’ heeft drie dimensies. Motorisch leren is een in samenhang en op een bepaald niveau uitvoeren van technische en tactische sportvaardigheden. Sociaal leren is hier nodig om elkaar beter te leren coachen en met verschillen om te gaan. Het ontwikkelen van een sportvorm op de lange termijn en het verwerven van kennis over de condities daarbij, horen bij cognitief leren. Binnen zo’n activerende sportomgeving ontwikkelt de sporter zich door te investeren in zichzelf, in relaties met anderen, in de sportomgeving en in het inspireren van anderen3. Dagelijks een tot twee uur ‘ontwikkelend sporten’ geeft een grote fysieke en mentale impuls aan het eigen functioneren. Of je nu zestig, tachtig of honderd jaar bent. Ook veel dagelijks bewegen (tuinieren, boodschappen doen, schilderen,…) kan fysiek optimaal worden uitgevoerd. Dan vervangt het een sportvorm mits de totale context dan ook een beroep doet op: denken, handelen, voelen én waarderen (in de zin van: belang aan iets toekennen). Een dergelijke vorm- en inhoud van en intensieve betrokkenheid bij het sporten, is voor deze nieuwe generatie ‘nieuw’. De ingrediënten zijn eerder, maar afzonderlijk ervaren. Het gaat nu om de samenhang. Dat op deze manier toepassen kan zowel bij het sporten, maar natuurlijk bij elk gebied dat je interesseert.
Literatuurannotaties
1 Damasio, A. (2010). Het zelf wordt zich bewust. Hersenen,
bewustzijn, ik. Amsterdam: Wereldbibliotheek.
2 Goldberg. E. (2007) De wijsheidparadox.
Amsterdam: Wereldbibliotheek.
3 Sloterdijk, P. (2011). Je moet je leven
veranderen. Amsterdam: Boom.
4 Timmers, E. (2012). Activo's doen het anders, op maat en zeker na hun 50e. Nieuwegein: ARKO Sports Media. Op de site www.oldaction.nl
zijn vele praktische toepassingen en is theoretische verdieping te vinden.
Zoals ook een zelfontwikkelingsproject of –cursus.
5 Timmers, E. (2010). Sport op maat.
Nieuwegein: ARKO Sports Media.
Bovenstaand artikel is eind augustus 2013 aangeboden aan: GERON, Tijdschrift over ouder worden en samenleving.