Vanzelfsprekendis al jarenlang een unieke basismethode Nederlands voor hooggeschoolde anderstaligen. Sinds 1996 hebben wereldwijd al meer dan 100.000 mensen Nederlands geleerd met deze Vlaamse leergang, die draait om Paolo Sanseverino, een Italiaanse student. Zowel de boeken als het video- en audiomateriaal zijn volledig vernieuwd. Aan de hand van korte, levendige leseenheden worden circa 2.000 frequente woorden, de basisgrammatica en de nuttigste taalhandelingen van het Nederlands aangeboden en ingeoefend. Daarnaast is Vanzelfsprekend een directe kennismaking met de Vlaamse en Belgische samenleving. De leergang is zowel geschikt voor zelfstudie als voor gebruik in de klas. Vanzelfsprekend is beschikbaar met de hulptalen Engels en Frans. Er is ook een docentenboek verkrijgbaar.
Vanzelfsprekend is al jarenlang een unieke basismethode Nederlands voor hooggeschoolde anderstaligen. Sinds 1996 hebben wereldwijd al meer dan 100.000 mensen Nederlands geleerd met deze Vlaamse leergang, die draait om Paolo Sanseverino, een Italiaanse student. Zowel de boeken als het video- en audiomateriaal zijn volledig vernieuwd.
Aan de hand van korte, levendige leseenheden worden circa 2.000 frequente woorden, de basisgrammatica en de nuttigste taalhandelingen van het Nederlands aangeboden en ingeoefend. Daarnaast is Vanzelfsprekend een directe kennismaking met de Vlaamse en Belgische samenleving. De leergang is zowel geschikt voor zelfstudie als voor gebruik in de klas. Vanzelfsprekend is beschikbaar met de hulptalen Engels en Frans. Er is ook een docentenboek verkrijgbaar.
Over de auteurs: RITA DEVOS was docente didactiek Nederlands als tweede taal aan het Leuven Educating College van Groep T. Voordien was ze verbonden aan het Instituut voor Levende Talen van de KU Leuven, waar ze deze leergang ontwikkelde. HAN FRAETERS werkt bij de Wereldbank als e-learningdeskundige. PETER SCHOENAERTS was verbonden aan het Instituut voor Levende Talen van de KU Leuven en aan het Taaluniecentrum NVT. Hij maakt toneel voor anderstaligen met theatergroep Theater van A tot Z. HELGA VAN LOO is docente NT2 aan het Instituut voor Levende Talen van de KU Leuven. Zij geeft ook didactiek in het postgraduaat Nederlands aan anderstaligen aan de Universiteit Antwerpen.
Deze geschiedenis van het Nederlands is in de eerste plaats geschreven voor extramurale studenten. Ze verschaft een beter inzicht in de positie van het Nederlands naast de andere talen en naast die van de student. Ze helpt de verschillende ontwikkeling van de taal in Noord en Zuid verklaren door de culturele en historische verschillen. Bovendien bestuderen studenten Nederlands in het buitenland niet alleen de taal, maar ook de literatuur van Nederland en Vlaanderen, die niet los van de taalgeschiedenis kan worden gezien.
De met de regelmaat van een klok verschijnende werken van woordenaarster Nicoline van der Sijs werden met dezelfde regelmaat besproken in ons blad. Telkens gaat het om woorden, hun ouderdom, hun betekenis, herkomst, geschiedenis, etymologie. En etymologie is in. Dat blijkt niet alleen uit de talrijke vulgariserende publicaties over woordgeschiedenis, maar ook uit het succes van etymologische woordenboeken. Het eind 2003 verschenen eerste deel (A-E) van het grote Etymologisch Woordenboek van het Nederlands is al aan een tweede druk toe.
bestaat, is opgebouwd rond het verhaal van Xavier, Anton en Vera. Ze leven alle drie in de 25ste eeuw en krijgen de opdracht in de tijd terug te keren om taalmateriaal uit de 21ste eeuw te verzamelen. Het leerboek bevat twaalf delen die elk een thema behandelen (bv. geld, wonen, werk, studie, cultuur, vrije tijd, gezondheid enz.) Elk deel bestaat uit drie lessen waarbij telkens de nadruk wordt gelegd op nieuwe woorden, taalfuncties en grammatica. De nieuwe woordenschat en de grammaticale onderwerpen (bv. het gebruik van er en het passief) worden via authentiek taalmateriaal aangeboden: artikelen uit de Nederlandstalige pers, fragmenten uit radio- en tv-programma's en een videosoap. Hiernaast biedt Niet Vanzelfsprekend een ruim en gevarieerd scala aan oefeningen. Het aangeboden oefenmateriaal beperkt zich echter tot het inoefenen van de grammatica en van de receptieve vaardigheden (lezen en luisteren). Aan schrijf- en spreekvaardigheid is eigenaardig genoeg geen aandacht besteed, terwijl dat zeker nuttig is voor anderstaligen die een intermediair niveau willen bereiken. Hiervoor zal de docent dus zelf moeten zorgen. Ten slotte bevat het leerboek een reeks bijlagen, met o.a. een lijst met verwijzingen naar alle taalfuncties die in de lessen aan bod komen en een overzicht van alle behandelde grammaticale items.
In het hulpboek vindt men een alfabetische woordenlijst, een sleutel bij de oefeningen, de uitgeschreven dialogen van de videosoap en de authentieke luisterfragmenten. De docent vindt er ook tips voor het gebruik van deze lesmethode in de klas.
Origineel is ook dat de samenstellers tussen twee hoofdstukken in een korte biografie hebben opgenomen van prominente Nederlandse fonologen en fonetici uit het verleden, bv. Jac. van Ginneken, Petrus Montanus en Berend van den Berg.
Vanuit het Onderwijscentrum Brussel en vzw Voorrangsbeleid Brussel (beide ondersteuningsdiensten voor het Nederlandstalig onderwijs in Brussel) worden verschillende initiatieven georganiseerd voor anderstalige nieuwkomers en de scholen waarin zij terecht kunnen. Sinds 2007 komen Brusselse leerkrachten geregeld bijeen om samen na te denken en ervaringen uit te wisselen over hoe zij anderstalige nieuwkomers maximale onderwijskansen kunnen bieden. Tijdens deze intervisiebijeenkomsten wordt vertrokken vanuit vragen van de leerkrachten.
Anderstalige nieuwkomers worden meestal vergezeld door (n van) hun ouders en net als bij elke leerling is het vanzelfsprekend dat de ouders een belangrijke rol spelen in het onderwijs van hun kind. De betrokkenheid van ouders op onderwijs wordt in kaart gebracht aan de hand van zeven dimensies. Door aan die zeven dimensies te werken, streeft een school naar een kwalitatief ouderbeleid. De dimensies kunnen gebruikt worden om de communicatie en samenwerking met de ouders van anderstalige nieuwkomers vorm te geven, maar kunnen ook gebruikt worden om bepaalde acties, zoals bijvoorbeeld een intakegesprek, voor te bereiden en/of te evalueren. Hieronder volgt een beknopte beschrijving van de 7 dimensies. Voor meer informatie verwijzen we naar de referenties aan het eind van deze tekst.
dat er op woensdagnamiddag geen les is of over hoe ons onderwijssysteem georganiseerd is. Geef een rondleiding in de school. Zo kunnen anderstalige nieuwkomers en hun ouders zich een beeld vormen van hoe de klas eruitziet, waar de anderstalige nieuwkomer zal sporten, waar hij zal lunchen...
Een goede band tussen de ouders van de anderstalige nieuwkomer en de school is heel belangrijk. Wanneer ouders zich niet welkom voelen op school is het heel moeilijk om een goede communicatie en samenwerking uit te bouwen.
Anderstalige nieuwkomers en hun ouders leven vaak in een onzekere en kwetsbare situatie, waardoor het voor ouders niet altijd eenvoudig is om de schoolloopbaan van hun kind goed op te volgen. Probeer in de mate van het mogelijke rekening te houden met praktische drempels (geschikt tijdstip, kleine kinderen meebrengen, taal...) zodat die factoren de ouders niet belemmeren om zich in te zetten.
Specifiek voor anderstalige nieuwkomers brengt het gebruik van betekenisvolle taken een belangrijke uitdaging met zich mee, namelijk: hoe kan de kloof tussen de taalvaardigheid van anderstalige nieuwkomers en de taaleisen van een taak overbrugd worden?
Lokale besturen organiseren verschillende sportinitiatieven gericht op inclusiviteit. Zo worden er in een aantal gemeentes fietscursussen aangeboden voor volwassen die niet kunnen fietsen. Andere sportinitiatieven zijn: samen lopen, yoga, voetbal voor personen van het LOI enz. Deze activiteiten zijn laagdrempelig, goedkoop en bieden de mogelijkheid om Nederlands te oefenen in een informele context. Lokale besturen kunnen ook heel wat sportactiviteiten voor kinderen en jongeren voorzien. Het in contact brengen van kwetsbare kinderen en jongeren met sport is een actie van Plan Samenleven.
Lokale besturen organiseren verschillende sportinitiatieven gericht op inclusiviteit. Zo worden er in een aantal gemeentes fietscursussen aangeboden voor volwassen die niet kunnen fietsen. Andere sportinitiatieven zijn: samen lopen, yoga, voetbal voor personen van het LOI enz. Deze activiteiten zijn laagdrempelig, goedkoop en bieden de mogelijkheid om Nederlands te oefenen in een informele context.
Lokale besturen organiseren ook initiatieven die kwetsbare kinderen en jongeren toeleiden naar sport. Zo worden er al in heel wat gemeenten gekeken het sportmogelijkheiden voor kinderen en jongeren met een beperking.
- De leerlingen van OKAN en BENO krijgen fietslessen voorgeschoteld en specifieke sportlessen onder leiding van studenten van HOWEST. Het aanbod wordt afgestemd op de noden van de jongeren en om doorstroming naar het algemene Brugse sportaanbod te vergroten.
- Alle leerlingen van het Brugse Buso-onderwijs worden uitgenodigd om deel te nemen aan de belevingsloop Koude Keuken en de avonturensportdag Sportkriebels. Beide evenementen worden aangepast georganiseerd om deelname zo makkelijk mogelijk te maken.
- Alle schoolgaande kinderen in Brugge die niet kunnen fietsen kunnen via de sportdienst hun eerste fietslessen krijgen. Speciale aandacht gaat naar wijken en scholen waar (mr) anderstaligen aanwezig zijn: hiervoor doen we beroep op de expertise van de buurtwerkers, de brugfiguren van de scholen en studenten van HOWEST.
De taxi-werking, i.s.m. Groep INTRO vzw, biedt jongeren uit de OKAN-klassen een nuttige vrijetijdsbesteding op woensdagnamiddag aan. Op woensdagmiddag organiseert Groep INTRO een Taxi-werking voor OKAN jongeren vanaf 12 jaar waarbij de focus specifiek ligt op het leren kennen van het vrijetijdsaanbod in de stad. De jongeren kunnen deelnemen aan leuke activiteiten in de buurt. Zo krijgen ze oefenkansen voor hun Nederlands, bouwen ze hun sociaal netwerk uit en leren ze het vrijetijdsaanbod van Lokeren kennen. De werking maakt gebruik van Vagevuur Open jeugdwerk als locatie. Zo maken de kinderen alvast op een laagdrempelig manier kennis met deze organisatie en al zijn voordelen. De activiteiten variren van sporten verkennen in de sporthal tot een kennismaking met jeugdwerk of een uitstap naar Gent. Onder andere in Dendermonde (Taalkracht-Taxi) en Mechelen (OKAN After School) bestaat een gelijkaardig aanbod i.s.m. Groep INTRO vzw.
3a8082e126