Artikel 4.172 Burgerlijk Wetboek

2 views
Skip to first unread message

Kym Wash

unread,
Jul 24, 2024, 11:45:29 PM7/24/24
to taimendcama

In de praktijk gebeurt het regelmatig dat een schenker, al dan niet in overeenstemming met de begiftigde, de modaliteiten of de voorwaarden waaronder een vroegere schenking heeft plaatsgevonden, wenst te wijzigen of aan te passen. In een voorafgaande beslissing van de Vlaamse Belastingdienst (hierna: Vlabel) van 28 maart 2022 (gekend onder nummer 22008) wensten de schenkers en de begiftigden een aanpassing door te voeren van een optioneel beding van terugkeer dat was opgenomen in een eerdere, voor buitenlandse notaris verleden schenkingsakte.

artikel 4.172 burgerlijk wetboek


Download Zip ★★★ https://urlin.us/2zMv73



De ouders deden in de daaropvolgende jaren nog verschillende bijkomende schenkingen aan hun kinderen. Uit de voorafgaande beslissing blijkt dat deze latere schenkingen niet bij notarile akte werden vastgesteld. Het pacte adjoint, dat voor elk van deze schenkingen werd opgesteld, bevatte niettemin eveneens een optioneel beding van conventionele terugkeer ingeval van vooroverlijden van een begiftigde; maar anders dan bij de in 2012 verleden schenkingsakte, werd voor deze schenkingen telkens voorzien dat het beding van terugkeer uitwerking zou krijgen, ongeacht of de vooroverleden begiftigde al dan niet afstammelingen zou nalaten.

Pro memorie: Artikel 4.172, 1 van het Burgerlijk Wetboek (artikel 951 van het oud Burgerlijk Wetboek) laat de schenker toe te bedingen dat het geschonken goed naar hem zal terugkeren indien de begiftigde vr hem overlijdt, hetzij voor het geval van vooroverlijden van de begiftigde ongeacht of deze al dan niet afstammelingen nalaat, hetzij voor het geval van vooroverlijden van de begiftigde n zijn afstammelingen.

In de in 2012 buitenlands verleden schenkingsakte was dus blijkbaar enkel deze laatste hypothese voorzien: indien de vooroverleden begiftigde zelf afstammelingen zou nalaten, zou het optioneel beding van conventionele terugkeer geen uitwerking kunnen krijgen. De aanvragers wensten dit beding nu aan te passen. In een akte zouden de schenkers en de begiftigden ten dien einde bevestigen dat de geschonken goederen optioneel kunnen terugkeren naar het vermogen van de schenker(s) bij het vooroverlijden van een begiftigde en dit ongeacht of hij/zij op dat ogenblik afstammelingen nalaat.

De wijziging van het beding van terugkeer zou voor een Belgische notaris worden uitgevoerd, zodat de akte aan de registratieverplichting wordt onderworpen. De aanvragers wensen daarbij bevestigd te zien dat de aanbieding ter registratie geen aanleiding zal geven tot schenkbelasting (bij toepassing van artikel 2.8.1.0.1. VCF), noch tot erfbelasting (bij toepassing van artikel 2.7.1.0.3., 3 VCF), en dat er evenmin sprake is van fiscaal misbruik (bij toepassing van artikel 3.17.0.0.2. VCF).

Wat betreft de toepasselijke bepalingen van de VCF, halen de aanvragers aan dat er door de wijziging van het optioneel beding van terugkeer geen schenking tot stand komt, noch door de ouders aan hun kinderen, noch in omgekeerde zin. Geen der partijen handelt verder uit vrijgevigheid. En er is evenmin sprake van een verarming, noch van een daarmee corresponderende verrijking, in hoofde van n of meerdere partijen. Om dezelfde redenen, ligt er evenmin een schenking (van roerende goederen) voor, die zou plaatsvinden onder opschortende voorwaarde die vervuld wordt ingevolge het overlijden van de schenker.

Opdat een vermelding van een eerdere, niet aan de registratie onderworpen schenking in een latere akte aanleiding zou kunnen geven tot heffing van de schenkbelasting, is onder meer vereist dat de partijen de bedoeling hebben om een titel van die eerdere schenking te verstrekken. Ontbreekt bij de partijen de bedoeling een titel tot stand te brengen van de in de latere akte vermelde rechtshandelingen, dan levert de akte op zichzelf in de regel geen volledig bewijs van de bewuste rechtshandeling en kan zij ook niet als titel voor de heffing ingeroepen worden.

Toch is voorzichtigheid geboden, zo blijkt eens te meer uit deze voorafgaande beslissing. Er wordt immers aangenomen dat de vermelding in een latere akte van eerdere rechtshandelingen (zoals bv. een schenking), in de regel een titel oplevert voor de heffing van het evenredig registratierecht, wanneer al de bij de vermelde rechtshandeling betrokken partijen in deze hoedanigheid in de akte tussenkomen en geen voorbehoud maken over de in de akte gedane vermeldingen.

Om dezelfde reden moet wellicht aangenomen worden dat het verlijden van de akte voor buitenlandse notaris in deze zaak geen soelaas biedt, aangezien deze evenzeer een titel zou vormen van de eerdere schenking en dus aan de verplichte aanbieding ter registratie is onderworpen.

De aanvragers verwijzen in hun aanvraag herhaaldelijk naar hun wens om betwistingen over het beding van terugkeer te voorkomen en om de familiale vrede te bewaren. Het komt ons dan ook voor dat de aanvragers van de hier besproken voorafgaande beslissing, als alternatief voor de voorgenomen akte, zouden kunnen overwegen om de eerdere schenking van 2012, samen met de latere schenkingen, te incorporeren in een globale erfovereenkomst, waarbij de aanpassing van het eerder opgenomen beding van terugkeer mede zou kunnen kaderen in het bewerkstelligen van het vereiste evenwicht.

In dit besluit wordt verstaan onder:
1 65-plusser: de persoon die minstens 65 jaar oud is op de aanvraagdatum en de premiewoning op de aanvraagdatum als hoofdverblijfplaats bewoont;
2 aangroei van de waarde: het verschil tussen de verkoopwaarde van de woning na en voor de uitvoering van de werkzaamheden;
3 ...;
4 ...;
5 ADL-centrum: het centrale dienstlokaal waar de hulpaanvraag aankomt en vanwaaruit een vergunde zorgaanbieder assistentie bij de activiteiten van het dagelijkse leven verstrekt en cordineert;
6 ADL-cluster: een geheel van twaalf tot vijftien ADL-woningen dat gentegreerd is in een sociale woonwijk en dat verbonden is met een ADL-centrum via een communicatie- en oproepsysteem;
7 ADL-woning: een woongelegenheid die aangepast en uitgerust is om de activiteiten van het dagelijkse leven en het zelfstandig wonen van personen met een handicap te ondersteunen, die gesubsidieerd is op basis van artikel 5.40 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en die zich bevindt in een ADL-cluster;
8 ...;
9 agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Wonen in Vlaanderen dat is opgericht bij het besluit van de Vlaamse regering van 16 december 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Wonen in Vlaanderen;
10 ...;
11 ...;
11 /1. appartementsgebouw: elk bebouwd onroerend goed bestaande uit meerdere premiewoningen of bestaande uit een premiewoning en een of meerdere eenheden zonder woonfunctie
12 arbeidsongeschiktheid: elke toestand die aanleiding geeft tot het verkrijgen van een arbeidsongeschiktheidsuitkering, en waarbij de persoon in kwestie geen andere belastbare beroepsinkomsten heeft, noch als werknemer, noch als zelfstandige;
13 archeologische opgraving: het gebruik van wetenschappelijke methoden en technieken waarmee doelbewust de ondergrondse, aan de oppervlakte of onder water aanwezige archeologische artefacten en archeologische sites worden opgespoord, vrijgelegd en door opgraving worden onderzocht, waarbij de archeologische artefacten en onderzoeksdocumenten archeologische ensembles vormen;
14 archeologisch vooronderzoek: het gebruik van wetenschappelijke methoden en technieken waarmee doelbewust archeologische artefacten en archeologische sites worden opgespoord en gewaardeerd zonder de erfgoedwaarden in situ wezenlijk aan te tasten. Er zijn twee soorten archeologisch vooronderzoek, namelijk archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem dat mogelijk effect heeft op de erfgoedwaarden in situ zoals de aanleg van proefsleuven, proefputten, vlakken of andere intrusieve methoden met grondverzet en archeologisch vooronderzoek zonder ingreep in de bodem, waarbij geen grondwerkzaamheden of activiteiten worden verricht die effect hebben op de erfgoedwaarden in situ. Voorbeelden van archeologisch vooronderzoek zonder ingreep in de bodem zijn veldprospectie, luchtfotografische prospectie, geofysische prospectie en archivalisch onderzoek;
15 bad: een lig- of zitbad dat voorzien is van koud- en warmwatertoevoer en dat aangesloten is op het rioleringsnet;
15/1 basiskot: een woning voor een student zonder toilet, bad, douche en kookgelegenheid. De bewoners zijn voor die voorzieningen aangewezen op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt;
16 basistaalvaardigheid Nederlands: het niveau van het Nederlands dat overeenstemt met niveau A2 van het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen;
17 beheersorgaan: een van de twee volgende soorten organen:
a) elk van de volgende organen van een woonmaatschappij die bindende beheerbeslissingen kunnen nemen:
1) de algemene vergadering;
2) het bestuursorgaan;
3) het orgaan van dagelijks bestuur;
b) elk orgaan dat conform het intern reglement uitdrukkelijk aangewezen is om specifieke beslissingen te nemen of te bekrachtigen;
18 beheersvergoeding: de bijdrage die een sociale woonactor betaalt om de werking van de VMSW te financieren;
19 behoeftebepaling: de vaststelling van de behoefte aan de inhuurneming van bijkomende woningen in het werkingsgebied van een woonmaatschappij;
20 beoordelingscommissie: de commissie, vermeld in artikel 2.33/20;
21 beraadslagende vergadering: elke samenkomst van een orgaan waarbij beslissingen genomen worden die al dan niet achteraf conform het intern reglement worden bekrachtigd door het orgaan van dagelijks bestuur of het directiecomit of het bestuursorgaan en waarvan een verslag wordt opgesteld, waaronder het toewijzingscomit en het aanbestedingscomit;
21 /1 beroepskwalificatie woningcontroleur: de beroepskwalificatie, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2021 tot erkenning van de beroepskwalificatie woningcontroleur;
22 bindend sociaal objectief: het gemeentelijk objectief, vermeld in artikel 2.27 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
23 bouwrijp maken: het voor bebouwing geschikt maken van bouwpercelen bestemd voor het woonproject, inbegrepen de opmaak van een stedenbouwkundige studie, met uitzondering van de sloop en de infrastructuurwerken;
24 bouwtechnische en conceptuele richtlijnen: de richtlijnen, vermeld in artikel 4.3, eerste lid;
25 CBO-oproep: een periodieke oproep die het agentschap lanceert bij private actoren om voorstellen in te dienen voor de gunning van een of meer aannemingsovereenkomsten, in de vorm van een mededingingsprocedure met onderhandeling, met private inbreng van onbebouwde grond, voor het ontwerp en de bouw van sociale huur- of koopwoningen, of met private inbreng van bebouwde grond, voor het ontwerp en de vervangingsbouw, renovatie, verbetering of aanpassing van het onroerend goed tot sociale huur- of koopwoningen;
25 /1 centraal inschrijvingsregister: het centraal inschrijvingsregister, vermeld in artikel 6.5 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
26 Centrale voor kredieten aan particulieren: de centrale, vermeld in artikel I.9, 69, van het Wetboek van Economisch Recht;
27 collectief dienstgebouw: een of meer als een geheel te beschouwen gebouwvolumes met voorzieningen voor het gemeenschappelijke gebruik door woonwagenbewoners;
28 collectieve verwarmingsinstallatie: de gemeenschappelijke voorziening om verschillende wooneenheden te voorzien van verwarming, al dan niet in combinatie met sanitair warm water;
29 conformiteitsattest: het attest, vermeld in artikel 3.6 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
30 conformiteitsonderzoek: het onderzoek, vermeld in artikel 3.4;
31 consolidatie: de overgang van de investeringsfase (periode van geldopname) naar de aflossingsfase (de terugbetaling van het krediet);
32 ...;
33 decreet van 15 juli 2011: het decreet van 15 juli 2011 houdende vaststelling van de algemene regels waaronder in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen aan lokale besturen kunnen worden opgelegd;
34 decreet van 22 december 2017: het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
35 Design and Build-oproep: een periodieke oproep bij private actoren om voorstellen in te dienen voor de gunning, in de vorm van een openbare of niet-openbare procedure of een mededingingsprocedure met onderhandeling, voor het ontwerp en de bouw van sociale huur- of koopwoningen;
36 douche: een stortbad dat voorzien is van koud- en warmwatertoevoer en dat aangesloten is op het rioleringsnet;
37 ...;
38 entiteiten van het beleidsveld Wonen: het agentschap en de VMSW;
38 /1 erkenning als woningcontroleur: de erkenning als woningcontroleur, vermeld in artikel 3.48;
39 experimentele actie: een actie met een vernieuwend karakter, die beantwoordt aan maatschappelijk relevante behoeften en die erop gericht is de private huursector te professionaliseren;
40 financieel kader: het kader voor de financile toets op het niveau van de verrichting, dat uitvoering geeft aan de decretale bepalingen over de financiering van het Vlaamse woonbeleid;
41 Financieringsfonds: het Vlaams Financieringsfonds voor Grond- en Woonbeleid voor Vlaams-Brabant, vermeld in artikel 5.11, tweede lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 zoals van kracht op 31 december 2022, of zijn rechtsopvolger;
42 frictieleegstand: de leegstand van woningen of kamers als gevolg van verhuizingen, verkopen of verbouwingen, die noodzakelijk is om de woningmarkt naar behoren te laten functioneren;
43 garage: niet-residentile ruimte die bestemd is om een voertuig te stallen;
43/1 geconventioneerde verhuurorganisatie: een gemeente, een OCMW, een vereniging zonder winstoogmerk of een instelling van openbaar nut waarop het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019 van toepassing is, of een sociale onderneming voor zover ze erkend is volgens het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019, of een autonoom gemeentebedrijf als vermeld in deel 2, titel 3, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
44 gemeenschappelijk sanitair lokaal: een gemeenschappelijk lokaal dat uitsluitend bestemd is voor de persoonlijke hygine van de kamerbewoners;
45 gemeenschappelijk wc-lokaal: een gemeenschappelijk sanitair lokaal met een wc;
46 gemeenschappelijke badkamer of douche: een gemeenschappelijk sanitair lokaal met een bad of een douche;
47 gemeenschappelijke kookruimte: een gemeenschappelijk woonlokaal of deel ervan dat bestemd is om te koken, dat uitgerust is met een of meer gootstenen, dat voorzien is van koudwatertoevoer met een aansluiting op het rioleringsnet, en dat over een of meer kooktoestellen op gas of elektriciteit beschikt;
48 gemeenschappelijke ruimte: een gemeenschappelijk deel van de kamerwoning dat gebruikt wordt als zitplaats, keuken, interne circulatieruimte of gemeenschappelijk sanitair lokaal;
49 gemeentelijke woningcontroleur: een woningcontroleur die conformiteitsonderzoeken uitvoert in opdracht van een gemeente of een intergemeentelijk samenwerkingsverband;
50 gewestwaarborg: de waarborg zoals bepaald in artikel 5.58 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 zoals van kracht voor 1 januari 2022;
50 /1 gezinsbijslagen: de gezinsbijslagen, vermeld in artikel 3, 1, 19, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid;
50 /2 gezinshereniging: de gezinshereniging of gezinsvorming, vermeld in artikel 10, 10bis, 40bis, 40ter en 47/1 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
51 goede woning: een bebouwd onroerend goed dat in aanmerking komt voor een onmiddellijke verhuring als sociale huurwoning of dat als sociale huurwoning verhuurd kan worden na een investering van maximaal 15.000 euro, exclusief btw;
52 groeipad: het ritme van de programmatie van sociale huurwoningen in de periode 2009-2025, opgenomen in bijlage 1 die bij dit besluit is gevoegd;
53 grondige renovatie: energetische renovatie, waarbij een of meer van de maatregelen, vermeld in artikel 5.49, met een periode van maximaal twaalf maanden tussen de bestelling van de eerste en de laatste fase worden toegepast, waardoor het gebouw in kwestie minstens voldoet aan al de volgende voorwaarden:
a) het gebouw heeft dak- of zoldervloerisolatie;
b) het gebouw heeft geen enkelvoudige beglazing meer;
c) de verwarmingsketels hebben een thermisch rendement bij vollast van minstens 90% van de bovenste verbrandingswaarde. De gaskachels hebben een thermisch rendement bij vollast van minstens 80% van de bovenste verbrandingswaarde;
d) het gebouw wordt niet verwarmd door elektrische weerstandsverwarming;
e) het gebouw heeft geen actieve luchtkoeling;
54 GSC: de gewestelijke sociale correctie;
55 huurdersbonden: de organisaties die erkend zijn conform boek 4, deel 1, titel 6;
56 huurwaarborglening: de lening, vermeld in boek 5, deel 4, titel 3, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
57 individueel dienstgebouw: een of meer gebouwvolumes met voorzieningen voor het individuele gebruik door woonwagenbewoners;
58 individuele verwarmingsinstallatie: individuele voorziening om een woning te voorzien van verwarming, al dan niet in combinatie met sanitair warm water;
59 infrastructuurwerken : de volgende werken als ze noodzakelijk zijn voor de woningen in kwestie :
a) werken aan de wegenuitrusting, namelijk het aanleggen of aanpassen en het geschikt maken van :
1) de toegangs- en circulatieruimten voor alle verkeersdeelnemers;
2) de parkeerplaatsen, fietsenstallingen;
3) de vaste constructies binnen de toegangs- en circulatieruimten;
b) werken aan de inrichtingen voor afvoer en zuivering van afvalwater, namelijk het aanleggen of aanpassen en het geschikt maken van :
1) de waterafvoerleiding tot het dichtstbijzijnde lozingspunt, de wachtbuizen voor de aansluiting van de woningen;
2) de gemalen, zuiveringsstations en andere voorzieningen die op advies van de VMSW noodzakelijk worden geacht voor de normale waterafvoer of ter voorkoming van de verontreiniging door afvalwater;
c) openbare verlichting en de daarbij horende netuitbreiding aanleggen of aanpassen;
d) werken aan het openbare watervoorzieningsnet, namelijk het aanleggen of aanpassen en het uitrusten van de uitbreiding van het waterbedelingsnet, uitgezonderd de huisaansluitingen, maar met inbegrip van de hydranten;
e) omgevingswerken, namelijk werken aan :
1) groenvoorzieningen;
2) verhardingen voor niet-gemotoriseerd verkeer en recreatief gebruik;
3) al dan niet vast straatmeubilair en speeltuigen;
4) vaste constructies voor plant-, water- en speelvakken;
5) andere bijkomende werken, zoals plaatselijke draineringen, beperkte parkeeroppervlakten, met uitsluiting van werken van burgerlijke bouwkunde;
60 inrichting: de volgende werken:
a) infrastructuurwerken als vermeld in punt 59;
b) de oprichting van collectieve dienstgebouwen;
c) de oprichting van individuele dienstgebouwen;
61 instandhouding: de investering in de renovatie, verbetering of aanpassing van bestaande woningen, gebouwen of niet-residentile ruimten;
62 intergemeentelijk project lokaal woonbeleid: een project waaraan een subsidie wordt verleend met toepassing van boek 2, deel 2;
63 intergemeentelijk samenwerkingsverband: een intergemeentelijk samenwerkingsverband als vermeld in deel 3, titel 3, van het decreet van 22 december 2017;
64 intermediaire instelling: openbare besturen, welzijns- of gezondheidsvoorziening of organisaties die de Vlaamse Regering daarvoor erkent als vermeld in artikel 6.36, 1, 1, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
65 intern auditcomit: een comit dat als opdracht heeft het bestuursorgaan bij te staan in zijn toezichtfunctie, meer in het bijzonder bij het controleren van de financile informatie, alsook bij het controleren van de effectiviteit en de efficintie van de operationele activiteiten en de naleving van de toepasselijke wetten en reglementen;
66 ...
67 kamerwoning: elk gebouw of deel ervan dat bestaat uit een of meer kamers en gemeenschappelijke ruimten;
68 kandidaat-koper: een of meer woonbehoeftige particuliere personen die een woning of kavel willen aankopen;
69 kernsteden: Aalst, Antwerpen, Boom, Brugge, Dendermonde, Genk, Gent, Hasselt, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oostende, Roeselare, Sint-Niklaas, Turnhout en Vilvoorde;
69 /1 keuringsinstelling: een vennootschap die geaccrediteerd is als keuringsinstelling van het type A door BELAC of een gelijkwaardig accreditatiesysteem om conformiteitsonderzoeken in woningen uit te voeren;
70 kookruimte: een lokaal of deel ervan dat bestemd is om te koken, waarin een kooktoestel op gas of elektriciteit geplaatst kan worden en dat uitgerust is met een gootsteen met koudwatertoevoer en een aansluiting op het rioleringsnet;
71 koopprijs van de woning: de prijs die de ontlener aan de verkoper van de woning heeft betaald, exclusief de bijbehorende kosten, te verhogen met de btw als de woning nog niet is ingeschreven in het kohier voor de onroerende voorheffing;
72 kortetermijnplanning: de planning van verrichtingen waarvan de uitvoering of plaatsingsprocedure binnen een termijn van vier maanden opgestart kan worden, vermeld in artikel 2.33/16;
73 kredietinstelling: de kredietinstelling, vermeld in artikel 1, 3, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen;
74 kredietmaatschappij: de hypothecaire kredietmaatschappij voor sociaal woonkrediet waaraan een erkenning is verleend conform artikel 5.58, eerste lid, 1, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
75 Kruispuntbank Inburgering: de Kruispuntbank Inburgering, vermeld in artikel 1, 8, van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 januari 2016 houdende de uitvoering van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid;
76 kwaliteitskamer: het orgaan, vermeld in artikel 4.4;
77 leningsaanbod: het aanbod, vermeld in artikel VII.127, 3, van het Wetboek van Economisch Recht;
78 LHI: lokale huisvestingsinstantie: gemeente, intergemeentelijk samenwerkingsverband, OCMW of woonmaatschappijen;
79 lokale woontoets: de toets, vermeld in artikel 2.33/6;
80 mantelzorg: de activiteiten die een mantelzorger als vermeld in artikel 2, 1, 6, van het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, verleent;
81 meerjarenplanning: de planning van verrichtingen waarvan de uitvoering of plaatsingsprocedure binnen een termijn van drie jaar opgestart kan worden, vermeld in artikel 2.33/13;
82 met een sociale huurwoning gelijkgestelde woning:
a) een huurwoning die deel uitmaakt van een woonproject met sociaal karakter;
b) een huurwoning die vrijwillig verhuurd wordt conform de bepalingen, vermeld in boek 6;
83 met een sociale kavel gelijkgestelde kavel:
a) een kavel die deel uitmaakt van een woonproject met sociaal karakter;
b) een kavel die vrijwillig overgedragen wordt conform de bepalingen, vermeld in boek 5, deel 8;
84 met een sociale koopwoning gelijkgestelde woning:
a) een koopwoning die deel uitmaakt van een woonproject met sociaal karakter;
b) een koopwoning die vrijwillig overgedragen wordt conform de bepalingen, vermeld in boek 5, deel 8;
85 minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het woonbeleid;
86 nieuwe premiewoning: een premiewoning die wordt of werd gerealiseerd door werkzaamheden uit te voeren in een deel van een opgesplitste bestaande woning of in een bestaand gebouw;
87 noodwoning: woning die op verzoek van de burgemeester te huur of ter beschikking wordt gesteld als een tijdelijke en voorwaardelijke oplossing voor personen die zich in een specifieke problematische woonsituatie bevinden;
88 nulmeting: de nulmeting op het vlak van het bestaande sociaal woonaanbod, opgenomen in de bijlage die bij de Vlaamse Codex Wonen van 2021 is gevoegd;
89 onbewoonbaar verklaarde woning: de woning die onbewoonbaar is verklaard, hetzij met toepassing van artikel 3.12, 1, of artikel 3.16, eerste lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, hetzij met toepassing van artikel 135 van de Nieuwe Gemeentewet;
90 ondersteuningsstructuur huurdersinitiatieven: de samenwerkings- en overlegstructuur voor de initiatieven ter bevordering van de positie van de kandidaat-huurders en de huurders op de private huurmarkt en in de sociale huisvesting, conform artikel 4.72 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
91 ongeschikt verklaarde woning: de woning die met toepassing van artikel 3.12, 1, of artikel 3.16, eerste lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 ongeschikt is verklaard;
92 onvrijwillige werkloosheid: elke toestand van onvrijwillige volledige werkloosheid die aanleiding geeft tot werkloosheidsuitkeringen van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, waarbij de persoon in kwestie geen andere belastbare beroepsinkomsten heeft, noch als werknemer, noch als zelfstandige. Bruggepensioneerden worden niet als werklozen beschouwd;
93 oorspronkelijke rentevoet: de rentevoet die de kredietgever op de referentiedatum bij het aangaan van de lening aanrekent aan de ontlener;
94 openbaar bestuur: een gemeente, een intergemeentelijk samenwerkingsverband, een OCMW of een welzijnsvereniging;
95 operationele doelstellingen: de doelstellingen voor woonmaatschappijen die uit de Vlaamse Codex Wonen van 2021 zijn afgeleid, en die zo veel mogelijk geformuleerd zijn als indicatoren die specifiek, meetbaar, acceptabel, resultaatgericht en tijdsgebonden zijn;
96 oppervlakte: de vloeroppervlakte gemeten tussen de begrenzende bouwdelen, die berekend wordt als het verschil van de bruto-vloeroppervlakte en de constructieoppervlakte;
97 organisaties, belast met de uitvoering van het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid: het Agentschap Integratie en Inburgering, vermeld in artikel 17, 2, 7, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap Integratie en Inburgering Antwerpen vzw, het gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap Integratie en Inburgering Gent vzw en het Huis van het Nederlands Brussel vzw;
98 overbewoond verklaarde woning: de woning die conform boek 3, deel 6, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 overbewoond is verklaard;
99 perceel, bestemd voor woningbouw: onbebouwde percelen in het woongebied, met uitsluiting van woonuitbreidingsgebied, vermeld op de ruimtelijke uitvoeringsplannen of op de plannen van aanleg, die aan een uitgeruste weg liggen als vermeld in artikel 4.3.5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, alsook alle percelen waarvoor een niet-vervallen verkavelingsvergunning of omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden bestaat;
100 plat dak: dak met een aaneengesloten membraanvormige waterkering met een helling die kleiner dan 15 is.
101 potentieel rechthebbende: de kandidaat-huurder die op basis van de gegevens waarover het agentschap of de woonmaatschappij beschikt, op korte termijn blijkt te kunnen voldoen aan de voorwaarden, vermeld in boek 5, deel 5, titel 2;
102 ...;
103 PPS-overeenkomst: de overeenkomst die voor 1 januari 2020 gesloten is conform het als bijlage 15 bij dit besluit gevoegde model van vierpartijenovereenkomst van publiek-private samenwerking tussen het Vlaamse Gewest, het Garantiefonds, de LHI en een private partner, waarin de wederzijdse verbintenissen zijn beschreven. Deze overeenkomst bestaat uit een samen- werkingsovereenkomst, een opstalovereenkomst en een erfpachtovereenkomst;
104 PPS-woning: een sociale huurwoning die opgericht is ter uitvoering van een PPS-overeenkomst;
105 premiewoning: het onroerend goed, of het zelfstandig deel ervan, dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of een alleenstaande, waarop de aanvraag betrekking heeft, met uitsluiting van de kamer, vermeld in artikel 1.3, 1, eerste lid, 25, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
106 prestatiebeoordeling: de procedure om de prestaties van een woonmaatschappij te beoordelen, in voorkomend geval in vergelijking met een voorgaande beoordeling, die bestaat uit de volgende stappen die achtereenvolgens doorlopen worden:
a) een meting van de prestaties van de woonmaatschappij;
b) een visitatie van de woonmaatschappij;
c) de opmaak van een visitatierapport waarin de prestaties van de woonmaatschappij worden beoordeeld;
107 prestatiedatabank: de databank, vermeld in artikel 4.6, tweede lid, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
107 /1 primaire verhuurder: de woonmaatschappij, vermeld in artikel 6.6, 2, eerste lid;
108 privaat huishouden: hetzij een persoon die gewoonlijk alleen leeft, hetzij twee of meer personen die, al dan niet door familiebanden verbonden, gewoonlijk dezelfde woning betrekken en er samen leven, uitgezonderd de personen die in een collectief huishouden verblijven, zoals kloostergemeenschappen, rusthuizen, weeshuizen, studenten- of arbeidershomes, verplegingsinrichtingen en gevangenissen;
109 projectenlijst: de lijst, vermeld in artikel 2.33/7;
110 projectportaal: het digitale projectplatform, vermeld in artikel 4.46;
111 realisatie: de nieuwbouw of vervangingsbouw van woningen en niet-residentile ruimten, en de inrichting van kavels;
112 referentiebestand: het uittreksel uit het centraal inschrijvingsregister dat alle kandidaat-huurders bevat van wie het inkomen, rekening houdende met het aantal personen ten laste conform boek 6, de grenzen, vermeld in artikel 6.13, eerste lid, niet overschrijdt;
113 referentiejaar: de periode van 1 januari tot en met 31

Reply all
Reply to author
Forward
0 new messages