Samenmet je VISpas of Kleine VISpas vormt je Lijst van VISwateren de schriftelijke toestemming om ergens te mogen vissen. In de lijsten van viswateren zijn de wateren opgenomen, waar je mag vissen met het betreffende document. We onderscheiden twee soorten lijsten met VISwateren:
De VISplanner (
www.visplanner.nl en de gratis VISplanner app) is in combinatie met de VISpas ook een rechtsgeldige toestemming. Met de VISplanner op jouw mobiele telefoon of tablet/laptop kun je bij een controle aantonen dat je ergens mag vissen. De papieren Gezamenlijke Lijst van Nederlandse VISwateren wordt daarom niet meer automatisch bijgesloten bij de VISpas.
Als lid van een vereniging kun je via
www.mijnsportvisserij.nl aangeven dat je deze papieren lijsten nog wel wilt ontvangen. Wanneer je niets doorgeeft ontvang je geen papieren lijsten meer. De papieren lijsten zijn op veel plekken via de hengelsportzaak verkrijgbaar en na te bestellen via onze webwinkel.
Bij de VISpas krijgen alle sportvissers een nieuwe Gezamenlijke Lijst van Nederlandse VISwateren. De wateren in de Gezamenlijke Lijst van Nederlandse VISwateren zijn ingebracht door Sportvisserij Nederland, hengelsportfederaties en verenigingen in het kader van het onderling delen van viswateren. Zij stellen dus niet alleen hun eigen leden, maar ook jou in staat om te mogen vissen in hun viswateren. Slechts een beperkt aantal wateren in de lijst is nog voorbehouden aan leden van een bepaalde hengelsportfederatie.
Om de wateren beter vindbaar te maken voor de gebruiker, is het boekje opgedeeld in de 7 federatiegebieden. De wateren zijn geordend per federatiegebied. Ieder federatiehoofdstuk begint met n of meerdere gemeentekaarten. Vervolgens worden eerst de grotere regionale wateren of wateren die in meerdere gemeenten liggen genoemd en daarna de wateren per gemeente. Achterin het boekje staat een landelijke gemeente index zodat je ook direct op gemeente kunt zoeken.
Tenslotte zijn de wateren in de Lijst al dan niet voorzien van diverse symbooltjes. Deze symbooltjes geven aan of je er mag nachtvissen (mits in bezit van de landelijke NachtVIStoestemming) of je er met drie hengels mag vissen (mits in bezit van de Derde Hengeltoestemming) en of je er tijdens het nachtvissen een schuilmiddel gebruikt mag worden . Wanneer het onbekend is of een schuilmiddel mag worden gebruikt staat er geen symbooltje. In dat geval dien je in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente te kijken of het gebruik van een schuilmiddel is toegestaan. Een complete uitleg over het nachtvissen, de derde hengel en het gebruik van eens schuilmiddel vind je in dit infoblad.
De kernfunctie van de Visplanner is: inzicht op kaart geven in de wateren waar je met jouw VISpas wel en niet mag
vissen, maar ook interessante visvoorzieningen zoals trailerhellingen, vissteigers en hengelsportzaken.
De eerste optie is om te bekijken waar je allemaal mag vissen. Hiervoor voer je je VISpasnummer(s) in of zoek je op basis van postcode, plaats of waternaam naar de wateren waar je mag vissen. Optie twee is hier een afgeleide van. Daarbij check je aan de hand van de locatie waar je bent of je daar mag vissen. Dit gebeurt met de App automatisch op basis van GPS of je voert de postcode of plaatsnaam in. Je ziet direct in Google Maps waar jij mag vissen. Zo'n 90% van de wateren die in de Landelijke Lijst van Viswateren staan, zijn opgenomen in de Visplanner.
Aan de hand van de plek waar je je bevindt is het ook mogelijk om via GPS (of door het invoeren van postcode of plaats) te zoeken naar zogenaamde Points of Interest (POI). Je kunt daarbij selecteren op trailerhellingen, vissteigers, mindervalidensteigers, hengelsportzaken, bootverhuur en forelvisvijvers. Ook deze zie je vervolgens netjes op de Google Maps kaart. Tenslotte kun je ook zoeken naar visstekken op basis van een vissoort. Zo kun je achterhalen op welke stekken je bepaalde soorten kunt vangen.
Nederland heeft een grote verscheidenheid aan oppervlaktewater. In de eerste kaart is al het water weergegeven met uitzondering van sloten en heel kleine plassen. In de tweede en derde kaart is het oppervlaktewater uitgesplitst naar stilstaande en stromende wateren. In de vierde kaart zijn de sloten weergegeven als percentage wateroppervlak ten opzichte van de totale oppervlakte. Met deze kaarten wordt een beeld gegeven van de ligging en het type water in Nederland.
In de Kaderrichtlijn Water (KRW) is een indeling gemaakt in verschillende typen oppervlaktewater. Deze zijn ingedeeld naar hydromorfologische eigenschappen, type bodem en naar zoet, brak of zout water. De hydromorfologische eigenschappen zijn de stroming, de grootte of breedte en de diepte. Een belangrijk onderscheid is in stilstaand of stromend water. De bodem is belangrijk voor het onderscheid naar een veenbodem (met veel organisch materiaal), kiezels, klei, zand of kalk. Deze indeling is belangrijk voor de doelen die in de KRW gesteld worden, omdat voor elk watertype kwaliteitseisen opgesteld zijn. Bij download figuurdata is de KRW typering uitgewerkt.
De stromende wateren zijn te verdelen in snelstromende en langzaamstromende wateren. Als de stroomsnelheid meer dan 50 cm/s is, zijn het snel stromende wateren. De stromende wateren worden verdeeld in bovenlopen (smaller dan 3 meter), middenlopen (breedte 3 - 8 meter), benedenlopen (breedte > 8 meter), riviertje (breedte 8 - 25 meter) en rivier (breedte meer dan 25 meter). De rivieren gaan over in estuaria met een (beperkt) getijverschil voordat zij in zee stromen. Veel kleinere rivieren gaan in laag Nederland over in kanalen die een onderdeel zijn van het boezemstelsel. De meeste beken en riviertjes liggen in het vrij afwaterende deel van Nederland boven NAP.
De stilstaande wateren zijn te verdelen in meren, kanalen en sloten. De meren zijn te verdelen naar diepe en ondiepe meren en naar grootte en bodemsoort. Kanalen en sloten zijn gegraven watergangen, die in de KRW worden aangeduid als kunstmatige wateren. Alle andere wateren zijn natuurlijke wateren of sterk veranderde wateren. Vennen zijn kleine plassen die gevoed worden met regen of lokaal grondwater en vaak in natuurgebieden liggen.
Sloten zijn net zoals kanalen, gegraven watergangen voor de ontwatering van het landelijk gebied. Deze hebben vaak stilstaand water en, vooral in het hoge deel van Nederland, kunnen ze 's zomers droogvallen. In het lage deel van Nederland liggen heel veel sloten, vooral in veengebieden bestaat 10 tot 20% van het gebied uit sloten. Vanwege de beperkte grootte zijn de meeste sloten geen waterlichaam in de KRW.
Het belangrijkste beleidsdossier voor oppervlaktewater is de KRW. In de KRW is een groot deel van het oppervlaktewater aangewezen als waterlichaam. Een waterlichaam is een "onderscheiden oppervlaktewater van aanzienlijke omvang, zoals een meer, een waterbekken, een stroom, een rivier, een kanaal, een overgangswater of een strook kustwater". Voor deze wateren moet de toestand van het aquatisch ecosysteem beschreven worden. Onder oppervlaktewateren van "aanzienlijke omvang" vallen waterlichamen met een minimale oppervlakte van 0,5 km2 of een stroomgebied tussen de 10 en 100 km2. De verantwoordelijkheid voor het aanwijzen en begrenzen van waterlichamen ligt bij de waterbeheerder.
De KRW gaat over de eerste strook van de Noordzee. Over de eerste zeemijl gelden alleen biologische doelen en over een strook van 12 zeemijlen gelden de chemische doelen van de KRW. De kleinere wateren zijn niet aangewezen als waterlichaam. Specifiek geldt dit voor sloten en vennen welke zelden als waterlichaam zijn gedefinieerd.
Natura-2000 is het Europese beleid voor bescherming van natuurgebieden. Dit is een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden. Voor Nederland gaat het in totaal om 162 gebieden. De Natura-2000 gebieden zijn onder te verdelen in Vogel- en Habitat richtlijn gebieden. Veel grote meren zijn aangewezen als Vogelrichtlijngebied.
Voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn de maritieme zones in de Noordzee en de Caribische Zee van belang. De indeling in maritieme zones is gebaseerd op het Zeerechtverdrag van de Verenigde Naties. Dat verdrag beschrijft de volgende zones:
Een basislijn is de lijn die de territoriale zee scheidt van het land en de binnenwateren. Basislijnen staan centraal in het Zeerechtverdrag, omdat ze de grondslag vormen voor de maritieme zones. Er zijn 2 soorten basislijnen:
Deze zijn bij wet vastgesteld. Rechte basislijnen geven aan waar de grens ligt tussen de territoriale zee en de binnenwateren. Nederland heeft in 1985 rechte basislijnen vastgesteld in de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee.
Een normale basislijn loopt daar waar de zee bij eb droogvalt (laagwaterlijn). Deze 0-meter dieptelijnen zijn terug te vinden op de officile zeekaarten van de Dienst der Hydrografie. De meest recente kaarten met een schaal van uiterlijk 1:150.000, of hun digitale equivalent.
Vaak overlappen de maritieme zones van buurlanden. In dat geval kunnen ze een verdrag afsluiten. Hierin spreken de landen af waar hun grens precies ligt. Is er geen verdrag tussen de landen? Dan zegt het Zeerechtverdrag dat een lijn moet worden gebruikt op gelijke afstand van beide kusten. Dit heet de equidistantielijn.
De Dienst der Hydrografie maakt de zeekaarten waaruit de basislijnen worden afgeleid. Daarom houdt deze dienst ook de ligging van de maritieme zones bij. Want de basislijn, en daarmee de zones, veranderen als er een nieuwe 0-meter dieptelijn in de zeekaarten verschijnt. Door de komst van de Tweede Maasvlakte bijvoorbeeld verschoof de Nederlandse kustlijn een stuk naar het westen. Daardoor kreeg Nederland er 55 vierkante kilometer oppervlakte aan territoriale zee bij.
Internationaal nieuws over maritieme grenzen vindt u via de International Boundary Research Unit (IBRU) van de University of Durham. Internationale verdragen en nationale maritieme claims staan op de website Maritime Space van de Division of Ocean Affairs and the Law Of the Sea (DOALOS) van de Verenigde Naties.
3a8082e126