Jesajawas de zoon van Amos (Jesaja 1:1) en kreeg volgens Jesaja 6:1 zijn roeping als profeet in een visioen in het sterfjaar van Uzzia, dat wil zeggen volgens de Bijbelse chronologie rond 740 of 735 v.Chr. Zijn laatste uitspraken betreffen gebeurtenissen in 701 v.Chr. (o.a. Jesaja 30:1-5). Zijn lot na de belegering van Jeruzalem door de Assyrirs is onduidelijk. Volgens de traditie werd hij onder Manasse gedood door in tween te worden gezaagd.[1] Dit is waarschijnlijk een legende en stierf Jesaja aan het begin van de 7e eeuw v.Chr.
Onder andere door cultische en wijsheidstradities, die waarschijnlijk de achtergrond vormen van de vroege teksten van het boek Jesaja (zoals Jesaja 28:16), kan worden aangenomen dat Jesaja opgroeide in Jeruzalem en uit de ontwikkelde bovenlaag kwam. Dit kan ook worden aangenomen op basis sommige teksten in het boek Jesaja die laten zien dat hij directe toegang tot de koning had (Jesaja 7:3; 36-39). Bovendien suggereren Jesaja 8:1,16 en Jesaja 30:8 dat Jesaja kon schrijven.
Aangezien in het boek Jesaja - net als in de andere boeken van de profeten - alleen de verkondiging van de profeet schriftelijk wordt gegeven en daar vervolgens redactie op is gepleegd, is een reconstructie van zijn persoon problematisch, ook methodologisch. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat onderzoekers heel verschillende afbeeldingen van de profeet Jesaja schetsen. De bandbreedte varieert van het idee dat Jesaja een profeet van verlossing was tot de precies tegenovergestelde veronderstelling dat Jesaja alleen rampspoed verkondigde. Er is op dit punt geen consensus. Wel wordt Jesaja steeds meer begrepen in analogie met de oude oosterse (reddings)profeten.[2] Vermoedelijk komt men het dichtst bij de historische profeet als men ontwikkeling in zijn prediking aanneemt en daaraan elementen van zowel onheil als heil toeschrijft.[3] Het toewijzen van individuele woorden van Jesaja aan specifieke fasen van zijn activiteit is moeilijk, aangezien de teksten van het boek Jesaja zelden een duidelijk historisch referentiepunt onthullen. Vermoedelijk kan de activiteit van Jesaja echter worden onderverdeeld in de volgende vijf fasen:[4]
In de Bijbelwetenschap is de consensus dat het Bijbelboek Jesaja ook materiaal bevat van latere leerlingen. Er is sprake van 3 ontstaansfases en daarom wordt in de Bijbelwetenschap gesproken over de delen Proto-Jesaja (hoofdstuk 1-39), Deutero-Jesaja (hoofdstuk 40-55) en Trito-Jesaja (hoofdstuk 56-66).
Het Assyrische Rijk was in de tijd dat Jesaja profeteerde de overheersende macht in het oude Nabije Oosten en vormde door zijn agressieve veroveringstochten een voortdurende bedreiging. Jesaja hamert erop, dat Juda zijn vertrouwen moet stellen op God, en niet op bondgenootschappen met andere staten. Dat kan namelijk alleen maar tot oorlog en verwoesting leiden (Jesaja 8:6-8). Ondanks zijn uiteindelijke sombere toekomstbeeld ziet hij ook hoop voorbij de ellende: een kleine rest van het volk zal overblijven, en een hernieuwd Godsvolk vormen, onder een ideale koning uit het huis van David (Jesaja 10:20-23; Jesaja 9:1-6). Daarnaast protesteert Jesaja ook tegen allerlei godsdienstige en sociale misstanden in het Juda van zijn tijd (bijvoorbeeld Jesaja 5).
Het oudtestamentische boek Jesaja bestaat uit drie delen van mogelijk drie verschillende profeten. In het Nieuwe Testament wordt veelvuldig uit Jesaja geciteerd, omdat het veel profetien over de komst van de Messias bevat.
Koninklijke profeet
De profeet Jesaja, geboren rond 765 voor Christus, wordt soms de 'koninklijke profeet' genoemd, omdat hij de indruk wekt te behoren tot de aristocratie van Juda. Volgens de joodse overlevering zou hij zelfs van koninklijken bloede zijn. In het sterfjaar van koning Uzzia van Juda (740 voor Chr.) wordt hij geroepen tot het profetenambt.
Koning Achaz van Juda
Ten tijde van Jesaja's roeping heeft Assyri de suprematie in het Nabije Oosten. Het Beloofde Land is inmiddels gesplitst in het noordrijk Isral en het zuidrijk Juda. Als Achaz in 736 de nieuwe koning van Juda wordt pogen koning Resin van Syri en koning Pekach van Isral hun jonge Judese ambtsgenoot te betrekken in een coalitie tegen de Assyrische koning Tiglatpileser III. Op zijn weigering wordt Achaz door de bondgenoten Resin en Pekach aangevallen. Hij besluit de hulp van Assyri in te roepen.
'Vertrouw enkel op God'
Als koning Achaz de hulp van Assyri inroept, mengt Jesaja zich in de politiek. Dat doet hij naar het voorbeeld van zijn grote voorgangers uit de 9de eeuw, Elia en Elisa. Hij spreekt Achaz moed in, maar eist van hem dat hij zijn vertrouwen uitsluitend stelt op Jahweh. Koning Achaz slaat de woorden van de profeet echter in de wind. Hij roept de Assyrische koning Tiglatpileser III toch te hulp en komt daardoor onder zijn voogdij te staan.
Hizkia
Na de dood van Achaz in 736 voor Christus komt de vrome Hizkia op de troon. Wanneer deze de partij van Egypte wil kiezen, treedt Jesaja opnieuw op tegen de Egyptische invloed aan het hof en tegen elke militaire alliantie. Men moet alleen op Jahweh vertrouwen!
Marteldood
Het hoogtepunt van de politieke crisis in Juda is de veldtocht die koning Sanherib van Assyri in Juda onderneemt in 701 voor Christus. Hizkia onderwerpt zich, maar Sanherib eist de overgave van Jeruzalem. Jesaja verzekert Hizkia dat Jeruzalem niet zal vallen. De feiten geven hem gelijk. Na 700 verdwijnt Jesaja uit ons gezichtsveld. Volgens een joodse traditie stierf hij de marteldood onder koning Manasse (693-639 voor Chr.).
Drie delen
Het boek Jesaja is, zoals elk profetenboek, ontstaan uit verzamelingen van orakels en gedichten, die enigszins geordend zijn. Stukken van latere datum worden aan de verzameling toegevoegd en het geheel wordt in de loop van de tijd redactioneel bewerkt. Men kan in het boek duidelijk drie grote delen onderscheiden: 1-39; 40-55 en 56-66.
Jesaja 1-39
In de hoofdstukken 1-39 vinden we de authentieke uitspraken van de profeet. Maar in dit eerste deel worden ook recentere stukken opgenomen en de woorden van de profeet zijn soms sterk redactioneel bewerkt. Het beroemdst zijn de bundel Sionsprofetien, het Immanul-boek en de Apokalypse van Jesaja.
Jahweh de Heilige van Isral
Jesaja wordt terecht de profeet van het geloof genoemd. Zijn prediking is gegrond op de zekerheid dat Jahweh groot en machtig is. Hij beheerst de geschiedenis: de oorlogen waarmee de volken Juda bedreigen, heeft Hij zelf gepland. Alles is in zijn hand en daarom mag men de vijand niet vrezen. Men moet alleen op Jahweh vertrouwen en alle coalities van de hand wijzen. Elke coalitiepolitiek is een teken van gebrek aan vertrouwen in Jahweh en van afvalligheid. Voor de profeet is Jahweh de Heilige van Isral. Dit betekent dat Hij zijn volk beschermt, maar er ook een corresponderende heiligheid van eist. Vandaar het protest van Jesaja tegen het sociale onrecht dat gepaard gaat met een overdreven waardering van de cultus.
Jesaja 40-55
In de hoofdstukken 40-55 treffen wij een andere sfeer en situatie aan. Nu is de vijand niet meer Assur maar Babel, en de profeet, die in deze hoofdstukken aan het woord is, kondigt de bevrijding aan uit de Babylonische ballingschap. De bevrijder van de verbannen Judeers, de Perzische koning Kores, is zijn opmars begonnen, die zal leiden tot de val van Babel.
Deuterojesaja
De exegeten zijn er tegenwoordig algemeen van overtuigd dat de hoofdstukken 40-55 van een onbekende profeet afkomstig zijn, Deuterojesaja of Tweede Jesaja genoemd, die optrad rond het einde van de ballingschap. Sinds het einde van de negentiende eeuw zijn er exegeten die de hoofdstukken 56-66 vaak aan een derde profeet, Tritojesaja, toeschrijven, te situeren is in het Jeruzalem van na de ballingschap.
Koning Kores van Perzi
In enkele passages drijft Deuterojesaja de spot met de dwaze makers en aanbidders van afgodsbeelden. Ook in de disputen stelt de profeet de goddelijke soevereiniteit van Jahweh in het licht. Op basis hiervan besluit hij dat het welslagen van de Perzische koning Kores door Jahweh geleid wordt, met het oog op zijn heilsplan voor het uitverkoren volk. Deuterojesaja is dus een verdediger van het monothesme. Zijn verdediging staat echter in dienst van zijn boodschap over de naderende verlossing. Vanuit letterkundig oogpunt mag men hem beschouwen als een van de grootste dichters van het Oude Testament, wat ook blijkt uit de prachtige hymnen, die we op verschillende plaatsen in zijn werk aantreffen.
Lijdende dienaar Gods
Men heeft steeds een bijzondere aandacht gehad voor de passages 42,1-4; 49,1-6; 50,4-11; 52,13-53,12, waarin gehandeld wordt over een lijdende dienaar van Jahweh. De grote belangstelling voor deze teksten hangt samen met het feit dat de christelijke traditie in de dienaar een voorafbeelding heeft gezien van Jezus Christus. Er is veel discussie over de identiteit van de dienaar. Volgens sommigen is hij een symbool van het lijdende Isral, dat verlost zal worden. De individuele interpretatie telt echter meer aanhangers. Men denkt aan Mozes, Hizkia, de profeet Jeremia of Deuterojesaja zelf. Vaak ziet men in de dienaar een toekomstige heilsfiguur. In tegenstelling tot het eerder triomfantelijk messianisme, zou de profeet van de ballingschap verwachten dat het heil gerealiseerd zal worden door een lijdende profetische figuur, die na de vernedering verheerlijkt zal worden.
Jesaja 56-66
De hoofdstukken 56-66 bevatten een verzameling losstaande stukken, die waarschijnlijk van meerdere auteurs afkomstig zijn. Afgezien van misschien enkele elementen van vr de Babylonische ballingschap, zijn de meeste van deze teksten erna ontstaan. Ze zijn niet meer gericht tot een volk in ballingschap en er is ook geen sprake meer van een nieuwe Exodus of een tocht door de woestijn. Tritojesaja leeft met de realiteit van de tempel, al dan niet hersteld, en hecht veel belang aan de tempelcultus. Hij moet ook optornen tegen de diepe ontgoocheling die zich van vele teruggekeerde ballingen heeft meester gemaakt, omdat de mooie toekomst die Deuterojesaja had voorgespiegeld vooralsnog uitblijft. De restauratie verloopt niet zo vlot als men had gewenst en er zijn allerlei interne moeilijkheden, vooral wegens de conflicten tussen de terugkerende ballingen en degenen die in Juda waren achtergebleven. De profeet reageert tegen deze desillusie, door allereerst de zonde aan te klagen die er de oorzaak van is, en verder door te bevestigen en te herhalen dat het heil er zeker zal komen.
3a8082e126