Groetjes Gerdien
Gerdien,
Het woord katerstede of caterstede bestaat aleen nog in verbasterde
vorm als 'keuter' of 'keuterboer'. Het betreft dus een klein
boerderijtje.
In Oost Nederland kwam daar nog iets bij. Voor circa 1850 had je daar
de marken, privaatrechterlijke organisaties die al bestonden vanaf
circa 1300 of mogelijk al eerder.
De grote erven waren van voor circa 1300 en dus 'gewaard' in de marke,
dat wil zeggen ze hadden een 'waar' (aandeel) in de niet-ontgonnen
markegronden en de markebossen en stemrecht in de markeorganisatie.
Een marke was ongeveer zo groot als een huidige buurtschap.
Katersteden hadden geen 'waar' in de marke, omdat ze waren ontstaan
nadat de markeverhoudingen rondom 1300 of eerder onwrikbaar waren
vastgelegd en alle 'waren' verdeeld over de toen aanwezige erven.
Frans.
Hallo Joop,
Ik doe onderzoek naar dit soort rechten. Kan je mij vertellen, waar je
zit verhaal vandaan hebt.
Bij voorbaar dank en vriendelijke groet, Hein Vera
SJOUWKE
--
http://home.planet.nl/~sjouwke
Groninger Genealogy
S.G. Wolters-Nubé
ERICA, the Netherlands
Man to friend: "Exactly when was 'Have a nice day' replaced with
'Please visit our Web site'?" --Mike Shapiro
"Hein Vera" <hei...@wxs.nl> schreef in bericht news:38CEB4...@wxs.nl...
Dit soort 'verhalen' komt rechtstreeks uit de Markeboeken waar de rechten en
plichten van de (niet-)Markegenoten worden opgesomd.
Als je in referenties van getranscribeerde markeboeken geïnteresseerd bent,
laat het me dan weten.
Groeten,
Bart Lenselink (A.Len...@HetNet.nl)
Hein Vera <hei...@wxs.nl> schreef in berichtnieuws 38CEB4...@wxs.nl...
Ton
Sjouwke <sjo...@planet.nl> wrote in message
news:8ame1l$4je3l$2...@reader3.wxs.nl...
> Is in Drenthe algemeen bekend. Ik geloof zelfs dat het wordt verteld in
een
> folder van het openluchtmuseum Ellert en Brammert in Schoonoord (of
> Schoonloo? ik haal die 2 altijd door mekaar), in elk geval in de buurt van
> Rolde. Daar hebben ze plaggenhutten staan, als voorbeeld hiervan.
Inderdaad
> hetzelfde verhaal: je bouwde het in de nacht, het zag eruit als een soort
> van driehoek, een dak dat op de grond stond, bedekt met plaggen, klein
> raampje en een deur erin. En evenzo: als de schoorsteen rookte voor de
> ochtend viel, dan had je het recht erin te blijven wonen. Misschien een
> soort van gewoonterecht?
>
> SJOUWKE
>
> --
> http://home.planet.nl/~sjouwke
> Groninger Genealogy
> S.G. Wolters-Nubé
> ERICA, the Netherlands
> Man to friend: "Exactly when was 'Have a nice day' replaced with
> 'Please visit our Web site'?" --Mike Shapiro
>
>
> "Hein Vera" <hei...@wxs.nl> schreef in bericht
news:38CEB4...@wxs.nl...
A. Lenselink <bar...@hetnet.nl> schreef in berichtnieuws
eP1Tewkj$GA.300@net025s...
> Hein,
>
> Dit soort 'verhalen' komt rechtstreeks uit de Markeboeken waar de rechten
en
> plichten van de (niet-)Markegenoten worden opgesomd.
> Als je in referenties van getranscribeerde markeboeken geïnteresseerd
bent,
> laat het me dan weten.
>
> Groeten,
>
> Bart Lenselink (A.Len...@HetNet.nl)
>
> Hein Vera <hei...@wxs.nl> schreef in berichtnieuws
Waarover gaat je onderzoek overigens?
Groeten, Otto Knottnerus
Hein Vera heeft geschreven in bericht <38CEB4...@wxs.nl>...
>Joop Olminkhof wrote:
>>
>> Hallo allemaal,
>> Nu Frans het woord - marke- heeft genoemd het volgende. Wanneer men zich
>> gedurende de nacht in de marke een perceel afbakende en daarop een hut
>> bouwde en in de ochtend de schoorsteen rookte had men het recht verworven om
>> er te blijven wonen. Dat was het enige recht maar men kon er niet van
>> verjaagd worden. Joop.
>> -----Oorspronkelijk bericht-----
>
>Hallo Joop,
>
>Ik doe onderzoek naar dit soort rechten. Kan je mij vertellen, waar je
>dit verhaal vandaan hebt?
>Bij voorbaat dank en vriendelijke groet, Hein Vera
Hein,
Er bestaan diverse publikaties over markerechten, vooral - wat
Overijssel betreft - van de Ver. Overijssels Regt en Gesch. (VORG).
Zo heb ik zelf de publikatie (66 bladzijden) van A.L. Hulshof: "Het
markeregt van Losser", Drukkerij Zalsman - Kampen, (1967).
Het is een transcriptie van stukken uit het markeboek van Losser die
beginnen in 1433 en lopen tot 1670. Er staan ook weer vele andere
bronnen in.
Het is het Derde Deel, 25ste Stuk uit de Serie van de VORG:
"Overijsselsche stad-, dijk- en markeregten" Er zijn nog vele andere
delen over andere marken.
De Bibliotheek van de VORG is op dit moment ondergebracht bij de
Atheneumbibliotheek in Deventer, Klooster 12, Postbus 351, 7400 AJ,
tel. 0570 - 693 887.
Secretariaat van de VORG: mevr. drs. E.A. van Dijk, Postbus 1227, 8001
BE Zwolle.
De VORG brengt jaarlijks "Overijsselse Historische Bijdagen" uit.
Daarin is ook veel te vinden.
Andere relevante - maar al wat oudere - publikaties over de marken
zijn die van B.H. Slicher van Bath: "Mens en Land in de Middeleeuwen",
Assen (1944) en:
"Een samenleving onder spanning" (de preciese referentie weet ik
niet).
Groeten,
Frans Scholten.
>Is in Drenthe algemeen bekend. Ik geloof zelfs dat het wordt verteld in een
>folder van het openluchtmuseum Ellert en Brammert in Schoonoord (of
>Schoonloo? ik haal die 2 altijd door mekaar), in elk geval in de buurt van
>Rolde. Daar hebben ze plaggenhutten staan, als voorbeeld hiervan. Inderdaad
>hetzelfde verhaal: je bouwde het in de nacht, het zag eruit als een soort
>van driehoek, een dak dat op de grond stond, bedekt met plaggen, klein
>raampje en een deur erin. En evenzo: als de schoorsteen rookte voor de
>ochtend viel, dan had je het recht erin te blijven wonen. Misschien een
>soort van gewoonterecht?
Inmiddels zijn we wat afgedwaald van de oorspronkelijke vraag over
katersteden ofwel kotters. Dat geeft niet, maar ik wil wel op het
volgende wijzen:
Een kotter was weliswaar een kleine boerderij, maar beslist veel meer
dan een bewoner van een plaggenhut.
Er waren meestal wel enkele huttten in de marke, maar toch niet veel
meer dan een stuk of 5 tot 10. Bij zo'n hut hoorde meestal geen of
nauwelijks land, zodat men er uitermate armoedig leefde. Een
hutbewoner was dan ook gedwongen een andere inkomstenbron dan de
landbouw erop na te houden. De onverdeeld gebleven markegrond was niet
voor niets erg schraal en onvruchtbaar. Als je je daarop vestigde werd
misschien gedoogd dat je een klein stukje van deze markegrond
gebruikte, maar dat kon nooit veel zijn.
Veel hutjes waren na verloop van jaren geheel vervallen. Als de
bewoner was overleden, werd de hut vaak afgebroken. Dat was bij het
gedogen van de bouw ervan meestal al bedongen (daar ken ik een acte
van). Dat afbreken gebeurde trouwens lang niet altijd en kwam er na
het overlijden van de eerste bewoner toch weer een nieuwe bewoner.
Een kotter was beslist welvarender. Hij was ook een echte boer, die
kon leven van de opbrengst van zijn land, hoewel niet al te weelderig.
De naam wil eigenlijk vooral zeggen dat deze boer geen 'waar'
(aandeel) in de marke had. Meestal was zo'n kotter wel eigen baas en
had hij eigen land, vaak ongeveer 1/3 of 1/4 van de grote, gewaarde
erven. Men kon er - als het een beetje meezat - een fatsoenlijk
boerenbestaan opbouwen, van generatie op generatie.
Groeten,
Frans.
Maria Vörding
Hein Vera heeft geschreven in bericht <38CEB4...@wxs.nl>...
>Joop Olminkhof wrote:
>>
>> Hallo allemaal,
>> Nu Frans het woord - marke- heeft genoemd het volgende. Wanneer men
zich
>> gedurende de nacht in de marke een perceel afbakende en daarop een hut
>> bouwde en in de ochtend de schoorsteen rookte had men het recht verworven
om
>> er te blijven wonen. Dat was het enige recht maar men kon er niet van
>> verjaagd worden. Joop.
>> -----Oorspronkelijk bericht-----
>
>Hallo Joop,
>
>Ik doe onderzoek naar dit soort rechten. Kan je mij vertellen, waar je
>zit verhaal vandaan hebt.
>Bij voorbaar dank en vriendelijke groet, Hein Vera
gr.
Jan Krooshoop
On 14 Mar 2000 03:40:57 -0800, JJM.Ol...@hetnet.nl (Joop
Olminkhof) wrote:
>Hallo allemaal,
>Nu Frans het woord - marke- heeft genoemd het volgende. Wanneer men zich
>gedurende de nacht in de marke een perceel afbakende en daarop een hut
>bouwde en in de ochtend de schoorsteen rookte had men het recht verworven om
>er te blijven wonen. Dat was het enige recht maar men kon er niet van
>verjaagd worden. Joop.
>-----Oorspronkelijk bericht-----
>Onderstaande opvatting over bewonigsrecht van markegronden heeft een
>hardnekkig karakter. Niettemin blijkt uit diverse bronnen van
>markerecht dat inbezitneming van markegrond (al dan niet ten behoeve
>van bewoning) altijd werd gesanctioneerd, hetzij door een verbod met
>boeten, danwel door de eis tot schadeloosstelling van de gerechtigden
>in de marke.
>Ben derhalve benieuwd naar primaire bron(nen) waaruit de mythe van
>nachtelijk bouwen, gevolgd door rokende schoorsteen in de ochtend
>wordt bevestigd als legitime inbezitneming van markegrond.
>
>gr.
>Jan Krooshoop
>
Jan,
Ik geloof dat je helemaal gelijk hebt. Ik heb ook nog nooit de
primaire bronnen gezien waarom je vraagt. De mensen die in een hut
mochten wonen werden door de markeorganisatie gedoogd. Er werd soms
(vaak?) wel degelijk een contract opgemaakt waarbij een of andere vorm
van betaling werd vastgelegd.
Met name aan arme of verarmde mensen geboren in de bewuste marke,
waarvoor men dus een zekere verantoordelijkheid voelde, werd soms een
hut vergund. Ik heb al over een acte gesproken die een dergelijk geval
beschrijft en waarin uitdrukkelijk werd vermeld dat na de dood van de
bewuste persoon de hut zou worden afgebroken. Er werd zelfs vermeld
wie dan de eigenaar van het hout waaruit de hut was gemaakt zou zijn
of worden. Dit speelde rondom 1820 of zo.
Daarnaast ken ik een vermelding van iemand die rond 1755/1760 vermelde
in 'een vergunde hutte' te wonen. Er waren dus wel degelijk regels,
waaraan zelfs hutbewoners zich moesten houden.
Ik vrees dus inderdaad dat er voor het verhaal van 'hutten mochten
blijven staan als de schoorsteen binnen 1 nacht rookte" (een
'romantisch aandoend' verhaal dat ik ook al heel lang ken) niet al te
veel bewijs bestaat. Maar misschien komt iemand daar toch nog mee.
Frans Scholten.
>On Sat, 18 Mar 2000 02:35:50 +0100, Jan Krooshoop
><kr...@worldonline.nl> wrote:
>
>>Onderstaande opvatting over bewonigsrecht van markegronden heeft een
>>hardnekkig karakter. Niettemin blijkt uit diverse bronnen van
>>markerecht dat inbezitneming van markegrond (al dan niet ten behoeve
>>van bewoning) altijd werd gesanctioneerd, hetzij door een verbod met
>>boeten, danwel door de eis tot schadeloosstelling van de gerechtigden
>>in de marke.
>>Ben derhalve benieuwd naar primaire bron(nen) waaruit de mythe van
>>nachtelijk bouwen, gevolgd door rokende schoorsteen in de ochtend
>>wordt bevestigd als legitime inbezitneming van markegrond.
>>
>>gr.
>>Jan Krooshoop
>>
>
>
>Jan,
Om jouw en mijn standpunt over het ongeoorloofd neerzetten van hutten
op markegrond verder te ondersteunen hierbij een voorbeeld:
Vanavond vond ik toevallig het volgende verhaal uit:
"Veldnamen in de gemeente Denekamp", Uitgave Stichting Heemkunde
Denekamp, ISBN-nr 90-800723-2-X.
Op blz. 63 staat vermeld (door mij iets ingekort):
Bij de verdeling van de gronden van de marke Denekamp rond 1850 werden
de gebieden "de Kolonie" en "De Nijstad", samen zo'n 15 hectare door
de markeverdelingscommissie betemd om te worden bewerkt en gebruikt
(dus als akker of weiland) door de minvermogenden van Denekamp. Maar
wat gebeurde er?
Door de burgemeester van Denekamp werd oogluikend toegestaan dat door
deze minvermogenden op dit gebied hutten werden gebouwd, in totaal 7
stuks. Dit was tegen de zin van het markebestuur, dat dan ook tegen
deze gang van zaken in het geweer kwam.
Men besloot het bestemde gebied aan de meestbiedende te verkopen en de
opbrengst ervan te laten toekomen aan de armenbesturen van RK,
Protestantse en Israelische genootschappen van Denekamp.
Misschien ligt in dit voorval wel de sleutel tot de verschillende
inzichten die de deelnemers aan deze discussie naar voren hebben
gebracht. Het markebestuur wilde zeker niet dat zomaar hutten op
markegrond werden gebouwd. Markebesturen hebben hieraan vele eeuwen
streng de hand gehouden, behalve in uitzonderingsgevallen en dan nog
onder duidelijke voorwaarden, anders zou er na verloop van zoveel
eeuwen geen enkel stukje markegrond overgebleven zijn.
De nieuwe gemeentebesturen keken daar blijkbaar anders tegenaan. De
gemeente Denekamp is immers pas in 1818 ontstaan (Denekamp maakte
daarvoor vanaf 1811 deel uit van de gemeente Ootmarsum) en had
blijkbaar hele andere belangen en inzichten en had inmiddels ook
diverse taken van het markebestuur overgenomen. Het lijkt alsof juist
de relatief nieuwe organisatie - het gemeentebestuur als in het geheel
niet bij de marke betrokken en er vermoedlijk vrij onverschillig
tegenover staand - best zou hebben kunnen zeggen: "als de schoorsteen
van je hut voor het ochtendgloren rookt, knijpen wij een oogje toe".
In Denekamp is dat dus toch niet gelukt, maar mogelijk in andere
plaatsen wel, omdat het de periode was waarin de marken juist werden
opgeheven en er een onduidelijke overgangssituatie was ontstaan.
Als dat inderdaad zo zou zijn, stamt het 'verhaal van de rokende
schoorstenen' misschien als mondelinge overlevering uit de tjid dat
marken juist ophielden te bestaan en niet uit de eeuwen daarvoor
waarin zij volop functioneerden en streng toezicht hielden op ieders
rechten en plichten en ook boetes uitdeelden.
Met de kotters (waarmee deze discussie begon), die zich niet met
dergelijke huttenbouwerij bezighielden maar een gewone - hoewel kleine
- boerderij bouwden had dit niets te maken. Voor zover ik heb kunnen
nagaan werden de landerijen waarop die kotters zich vestigden steeds
officieel gekocht van het markebestuur, als dat in geldnood was, onder
andere ten gevolge van oorlogen. Ook kochten kotters wel een stuk
priveland uit een erf en vestigden zich dan daarop, met toestemming
van de eigenaar.
Groeten,
Frans.
Frans,
Nu je zo uitvoerig op mijn berichtje reageert, wil ik ook 'n duit in
de zak doen. Volgende passages uit de markeboeken van de resp. Twentse
marken Bentelo en Grote Boermarke (beiden landgericht Delden), zijn
m.i. illustratief voor de wijze waarop markebesturen reageerden op
klandestiene bouwsels.
18.8.1669 (holtink marke Bentelo)
"Dat offwel Henderick op den Vossenbelt syn vrouwen moeder ad vitam op
den voerschr. Vossenbelt is toegestaen te commorieren ende te woenen,
so isset dat voerschr. Henderick het voergaende consent abutierende,
bij dieselve gaet logieren; ende dan geconsideriert 't selve tot
praejudicie ende naedeel van die Marckte is redundierende, so hebben
die respectijve goetheeren verstaen, dat gemelte Henderick, nae
gedaene denunciatie ende interdictie der geswoerrene, binnen den tijdt
van twie maenden sal hebben te delogieren."
(HA Twickel, , markeboek Bentelo)
De strekking van deze passage is als volgt:
De schoonmoeder van Hendrik op den Vossebelt heeft vroeger van de
marke Bentelo toestemming gekregen om gedurende haar leven te wonen op
de Vossebelt. In afwijking van de afspraken is kennelijk nu haar
schoonzoon Hendrik bij haar ingetrokken, tot nadeel van de marke. De
goedsheren van Bentelo besluiten, dat Hendrik van daar moet
vertrekken, binnen twee maanden nadat hem dat is opgedragen door de
gezworenen van de marke.
Ook volgende passages (betreffende Grote Boermarke) spreken voor zich:
1550 september 23: Item bij den holtrichter unndt ghemeenen erffg.
voirss. is averkomen, dat men upten naesten holtinck durch den erffg.
itzlicken daertoe te verordennen omme alle nie angegraven landerien
toe besichtyghen, unndt wes men dan bevindt uthgegraeven unndt
uthgewruchtet van der Marcke buyten consent des holtrichters unnde
gemeenen erffg., wedder inne toe treden unndt voir ghemene Marcke toe
laten liggen.
1568 juni 1: Item van den holtrichter voirss. is gebaeden Johan ten
Spoelder mith sijnen adherenten, dat huesken staende bij den Wengele
zall voir desen toekomende sunte Johannis bij die pena van vier tonne
Bremer biers affgebroicken und dale gelecht worden.
1590 mei 15: In denselven holtinck is beslotten bij holtrichter unde
gemene erffgenhamen, dat niemantz mher behuisinge hebben unde holdenn
sall dan tott ein principaell meijer- und ein negendendeels- offte
lijfftuchtzhuiss; unnd sollenn oick geholden sijn dat ein ider geene
twie offte drie partijenn innhemen sall, bij verluis die daer bavennn
gefunden wordt; und so ferre dengeenen die in solcken bevonden wordt
gebrecket sal hebbenn nae soedanige ansage, bij die poene van vijff
olde schilde denn holrichter und erffgenaemen verfallenn, und sall
darna evenwall geholdenn sijn bij dubbelde poene aff tho breckenn und
tho ruymen binnen denn tijdt vann een maent nae datum dieses.
1624 juni 12: Ebenermaszen is resolviert das Gerdt ten Ottenhoffs
hauss binnen jaers solle von den platz brechen.
Holtink 1805 juli 13: Is gereesolveerd om markenrichter en
gecommitteerde goedsheeren te verzoeken en te authoriseeren om
voortaan, wanneer er onvermoogende boeren zijn, welken in eene hutte
moeten geplaatst worden, daartoe alsdan een plaats in de markte aan te
wijsen, zoo minmoogelijk tot imands naadeel. (n.a.v. problemen bij de
ontruiming van een hut bij het erve Satink, eigendom van O. Meiling,
welke hut voordien werd bewoond door wijlen Gerrit Satink en diens
vrouw; in de gecomm. goedsheren vergadering van 6 sept. 1807 werd
besloten om t.b.v. de ontruiming een advocaat in de arm te nemen.)
Holtink 1812 juni 16: aan de orde een rapport van de markerichter,
waarin o.m.:
Dat de bewoonder in de markenhutte no. [niet ingevuld], Steeven List,
aan de Schipvaart, daarbij een groot deel land van tien scheepels
gecultiveerd en vrugtbaar gemaakt heeft, waarvan goedsheeren en
erfgenaamen de lasten en verpondinge nu moeten betaalen blijkens
biljet, vermeend de markenrichter aan goedsheeren en erfgenaamen te
moeten voordraagen om van den bruyker Steeven List eene billijke
jaarlijkse huur ten voordeelen deezer marke te laaten betaalen, ofwel
jaarlijks het derdedeel zijner gewassen ten voordeele te verkoopen. En
daar het door hem gecultiveerde land genoegsaam groot tot zijn
onderhoud is, hem geene aangraavingen meer te permitteeren.
[Goedsheeren besluiten dat een commissie hierover rapport moet
uitbrengen.]
Holtink 1816 juni 19: Op het rekest van J. Essen om vergunning voor
het oprichten van een hut in de marke, wordt hem dit toegestaan en
worden gecommitteerden benoemd "om een geschikte plaats in de markt na
de Oelerzijde daartoe aan te wijzen, vooral erbij te observeren dat
zij tot niemands prejudicie kome, met magt na bedrag van zaken,
daartoe een of twee mudden gezaais veldgrond te bepalen.
Holtink 1816 juni 19: Op het derde punt van middelen te beramen tegen
de willekeurige handeling van Jan Mulder uit Delden, welke zich met
zijn gezin in eene hut neergezet heeft aan de weg na 't erve Nijland
in de Groote Boerenmarke, is eenparig besloten van hem te doen
aanzeggen door twee gezworens dezer marke, van binnen acht dagen na
dato dezes of der aanzage, de gemelde hut weg te breken of te
removeren; en zal in cas van nalatigheid en verzuim vandien, de
verw.markenrichter hem dezelve doen removeren binnen den tijd van
veertien dagen na dato dezes.
Holtink 1818 september 14: Is eenparig geresolveert om door den
marktenboode Bos aan Jannes Vaarhorst alsnog te doen aanzeggen om
binnen den tijd van acht dagen, te rekenen na dato dezes, de
opgeslagen hut verder weg te breken en de grond ter dispositie van
goedsheeren en erfgenamen te stellen; doch zoo onverhoopt aan die
opzage niet voldaan wordt, zijn bij dezen gecommitteerd en
geauctoriseerd geworden met magt van substitutie en belofte van
schadelooshouding en onder vrijwaring als naar regten, de
verwalter-erfmarkenrichter en de heeren O. Meijling, Averink en Groll,
om de hut door voorn. Jannes Vaarhorst in de markt opgeslagen, onder
assistentie der gezwoorens dezer markte omverre te doen halen, alles
binnen den tijd van veertien dagen na dagteekening dezer.
Holtink 1820 september 21: In deliberatie gebragt op welke wijze men
best de willekeurige handeling van Jannes Vaarhorst, die kort bij het
erve Rikkerink eene hut in het gemeene veld opgeslagen heeft, zal
kunnen tegengaan. Hierop is besloten .... om aan meergenoemden Jannes
Vaarhorst door den markenbode Bos te doen aanzeggen, van binnen acht
dagen na datum dezer de opgeslagene hut weg te breken en de grond te
ontruimen, .... om voormelden Vaarhorst, indien aan die aanzage niet
voldaan worde, daartoe geregtelijk te vervolgen en ten dien einde bij
de regtbank te Almelo eenen practesijn aan te stellen ...... De
verwalter erfmarkenrichter is wijders gemagtigd, des verkiezende, aan
Jannes Vaarhorst jaarlijks tien guldens uit de markencas te schieten,
tot wederopzeggens toe, zonder daartoe eenigermate gehouden te willen
zijn, uit aanmerking voor zijnen ziekelijken toestand alleen, en
zonder eenige consequentie voor het vervolg.
(HA Twickel, markeboek Grote Boermarke)
gr.
Jan Krooshoop