Ger Christiaanse
http://members.xoom.com/christiaanse/
Interessante informatie hierover is te vinden in de vijfdelige reeks
'geschiedenis van het katholicisme in noord-nederland in de zestiende en
zeventiende eeuw' van L.J. Rogier, uitg. Elsevier, Amsterdam/Brussel, 1964.
Deze serie is vaak nog voor een prikkie te koop bij De Slegte.
In deel 4 op blz. 780 staat het voor jou interessantste stukje:
'Aartspriesterschap Rijnland ..... De enige stad van dit district is Leiden;
zij heeft acht staties, nl. 1. Appelmarkt (S.-Willebrord, sec.), 2.
Sint-Jorissteeg (S. Bonifacius, sec), 3. Hooigracht (Fredericus en Odulphus,
sec.), 4. Pieterskerkgarcht (jez.), 5. Bakkerssteeg (S.-Dominicus, dom.), 6.
Kuiperssteeg (O.L.V. Onbevlekt Ontvangen, franciscanen), 7. Utrechtseveer
(Vlaamse karmelieten), 8. Haarlemmerstr. (O.L.V. Hemelvaart, Franse
karmelieten). [dit gaat over de situatie in 1701].
Mogelijk dat er ook in de Leidse jaarboekjes het e.e.a. over verschenen is.
Succes met het verdere uitzoeken.
Gerard Straathof
G. R. Christiaanse <g.r.chri...@chello.nl> schreef in berichtnieuws
8biukt$g6g$1...@weber.a2000.nl...
Ik las in de nieuwsgroep Genealogie dat Gerard Straathof je in zijn reactie
verwees naar de historicus Rogier, maar dat materiaal is nogal gedateerd en
is er sindsdien veel meer bekend over die schuilkerken in Leiden.
Die kerk de 'De Zon', in de volksmond naar de Franse paters die pastoor
waren ook wel 'Mon Pere' genoemd, is begonnen in het huis van Maria Droogh,
de weduwe van Jan Adriansz Gael. Veel patricierfamilies in Leiden zijn
altijd katholiek gebleven, onder wie ook een tak van de bekende familie
Gael.
Jan Gael en zijn zuster Alida (getrouwd met de schilder Johannes van Swieten
weer verwant met de nog beroemdere schilder Jan Steen) bewoonden een pand
(Le Soleil d'o'r genaamd) aan de Haarlemmerstraat.
Op hun zolderkamer is in 1654/56 de ongeschoeide Carmeliet Bertius met een
kerkje begonnen speciaal voor de vele Frans sprekende rk immigranten (onder
wie Selier-Serlier-Sarlier-Charlier) in Leiden. Bertius (bevriend met de
familie Gael) was een bekende in Leiden en verbonden aan de universiteit
(over hem is niet zo lang geleden een studie verschenen). Maar als
remonstrant werd hij weggewerkt en hij vertrok in 1620 naar Frankrijk. Daar
werd hij katholiek en een zoon van hem vervolgens ongeschoeid Carmeliet (een
missie bedrijvende kloosterorde). Eigenlijk moesten de al langer bestaande
kerken van de wereldheren (Appelmarkt en Utrechtse Veer) de Frans sprekende
rk migranten bedienen maar daar kwamen ze niet goed aan toe (de ene statie
was verlopen en de pastoor van de andere, Duck genaamd, heette meer
geinteresseerd te zijn in rijken dan in armen). Toen is er een brief
geschreven door pater (carmeliet) Vincent Stalpaert van der Wielen die
tijdelijk werkte bij een van de staties, ondertekend door enkele notabelen
onder wie bekende drapiers of er niet een aparte kerk kon komen voor die
vele Waalse rk immigranten. Dat verzoek werd gehoneerd door de Apostolisch
Vicaris De La Torre (toen hoofd van de katholieke kerk in de Republiek die
toen als missiegebied werd beschouwd) en toen de carmeliet Bertius er van
hoorde verzocht hij of hij als missionaris die kerk mocht gaan bedienen. De
Franse ongeschoeide Carmelieten kregen toen door Rome Leiden als
missiegebied toegewezen. Sindsdien is die statie (parochie) door Franse
paters gerund. Na 1720 ging die statie achteruit omdat er alsmaar Franse
paters bleven komen die nauwelijks Nederlands spraken terwijl die
immigranten geintegreerd raakten en geen Frans meer verstonden (ik heb
daarover geschreven).
Het bleef al snel niet bij die zolderkamer want er werden belendende panden
opgekocht en er werd geleidelijk een flinke kerk getimmerd. De term
schuilkerk is dan ook meer een vondst vanuit de latere katholieke
emanicapatiepropaganda. Rk diensten mochten toen niet publiek opvallen maar
er hoefde ook toen niets verborgen te worden, althans alles was bekend en
werd doorgaans toegelaten/gedoogd.
Over die geschiedenis is veel bekend, o.a. al door Bertius en Stalpaert van
der Wielen zelf beschreven. Ook over die andere staties (parochies) is
materiaal. Ik kan je daarover literatuur geven. Maar een goed begin zou het
boekje 'Inventarissen van Leidse parochie- en statiearchieven 1650-1887'
kunnen zijn, te koop in het GA van Leiden.
Indien je me enigszins gerichte vragen stelt, wil ik ook wel proberen die te
beantwoorden.
Frits Selier
Wie meer informatie zou tegenkomen over ene hierinvermelde Robbert
Barteloot/ Robert Berteloot uit Bailleul en voorkomend op de poorterslijsten
van Leiden mag ze me gerust doorgeven. Voorlopig kan ik hem nergens linken
en vind ik niet meer afstamming.
Ik ben tot wederdienst bereid.
Dank en vg,
Johan