In 1767 wordt Hendrik Trant verbannen uit IJsselstein "om nooit ende
nimmer meer terug te keren", zoals het in het vonnis staat. Nu is de
vraag, of zo'n verbanning ook stand heeft gehouden nadat de wetten
door Napoleon werden hervormd. Zou het denkbaar zijn dat Hendrik na
1811 weer terug kon keren naar zijn vroegere woonplaats? Of waren de
delicten (valsheid in geschrifte en incest) daarvoor te erg? Of heeft
de zwaarte van de strafbare feiten er niets mee te maken?
Groeten van Richard
Ook tijdelijke verbanningen waren wel eens minder tijdelijk dan
voorgeschreven. Op 9 april 1789 wordt Bastiaan van der Vin in Gouda voor
vier jaar verbannen uit Holland en Westfriesland.
Toch overlijdt hij in juni 1790 in zijn woning op de Raam te Gouda.
Zo maar twee voorbeelden, die gemakkelijk uitgebreid kunnen worden met
meerdere. Soms werden overtreders van de 'banstraf' opnieuw bestraft
voor deze overtreding. Maar lang niet altijd; in het eerste geval kon de
verbanneling zelfs weer in het openbaar optreden zonder enig risico.
Jan Lafeber
www.lafeber.info
Daniel Danielsz Tavenier, geboren en wonend te Leiden, wordt in 1679
levenslang verbannen uit Holland en West Friesland "wegens mishandeling van
zijn vrouw en zijn kind als gevolg waarvan het kind is komen te overlijden".
Misschien kende hij de grenzen van Holland niet, maar op 19-10-1681 wordt
zijn tiende en tevens laatste kind gedoopt in Amsterdam.
Helaas heb ik (nog?) geen overlijdensgegevens van Daniel, dus of hij is
teruggekeerd naar Leiden, is me niet bekend. Zijn gezin was in elk geval
ruim vòòr 1693 terug in Leiden.
Joke Boot
Ik ben het overigens met Jan Lafeber eens dat de handhaving van de straf
een andere zaak was. Ik heb zo en passant wel voorbeelden gezien van
verbannenen die na terugkeer ontdekt zwaar gestraft werden, maar dat
hield dan vaak verband met nieuwe misdaden.
Overigens en dat is wel ironisch, was Ijsselstein van de steden waar
vervolgden een goed heenkomen konden vinden: IJSWIJT-HOFSTRA, MARIJKE.
Wijkplaatsen voor vervolgden. Asielverlening in Culemborg, Vianen,
Buren, Leerdam en IJsselstein van de 16de tot eind 18de eeuw.
Dieren : Bataafsche Leeuw, 1984. Orig. blue boards, gilt. With
dustjacket. 244 pp., 18 ills. in b/w. and inserted an English summary, 2
pp.; 25 cm. - (d.j. sl. discoloured, although very good). ISBN:
9067070440. Gewicht/Weight: 890 grs.
vr.gr. Hein Vera
>>
> Er zijn meerdere voorbeelden van "eeuwige" verbanningen, die niet zo
> eeuwig bleken te zijn.
> In 1807 werd bijv. Gerrit Boot in Gouda veroordeeld tot geseling,
> brandmerking, 12 jaar tuchthuisstraf en eeuwige verbanning.
> Dat verhinderde niet, dat hij in 1821 als getuige in Gouda optrad bij
> het huwelijk van zijn neefje.
>
Dit bericht behoeft enige bijstelling. De bewering klopt wel, maar de
onderbouwing deugt niet.
Niet deze Gerrit Boot was getuige bij het huwelijk in 1821 maar zijn
naamgenoot en oom (een halfbroer van zijn vader) was in dat jaar
getuige. Deze tweede Gerrit zou overigens nog in datzelfde jaar 1821
overlijden.
De veroordeelde Gerrit Boot was al veel eerder overleden, nl. op 2 mei
1814, maar wel in Gouda, waar hij dus - ondanks zijn eeuwige verbanning
- toch was teruggekeerd.
Met dank aan Joke Boot, die mij op het juiste spoor zette.
Jan Lafeber
www.lafeber.info