Google Groups no longer supports new Usenet posts or subscriptions. Historical content remains viewable.
Dismiss

Sprundel: veel voorkomende achternamen en hun oorsprong

628 views
Skip to first unread message

Erica

unread,
Jul 27, 2002, 11:22:23 AM7/27/02
to
Bron: http://www.rucphen.nu/ (onder kerkdorpen en dan Sprundel)
of http://www.rucphen.nu/hsprundel9921980main.html en
http://www.rucphen.nu/hsprundelachternamenmain.html

De eerste bewoning
De oorlog van 1672 -1678 (La guerre de Hollande)
De negenjarige oorlog 1688 -1697
De Spaanse successie-oorlog 1701 -1713
De Oostenrijkse successie-oorlog 1740 -1748
Van de inval der Fransen in 1793 tot herstel van de onafhankelijkheid in
1813

De eerste bewoning

Sprundel is de oudste woonkern van onze gemeente. Men mag in redelijkheid
aannemen dat Sprundel al meer dan 1.000 jaar wordt bewoond. In het boekje:
"Sprundelheim, een der oudste plaatsen van West-Brabant" (gemeente-uitgave
1984), worden verschillende argumenten genoemd die tot deze conclusie
leiden.

Over de eerste eeuwen van die bewoning is weinig bekend. De eerste
nederzetting was volgens de schenkingsakte van de abdij van Thorn van 992
een "castellum", vermoedelijk ontstaan uit de behoefte aan een plaatselijke
verdediging. Het woord "castellum" (kasteel) is een verkleinwoord van
"castra" en betekent oorspronkelijk "kleine legerplaats", terwijl het woord
Sprundel vermoedelijk afgeleid is van "sperren" (versperring) en de
plaatsnaam Sprundelheim wijst op een zeer vroege bewoning (10e eeuw). Deze
kleine legerplaats groeide uit tot een domein, waar horigen het land
bebouwden en vrije mannen hun militaire en andere diensten voor de landsheer
verrichtten.

Dit mag worden afgeleid uit een tweetal akten:
1. de akte van 1198 waarin hertog Hendrik I van Brabant het land van Breda
in leen geeft aan Godfried van Schoten "met uitzondering van onze
dienstlieden en het leengoed van onze dienstlieden en van onze vrije mannen"
(tot die uitzondering behoorde o.m. het gebied van
Sprundel-onder-den-hertog).

2. de akte van 1351 waarin aan de Norbertinessen van Catharinadal te Breda
(thans te Oosterhout), gronden worden geschonken, gelegen in het Hoelmaer
(Heulmeer) "prenominatam villam de Sprundele' (= vroeger het domein van
Sprundel genoemd), en gelegen boven "Halmaer in parochia de Sprundele".

Het gebied van dit domein was derhalve veel groter dan het huidig
grondgebied van het dorp Sprundel. Het is vermoedelijk gelijk geweest aan
het oude grondgebied van de Sprundelse parochie die zich in het noorden
uitstrekte tot boven het Heulmeer (de Heul) en in het westen tot de
Langendijk. Dit betekent dat ook het grondgebied van de huidige dorpen St.
Willebrord, Rucphen en Schijf destijds tot het domein hebben behoord.

Ten tijde van de turfnering (1300 -1500) was Sprundel volkrijk en
bloeiende. Het dorp lag in het midden van vele moeruitgiften. In 1297 werd
ten noorden van het dorp rond 900 ha moergrond uitgegeven aan het St. J
anshospitaal in Brugge. Het gebied kreeg later de naam van Monnikenmoer,
waarin de Kriekenvaart en de Kibbelvaart werden gegraven voor het afvoeren
van de turf. Ten zuiden van het dorp vonden nadien verschillende
moeruitgiften plaats in het gebied van de Oude Vossenbergsche vaert (thans
Oude Turfvaart), die van het Hopmeir (thans de Zwarte Blik) en het
Bakkersmeer via de Zandspui naar de Leur liep. Nog meer zuidelijker lag het
gebied van "de 400 bunder" (520 ha) nabij de Lokker dat in 1408 werd
uitgegeven.

Na het afgraven van de turf, in feite roofbouw, trad het verval in, gevolgd
door de Tachtigjarige Oorlog (1568 -1648). Het inwonertal liep terug. Het
dorp kreeg, omdat het gelegen was aan de grote heerbaan van Breda naar
Bergen op Zoom, extra veel te lijden van doortrekkende troepen krijgsvolk
dat allerlei zaken vorderde, zoals haver en hooi voor de paarden en brood,
vlees en bier voor de soldaten en alles zonder passende betaling. In 1583
was het zelfs zo erg geworden dat alle inwoners op de vlucht sloegen voor de
plunderende troepen van de Franse veldheer Biron, die met Hollandse troepen
streed voor de prins van Oranje. Het dorp was toen totaal verlaten en het
duurde verschillende jaren voordat men van lieverlee weer terugkwam.

In het visitatie-rapport van 1628 wordt het aantal communicanten op 270
gesteld op 400 inwoners. Er was dus in de afgelopen 20 jaar geen
bevolkingsgroei geweest, maar een bevolkingsdaling. Een van de oorzaken is
vermoedelijk de pest geweest. In 1625 heeft de pest in elk geval in Sprundel
geheerst, zoals blijkt uit het begraafboek van de parochie. Met de vrede van
Munster in 1648 kwam er een einde aan de Tachtigjarige Oorlog, maar de
vredesbepalingen waren voor onze streek zeer ongunstig. Het oude hertogdom
Brabant, eens het meest vooraanstaande gewest in de Lage Landen, werd in
tweeėn gedeeld overeenkomstig het oude recept van de overwinnaar: divide et
imp era (verdeel en heers).

Het noordelijk deel (Noord-Brabant) kwam bij de Republiek der Verenigde
Nederlanden en werd als generaliteitsland door de Staten Generaal bestuurd.
Het werd voortaan StaatsBrabant genoemd in tegenstelling tot het zuidelijk
deel (Brabant in Belgiė) dat als onderdeel van de Zuidelijke Nederlanden in
Spaans bezit bleef en daarom Spaans-Brabant ging heten. In Staats-Brabant
werd de uitoefening van de katholieke godsdienst bij plakkaat van 16 juni
1648 verboden en mochten katholieken geen openbare ambten meer vervullen. De
priesters moesten terstond het land verlaten. Dit betekende voor de
katholieken in deze streek en met name ook voor Sprundel, waar bijna
iedereen katholiek was en men niets van de nieuwe leer moest hebben, een
leven van onderdrukking en uitbuiting.

De ellende die daardoor over de bevolking kwam, werd nog eens extra
verzwaard door de vier oorlogen die tussen de Munsterse vrede van 1648 en de
Franse Revolutie in 1793 in deze streken werden gevoerd tussen de Republiek
en Frankrijk. Deze oorlogen waren:
1. de oorlog van 1672 -1678 (la guerre de Hollande), beėindigd met de vrede
van Nijmegen.
2. de negenjarige oorlog van 1688 tot 1697 met de vredestractaten van
Rijswijk als slot.
3. de Spaanse successie-oorlog van 1701 tot 1714, besloten met de vrede van
Utrecht.
4. de Oostenrijkse successie-oorlog van 1740 tot 1748 waaraan met de vrede
van Aken een einde kwam.

In al deze oorlogen probeerde Frankrijk zijn gebied naar het noorden uit te
breiden, vooral in de Zuidelijke Nederlanden. De Republiek verzette zich
daartegen, omdat zij haar zelfstandigheid bedreigd voelde. Zij wenste
Frankrijk wel als vriend, maar niet als buur. Gevolg van dit alles was, dat
het grondgebied van de Zuidelijke Nederlanden en van StaatsBrabant telkens
het slagveld vormde waar deze oorlogen werden uitgevochten met alle ellende
van dien voor de daar wonende bevolking, vooral die van het platteland.

We gaan met opzet wat dieper op deze oorlogen in, omdat zij vanwege de vele
vorderingen en door het uitbreken van besmettelijke ziekten een zeer
nadelige invloed hadden op de groei van de bevolking.

De oorlog van 1672 -1678 (La guerre de Hollande)

De Franse koning Lodewijk XIV, bijgenaamd de Zonnekoning en bekend om zijn
uitspraak "l'état c'est moi" (de staat dat ben ik), was getrouwd met Maria
Theresia van Spanje, dochter van Philips IV koning van Spanje en de
Zuidelijke Nederlanden die na de Munsterse vrede bij Spanje waren gebleven.
Maria Theresia had bij haar huwelijk met de Franse koning een bruidsschat
van 9 miljoen francs toegezegd gekregen. Daarbij was bedongen dat zij
afstand zou doen van haar aanspraken op de Spaanse erfenis in de Zuidelijke
Nederlanden. Maar de bruidsschat werd niet voldaan en daarom eiste de
Zonnekoning uit naam van zijn vrouw de Zuidelijke Nederlanden op. In 1667
wist hij verschillende gebieden in Vlaanderen te veroveren, doch door "de
Triple Alliantie" tussen Engeland, Zweden en de Republiek moest hij zijn
veldtocht staken.
In 1670 wist de Zonnekoning Engeland over te halen tot het sluiten van een
geheim verdrag, het verdrag van Dover, waarin werd overeengekomen dat
Engeland de Franse koning zou steunen wanneer deze met zijn leger de
Republiek binnenviel. Als beloning zou Engeland de Schelde-monding met het
eiland Walcheren en de Maas-monding met Goederede en Voorne, alsmede
jaarlijks E 250.000,-- krijgen. In artikel 5 van het verdrag stond
"mortifier l'orgueil des Etats-Généraux des provinces unies des Pays-Bas"
(het vernederen van de trots der Staten-Generaal van de verenigde provincies
der Nederlanden). De republiek was door de VOC (Verenigde Oostindische
Compagnie) schatrijk en trots geworden en in Engeland was men de tocht naar
Chattam van Michiel de Ruijter in 1667 nog niet vergeten.

In 1672 brak de oorlog uit. Sterke troepen van de Franse koning, aangevoerd
door bekwame veldheren als Turenne en Condé, rukten in korte tijd via de
Zuidelijke Nederlanden op langs de Maas en vielen het grondgebied van de
Republiek in het oosten binnen. Verschillende steden aan de IJssel alsmede
Utrecht kwamen in Franse handen alsook de plaatsen Naarden en Woerden.
Alleen de Hollandse waterlinie hield hen nog tegen. Raadspensionaris Jan de
Wit werd verweten dat hij, in tegenstelling tot de vloot, het leger had
verwaarloosd. Het volk kwam in opstand en Jan de Wit werd tesamen met zijn
broer Cornelis de Wit op 20 augustus 1672 in Den Haag vermoord.

Het jaar 1672 zou als "het rampjaar" de geschiedenis ingaan: "de regering
was radeloos, het volk redeloos en het land reddeloos".

Intussen was prins Willem III tot stadhouder uitgeroepen. Hij zag kans het
leger van de Republiek te versterken. In het najaar van 1672 waagde hij een
tegenaaval, daarbij gesteund door de landvoogd van de Zuidelijke
Nederlanden. De prins verzamelde rondom Roosendaal 23.000 man (18.000
ruiters, 2.000 dragonders en 3.000 man infanterie), die hij op 7 november
1672 inspecteerde. Met deze troepen onder bevel van prins Maurits en graaf
van Waldeck vertrok hij daags daarna over Hoogstraten, Kasterlé en Peer naar
Maastricht, waar hij de stad ontzette. Het was slechts een tijdelijk succes,
want in de winter van 1672 -1673 moest hij zijn troepen terugtrekken, toen
de Fransen over het ijs van de waterlinie verder oprukten.

Deze veldtocht betekende voor de inwoners van deze streek, met name ook voor
Sprundel en Voorne, Rucphen en Zegge, niet alleen de ellende van
inkwartiering van "graven, cornellen en andere curaciers", troepen van het
regiment van prins Maurits, van graaf Waldeck en van de kolonellen Horenberg
en Lanooy, maar ook het verrichten van veel legerdiensten.

Zo werd aan Antonie Adriaans Tack en Adriaan Adriaans Schijvenaars, 185
gulden uitbetaald voor karrevrachten "toen het leger naar Vlaanderen, Venlo
en Roermond trok en wederom kwam, waardoor genoemde voerlieden voor den tijt
van 116 dagen weggeweest zijn ". Ook werden verschillende bedragen betaald
om inkwartiering af te kopen. "Op 9 januari 1673 uitkoop moeten doen aan
graaf van Stierum, alsoo deselve ons woude inquartieren: 60 gulden", aldus
een specificatie van krijgslasten uit het oud-archief van de heerlijkheid
Voorne. Maar het bleef niet bij deze éne veldtocht.

Op het eind van 1673 trok de prins opnieuw met een versterkt leger via de
Moerdijk naar het zuiden. Hij wist zelfs door te stoten tot Bonn, waar hij
het Franse arsenaal veroverde. De Franse troepen die vreesden afgesneden te
worden van hun bevoorradingslijnen, trokken zich toen uit Utrecht en andere
delen in het oosten van ons land terug. In 1675 volgde een derde veldtocht.
Weer verzamelde de prins rond Roosendaal een groot leger (30.000 man),
waarmee hij op 24 mei 1675 oprukte naar Duffel.

Bij al deze veldtochten gold het aloude gebruik, dat de legers zoveel
mogelijk ten koste van de bevolking moesten worden onderhouden. Maar de
zandgronden van Noord-Brabant waren een uiterst schraal en dunbevolkt
gebied, waar voor een leger weinig te halen viel. Daarom kon een enigszins
sterke troepenmacht er slechts korte tijd vertoeven, omdat de daar aanwezige
levensmiddelen en fourage snel verbruikt waren. Het laat zich verstaan hoe
slecht de bevolking in deze streek er aan toe was, als deze legereenheden
zich in hun dorp voor korte of iets langere tijd samentrokken en alle
beschikbare etenswaren en fourage vorderden.

Voor de heerlijkheid Voorne was de schade in de zes jaren dat de oorlog
duurde, opgelopen tot rond f. 5.000,-, hetgeen naar de huidige waarde van
het geld is te stellen op ongeveer een half miljoen. Voor de kleine
heerlijkheid Voorne die in 1810 maar 136 inwoners telde, een zeer hoog
bedrag.

De negenjarige oorlog 1688 -1697

De Franse koning Lodewijk XIV die bij de vrede van Nijmegen in 1678
gedwongen was zijn troepen terug te trekken uit het grondgebied van de
Republiek, zon op wraak en tien jaar later verklaarde hij de Republiek
opnieuw de oorlog. Weer kregen de dorpen van Staats-Brabant de last van
inkwartiering en andere oorlogsellende te dragen. In het archief van de
heerlijkheid Voorne zijn echter weinig gegevens over deze oorlog te vinden.
Maar het begraafboek van de Sprundelse parochie vermeldt in 1696 wel 33
doden en in 1697 16 doden of 25 gemiddeld in die twee jaar, een zeer hoog
sterftecijfer bij +/- 650 inwoners. Gebrek aan goede voeding en het
uitbreken van besmettelijke ziekten, in die tijd de vaste gezellen van de
oorlog, zijn aan die hoge sterftecijfers niet vreemd geweest.

De Spaanse successie-oorlog 1701 -1713

Deze oorlog ontstond als gevolg van het kinderloos overlijden van de Spaanse
koning Karel II in 1700. Deze had bij testament alle Spaanse bezittingen
waaronder ook de Zuidelijke Nederlanden vermaakt aan de kleinzoon van de
Franse koning Lodewijk XIV en Maria Theresia van Spanje. Maria Theresia was
een halfzuster van Karel II.

De Duitse keizer, die getrouwd was met Margareta Theresia van Spanje, een
halfzuster van Maria Theresia, nam hiermee geen genoegen. Stadhouder Willem
III wist met de Duitse keizer en met Engeland een verbond te sluiten tegen
de Zonnekoning. Zo ontstond de Spaanse successie-oorlog: opnieuw een
betwisting van het erfrecht op de Zuidelijke Nederlanden. De Duitse keizer
benoemde tot opperbevelhebber van zijn troepen prins Eugenius van Savoye en
Engeland zond John Churchill, hertog van Marlborough, met een
expeditie-leger naar de Nederlanden, waar intussen de Franse troepen in een
wijde boog om de zuidgrens van het grondgebied van de Republiek stonden
opgesteld.

In 1703 vond ten noorden van Antwerpen de slag van Ekeren plaats, waarbij
het Staatse leger een onverwachte nederlaag leed door de grote overmacht van
de Franse troepen. Men sprak in de Republiek over "de desastre van het leger
bij Eeckeren". Door deze oorlog waarbij deze streek in feite slagveld was,
kregen de inwoners van dit gebied het zwaar te verduren. Zo ook de inwoners
van Sprundel en Voorne. Nu eens was hun dorp in handen van de Franse troepen
dan weer werd het in bezit genomen door het Staatse leger. En telkens werd
de bevolking geprest de vele inkwartieringen te dulden alsmede hooi en
haver, kaas en bier te leveren en tal van legerdiensten te verrichten.

Alsof dit alles nog niet genoeg was, eisten de Fransen betaling van een
grote som geld (contributie) tot afkoop van hun recht tot plundering en
platbranden en vorderden de Staatsen naast de normale leveranties voor het
leger de extra-levering van palissaden, vacijnen en staken of piquetten ter
versterking van de verdediging der vesting Bergen op Zoom. Een regiment
Engelsen, gelegen op de Molenheide in Rucphen, kwam op een nacht Voorne
binnen en beroofde "de huislieden met gewelt van bed en bult, schapen,
kalveren, hoenders, hooi en strooi, eten en drinken zodat die lieden niet
meer en hadden" aldus vermeldt de borgemeester van Voorne in zijn
"Specificatie van geleden schade sedert de jaere 1702 tot 1706".

Om de "geijste contributie van de koningen van Vranckrijk ende Hispaniėn" te
kunnen betalen werd een extra-omslag over de verponding geheven. Voor Voorne
bedroeg deze oorlogsschatting een verhoging van 10 stuivers per pont schots
(50 cent per gulden grondbelasting). In feite betekende dit dat er jaarlijks
betaald moest worden: 449 gulden, 12 stuivers en 8 duiten. Daarbij kwam
"tnegentich gulden en twee stuivers van rentmeester van Beeck te Breda" als
buitengewone omslag op de tienden, toekomende aan mevrouw abdisse van Thoor
om de Franse contributie mee te betalen; totaal derhalve een som van bijna
600 gulden. Het geld moest betaald worden aan de Ontvanger-generaal te
Maubeuge en dat gedurende al de jaren dat de oorlog duurde. De
oorlogsschatting eiste zodoende een som van f. 600,- maal 13 is f. 7.800,-
(thans rond f. 780.000,-) van de kleine heerlijkheid Voorne naast alle
andere vorderingen en diensten.

Hieronder een afdruk van de kwitantie van de Ontvanger-generaal te Maubeuge
van 14 februari 1713 betreffende de afdracht van de 3e termijn 1712 door de
inwoners van Worinsent ten bedrage van 81 gulden, 9 stuivers en 6 duiten.

In 1713 werd de vrede van Utrecht gesloten waarbij de Zuidelijke Nederlanden
niet aan Frankrijk maar aan de Oostenrijkse keizer werden toebedeeld. Men
sprak nadien over "de Oostenrijkse Nederlanden".

De Oostenrijkse successie-oorlog 1740 -1748

De oorlog die na de Tachtigjarige Oorlog de meeste ellende in deze streek
zou brengen, was de Oostenrijkse successie-oorlog die in 1740 uitbrak. Na de
dood van de Oostenrijkse keizer Karel VI, heer van de Zuidelijke
Nederlanden, ontstond er opnieuw twist over de erfopvolging. Karel VI had
zijn dochter Maria Theresia, de latere keizerin van Oostenrijk en Hongarije,
als erfgename aangewezen maar verschillende vorsten waaronder de Franse
koning Lodewijk XV, betwistten haar erfrecht. De Franse troepen onder bevel
van generaal graaf van Lowenthal vielen opnieuw de Zuidelijke Nederlanden
binnen. In 1746 wisten zij Brussel en kort daarna ook Antwerpen te
veroveren.

Het jaar daarop vielen zij het grondgebied van de Republiek binnen en konden
na een belegering van twee maanden het zwaar versterkte en onneembaar
geachte Bergen op Zoom op 16 september 1747 tot overgave dwingen.

Door de vele beschietingen en branden was de stad in een puinhoop veranderd.
Het leger van de Republiek, de Armee van de Staat, had in juli 1747 onder
bevel van baron George van Schwarzenberg zijn kampement rond Oudenbosch
opgeslagen en trachtte door de aanleg van een verdedigingslinie die zich
uitstrekte van Vorenseinde en Sprundel via Rucphen naar de Hooghei in Zegge,
de doortocht van de Franse troepen vanuit Bergen op Zoom naar Breda langs de
heerbaan die door Rucphen en Sprundelliep, te blokkeren.

Tien maanden hielden de troepen van Schwarzenberg, waaronder een regiment
Oostenrijkse huzaren onder bevel van kolonel graaf Frangipani, deze linie
bezet. Voor de aanleg van die linie waren huizen en schuren afgebroken of
afgebrand, waren paarden en karren opgeėist en gewassen te velde verwoest.
Daarnaast hadden deze huzaren hooi, haver en stro voor hun paarden gevorderd
en brood en vlees voor zichzelf en de vrouwen die hen vergezelden. Ten dele
waren dat hun eigen vrouwen, ten dele marketensters, danseressen en
actrices.

Blijkens het pastoorsdoopboek werden een viertal kinderen van deze
Oostenrijkse huzaren in Sprundel gedoopt. Het waren:
op 13 oktober 1747:
Helena, wettige dochter van Mathias Oekonick en Maria Helena Cijmani,
waarbij de pastoor aantekende- filia extraneorum (dochter van
buitenlanders).
op 3 december 1747:
Andreas, wettige zoon van Stephan Sneijder en Catharina Stephaan, waarbij de
aantekening stond- filius huzardorum (zoon der huzaren).
op 19 januari 1748:
Joannes, wettige zoon van Johannes Safar en Magdalena Cisere, eveneens met
de aantekening: filius huzardorum.
op 22 augustus 1748
Henricus, wettige zoon van Carolus Pener en Maria Anna Meyerin, met de
aantekening: filius extraneorum.
Ook werden blijkens het predikantsprotokol van Sprundel in diezelfde tijd
een drietal huwelijken in de Sprundelse kerk gesloten door de in Sprundel
gelegerde militairen. Het waren:
op 31 december 1747:
Johannes Blaschik en Elisabetha Torsvingerim, behorende tot het regiment van
Beletznay.
op 14 april 1748:
Johannes Boose en Elisabeth Piitz, alsmede Coenraed Vatter en Anna Cristina
Mosijn; zij behoorden tot het regiment van den luitenant-generaal graaf van
Schaumburg-Lippe, die met zijn troepen de Armeé van de Staat steunde.

Er is weinig fantasie voor nodig om te beseffen dat zo'n "uitgebreid" leger
dat niet alleen uit soldaten en p aaroen bestaat, maar ook nog uit vrouwen
en kinderen, van alles nodig heeft en bijgevolg ook opeist. De inwoners van
Sprundel en Voorne werden tot het uiterste armoe gebracht en zij waren "met
geen mogelijkheid in staat om de som van 129 gulden, 12 stuivers en 8
penningen wegens de beeden te betalen", zoals uit het resolutieboek van 1748
blijkt.

Al die oorlogsellende was uiteraard niet bevorderlijk voor de groei van de
Sprundelse bevolking.Het was zo dat in 1747 -1748 het aantal doden per 1.000
inwoners niet alleen het aantal geboorten per 1.000 inwoners overtrof, maar
ook dat dit dodental het hoogste is dat Sprundel in de periode 1630 tot
heden heeft gekend. De belangrijkste doodsoorzaken waren de besmettelijke
ziekten als pest en buikloop. Hetzelfde geldt in nog hevigere mate, zoals
hierna zal blijken, voor het dorp Rucphen.

Voor beide dorpen geldt het jaar 1747 als het grootste rampjaar sedert de
Tachtigjarige Oorlog.

Van de inval der Fransen in 1793 tot herstel van de onafhankelijkheid in
1813

Tegen het einde van 1700 ontstonden in Europa nieuwe denkbeelden over staat-
en volkerenrecht. Ook in de Republiek, waar de gegoede burgers vonden dat de
regenten onder leiding van de prins van Oranje lang genoeg op het kussen
hadden gezeten en waar de katholieken niet langer als tweederangs burgers
wensten behandeld te worden. Zij allen kwamen in verzet en noemden zich "de
patriotten": de vaderlandslievenden. Maar de prins van Oranje, gesteund door
een leger van 20.000 man van de Pruisische koning Frederik Willem 11,
versloeg de patriotten, waalVan velen naar Frankrijk vluchtten. Daar
bestormden op 14 juli 1789 opstandige burgers de Bastille, symbool van het
feodale systeem, en brak de revolutie los onder de leuze: vrijheid,
gelijkheid en broederschap.

In 1793 maakte de Republiek kennis met de gevolgen van die revolutie in de
vorm van een slechts 1 maand durende Franse veldtocht van generaal
Dumourier, gesteund door het Bataafs legioen van gevluchte patriotten, onder
aanvoering van kolonel Herman Willem DaendeIs uit Hattum. Dumourier ontwierp
de veldtocht op 7 februari 1793, verzamelde op 17 februari een leger van
10.000 man waaronder veel jongens van 13 tot 16 jaar, ten noorden van
Antwerpen op Nederlands grondgebied ten zuiden van Sprundel en zette op 22
februari de aanval in.

Op 26 februari 1793 werd Breda na een kort bombardement van slechts één uur
veroverd en werd op de markt een vrijheidsboom geplant als teken van een
democratische omwenteling gericht tegen de regenten en de prinsgezinden.
Maar na een nederlaag bij Neerwinden, niet ver van Maastricht, moesten de
Franse troepen zich op 5 april terugtrekken en kwamen Engelse, Hanoverse en
Hessische troepen hun plaats innemen tot 1794. Toen kwamen de Fransen terug,
onder leiding van generaal Charles Pichegru, die in januari 1795 met zijn
troepen over de bevroren rivieren trok en Holland bezette.

Opnieuw kreeg Sprundel en de omliggende dorpen de last van inkwartiering en
vorderingen door krijgsvolk te verduren, zij het met dit grote verschil dat
men de Fransen als bevrijders begroette. Zij brachten vrijheid van
godsdienst en gaven aan de katholieken van Brabant het recht eigen
afgevaardigden te kiezen voor de nationale vergadering. Het wingewest Staats
Brabant werd het vrije Bataafs Brabant, beschermd door het leger der
patriotten. Men zong:
Wat zullen onze patriotjes eten
als zij int leger zijn.
Een kiekske aan den stok gesteken dat zullen onze patriotjes eten.
Tambour generaal
patriotten allemaal
kameraden, kameraden.

Deze tekening werd door Maas van Altena rond 1790 gemaakt van de toren met
kerkruļne in Sprundel. De tekening toont de zuidzijde van de kerk met links
de oude pastorie die pastoor van Helmont rond 1575 had gebouwd en sedert de
vrede van Munster in 1648 door de Sprundelse predikanten werd bewoond tot
1799. Wat de figuren op de voorgrond uitbeelden is niet duidelijk.

Is de man met lange jas en tweekante steek een Brabants patriot die als
officier in dienst van het Franse leger een verkennings-patrouille leidt in
de veldtocht van 1793? Dat zou betekenen dat de prent in 1793 of daarna moet
zijn gemaakt. (Maas van Altena was in Soest geboren en werd in 1772 poorter
van Geertruidenberg. Hij maakte vele kleine tekeningen die hij telkens in
een ovaal omsloot.

De Franse militairen hadden ook hun vrouwen bij zich, zoals uit het
Sprundels doopboek blijkt. Op 23 december 1794 werd aldaar gedoopt: Joanna
Francisca, wettige dochter van Joannes Franciscus Pieré en Maria Magdalena
Legal. Pastoor Th. de Vet tekende bij de doopakte aan: "filia Gallorum"
(dochter van Gallieėrs).

In 1795 werd de Bataafse republiek gesticht die in 1806 werd vervangen door
het koninkrijk Holland met Lodewijk Napoleon als koning. Maar dit koninkrijk
was niet van lange duur. Het werd in 1810 bij Frankrijk ingelijfd. Dit
betekende dat de Franse wetten ook hier gingen gelden, met name het gehate
conscriptie-stelsel: de verplichting om zich te laten inschrijven voor de
dienstplicht waartoe men door loting werd aangewezen. Twee Sprundelse
jongens die door loting waren aangewezen voor dienst in het Franse leger,
kwamen blijkens het gemeentelijk register van overlijden van 1812 daarbij om
het leven.

Op 10 maart 1812 overleed in het hospitaal te Hemixem in Belgiė Marijn
Lauwen, zoon van Petrus Lauwen en Maria Tak. Hij was leerling-matroos op het
schip L 'Illustre van de Franse marine en 24 jaar. Zijn dorpsgenoot Cornelis
van Oorschot overleed op 27 december 1812 in het militair hospitaal in
Mechelen. Hij was de zoon van Marijn van Oorschot en Henrica Lauwen en
fusilier in het 75e cohort van de Nationale Garde. Hij was 23 jaar en woonde
bij zijn ouders in Sprundel-Hertog.

De vreugde waarmee de komst van de Fransen destijds was begroet, raakte vrij
snel bekoeld. Zoals bekend werd Napoleon in oktober 1813 in de volkerenslag
bij Leipzig in Saksen verslagen, met als gevolg dat hier te land de Franse
troepen zich begonnen terug te trekken. In diezelfde maand landde de
erfprins van Oranje, komend uit Engeland, op het strand in Scheveningen en
op 2 december 1813 werd hij als souverein vorst in de nieuwe kerk te
Amsterdam ingehuldigd. Daarmee was een einde gekomen aan de Franse tijd en
kon het herstel van de onafhankelijkheid worden gevierd. De twintig roerige
jaren van 1793 tot 1813 hadden Brabant wel vrijheid van godsdienst gebracht
en gelijkberechtiging in het landsbestuur, maar tevens vergaande verarming
door de vele vorderingen en vernielingen als gevolg van de voortdurende
oorlogvoering.

Zo arriveerden op 23 december 1813 in onze gemeente, die in 1810 door
Napoleon als de gemeente Sprundel was gesticht, Russische huzaren en
kozakken, in januari 1814 Pruisische cavallerie en in februari 1814 Saxische
huzaren. Zij eisten van de inwoners:
54 zak koren, 1.412 zak haver, 229.000 pond hooi, 41.000 pond strooi, 5
karren turf, 14.000 musterds, 55 kauen struiken. eikenhout en doofhout, 24
beesten en 4 schapen met daarnaast het verrichten van vele karrediensten,
van gidsen diensten en tal van andere zaken. Deze vorderingen alleen al
betekenden voor de nieuwe gemeente een oorlogslast van meer dan f. 25.000,-.

Met deze oorlogen-geschiedenis als achtergrond-informatie is te begrijpen
dat het dorp Sprundel dat in 1630 ruim 400 inwoners telde, in ongeveer 200
jaar slechts uitgroeide tot 936 inwoners in 1810. Het zijn de hoge
sterftecijfers en de vertrekcijfers die afbreuk deden aan de natuurlijke
groei. Want wie kon, vertrok naar veiliger oorden. Verschillende van hen
kregen daar de familienaam: "van Sprundel" en uit de verspreiding van die
naam in o.a. Oud-Gastel en omgeving zou men misschien mogen concluderen
waarheen men ging.

Inleiding

Aerts, Aarts, Aards
van Bavel
Boeren
Braat, Braet
Brouwers
de Bruijn
Damen
Engelen
Gijssen, Gijsen, Gijzen
van Ginneken
Harmans of Hermans Jacobs
Cas, Kas
Coevoets, Koevoets
Marijnissen
van den Maagdenberg
Monsieurs
Mulders
van Nispen
van Oorschot
Peertijs of Pertijs
Rommers of Rommens
Roovers
van de Sande, van den Sande, van den Zande
van Steen
Sgrauwen, Schrauwen
van Sundert, van Zundert
Commissaris Conincx, Konings
van Coulil, van Koulil
Timmermans
Vissenberg
van Vlimmeren
de Weert

Inleiding

Van de oude Sprundelaren hebben sommige families reeds meer dan 400 jaar in
Sprundel gewoond. Het leek ons passend in dit hoofdstuk, dat gaat over de
groei van de dorpsbevolking, oudefamilienamen extra te belichten, omdat zij
in de loop der eeuwen, tot op de dag van vandaag, zo'n historisch aandeel in
die dorpsbevolking hebben gehad, waarvan zij thans de oudste kern uitmaken.

In de hierna volgende lijst zijn 34 familienamen in alfabetische volgorde
vermeld, maar uitdrukkelijk zij gezegd dat de lijst geen aanspraak kan maken
op volledigheid. De namen zijn ontleend aan de doop-, trouw- en
begraafboeken van de Sprundels parochie uit 1625 en volgende jaren. Bij elke
familienaam wordt in een korte notitie jaar en akte vermeld, waarin deze
naam werd aangetroffen, soms aangevuld met andere historische gegevens.

Ter inleiding wordt er op gewezen dat het gebruik van familienamen
(achternamen) in die oude tijd geenszins algemeen was. Pas in 1811 werd het
gebruik van achternamen (familienamen) verplicht toen de Franse wetten hier
van toepassing werden verklaard. De Code Napoleon van 1804 schreef voor dat
er openbare registers van de burgerlijke stand moesten worden aangelegd en
dat daarin iedere geboorte, huwelijk en overlijden moest worden
ingeschreven. Tot dan volstond men meestal met de voornaam. In oude
verpondingsboeken staan de eigenaren van de gronden vermeld in volgorde van
hun voornaam. De voornaam was toen echt "het voornaamste". Onze grote
schilder Rembrandus Harmenszoon van Rhijn (1606 - 1669), noemen wij nog
steeds alleen met zijn voornaam: Rembrant.

Ter verduidelijking werd meestal achter de voornaam van iemand de voornaam
van de vader (soms van de moeder) toegevoegd, een gebruik dat tot op de dag
van vandaag nog in veel dorpen bestaat. Ook hield men vast aan het gebruik
om grootouders en ouders te laten voortleven in hun kinderen door die
kinderen naar hen te vernoemen. Zo bleven de traditionele voornamen in de
familie. Uit die voornamen ontstonden achternamen, ook wel patroniemen
genoemd. Iemand heette b.v. Jan en zijn vader heette Adriaan. Hij werd dan
ter onderscheiden van andere Jannen doorgaans Jan Adriaanszoon of kortweg
Jan Adriaans genoemd, hetgeen later Jan Adriaansen werd. Dit kwam zeer veel
voor en zo ontstonden de familienamen: Antonissen, Michielsen, Mathijssen,
Hendriks, Cornelissen, Jacobs, Peters enz.

Een tweede manier waarop men aan een familienaam kwam, was de verwijzing
naar de plaatsnaam waar men vandaan kwam. Zo ontstonden de achternamen: van
Bavel, van Ginneken, van Nispen, van Oorschot, van Rijsbergen, van Zundert
enz.

Een derde manier waardoor een familienaam ontstond, was het vernoemen van
de persoon naar het beroep dat hij of zijn vader uitoefende. Zo ontstonden
de familienamen: de Brouwer of Brouwers, de Mulder of Mulders, de Bakker of
Bakkers, de Smid of Smits, de Visser of Vissers, waarbij de toevoeging van
de "s" een restant is van het woord "zoon", alsook de namen Akkermans,
Timmermans en Wagemakers. Daarnaast waren er nog tal van andere manieren,
waardoor men aan een familienaam kwam, zoals de verwijzing naar de
grondsoort, de natuurlijke begroeiing of de vorm van de plek waar men
woonde. Woonde iemand op een moerassige plek (broekland) dan werd hij: van
den Broek genoemd, woonde hij op een zandige plek dan kreeg hij de naam: van
de Zande, woonde hij in de beemden, dan zei men: van den Beemd, woonde hij
waar moerturf gedolven werd, dan sprak men over: van de Moer of Moerkens of
verwijzend naar de turf als brandstof over: van den Brand of Brands. Zo
ontstonden ook de namen: van de Riet, van de Poel, van de Ven, van den Berg,
van den Heuvel enz. *

* Het voeren van dezelfde familienaam betekent niet altijd dat men ook
bloedverwant van elkaar is, al zal dit veelal wel het geval zijn, als het
over familienamen gaat die reeds vele eeuwen in eenzelfde dorp voorkomen
tezamen met voor- namen, die tot de traditie van die families behoren.

Aerts, Aarts, Aards

Op 28 maart 1635 werd door pastoor Christiaan Jacobeus, die afkomstig was
uit Gheel (Belgiė), in de Sprundelse kerk gedoopt het meisje Dimphna,
dochter van Jacobus Aerts en Henrica van de Eijnde. Jacobus Aerts was de
zoon van Henricus Aerts en woonde op de Vissenberg. De familienaam Aarts kan
betekenen: zoon van Aart, een voornaam afgeleid van Arend. Het is een oude
Germaanse voornaam voor Arnout (heersend als een arend).

van Bavel

Jacobus van Bavel, zoon van Christiaan van Bavel, stierf op 24 april 1634 en
werd in de Sprundelse kerk voor het St. Jansaltaar begraven. De familienaam
verwijst naar de plaats Bavel bij Ginneken.

Boeren

Jan Boeren was een zoon van Cornelis Boeren en getrouwd met Maria Willemse.
Op 1 januari 1639 werd hun dochtertje Emmerantiana door pastoor Jacobeus
gedoopt. De familienaam verwijst naar het boerenbedrijf.

Braat, Braet

Cornelis Braet, Jacobszoon, was op 13 juli 1631 getuige bij de doop van
Cornelis Schijvenaers in Sprundel. De familienaam kan afkomstig zijn uit de
visserij waar een braet een gedroogde vis is, die men bij het bierdrinken
eet.

Brouwers

Cornelis Brouwers, zoon van Petrus Brouwers, was op 30 april 1628 getuige
bij de doop van Elisabeth, dochter van Jan Dionisiļ en Elisabeth
Christophori. Cornelis Brouwers woonde op het Oosteind en stierf op 6 maart
1637. Zoals uit deze doopakte blijkt, hadden de ouders van het meisje geen
achternaam. Dionisiļ betekent zoon van Dionisius, een voornaam die later
verbasterde tot Denis waaruit de familienaam Denissen of Denijs ontstond.
Christophori betekent dochter van Christophorus (Christusdrager) of
Christoffel, hetgeen werd afgekort tot Stoffel en waaruit weer de
familienaam Stoffels of Stoffelen ontstond. De familienaam Brouwers verwijst
naar het beroep van bierbrouwer.

de Bruijn

Cornelis de Bruijn, zoon van Cornelis de Bruijn, was op 21 oktober 1626
getuige bij een doop in de kerk van Sprundel. Zijn broer Adriaan de Bruijn
trouwde op 28 juli 1646 voor de Sprundelse pastoor Cornelis Rombouts met
Antonia Schrauwen. Adriaan was vorster in Sprundel, een functie
vergelijkbaar met die van deurwaarder en politieman. Hij verrichtte ook de
zondagse proclamatiėn onder de lindeboom vóór de kerk. De familienaam de
Bruijn verwijst vermoedelijk naar een eigenschap van de persoon: bruin van
uitzicht en is vergelijkbaar met de familienamen: de Wit, de Zwart en de
Grijze.

Cas, Kas

Jacobus Cas was getrouwd met Maria Adriaans. Op 4 augustus 1637 werd hun
dochter Gertrudis geboren. Hun zoon Jan Cas was in 1665 in het bezit van een
weide in Sprundel-hertog. De familienaam is vermoedelijk afgeleid van de
voornaam Caspar, en van de drie Wijzen uit het Oosten. Caspar betekent
vermoedelijk schatbewaarder.

Coevoets, Koevoets

Jacob Pieterszoon Coevoet ging in 1606 met Geert Corneliszoon de Bruijn naar
de prelaat van de St. Michielsabdij te Antwerpen om hem te vragen pastoor
van Pelt niet uit Sprundel weg te halen. Ondanks het dringend verzoek,
gepaard met het schenken van een koppel hoenderen aan de abt, vertrok
pastoor van Pelt nog datzelfde jaar naar de parochie Meer. Petrus Coevoet,
zoon van Coppen (Jacob) Coevoet, trouwde op 21 juli 1626 voor de pastoor van
Sprundel met Maria van den Eijnde, dochter van Jan van den Eijnde. Het
echtpaar ging op de Vissenberg wonen.
Een andere tak van de familie was Jan Coevoet die op 24 oktober 1682 in de
schuurkerk werd gedoopt als zoon van Marijn Coevoet en Catharina Vrients.
Marijn Coevoet was de zoon van Geert Coevoet. Verwijst de familienaam naar
iemand die koevoeten (ijzeren hefbomen) maakt?

Commissaris

Cornelis Commissaris, zoon van Piet Commissaris, was op 3 maart 1630 getuige
bij de doop van een kind, genaamd Adriaan Adriaans. De familienaam is
vermoedelijk een beroepsnaam.

Conincx, Konings

Op 11 april 1643 werd Jacobus Conincx gedoopt als zoon van Cornelis Conincx
en Catharina, Jansdochter. Op 13 maart 1670 werd Jan Conincx gedoopt als
zoon van Denis Conincx en Helena Boot. De familienaam stamt uit het
gildewezen: de koning van de schutters.

van Coulil, van Koulil

Jacobus van Coulil, zoon van Antonius van Coulil, bezat in 1665 het land "de
grote heijninge" gelegen in Sprundel-hertog. De familienaam verwijst naar de
plaats Kou1ille nabij Peer in Belgiė.

Damen

Jan Damen, zoon van Cornelis Damen, was getrouwd met Maria Arenhouts. Op 16
maart 1661 werd hun dochter Cornelia gedoopt. De betekenis van de
familienaam Damen is niet duidelijk, wel daarentegen de familienaam
Arenhouts, die verwijst naar de Germaanse naam Arnout.

Engelen

Jan Engelen is op 24 september 1630 getuige bij een doop. Zijn broer
Antonius Engelen is getrouwd met Huberta van den Broek. Hun dochter
Engelberta wordt op 13 juli 1635 in Sprundel gedoopt. Het gezin woont op het
Oosteind. De familienaam Engelen is afgeleid van de voornaam Engelbert
hetgeen "stralende afgezant" betekent.

Gijssen, Gijsen, Gijzen

Pier Gijssen heeft blijkens een informatie van 31 mei 1551 betreffende de
grenzen van het gebied Sprundel-hertog "een huisinge aan de noortsijde van
den heerwech", dat is ten noorden van de huidige St. Janstraat. Pier of Peer
is afgeleid van Petrus. Zijn zoon Cornelis Gijssen woonde in 1665 in het
Vorenseinde en bezat 200 roeden land in Geleijnevelt. De familienaam
verwijst naar de voornaam Gijs (Gijsbertus), hetgeen "kind van edele
afkomst" betekent.

van Ginneken

Antonius van Ginneken, zoon van Piet van Ginneken, was getrouwd met Cornelia
Quirijns. Op 8 oktober 1664 werd hun dochter Jacomijna in Sprundel gedoopt.
De familienaam van Ginneken verwijst naar de plaats Ginneken. Quirijns
betekent dochter van Quirinus. De heilige Quirinus werd vereerd als patroon
tegen veeziekten en kwam daarom veel in het boerenmilieu voor. De
familienaam Quirijnen of Krijnen werd ervan afgeleid.

Harmans of Hermans

De familienaam Harmans of Hermans (zoon van Herman) behoort tot de oudste
familienamen in Sprundel. Reeds in 1290 komt deze naam voor in een
grensregeling tussen het gebied van de heer van Breda en dat van de heer van
Bergen op Zoom. Er wordt dan een paal geslagen bij het uiterste huis in
Sprundel "dat Harmans es des valkenaers". Het valkeniershuis lag tussen de
Vissenberg en de Bergenput, vroeger de boerderij van S. Lauwrijssen.
De familienaam Harmans komt ook voor in een akte van 1537 waarin wethouders
en raede van Breda oordelen op verzoek van Adriaan Donaes, Willem
Harmanssone en andere geburen en ingezetenen van Sprundel-onder-den-hertog
dat schout, schepenen en bedezetters van Etten de ingezetenen van
Sprundel-onder-den-hertog ten onrechte hebben opgenomen in de bede over
goederen die zij onder Etten hebben liggen. Zo'n 100 jaar later komt de
familienaam voor in de pastoorsboeken. Op 5 juni 1633 wordt in de Sprundelse
kerk een kind gedoopt van Cornelis Adriaans en Maria Huermans en op 18
september 1637 wordt Adriana Huermans op het kerkhof in Sprundel begraven.
De familienaam Hermans is afgeleid van de voornaam Herman, een Germaanse
naam, samengesteld uit het Duitse woord "Heer" (= leger) en man. De
betekenis is derhalve: man van het leger.

Jacobs

Adriaan Jacobs, zoon van Cornelis Jacobs, is blijkens genoemde informatie
van 1551 schout in Sprundel zoals ook zijn vader voordien geweest was.
Adriaan is dan 57 jaar oud. De schout vertegenwoordigt de landsheer (voor
Sprundel-hertog was dat de hertog van Brabant), was belast met de opsporing
van strafbare feiten en met de handhaving van de openbare orde. Tevens was
hij voorzitter van het schepencollege, dat ook recht sprak. Hij was dus als
men zijn functies wil vertalen naar de huidige tijd officier van justitie,
burgemeester en president van de rechtbank. Er was toen nog geen scheiding
der machten zoals later door Montesquieu (1689 -1755) in zijn "trias
politica" zou worden bepleit. De familienaam Jacobs is afgeleid van de
voornaam Jacob.

Marijnissen

Gabriėl Marijnissen is in 1665 eigenaar van het "gerot" (het gerooide land)
gelegen aan de Hopmeirstraat (thans Waterstraat) in Sprundel. Het Hopmeir
werd later de Zwarte Blik genoemd. De familienaam Marijnissen is afgeleid
van de voornaam Marijn, hetgeen "van de zee" betekent.

van den Maagdenberg

Adrianus van den Maagdenberg, zoon van Petrus van den Maagdenberg, was
getrouwd met Anna Adriaans. Op 12 mei 1672 werd hun dochter Joanna in
Sprundel gedoopt. Verwijst deze familienaam naar een plaatsnaam?

Mulders

In 1650 stelde Jan Molders, wonend in het Vorenseinde, het huis dat hij
bezat aan het Brandenstraatje (thans Schuurkerkstraat), beschikbaar om het
in te richten als bedehuis. De kerk was in 1648 aan de katholieken ontnomen
en aan de protestanten gegeven. Jan Molders was de zoon van Adriaan Molders
en hij was getrouwd met Margareta, Jansdochter. Hun zoon Jan trouwde later
met Maria Coevoet, dochter van Geert Coevoet. De familienaam Mulders of
Molders is afgeleid van de beroepsnaam mulder of molenaar.

Monsieurs

Deze Franse naam komt al in 1645 in Sprundel voor. Op 10 mei van dat jaar
wordt door de Sprundelse pastoor een kind gedoopt waarbij Cornelis Monsieur,
zoon van Willem Monsieur, als getuige optreedt. De naam Monsieuris de Franse
naam voor: mijnheer.

van Nispen

Cornelis van Nispen, zoon van Adriaan van Nispen, was getrouwd met Huberta,
Jansdochter. Op 21 juni 1633 werd hun zoon Adriaan in Sprundel gedoopt. Het
gezin woonde op het Oosteind. In 1657 verklaart Cornelis van Nispen, oud
omtrent 55 jaar, tesamen met Peter van Ostade en Pieter Stoffelen voor de
schout van Etten dat zolang het hun "geheugt" altijd de proclamatiėn zondags
voor de kerk te Sprundel onder de lindeboom worden gedaan. In 1660
ondertekent hij als gezworene het verzoekschrift tot het verkrijgen van een
eigen molen in Sprundel dat de predikant Maubuse heeft opgesteld. D?
familienaam verwijst naar de plaats Nispen.

van Oorschot

Jan van Oorschot, zoon van Egidius van Oorschot, was op 27 juli 1636 getuige
bij de doop van Jan van de Sande, zoon van Jacobus van de Sande en Anna
Franse (dochter van Frans). De familienaam van Oorschot verwijst naar
Oorschot in Oost Brabant.

Peertijs of Pertijs

Op 25 augustus 1630 werd Maria Peer Tijs gedoopt als dochter van Adriaan
Peer Tijs en Anna Dingemans. Het gezin woonde op het Oosteind. De
familienaam Pertijs is afgeleid van de voornamen Peer (Petrus) en Tijs
(Mathijs) en betekent zoon of dochter van Peer die een zoon was van Tijs. De
familienaam Dingemans is afgeleid van de voornaam Dingeman. Dingeman is een
oud-Germaanse naam en betekent gerechtsman. Ding betekent: rechtszaak of
geding.

Rommers of Rommens

Op 6 september 1638 werd in de Sprundelse kerk een tweeling gedoopt, de
kinderen Adrianus en Marinus Rommers, zonen van Andreas Rommers en Cornelia
Stevens. Het gezin woonde inde "Noortstraat". Is de familienaam Rommers
afgeleid van de voornaam Rombert?

Roovers

De familienaam Roovers behoort tot de oudste Sprundelse namen. In 1551 bezat
Cornelis Roovers een stede aan de noordzijde van "den heerwech". Op 28 april
1653 pachtte Petrus Comeliszoon Roovers de dorpsaccijnzen in Sprundel-hertog
voor 25 gulden. Deze accijnzen werden door schout en schepenen van de Hage
verpacht en bedroegen twee gulden verhoogd met de "impost van twaelf
stuyvers op elcke ton byers ende anderhalve stuiver op ieder canne wijn, ten
tappe gesleten wordend tot Sprundel onder de Hage voor het
voorseidehalfjaer". De betekenis van de familienaam is niet duidelijk.

van de Sande, van den Sande, van den Zande

Een van de meest voorkomende familienamen in Sprundel is de naam van de
Sande of van den Zande. Op 19 oktober 1625 stierf Franciscus Corneliszoon
van de Sande tengevolge van de pest en daags daarna werd hij op het
Sprundels kerkhof begraven. Hij was naamgenoot van Francois van den Zande
die rond 1570 schout van Oud Gastel was en dijkgraaf van de polder Heer
Jansland en vermoedelijk uit Sprundel afkomstig. Deze voerde als
familiewapen een ongedeeld schild met onderaan drie zandheuvels in zwart en
daarboven een groen veld waarin twee rijen van drie Griekse kruisjes, in
goud.De drie zandheuvels verwijzen kennelijk naar de familienaam van den
Zande maar wat de symboliek van het groene veld met de zes gouden kruisjes
betekent, is minder duidelijk (In het jaarboek 1958 van de Ghulden Roos
geeft br. Theophile nadere bijzonderheden over deze Francois van den Zande.)
Op 3 mei 1626 trouwden voor de pastoor van Sprundel Jacobus van de Sande met
Anna Franse. Het echtpaar ging "in d'acker" wonen. Als zonen werden uit dit
huwelijk geboren: in 1627 Andreas, die later trouwde met Comelia Danen; in
1630 Cornelis, die later trouwde met Cornelia Mulders; in 1636 Jan, die
later trouwde met Helena Cornelisse.

van Steen

In het doopboek van Sprundel werd op 4 maart 1646 ingeschreven Antonia van
Steen, dochter van Gregorius van Steen en Elisabeth, Maartensdochter. De
betekenis van de familienaam is niet duidelijk. Is de familienaam van Steen
afgeleid van de plaatsnaam Stein of verwijst hij naar een familie die woonde
op de steenakker?

Sgrauwen, Schrauwen

Cornelis Schrauwen, zoon van Jacobus Schrauwen, was in 1630 kerkmeester in
Sprundel en in diezelfde tijd was zijn broer Jan Schrauwen schoolmeester en
tevens secretaris van de heerlijkheid Voome. Deze Jan Schrauwen was op 3
februari 1626 getrouwd met Margreta Quirijnen, die op 12 juni 1631 overleed.
Drie jaar later hertrouwde hij met Maria van Geite, een zuster van Josine
van Geite die huishoudster was bij pastoor Christiaan Jacobeus. Uit zijn
eerste huwelijk was op 17 december 1630 een zoon geboren, genaamd Jacobus
Janszoon Schrauwen, die in 1665 eigenaar was van het land, genaamd het
neerhof, gelegen achter de kerk van Sprundel en onderdeel uitmakende van het
vroegere kasteel Sprundelheim. De betekenis van deze familienaam is niet
duidelijk. Heeft de naam iets met grauw te maken of is het een verbastering
van sgraven hetgeen "van de graaf' betekent?

van Sundert, van Zundert

Mathias van Sundert was getrouwd met Adriana Jacobs. Op 20 oktober 1647 werd
hun dochter Maria in de Sprundelse kerk gedoopt. De familienaam van Sundert
verwijst naar de plaats Zundert.

Timmermans

Jan Timmermans, zoon van Jan Timmermans, was getrouwd met Joanna
Cornelisdochter. Zij woonden in Voome. Op 5 augustus 1640 werd hun dochter
Agnes gedoopt. De familienaam Timmermans is afgeleid van de beroepsnaam
timmerman.

Vissenberg

Adrianus Vissenberg, zoon van Jacobus Vissenberg, was schepen in de
heerlijkheid Voome. Hij stierf in 1629 en werd in de Sprundelse kerk
begraven. Zijn zoon Cornelis Vissenberg was getrouwd met Catharina
Marijnissen en op 25 maart 1632 werd hun kind Christophorus in de Sprundelse
kerk gedoopt. Het is deze Stoffel Corneliszoon Vissenberg die in 1669 een
gedeelte van het neerhof koopt van Jacob Janszoon Schrauwen, zoals in het
boekje: "Sprundel(heim) een der oudste plaatsen van West-Brabant"
uitvoeriger staat beschreven. De betekenis van de familienaam is niet
duidelijk. Is het een berg waar vroeger veel fissen (wezel, bunzing) zaten?

van Vlimmeren

Jan van Vlimmeren was getrouwd met Maria Adriaans.
Op 28 februari 1628 werd hun dochter Petronella in Sprundel gedoopt.
Vlimmeren was de zoon van Henricus van Vlimmeren. De familienaam verwijst
naar de plaats Vlimmeren bij West-Malle.

de Weert

In 1556 was Jan de Weert schepen van het vaartgerecht, belast met zaken
rakende de turfvaart en moemering in Rucphen, Hoeven en Oudenbosch. Op 16
januari 1633 werd zijn zoon Jan Janszoon de Weert op het kerkhof in Sprundel
begraven. Diens dochter Maeyke (Maria) de Weert trouwde op 18 juli 1636 in
Sprundel met Hubertus Engelberti (Engelen?). Als getuigen traden op Jan
Schrauwen en Marinus Janszoon de Weert, die op 4 mei 1635 was getrouwd met
Cornelia Christophori. De familienaam de Weert is vermoedelijk ontleend aan
de beroepsnaam: de waard, in de betekenis van gastheer, herbergier.

*************************************************************

Erica


0 new messages