Google Groups no longer supports new Usenet posts or subscriptions. Historical content remains viewable.
Dismiss

VAN TICHELEN

171 views
Skip to first unread message

remi_...@my-deja.com

unread,
Feb 14, 2000, 3:00:00 AM2/14/00
to
Deze is bestemd voor Pieter Cramwinckel en alle geinterreseerden:

Ik ben in het VVF in het boek van B. van Schijndel gaan kijken over de
familie van Tichelen en geef u hier de inleiding.

Inleiding

Het geslacht van Tichelen. dat oorspronkelijk van Tichelt heette, voert
zijn naam naar de oude heerlijkheid Tichelt, gelegen onder Rijsbergen,
in de nabij-heid van Loenhout. in het territorium van het oude
Hertogdom Brabant
Tichelt behoorde met Kaarschot, Breedschot, Oekel en Hazeldonk tot de
vijf gehuchten van Rijsbergen. Het vormde reeds in de latere
middeleeuwen een heerlijkheid. die een achterleen was van de Heeren van
Breda.
De jonkers van den Houte noemden zich al in de 15’ eeuw heer van
Tichelt doch het feit. dat Gerard van Tichelt reeds in 1308 een goed te
Tichtelt onder Rijsbergen bezat. bewijst, dat zijne familie reeds
vroegtijdig met dit leen was verbonden. Ook was Jacob van Tighelt in
1279 een jaarlijksche korenrente schuldig aan de Vrouwe van Breda uit
de "hoeve te Karleschot ende
die Molen en al dat daer toe behoert".
In 1556 spreekt men van een "laetbof van Thygelt" onder Loenhout.
J.W.A. Gommers zegt in zijne "Beschrijving van Rijsbergen" (blz.23) dat
bet woord Tichelt is afgeleid van "Tichel-ood" wat beteekent "bet goed
bij 't afgodsbeeld". Hij brengt dit in verband met den altaarsteen, die
in 1812 op "den Tichelakker" werd gevonden. met het opschrift "DEAE
SANDRAU -DIGAE CULTORES TEMPLI" (blz. 244). Deze zou dan betrekking
hebben gehad op den tempel der "Dea Sandraudiga", godin van Santrode
(Zundert) of godin van Taxandrië. Volgens anderen gold het hier een
station eener Romeinsche heerbaan, die in de richting van Hoogstraten
zou geloopen hebben.
De zoo goed georiënteerde pastoor G.C.A. Juten spreekt over Tichelt in
"De Parochiën van het bisdom Breda" (blz. 100). Z.E. denkt, dat het
woord Tichelt afgeleid is van het feit, dat aldaar een steenbakkerij
stond.
Hoe bet ook zij, zeker hebben wij hier te doen met een landschap dat
reeds in den Romeinschen tijd was bewoond, daar de vondsten van de
laatste eeuw dit uitwijzen.
Leden van de familie van Tichelen (van Tichelt) worden reeds in de 13e
eeuw met name genoemd. Men treft hen in de latere middeleeuwen aan te
Rijsbergen en Grobbendonk (Ouwen). Zij verschijnen ook langzamerhand te
Antwerpen, waar zij in de schepenbank zaten, te Lier en zijnen Bijvang
(Broe-chem), waar zij belangrijke leengoederen hadden en te Bergen op
Zoom, waar Gerard van Tichelt reeds in 1388 schepen en in 1397
binnenburgemeester was en tot een der vermogendste personen van die
belangrijke stad behoorde. Daarna sterft de voorname Antwerpsche tak
uit. terwijl de Liersche tak zich in twee lijnen splitst. De eene vindt
men te Wuustwezel en Brecht in de 15e eeuw en de andere verplaatst zich
naar Westmalle en Broechem en omgeving.
De lijn van Wuustwezel bevindt zich ook in de I6e eeuw te Loenhout en
Zundert. Men ontmoet daar deze van Tichelt’s als schepenen en
leenmannen, terwijl men er later vele brouwers en molenaars onder
aantreft, die zich even-eens naar Zundert verplaatsen. Zij leefden daar
nog op het laatst der vorige eeuw. Tot deze lijn zijn ook aan te
sluiten de van Tichelt’s van ‘s Gravenwezel. die in de vorige eeuw naar
LiIlo vertrokken en waartoe ook behoort kanunnik Th. van Tichelen uit
Stabroek.
De lijn van Westmalle-Broechem verplaatste zich gedeeltelijk naar
Grobbendonk en pastoor Goetschalckx. die eene genealogie van dezen tak
opmaakte. rekende hen in zijn werk over deze plaats tot de voornaamsten
van de streek in de 17e en de 18e eeuw. Verscheidenen bekleedden het
notarisambt en andere openbare functies. Van deze lijn stamt ook den
thans in Antwerpen nog bestaanden tak af.

Ook de in de 17e en 18e eeuw voorkomende van Tichelt's te Turnbout,
Hoogstraten en St. Job in 't Goor zijn bij dit geslacht te vermelden.
In de I6e eeuw leefde nog een tak van Ticbelt te Eekeren. waarvan men
verscheidene leden als schepenen en als leenmannen van den graaf van
Hoog-straten aantreft. Zij heetten ook aldaar afwisselend van Tichelen
en van Tichelt.
De oudste generatie's van Tichelt behoorden tot den landadel. waarmede
zij vermaagschapt waren, en voerden een zegel. dat drie sterren
(geplaatst 2 en I) vertoonde.
De zegels der van Tichelt's van Brecht en Loenhout en van de schepenen
van Antwerpen van dien naam vertoonen in de 15e eeuw dezelfde sterren.
Het zegel van hun stamvader. Gherhardt van Tiechgelt, schildknaap,
bevat in 1355 eveneens drie sterren. Ook de grafzerk van jonker Jan van
Eyck. Die gehuwd was met Beatrix van Tichelt († 1466) vertoont bet
navolgend wapen van Tichelt : (van azuur) drie vijfpuntige (zilveren)
sterren met als helmteeken : een uitkomende wezel.
Jonker Coget plaatste daarom de drie sterren in het schildhoofd van
zijn wapen ter nagedachtenis aan de alliantie Coget-van Tichelt.
De familie van Tichelen heeft zich altijd gekenmerkt door haar groot-
grondbezit in de Kempen.

B. van Schijndel

Genealogie van Tichelen

I. Wouter van Tichelt, wordt in twee charters, n.l. van het jaar 1293
en van het jaar 1294, als overleden beschouwd. En daar zijn zoon Gerard
van Tichelt, die volgt reeds in 1310 als overleden is vermeld, moeten
wij aannemen dat hij omstreeks het jaar 1200 is geboren, vooral waar
zijn kleinzoon reeds in 1295 als leenman van de heer van Hoogstraten
voorkomt.
..... enz.

Beste groeten,

Remi

remi....@advalvas.be
http://members.xoom.com/remi_jansen/


Sent via Deja.com http://www.deja.com/
Before you buy.

0 new messages