Op de fraaie site van IISG staat al enige tijd een schitterende
calulator die de koopkracht van de gulden vanaf 1450 in vergelijk met
ieder mogelijk jaar daarna kan berekenen. Heel handig om de waarde van
de boedel uit oude testamenten tenopzichte van heden te bepalen. Een
onmisbare bookmarkwaardige tool. Zeer handig !!
http://www.iisg.nl/hpw/calculate.html
Vriendelijk groetend
Rob Kuijsten
http://www.rat.de/kuijsten
Dank voor de melding, hier heb ik oprecht heel erg veel aan. Maakt het
leuker. Ook voor het salaris dat mijn opa verdiende in 1920 en ik verdiende
in 2001 en nu in 2002.
Groetjes, Roos
"Rob Kuijsten" <robku...@yahoo.com> schreef in bericht
news:oc7fnu4jikmp2pmt4...@4ax.com...
OEPS, foutje. De euro is zelfs al aanwezig! Perfect! De site wordt voor mij
alleen maar interessanter. Laat de beheerder er alsjeblieft niet mee
stoppen.
Nu zie ik dit meer als een aardigheidje.
Ik kom er namelijk niet achter welke gulden gebruikt wordt. Nederland heeft
verschillende guldens gekend o.a. guldens van 18 stuivers en guldens van 20
stuivers.
ALs je een vergelijk maakt met de prijs van een koe zo rond 1700 (bekend uit
notariele akten) en de prijs van een koe nu en dat vergelijkt met het
rekenmodel klopt er ook iets niet ;-)
Piet
>
>Nu zie ik dit meer als een aardigheidje.
>Ik kom er namelijk niet achter welke gulden gebruikt wordt. Nederland heeft
>verschillende guldens gekend o.a. guldens van 18 stuivers en guldens van 20
>stuivers.
>ALs je een vergelijk maakt met de prijs van een koe zo rond 1700 (bekend uit
>notariele akten) en de prijs van een koe nu en dat vergelijkt met het
>rekenmodel klopt er ook iets niet ;-)
>Piet
>
Het is toch degelijk serieus en gebaseerd op wetenschappelijk
onderzoek. Het gaat daarbij om de prijzen van de belangrijkste
consumenten producten en de index van de lonen en levenskosten in het
westelijk deel van Nederland. Dus niet speciaal de koehandel :-)
verantwoording, zie: http://www.iisg.nl/hpw/cpi.html zie verder de
informalie in de xls bestanden op http://www.iisg.nl/hpw/data.html
Vriendelijk groetend
Rob Kuijsten
Wat we nodig hebben is een materiele welstands en welzijns index bestaande
uit wat de mensen zich konden permitteren op het gebied van wonen, voeding,
klimaatbeheersing, kleding, gezondheid, scholen, vermaak, vervoer, beleggen,
sparen, verzekeringen en een beschrijving wat de welstand en welzijn voor
elk jaar gemiddeld genomen inhield voor al deze factoren.
Dan zullen we het nog maar niet hebben over het sociale, politieke,
religieuze en de culturele welstand en welzijn van de mensen.
Helaas in de genealogie komen we meestal niet verder dan 1 regel per persoon
met een paar administratieve gegevens, terwijl die persoon toch 50 tot 80
jaar geleefd heeft en van alles, groot en klein, meegemaakt of bedacht
heeft, waar wij niet het flauwste benul van hebben. Een heel leven in 1
regel. Ik moet er niet aan denken dat mij dat lot ook te wachten staat,
tenminste als ik niet oppas en er zelf iets aan doe.
- Anton -
> ==============================
> To join Ancestry.com and access our 1.2 billion online genealogy records,
go to:
> http://www.ancestry.com/rd/redir.asp?targetid=571&sourceid=1237
>
>
agacranberry @ hotmail.com (verwijder spaties rond @)
http://www.luukkeunen.tk
Hallo Luuk en andere belangstellenden
Ook met de prijs van huizen kan je niet vergelijken. Ik ben geen
econoom, maar constateer wel dat de huizenprijs de laatste 50 jaar in
verhouding met de inflatie enorm is gestegen. Was het in de jaren 70
nog mogelijk om in het noord Nederland voor 30.000 gulden een
vrijstaand huisje in de polder te kopen. Ik denk dat men nu al snel 7
of 8x zo duur uitkomt. Er is een onderzoek gedaan naar de prijzen van
gebouwen aan de Herengracht in Amsterdam tussen 1628 en 1973 door dhr
Eichholtz. In de index is te zien dat een pand in 1950 ongeveer 6 x
zoveel waard was als in 1628, dat lijkt vreselijk tegen te vallen. In
1973 is een pand ineens 23 x zoveel waard als in 1628. Waarschijnlijk
is dat in 2002 weer een veelvoud van die waarde.
De Herengracht Index is in PDF formaat te downloaden van
http://papers.ssrn.com/sol3/papers.cfm?abstract_id=598#Paper%20Download
Ik ben het er wel mee eens dat het zeer moeilijk is om een goede index
te maken in de periode voor 1900. Die index is onzuiver vanwege de
beperkte registratie en vele hiaten. Bovendien blijken er per jaar
enorme prijsverschillen te ontstaan. Slechte aardappel en graan
oogsten, oorlog etc. Of je op deze wijze de waarde van de gulden kan
koppelen aan de waarde van de producten uit het onderzoek? Ik zie ook
wel wat in de argumenten van Anton Ammerlaan die vindt dat de index
afhankelijk moet zijn van een veel breder onderzoek. Ik denk echter
wel dat vanaf 1900 tot heden de berekening een stuk zuiverder is. Dus
weet je het salaris van je grootvader, dan is dat redelijk zuiver te
vergelijken met dat van jou. Helemaal exact gaat dat natuurlijk nooit.
Vergis je niet in de enorme inflatie van de laatste 50 jaar.
koopkrachtcalculator
http://www.iisg.nl/hpw/calculate.html
Met vriendelijke groeten
Rob Kuijsten
De koopkracht van de frank.
Indexcijfer van de consumptieprijzen
Bronnen : 1831 tot 1913 : Institut des Sciences Economiques, Leuven.
1920 tot 1938 : Ministerie van Arbeid.
1939 tot 1975 : Ministerie van Economische Zaken.
Basis : 1914 = 100
1831- 1840 93
1841- 1850 92
1851- 1860 100
1861- 1870 104
1871-1880 107
1881-1890 91
1901-1910 88
1911-1914 101
1920 455
1921 399
1922 373
1923 428
1924 501
1925 518
1926 618
1927 786
1928 820
1929 875
1930 874
1931 798
1932 720
1933 705
1934 666
1935 655
1936 685
1937 735
1938 761
1939 770
1945 2582
1946 2450
1947 2494
1948 2861
1949 2768
1950 2744
1951 3001
1952 3028
1953 3019
1954 3059
1955 3043
1956 3129
1957 3228
1958 3270
1959 3310
1960 3320
1961 3353
1962 3400
1963 3473
1964 3618
1965 3765
1966 3922
1967 4034
1968 4145
1969 4301
1970 4469
1971 4663
1972 4917
1973 5259
1974 5926
1975 6682
1976 7296
1977 7316
1978 8165
1979 8530
1980 9097
1981 9741
1982 10645
1983 11461
1984 12188
1985 12788
1986 12944
1987 13145
1988 13298
1989 13711
1990 14184
1991 14639
1992 14995
1993 15408
1994 15774
1995 16006
1996 16336
1997 16602
1998 16761
M.Vdb.
Zoals we al op eerder op de faqsite (
http://geneaknowhow.net/faq/benelux.htm ) en in antwoorden in deze
groep aangegeven hebben, is het berekenen van de koopkracht afhankelijk
van veel factoren. Met alleen maar een relatie met de edelmetaalwaarde
van de munt te leggen is men er niet. Uit de verantwoording is niet
duidelijk welk systeem gevolgd is. Ik heb al eerder aangegeven dat een
huis uit 1700 niet vergelijkbaar is met een huis uit 2002. In dat
laatste zitten veel meer voorzieningen en die zijn dus ook absoluut
duurder. Maar dat is niet het enige wat speelt. Ook door grootschalige
productie( een kippenei is nog net zo duur als 25 jaar geleden), import
(het opheffen van importbeperkingen)e.d. wordt de waarde van wat men
voor een bepaalde hoeveelheid edelmetaal kan krijgen beïnvloed.
Tenslotte (om het kort te houden), de gegevens betreffen kennelijk
vooral Holland en zijn daar mee niet van belang voor de overige
provincies. In Holland lagen de prijzen en de lonen veel hoger (2 * of
meer) dan in de rest van het historische Nederland. Een waarschuwing
dus...
vr.gr. Hein Vera
--
Die van een vage grond wilt rijke winst betragten,
moet met een zoet geduld en lijdzaemheijd verwagten
de vrugt van zijn vernuft, het voordeel van zijn geld,
door mest en werkzaamheijd in 't dorre zand gestelt.
Isifridus Thijs 1792
Door een vergelijking te maken met inkomens in de verschillende jaren kom je
al een stuk verder.
In de 1600 en 1700's was een normaal inkomen van een ongeschoolde arbeider
tot en met een vakman ergens tussen de 200 en 400 gulden per jaar. Vergelijk
dat met een tegenwoordig inkomen voor dezelfde categorie mensen van ruwweg
30.000 tot 60.000 gulden ofwel 15.000 tot 30.000 euros. Uitgaande van deze
ruwe gegevens kun je dan het volgende constateren >
1. De 8000 gulden van 1632 is gelijk aan het jaarinkomen van 40 tot 20
handarbeiders. Dus 8000 gulden was een heleboel geld toen, je stak ver boven
de middelmaat uit en je was rijk. Bovendien genoot je vanwege dat geld
aanzien, je was van gegoede stand.
2. Met het huidige inkomens niveaus voor 40 tot 20 handarbeiders praten we
dus over het equivalent van 600.000 euros of 1,2 miljoen guldens, ook een
heleboel geld en zeven keer zoveel als berekent met de koopkracht index. Ook
nu weer, vandaag aan de dag, met zoveel geld heb je het best aardig voor
elkaar en krijg je het zelfde levensgevoel als met 8000 gulden in 1632.
3. Door de ontwikkeling van wetenschap, techniek en rationeel denken op
alle terreinen, is het welzijns niveua van alle bevolkingsgroepen enorm
toegenomen bij een zelfde persoonlijke inspanning. Iemand die in 1600 met
schop in de grond stond te spitten kreeg 200 gulden per jaar, nu krijgt
iemand voor precies het zelfde werk, alleen maar een schop en spieren, geen
machines, 30.000 gulden per jaar plus allerlei sociale voorzieningen.
Zodoende leeft een handarbeider van nu als een "koning" vergeleken met een
handarbeider van 1632 die van de hand in de tand leefde, zonder sociale en
oudedags voorzieningen. Maar aangezien mensen zich altijd vergelijken met
wat andere mensen nu in deze tijd verdienen en niet met vroeger, heeft een
handarbeider van nu helemaal niet het gevoel een "koning" te zijn, hij is
maar een arbeider, kijk maar eens hoe andere mensen er zoveel beter van
leven dan ik, Jan met de pet. Dus stands- en levensgevoel blijft belangrijk.
Door een vergelijking van gemiddelde inkomens te maken voor de verschillende
jaren kom je dat toch wel aardig op het spoor dacht ik.
4. Bij deze methode van inkomensvergelijking kun je meteen ook de
verschillen in inkomens tussen verschillende streken behoorlijk elimineren,
zolang je maar de gegevens voor de desbetreffende streek gebruikt, voor
zowel vroeger als nu.
5. Als we met de methode van inkomensvergelijking in staat zijn mensen
ruwweg in te delen in categorien van : zeer arm, arm, net genoeg om van te
leven, geld voor een paar extraatjes, een beetje rijk, rijk, zeer rijk, voor
de verschillende jaren, dan zou het prachtig zijn als er ergens een studie
is die aangeeft wat de mensen in de verschillende tijden met hun geld
konden kopen; hoeveel en wat voor soort huis, hoeveel en wat voor soort
eten, hoeveel en wat voor soort van verwarming, wat voor kleren en ga zo
maar door. Zover ik weet is er zo'n studie niet gemaakt tot nu toe.
Misschien komt dat nog wel eens.
6. Behalve geld zijn ook andere factoren net zo belangrijk voor het
levensgevoel. Bijv. sociale, religieuze, politieke, wettelijke
omstandigheden. Denk maar aan de religieuze intolerantie/triomphalisme van
1580 tot 1850: de oorlogsjaren 40-45, geld was niet het probleem, maar
sociaal en politiek was het een rot tijd voor iedereen, behalve de NSB:
regententijd met opgelegde onmondigheid voor de meeste mensen. Je kunt wel
het geld hebben, maar als je in de verkeerde hoek zit, heb je nog geen erg
leuk leven. Het omgekeerde is ook waar; niet zoveel geld maar wel lid van
een bevoorrechte groep, en dan voel je je eigen nog niet zo slecht. Alweer
ruimte voor nog een systematische studie.
Met vriendelijke groeten.
- Anton Ammerlaan -