Dordtse kalender 10.000 jaar oud?
Lezers van Eigen-Aardig die menen dat zij afstammen van Germanen of
Batavieren zullen na het lezen van deze aflevering een illusie armer kunnen
zijn. West Europeanen hebben namelijk meer te maken met Zuid-Amerikaanse
Indianen. Althans dat was de mening van de Dordtenaar ir. J.F. Overwijn.
In het buitengewoon onleesbare boekje Onze Huis en Grafteekens zijn 10.000
jaar oud. Wat zeggen zij ons dat Overwijn in 1940 uitgaf, bewees Overwijn
dat de verzonken stad Atlantis ergens in de buurt van de Waddenzee had
gelegen en dat Columbus en Marco Polo niet op ontdekkingsreis waren gegaan.
Wat Dordrecht betreft: het Dordtse dialect werd al 2000 jaar voor Christus
gesproken en enkele gevels in Dordrecht vertonen tekens die 10.000 jaar oud
zijn.
Overwijn, een leraar aan het gymnasium in Dordrecht, besteedde een groot
deel van zijn vrije tijd aan het bestuderen van de oorspong van oude
volkeren. In het boekje beweert hij dat allerlei tekens in verschillende
culturen dezelfde tekens hebben. Dat komt omdat al die volken van elkaar
afstammen. Chinezen, Indianen, Ieren en Grieken zouden volgens Overwijn
daardoor zonder al te veel moeite de versieringen van het huis de Crimpert
Salm aan de Dordtse Visstraat kunnen verklaren.
INGEWIKKELD
Overwijn ontwikkelde een behoorlijk ingewikkelde theorie waaruit zou blijken
dat veel volken een gezamenlijke oorsprong hebben. Zelfs Maya's hadden
banden met Europa omdat Europa en Amerika ooit bijna aan elkaar vast hadden
gezeten.
In Europa zelf ging het in de 22e eeuw voor Christus mis. Het weer was toen
blijkbaar nog slechter dan anno nu. Natuurramp na natuurramp volgde en het
hele gebied langs de Atlantische kust en tussen Engeland en Scandinavi� (nu
Noordzee) verdronk. Ook Atlantis dat ergens bij de Waddeneilanden moet
hebben gelegen. Overwijn wist het precieze jaartal neer te schrijven: 2193
voor Christus. In ��n klap was een aantal volkeren van elkaar gescheiden
door onder andere de Noordzee. Overwijn noemde hen Groot-Friezen, naar de
oermoeder Fryea.
Nu wil het geval dat de Groot-Friezen geen echt schrift kenden, zoals wij
tegenwoordig. Ze maakten slechts gebruik van hi�rogliefen. Alle
----
J.F Overwijn was een bijzonder man. Hij schreef niet alleen over de
geveltekens, ook was hij er in hetzelfde kader van overtuigd dat het fameuze
Oera Linda- boek echt was. In die zogenaamd eeuwenoude kroniek (13de eeuw),
geschreven in een tot dan toe onbekend runenschrift, wordt verhaald over een
vierduizend jaar oude Friese beschaving. Onderzoek wees echter uit dat het
papier machinaal vervaardigd is en waarschijnlijk in de jaren 1850 in een
fabriek in Maastricht is gemaakt. Overwijn geloofde heilig in de echtheid.
Voor en in de Tweede Wereldoorlog werd door de NSB en door SS-leider Himmler
een verband gelegd tussen het boek en theorie van het Germaanse volk. Als
verzetstrijder werd Overwijn in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers ter
dood veroordeeld, hij overleefde gevangenkampen en kreeg voor zijn
verzetswerk het Nederlandse Bronzen Kruis. In Belgi� werd hij Ridder in de
Kroonorde met Palm Overwijn woonde aan het eind van zijn leven op een
woonark in de Spuihaven.
----
verschillende stammen (ook de allang 'weggedreven' Maya's) konden die tekens
van elkaar begrijpen. In de loop der tijden verwaterde dat. Volgens Overwijn
zaten die krabbeltjes echter zo diep in de menselijke ziel verankerd dat ze
later nog steeds onbewust werden toegepast, hoewel de betekenis dus allang
was vergeten.
GOEDHARTIGE DORDTENAREN
Die Groot-Friese cultuur is nog steeds merkbaar. Ook in Dordrecht. In Dordt
wordt een dialect gesproken met dezelfde zinsconstructies, dezelfde tongval
en dezelfde klanken als het Oud-Fries. In deze laatste bewering staat
Overwijn overigens niet alleen. Ook J.L. van Dalen, de vroegere archivaris,
kende het Dordts-taaleigen een speciale plaats toe, maar stopte het gebabbel
meer in de Frankische dan in de Friese hoek. Ook dat is te verklaren
aangezien Friezen en Franken zich vermengden, zoals Overwijn schreef. Van
Dalen kende de echte Dordtenaren trouwens nog een aantal eigenschappen toe.
Als uw familie van het eiland van Dordrecht afkomstig is, moet u er maar
eens goed voor gaan zitten en lezen wat uw karaktertrekken zijn: zacht,
goedhartig, gul van inborst, gehecht aan tradities. Een Dordtenaar is geen
Hollander en ook geen Brabander. Hij heeft niet het botte van de eerste en
niet het losbandige van de laatste. Toch is hij levendig van geest met oog
voor schoonheid. Tot zover Van Dalen met zijn eigenschappen van de echte
Schapenkop. En al deze eigenschappen dankt de Dordtenaar aan zijn (of haar)
Fries/Frankische voorvaderen.
VERSIERINGEN
Maar er is meer in Dordt dat herinnert aan dat Groot-Friese rijk van ver
voor Christus. Wie het huis de Crimpert Salm aan de Visstraat bekijkt, ziet
onder de ramen van de eerste verdieping allerlei versieringen die volgens
Overwijn een kalender uit de Friese tijd voorstellen. Het pand werd in 1898
gerestaureerd en in dat jaar bracht de (onbekend gebleven) architect de
kalender aan. Bewust of onbewust, dat is nog de vraag. Overwijn schat dat de
betekenis van deze kalender zo'n 8000 jaar oud is. Op de langwerpige
steentjes staan de tien maanden van het jaar (voor Julius Caesar had een
jaar tien maanden). De vierkantjes rondom de gevelsteen met de vis hebben
vier punten: de jaargetijden. Die jaargetijden worden ook weergegeven in de
ruiten in het midden van de kalender. In totaal zijn er 24 rechthoeken te
zien: de uren in een etmaal. De punten van de driehoekjes op de linkerhelft
en de rechterhelft geven opnieuw de tien maanden weer. Op de tweede
verdieping vertonen de trapezia in de vensters 13 punten, in totaal 52. En
datzijn de weken in een jaar. Verder zijn in het hele pand, nog steeds
volgens Overwijn, zogenaamde zonnespaken aangebracht, die het Goddelijke
weergeven. In Dordrecht schijnen meer van dit soort tekens uit het stenen
tijdperk te zijn. In de Korte Breestraat, in het huis In Den Visser, zitten
muurankers die een ode zijn aan de God van de Friezen. Ook in de Rozijnkorf
aan de Voorstraat zitten dergelijke zinnebeelden. Al die tekens kunnen
volgens Overwijn door andere culturen worden begrepen, of ze nu in Amerika
wonen, in Azi�, of in Scandinavi�. Toch leuk voor de toeristen die Dordrecht
bezoeken.
(In de Korte Breestraat, in het huis In Den Visser, zitten muurankers die
een ode zijn aan de God van de Friezen.)