ROTTERDAM | Ooit vroeg hij me om een boek te schrijven met zijn
levensverhaal als onderwerp. Dat was nadat hij - volgens geruchten - bij De
Slegte het restant van zijn eigen poging 'Ik ben Toni Boltini' had
opgekocht. Want ijdel was hij. Boltini in de 'ramsj' bij De Slegte was iets
waaraan onmiddellijk iets moest worden gedaan.Toni Boltini 1920 - 2003
Die biografie wilde ik best schrijven. Maar toen ik hem als voorwaarde
stelde dat de titel 'Toni Boltini, het wáre verhaal' zou zijn, barstte hij
in schaterlachen uit. "Dat mag pas na mijn dood worden geschreven",
reageerde hij. En dus moesten we het gedurende zijn leven doen met niet
altijd bevestigde verhalen die de ronde deden. Over geld dat in de
gloriejaren van het circus in de koelkast van zijn riante woonwagen werd
bewaard bij gebrek aan een geldkist die groot genoeg was. Over het
formidabel geregisseerde toneelstuk toen hij op een vrijdagmiddag zijn
winterverblijf in Vught handje-contantje aan de gemeente verkocht en de
koffer met geld - om de mogelijk paraat staande Belastingdienst te
misleiden - via de achterdeur door een schoonzoon liet afvoeren terwijl hij
zelf met een leeg valies de voordeur uit stapte. Dergelijke verhalen geven
aan dat circusdirecteur Toni Boltini er al bij zijn leven in slaagde tot een
mythe uit te groeien.
Ik ben erbij geweest toen de belastingheren er eindelijk in waren geslaagd
hem failliet te verklaren. De openbare verkoping draaide uit op een mooier
spektakel dan hij ooit in de piste van zijn circus heeft kunnen bieden.
Om te beginnen had hij toen zelf elders in Vught een veiling van zeer
gewilde tweedehands bestelauto's georganiseerd. Want autohandelaar was hij
ook al. Dus elke handelaar die zich aan de poort van zijn winterverblijf
meldde - op zoek naar een vrachtwagen of zo - werd naar het plaatselijke
café verwezen waar de écht interessante zaken ter veiling kwamen.
Toen de deurwaarder tenslotte het circus in de aanbieding gooide was een
groot aantal potentiële bieders elders, oefende zijn toenmalige dompteur
Marcel Peters ergens op het terrein met de leeuwen (waarmee hij ook aardig
wat kijkers trok) en stonden stromannen de prijs op te drijven voor veelal
relatief waardeloos spul. Want de circustent was bijvoorbeeld niet meer dan
een zootje afgedankt zeildoek, waaraan zelfs een leek kon zien dat je daar
nog geen behoorlijke bungalowtent van kon bouwen.
Boerenslim
Dat was Toni Boltini ten voeten uit. Boerenslim. Met een zwart- wit logica
die zelfs zijn Utrechtse advocaat inspireerde om het circus op de weg te
houden. Niet de raadsman, maar de circusdirecteur leverde de onweerlegbare
bouwstenen voor menig verweer. Maar behalve slim was Toni Boltini ook een
innovatieve circusman. Boltini introduceerde de snel overeind staande
hydraulische masten. Daarmee was hij nog beter in staat om, zonder
uitvaldagen, eendagsplaatsen te bespelen. En terwijl circussen als
Strassburger, Mullens en Van Bever zich eind jaren zestig terugtrokken op
hun sterfbed, zette Boltini muzikale troeven als Rob de Nijs en The Lords en
Johnny Lion en The Jumping Jewels in zijn verhoogde piste. Zo wist hij de
circusrampspoed van die jaren te overleven.
Niettemin hield hij er in 1980 halverwege een toernee plotseling mee op.
Tóch de belasting? Hij heeft er zich nooit duidelijk over uitgelaten. Het
was 'de overheid', die het hem onmogelijk maakte om verder te gaan met het
circus, zo voerde hij aan.
Maar hij bleef in de publiciteit. Het Verzetsherdenkingskruis werd hem niet
gegund en hij werd veroordeeld wegens seksueel misbruik van een vrouw.
Gebeurtenissen die hij ogenschijnlijk ongebroken doorstond.
Het uit de koelkast puilende geld had intussen wel de voormalige
super-speeltuin Oud Valkeveen opgeleverd. En daar woonde hij, samen met zijn
levensgezellin Pammy (met wie hij later trouwde) in een riant
buitenverblijfje, terwijl elders op het landgoed zijn eerste vrouw Dicky en
hun dochters Antoinette en Josette hun eigen woningen hadden. In 1991, 71
jaar oud, vervulde hij Pammy's liefste wens: zoon Angelo werd geboren.
Akkerman
Toni Boltini ('Die ouwe vos', zeiden intimi altijd liefkozend) werd op 22
februari 1920 in Woensel geboren. Hij vertegenwoordigde de derde generatie
kermisreizigers nadat opa Bolten, een boerenzoon uit het Duits/Limburgs
grensgebied, als goochelaar de wijde wereld was ingetrokken en de dochter
van de Friese kermisreiziger Akkerman tot zijn levenspartner had gemaakt.
Van een huwelijk kwam het niet (vandaar de achternaam Akkerman in het
paspoort van alle Boltini's), maar van nazaten wel, onder wie Johan Akkerman
die als sterke man de kermissen zou bereizen.
Johan Akkerman trouwde op 2 november 1918 met het burgermeisje Johanna
Borchert uit Enschede. Antoni was de tweede zoon in dit kinderrijke
huwelijk. En hij was het die de variété van zijn vader (die veel dronk, zijn
gezin tiranniseerde en met wie Toni niet veel op had) ontworstelde aan de
kermis en de basis legde voor wat later Circus Toni Boltini zou worden.
De op latere leeftijd uiterlijk wat broos ogende Antonius Johan Maria
Akkerman, die als Toni Boltini zijn naam in de circusgeschiedenis van
Nederland heeft gebeeldhouwd, bleef ook in zijn laatste levensjaren
doortastend en strijdvaardig. Maar dat optreden was met meer tragiek omgeven
dan in de gloriejaren van zijn circus. Toen was 'de belasting' veelal zijn
tegenspeler. Nu kwam hij tegenover de dochters uit zijn eerste huwelijk te
staan, op wier naam hij ooit de met het circus verdiende bezittingen had
gezet. Zij weigerden een deel van de nalatenschap te bestemmen voor hun
halfbroertje Angelo. Boltini liet beslag leggen. In 1999 - reeds geplaagd
door de Ziekte van Parkinson - had Toni op een begraafplaats al een
grafkelder voor Pammy, Angelo en hemzelf gekocht. Hij poseerde tevreden voor
de fotograaf bij de met circusmotieven gebeeldhouwde tombe. In het jaar 2000
werd hij getroffen door een herseninfarct. | GPD