Ik heb me vroeger wel eens laten vertellen dat de temperatuur van de zon
(aan het oppervlak) te maken heeft met de eigenschappen van plasma (de
4e aggregatietoestand). Boven een temperatuur van plm 5500 graden zou
waterstofgas niet meer doorzichtig zijn, daaronder wel.
Als wij naar de zon kijken, kunnen we dus niet verder naar binnen kijken
totdat de temperatuur 5500 graden is, en verder komen we niet omdat de
zon dan te heet, en dus ondoorzichtig wordt. Die schil noemen we dan dus
"de oppervlakte" van de zon. En daarom zeggen we dat de zon een
temperatuur heeft van 5500 graden (aan het oppervlak)
_______________
Toch kan het verhaaltje, zoals het hierboven staat (en wat ik altijd
geloofd heb) niet kloppen want er zijn ook sterren die veel heter zijn
aan het oppervlak. Zie bijvoorbeeld de "Harvard spectral classifica-
tion" op
http://en.wikipedia.org/wiki/Stellar_classification.
Mijn vraag is dus: klopt er dan echt helemaal niks van, van datgeen wat
ik altijd gedacht heb en wat hierboven in de eerste 2 alinea's staat,
of is er iets anders aan de hand?
JH