news:4fd324c1$0$3520$e4fe...@dreader34.news.xs4all.nl...
>Alleen katten klimmen op de kasten en kunnen met hun poot naar binnen.
>Daarvoor zou een voldoend groot dakoverstek misschien een remedie kunnen
>zijn.
Een andere manier is de stammen rondom van een uitstekende gaas manchet te
voorzien, dus één die oversteekt tot op zo'n 10 cm uit de stam. De stam is
dan niet meer te beklimmen door een kat. Blijft natuurlijk de eventuele
mogelijkheid dat een kat een naast staande boom beklimt en dan over springt.
Dus deze methode helpt alleen als de bomen ietwat solitair zijn opgesteld.
> Maar je moet er dan zo langzamerhand wel veel voor doen, vooral als er
> zo'n 15 kasten op je erf hangen.
Dat klopt. Maar voor de ook in het Oosten dun gezaaide bonte vliegenvanger
is het wellicht de moeite?
>Soorten die open nesten maken op de grond of in struiken zijn niet te
>beschermen.
Klopt, maar over het algemeen hebben katten niet die grote impact op die
soorten als vaak wordt beweerd. Bij het beoordelen door velen van die impact
komt toch zoiets als aaibaarheids effect vaak om de hoek kijken.
Ter relativering:
Op Schiermonnikoog werd er door de jagers aan de goe gemeente verkondigd dat
het met de verwilderde katten op het eiland de spuigaten uit liep en dat er
eens stevig op geschoten moest worden, dit vooral om de grondbroeders te
beschermen. Natuurmonumenten, beheerder van de zaak, was niet enthousiast
over deze geste wegens de in te schatten onrust die dit te weeg zou brengen
in de natuur en vreesde dat, als jacht op die katten zou worden toegestaan,
er meer schade zou worden aangericht dan dat men het zo zou laten. Daarbij
woog mee dat men vrij zeker wist dat verwilderde katten zolang men terug kon
zien, altijd al deel hadden uitgemaakt van de bevolking van die gebieden (
iets wat in alle natuur die we hebben is te verwachten, en daarbij natuur zo
breed mogelijk op te vatten, dus ook weidvogel gebieden met intensief
gebruik. Men verzocht de RUG om een onderzoek in te stellen naar de impact
van die katten op de grondbroeders. Dit onderzoek leverde in grove lijnen
het volgende op: Uit interviews blijkt dat de populatie verwilderde katten
in het betreffende gebied zich zeker al decennia lang handhaaft op pak weg
50 individuen. Dat in al die jaren niet is gebleken dat die katten van
wezenlijke invloed zijn geweest op de reproductie capaciteit van de
aanwezige grondbroeders en dat dus het toestaan van jacht op die katten
eerder meer schade zal aanrichten, wegens verstoring, dan de betreffende
katten nu aanrichten en dat dat, gezien de reeds decennia lang bestaande
situatie ook in de toekomst niet is te verwachten dat de "schade" zal
toenemen. Op grond van deze bevindingen wordt de jacht op deze verwilderde
katten dan ook niet door Natuur Monumenten toegestaan. ( Dit alles even
geheel in mijn eigen woorden).
Een ander voorbeeld:
De stads merels. Het leeft in de meeste steden van huiskatten, dus niet
verwildert, die de tuinen in de omgeving afstruinen. Daarbij zijn vooral
merels het slachtoffer omdat dat beestje zo is uitgerust dat het het
beschermende nest reeds verlaat voordat ze fatsoenlijk kunnen vliegen. Veel
jonge stadsmerels zijn dan ook, per definitie, al snel voor de poes. Dat is
dus al meer dan een eeuw zo ( ruim een eeuw geleden waren merels nog
bosvogels en kwamen in de steden niet voor, het migreren naar steden is de
laatste jaren een trend van steeds meer soorten, vooral ook roofvogels) toch
blijft de merel één van de meest algemene vogels in de stad.
Roelf