"Om aaneengeschreven te kunnen worden, moeten de delen van het
"werkwoord in de juiste volgorde in de zin voorkomen en mogen er geen
"andere woorden tussen staan. De infinitief is plaatsvinden. U
"schrijft daarom: dat het feest plaatsvindt, omdat die twee feesten
"tegelijkertijd plaatsvonden en het feest heeft plaatsgevonden, maar:
"het feest vindt plaats, wanneer het feest plaats kan vinden en dan
"hoeft het feest niet plaats te vinden.
Ik heb het nu een keer of tien gelezen en wat ik er van onthouden heb
ga ik nu zo vlug mogelijk vergeten of ik word gek.
--
Michel
(suf en wel)
..plaats heeft gevonden...
..kan plaatsvinden...
De logica lijkt me wat gezocht, en als dit een regel moet voorstellen of
voor moet stellen lijkt me deze onbruikbaar.
--
Herman
Ik vind het stukje volkomen duidelijk, tenminste als je aanneemt dat
'plaatsvinden' één woord is.
Maar als je 'heeft plaatsgevonden' verandert in 'plaats heeft gevonden'
verandert de uitwerking ineens.
--
Herman
Tja, het lijkt me inderdaad bezwaarlijk om plaatsheeftgevonden aaneen te
schrijven. Overigens pleit het feit dat je 'plaats heeft gevonden' kunt
zeggen er voor om 'plaats vinden' toch maar als twee woorden op te vatten.
Vergelijk jouw voorbeeld 'voorstellen'.
>Tja, het lijkt me inderdaad bezwaarlijk om plaatsheeftgevonden aaneen te
>schrijven.
De Duitsers gaan daar wel verder in: werkwoord 'angeben', en dan iets
als "Bei Bestellungen ist die Artikelnummer unbedingt anzugeben", waar
wij "aan te geven" zouden schrijven (los van het betekenisverschil
moeten/kunnen.)
--
Ruud Harmsen - http://rudhar.com
Simpel toch: in beginsel aan elkaar (plaatsvinden), tenzij je de woorddelen
omwisselt (vindt plaats) of er een woordje tussen zet (plaats kan vinden).
In de betekenis "gebeuren" is plaastvinden één woord. Je bent niet een
plaats aan het zoeken en vindt dan wat je zoekt. Dán kin je een plaats
vinden.
Mar alleen bij "te" (zu).
Duidelijk, inderdaad. Maar waarom zeggen ze het dan zo niet?
Nee, zinnen waar je vierentwintig uur aan een stuk de hik van krijgt
en dan nog altijd niet snapt wat ze bedoelen.
Niet iedereen heet Johannes:-)
--
Michel
"L'immensité, les cieux, les monts, la plaine,
"L'astre du jour qui répand sa chaleur,
"Les sapins verts dont la montagne est pleine
"Sont ton ouvrage, ô divin créateur!
(Stéphane et Francisque Borel)
>>Simpel toch: in beginsel aan elkaar (plaatsvinden), tenzij je de woorddelen
>>omwisselt (vindt plaats) of er een woordje tussen zet (plaats kan vinden).
>Duidelijk, inderdaad. Maar waarom zeggen ze het dan zo niet?
Er stond:
"Om aaneengeschreven te kunnen worden, moeten de delen van het
"werkwoord in de juiste volgorde in de zin voorkomen en mogen er geen
"andere woorden tussen staan.
Ik zie geen verschil.
Gelukkig. Dat sluit vertikaal aaneenschrijven niet uit. Voor de rest is
het een volkomen overbodige opmerking.