Eén voorbeeld:
VDEW:
"duffel [dikke wollen stof], middelnl. 'duffels(ch)' [van duffel],
genoemd naar de plaats Duffel in de provincie Antwerpen,
die tot in de 17e eeuw een bloeiende textielnijverheid had."
Vercoullie:
"duffel o, met bijvormen 'doefel' en 'doffel' = bundel vodden,
donzige wollen stof, behoort bij 'doffelen', niet bij 'Duffel',
Antwerpsch stadje, omdat daar nooit weefsels gemaakt werden.
Overigens in Antwerpen heet die stof 'doefel' en het stadje 'dufel'.
Uit Ndl. Eng. 'duffel', Hgd. düffel, Zw. 'doffel', De. 'dyffel'."
Opmerkelijk is de tegenstrijdigheid betr. het voormalig bestaan van
een textielnijverheid in het stadje Duffel, iets wat toch controleerbaar
moet zijn....
Voorts is er de zonderlinge oorsprong die Vercoullie verstrekt voor
'Engelse ziekte', wat hij terugvoert op 'enkelsziekte'.
Terwijl de ziekte traditioneel wordt verklaard door de nevenverschijnselen
(rookontwikkeling die steden van het vitamine-D-producerende
zonlicht afschermt) van de vroege industrialisatie in Engeland.
Eric
>Bijzonder interessant.
>Maar staat op sommige punten haaks op de Van Dale
>"Etymologisch woordenboek".
>
>Eén voorbeeld:
>VDEW:
>"duffel [dikke wollen stof], middelnl. 'duffels(ch)' [van duffel],
>genoemd naar de plaats Duffel in de provincie Antwerpen,
>die tot in de 17e eeuw een bloeiende textielnijverheid had."
>
>Vercoullie:
>"duffel o, met bijvormen 'doefel' en 'doffel' = bundel vodden,
>donzige wollen stof, behoort bij 'doffelen', niet bij 'Duffel',
>Antwerpsch stadje, omdat daar nooit weefsels gemaakt werden.
>Overigens in Antwerpen heet die stof 'doefel' en het stadje 'dufel'.
>Uit Ndl. Eng. 'duffel', Hgd. düffel, Zw. 'doffel', De. 'dyffel'."
Dat is merkwaardig, temeer omdat ook de Amerikaanse Webster in zijn
toelichting op de oorsprong van het woord 'duffel-coat' verwijst naar
het stadje Duffel.
>
>Opmerkelijk is de tegenstrijdigheid betr. het voormalig bestaan van
>een textielnijverheid in het stadje Duffel, iets wat toch controleerbaar
>moet zijn....
Er was inderdaad een bloeiende textielnijverheid tot de zeventiende
eeuw, maar die ging teloor na de godsdienstoorlogen.
--
Groeten,
Michel.
Zie: http://www.heemkring.yucom.be/geschiedenis%20duffel.html
De gemeente kende een bewogen geschiedenis. Vanaf de
15de eeuw maakte Duffel een ware bloeiperiode door
dankzij de weefnijverheid . Duffels laken werd tot ver
buiten de grenzen verkocht: in Lübeck, Riga, Keulen,
later vooral in Spanje en Portugal. Woorden zoals
'duffel' (zware, ruwe stof) en de na de Tweede
Wereldoorlog zo populair geworden duffelcoat
herinneren hier nog steeds aan. Tijdgenoten beschreven
deze vrijheid van Brabant als zeer vermaard, rijk
bewoond en met vele buitengewoon mooie huizen. Uit
die tijd dateren ook het nog steeds bewaarde hoogkoor
van de Sint-Martinuskerk, kasteel Ter Elst, Muggenberg,
... .
Hoeveel betaalde je ook alweer voor die Vercoullie?
Helmi,
qua goedkoop, duurkoop...
Was dat die houtje-touwtjejas die men later Monty-coat is gaan noemen naar
generaal Montgommery? Of een soort caban misschien.
In de jaren langgeleden droeg de zichzelfrespecterende Pleiner een caban
(plus lange das in de kleuren van de school, bordeelsluipers en een pukkel
voor de boeken) Het was een zwarte 3/4 jas, ook van een soort dikkig wol met
zowel rechte- als steekzakken. Die heeft de tand des tijds niet overleefd,
want zowel caban als kaban staat niet in de DvD en ook in mijn Engelse
woordenboek kan ik het niet vinden. Was misschien een merknaam.
--
Falen krengen?
[knip]
> Hoeveel betaalde je ook alweer voor die Vercoullie?
>
> Helmi,
> qua goedkoop, duurkoop...
Ik geloof niet dat je mijn motivering voor deze aankoop goed begrijpt.
Die ligt namelijk in het aspect taal- en woordenboekgeschiedenis.
Ik wás uiteraard al lang voorzien van meerdere etymologische
woordenboeken van het NL.
En tevens van Engels, Spaans, Frans.
En ik beschik ook over meerdere plaatsnaamkundige werken.
Overigens kunnen uitstekende boeken best onnauwkeurigheden bevatten .
Dat is met de VD13 of Tiggelers "Vraagbaak Nederlands" niet anders.
Vercoullies woordenboek bevat tal van woorden én van wendingen die
niet in de VDEW voorkomen. En het meldt informatie die nergens anders
te vinden is. B.v. dat verschil tussen de uitspraken [dyf@l] en [duf@l].
Als standaard etymologisch woordenboek verdient de Van Dale echter
de voorkeur.
Eric.
>"Michel Martens" <michel.mar...@skynet.be> wrote in message
>news:g5vg5uk1ih6vphsfo...@4ax.com...
>> Dat is merkwaardig, temeer omdat ook de Amerikaanse Webster in zijn
>> toelichting op de oorsprong van het woord 'duffel-coat' verwijst naar
>> het stadje Duffel.
>
>Was dat die houtje-touwtjejas die men later Monty-coat is gaan noemen naar
>generaal Montgommery?
Dat was'm. Heb ik nog gedragen in mijn jeugd. Het ding woog als lood,
maar iederéén had er zo een, dus bibi ook.
Zelf heb ik hem echter nooit Monty-coat weten noemen.
> Of een soort caban misschien.
>In de jaren langgeleden droeg de zichzelfrespecterende Pleiner een caban
>(plus lange das in de kleuren van de school, bordeelsluipers en een pukkel
>voor de boeken)
Hmm, dit zal voor de Nederlanders wel een open boek zijn, maar voor
mij is het een crypto-opgave.
> Het was een zwarte 3/4 jas, ook van een soort dikkig wol met
>zowel rechte- als steekzakken. Die heeft de tand des tijds niet overleefd,
>want zowel caban als kaban staat niet in de DvD en ook in mijn Engelse
>woordenboek kan ik het niet vinden. Was misschien een merknaam.
Het woord caban doet vaag een belletje rinkelen. Ik dacht (maar ben
niet honderd procent zeker) dat het een jas zonder mouwen was, die je
om de schouders drapeerde. Een soort mantel dus. Er waren opzij wel
openingen om je handen/armen door te steken indien nodig. Het werd
hier uitgesproken als 'kabaan'. Het beroemde 'regenzeiltje', voor op
de fiets, had ook die vorm.
--
Groeten,
Michel.
[knip]
> Het woord caban doet vaag een belletje rinkelen. Ik dacht (maar ben
> niet honderd procent zeker) dat het een jas zonder mouwen was, die je
> om de schouders drapeerde. Een soort mantel dus.
ES: Wij noemden dat thuis een _cape_ [ke:p], dacht ik.
En in mijn (op dit punt eigenzinnige?) PTG is een mantel een damesjas...
Andere betekenissen van 'mantel' zijn verouderd, lijkt me.
(Die van Sint-Maarten en die der liefde b.v.).
Verder heb ik geen zin om het nu allemaal op te zoeken.
> Er waren opzij wel
> openingen om je handen/armen door te steken indien nodig. Het werd
> hier uitgesproken als 'kabaan'. Het beroemde 'regenzeiltje', voor op
> de fiets, had ook die vorm.
Eric
[knip]
> > Of een soort caban misschien.
> >In de jaren langgeleden droeg de zichzelfrespecterende Pleiner een caban
> >(plus lange das in de kleuren van de school, bordeelsluipers en een pukkel
> >voor de boeken)
> Hmm, dit zal voor de Nederlanders wel een open boek zijn, maar voor
> mij is het een crypto-opgave.
> > Het was een zwarte 3/4 jas, ook van een soort dikkig wol met
> >zowel rechte- als steekzakken. Die heeft de tand des tijds niet overleefd,
> >want zowel caban als kaban staat niet in de DvD en ook in mijn Engelse
> >woordenboek kan ik het niet vinden. Was misschien een merknaam.
> Het woord caban doet vaag een belletje rinkelen. Ik dacht (maar ben
> niet honderd procent zeker) dat het een jas zonder mouwen was, die je
> om de schouders drapeerde. Een soort mantel dus. Er waren opzij wel
> openingen om je handen/armen door te steken indien nodig. Het werd
> hier uitgesproken als 'kabaan'. Het beroemde 'regenzeiltje', voor op
> de fiets, had ook die vorm.
Als je de poncho bedoelt: die hadden geen openingen voor de
armen, hoor; de mijne in elk geval niet.
--
<
>> Dat is merkwaardig, temeer omdat ook de Amerikaanse Webster in zijn
>> toelichting op de oorsprong van het woord 'duffel-coat' verwijst naar
>> het stadje Duffel.
>
>Was dat die houtje-touwtjejas die men later Monty-coat is gaan noemen naar
>generaal Montgommery?/
Een Duffel is inderdaad een houtje-touwtjejas, maar ik weet niet of elke
houtje-touwtjejas ook een Duffel is.
> Of een soort caban misschien.
>In de jaren langgeleden droeg de zichzelfrespecterende Pleiner een caban
>(plus lange das in de kleuren van de school, bordeelsluipers en een pukkel
>voor de boeken) Het was een zwarte 3/4 jas, ook van een soort dikkig wol
>met zowel rechte- als steekzakken. Die heeft de tand des tijds niet
>overleefd, want zowel caban als kaban staat niet in de DvD en ook in
>mijn Engelse woordenboek kan ik het niet vinden. Was misschien een
>merknaam.
In het Engelse woordenboek gaan kijken lijkt me ook niet de meest gelukkige
keuze te zijn geweest. Je had hiervoor, zo op het oog, beter naar het Franse
gegrepen. Jawel:
______________________________________________________________________
=CABAN.= n. m. (XVe s.; ital. de Sicile /gabanno/, de l'arabe
/qaba/). Vêtement de dessus à manches et à capuchon. V. =Manteau;
capuchon, surtout.= /Caban de marine, d'officier. Se vêtir d'un
caban pour se protéger de la pluie./
______________________________________________________________________
(/Le Robert/ (1966), I, blz. 588.)
Het Groot woordenboek Frans-Nederlands van Van Dale meldt:
______________________________________________________________________
=caban= [kabÃ] <m.> =0.1 /regenjas/= <met capuchon> =0.2 /korte
wollen jas/= <in gebruik bij de marine>.
______________________________________________________________________
(VD-GWFN(1984), blz. 202, volledig lemma.)
Dit alles gezegd, had je er beter aan gedaan iets beter te kijken in wat je
noemt 'DvD'. Ook ik sloeg VD13 er op na en ontdekte er aldus:
______________________________________________________________________
=caban= (de (m.); -s) [Fr. /cabane/] =1= hut =2= ruim over de
heupen vallende overjas.
______________________________________________________________________
(VD13, blz. 567, volledig lemma.)
Naar oorsprongaanduiding maakt VD13 een zootje van enerzijds het Franse /la
cabane/, wat hut of hok en dies meer betekent, en anderzijds /le caban/, een
soort jas. De herkomstaanduiding als ze nu in VD13 prijkt deugt dus niet
echt.
Groeten,
Bart.
--
' ... als men de spade der taal
diep in de aarde zou steken
dan zou men de goden bereiken'.
Van der Graft
>> Bijzonder interessant.
>> Maar staat op sommige punten haaks op de Van Dale
>> "Etymologisch woordenboek".
>>
>> Eén voorbeeld:
>> VDEW:
>> "duffel [dikke wollen stof], middelnl. 'duffels(ch)' [van duffel],
>> genoemd naar de plaats Duffel in de provincie Antwerpen,
>> die tot in de 17e eeuw een bloeiende textielnijverheid had."
>>
>> Vercoullie:
>> "duffel o, met bijvormen 'doefel' en 'doffel' = bundel vodden,
>> donzige wollen stof, behoort bij 'doffelen', niet bij 'Duffel',
>> Antwerpsch stadje, omdat daar nooit weefsels gemaakt werden.
>> Overigens in Antwerpen heet die stof 'doefel' en het stadje 'dufel'.
>> Uit Ndl. Eng. 'duffel', Hgd. düffel, Zw. 'doffel', De. 'dyffel'."
>>
>> Opmerkelijk is de tegenstrijdigheid betr. het voormalig bestaan van
>> een textielnijverheid in het stadje Duffel, iets wat toch controleerbaar
>> moet zijn....
>
>Zie: http://www.heemkring.yucom.be/geschiedenis%20duffel.html
[uittreksel uit bron als hierboven]
QED.
>Hoeveel betaalde je ook alweer voor die Vercoullie?
Over woordoorsprong gesproken...
Duffel is de geboorteplaats van de befaamde taalkundige Kiliaan, eigenlijk
Corneli(u)s (van) Kiel, (° Duffel omstreeks 1530 - Antwerpen 15 april 1607),
corrector aan de Plantijnse drukkerij te Antwerpen en samensteller van het
eerste belangrijke Nederlandse woordenboek, zijn, oorspronkelijk
/Dictionarium teutonico-latinum/ (1574), die sedert de derde zeer
vermeerderde uitgave door het leven ging als /Etymologicum Teutonicae
linguae/ (1574) 1599 (3) (laatste uitgave door G. van Hasselt, 2 dln.,
1777).
VGEW9 stelt hierover (met een afbeelding van de titelbladzijde van de
uitgave uit 1599):
______________________________________________________________________
Hij [Kiliaan] gaf daarin een beschrijving van de woordenschat van
zijn eigen (Brabantse) taal, maar vermeldde ook vele toen al
verouderde woorden, evenals woorden uit andere gewesten die als
Vlaams, Hollands, Fries, Saksisch enz., of zelfs plaatselijk
(Leuvens, Leids enz.) gekarakteriseerd worden. Door die dialect-
geografische oriëntering -- een hoge zeldzaamheid in die tijd --
is zijn werk nog altijd een van de beste en meest bestudeerde
bronnen van de 16de-eeuwse Nederlandse taal.
______________________________________________________________________
(VWPE9, tw. 'Kiliaan', XI, 1970, blz. 73, uittreksel.)
Groeten,
Bart.
--
De taal – de gevaarlijkste van alle goede dingen – is de mens gegeven opdat
hij ervan kan getuigen dat hij heeft geërfd wat hij is.
Hölderlin
> (VD-GWFN(1984), blz. 202, volledig lemma.)
>
> Dit alles gezegd, had je er beter aan gedaan iets beter te kijken in wat
je
> noemt 'DvD'. Ook ik sloeg VD13 er op na en ontdekte er aldus:
Ik keek op www.vandale.nl en vond daar niente. Daarna de dikke uit de kast
getrokken, 11e herziene druk, noppes niks tussen caballero en cabaret. Maar
een caban was dus, zoals je zegt, een korte wollen jas. Eerst in gebruik bij
de marine, later populair bij scholieren, zowel bij meisjes als jongens.
Caban in de vorm van regenjas met capuchon ken ik niet. Ook de ruim over de
heupen vallende overjas zegt mij niets, om van hut maar te zwijgen.
--
Falen krengen?
<wenk>
De nieuwslezer die je gebruikt is ook beschikbaar in het Nederlands.
</wenk>
>> (VD-GWFN(1984), blz. 202, volledig lemma.)
>>
>> Dit alles gezegd, had je er beter aan gedaan iets beter te kijken in wat
>> je noemt 'DvD'. Ook ik sloeg VD13 er op na en ontdekte er aldus:
>
>Ik keek op www.vandale.nl en vond daar niente./
O, maar dát is niet wat we gewoonlijk de Dikke noemen, niet dus het Groot
woordenboek der Nederlandse taal, die met zo'n kwartmiljoen ingangen in nu
drie banden (VD13), maar wel het Groot woordenboek hedendaags Nederlands, de
eendelige met zo'n vijfennegentigduizend ingangen, de NN, die hoort bij de
reeks Grote vertaalwoordenboeken van Van Dale.
> Daarna de dikke uit de kast
>getrokken, 11e herziene druk, noppes niks tussen caballero en cabaret./
Inderdaad, VD11 -- meer bepaald VD11(1984)1989 --, blz. 479.
In VD12 (hernomen VD12NS) vinden we het lemma voor het eerst:
______________________________________________________________________
=caban= (m.; -s) [<Fr. /cabane/], hut.
______________________________________________________________________
(VD12NS, blz. 507, volledig lemma.)
De ingang 'caban' duikt dus in 'de Dikke' voor het eerst op in 1992 (VD12).
Meteen zien we hoe de (te) slordige en dus verkeerde
woordoorsprongaanduiding die in VD13 prijkt tot stand kwam. De stellers van
VD13 voegden in het lemma 'caban' de betekenis 'overjas' toe, maar zagen
over het hoofd -- alleszins verzuimden te vermelden -- dat die laatste niet
spruit uit hetzelfde Franse grondwoord.
Als wel vaker merken we ook hier dat VDL wanneer ze een lemma aanvullen,
'verbeteren' of 'verfijnen', verzuimen te toetsen of het gehele
nieuw-ontstane lemma nog klopt.
In het Frans is /une cabane/ (XIVe eeuw, uit het spreekwoordelijke
/cabanna/, vanuit het volkslatijn /capanna/) een schuilplaats, hut; /un
caban/ (XVe eeuw, uit het Italiaans /gabanno/, vanuit het Arabisch /qaba/)
een jas.
> Maar
>een caban was dus, zoals je zegt, een korte wollen jas. Eerst in gebruik
>bij de marine, later populair bij scholieren, zowel bij meisjes als
>jongens.
Wat bedoel je met 'kort'? Mij staat bij dat je eerder zo'n (doorgaans)
donkerblauwe (of zwarte), halflange (zeg tot zowat halverwege de dijen,
zelfs net boven de knie) redelijk gladstoffige dikwollen jas bedoelt, met
houtje-touwtje bedoelt, waarbij de 'houtjes' niet echt van hout zijn/waren
of hoeven te zijn. Hebben we 't over hetzelfde soort jas? _Korte_
houtje-touwtjejassen, kort als bij een pilotenvest ('bomber'), dus tot
boven, hoogstens op, maar niet over de heup, zag ik eigenlijk nog nooit.
>Caban in de vorm van regenjas met capuchon ken ik niet. Ook de ruim over de
>heupen vallende overjas zegt mij niets, om van hut maar te zwijgen.
Die hut is dus iets heel anders, van een heel andere oorsprong ook. Ik kende
het woord, maar niet in het Nederlands, waarin ik er ook geen nood aan heb
(we er geen nood aan hebben), omdat we zelf een heleboel woorden hebben om
min of meer bescheiden bouwsels aan te duiden. Bovendien luidt /une cabane/,
de hut, in het Frans niet [kabÃ] maar wel [ka'ban].
Het woord duffel ken ik. Of het helemaal dezelfde betekenis heeft als
'caban', de jas als hier bedoeld, weet ik niet. Ik denk dat een caban, als
jas, vanuit en alleszins in het Frans, ook een bijvoorbeeld soldaten- of
kapotjas kan zijn. Alleszins hoeft het daar niet een duffel te zijn, als
blijkt uit het voorbeeld bij 'caban' in /Le Robert/:
______________________________________________________________________
<< Je trainai une chaise-longue près de la cheminée. Au moment
de m'y installer je pensai qu'un manteau ne me serait pas inutile.
Un gros caban de cuir était pendu dans un réduit, près de la
salle. >> BOSCO, =Hyacinthe,= p. 95.
______________________________________________________________________
(/Le Robert/, 1966, I, tw. caban, literatuurvoorbeeld, blz. 588.)
In het voorbeeld ontleend aan Bosco als hierboven, is de 'caban' dus een
grote _lederen_ jas. Dat is alvast niet een duffel.
In de /Le Petit Robert 1/ vinden we zelfs een uitdrukkelijk verwijzing naar
'capote', te dezer kapotjas:
______________________________________________________________________
=CABAN= [kabÃ]. /n. m./ (1448; it. de Sicile /cabbanu/, de
l'arabe /qabâ/. Grande veste de laine des marins. V. =Capote.=
(Cf. Vareuse). /Par ext./ Longue veste de sport en gros drap,
croisée haut.
______________________________________________________________________
(PR1, 1989, tw. caban, blz. 229, volledig lemma.)
Een (Fr.) 'capote' (f.), van 'capot' ('sorte de cape'), oorspronkelijk in
dezelfde betekenis, is, in de betekenis die ons hier bezighoudt, een:
"Grande manteau, d'abord à capuchon. V. =Caban.= -- /Spécialt./ Manteau
militaire. /Capote kaki de l'infanterie/" (PR1, blz. 250).
Groeten,
Bart.
--
Frans: mooiste taal na Nederlands. Wilde Nederlands dan ook vernietigen.
(Geert Van Istendael, /Anders is niet beter/, 1996.)