Vermoedelijk ontlenen ze hun naam aan een trotse daad van Friese
onverzettelijkheid, een geslaagd 'no pasaran' van eertijds échte ruiters,
Friese dapperen; geslaagd weerstandbieden dat tot eeuwige herinnering
vandaag in overdrachtelijke zin gebruikt wordt voor het stuitspul.
Weet iemand ook naar welke gedenkwaardige Friese heldhaftigheid in het
bijzonder -- wanneer en in welke omstandigheden; mogelijk een heel verhaal
met verwijzingen toe -- ze hun naam ontlenen?
Beginselvaste standvastigheid blijkt Friezen overigens ook elders gesierd te
hebben. Zo o.m.:
-----
De Friezen knielje alline for God. (De Friezen knielen alleen voor God).
Waling Dijkstra, /Eit Frieslands Volksleven van vroeger en later I/, 64.
Toen in 1555 Karel de Vijfde de regering overdroeg aan zijn zoon Filips de
Tweede, werden uit alle Nederlandse gewesten regeringsleden naar Brussel
ontboden om Filips te huldigen. Het was Gemma van Burmania van Ferwerd, die
hiertoe aan het hoofd van enige Friezen derwaarts trok.
Volgens de hofzeden van het Huis van Oostenrijk moest de eed van getrouwheid
knielende voor de koning worden afgelegd. Niemand weigerde dit, behalve
Gemma van Burmania, die op fiere toon zeide:
De Friezen knielje allinne for God.
Hij deed de eed staande en de koning liet zich dit welgevallen.
Van hier, zegt men, is de naam "Stânfries" (Standfries) afkomstig.
-----
Nu die ruiters nog terugvinden.
Groeten,
Bart.
> Beginselvaste standvastigheid blijkt Friezen overigens ook elders
gesierd te
> hebben. Zo o.m.:
> De Friezen knielje alline for God. (De Friezen knielen alleen voor
God).
...en ze buigen het hoofd voor de nl.taal, natuurlijk :-)
--
Paul (sowiesoŠ)
!paul...@kabelfoon.nl
(to reply, remove the '!')
>Iedereen kent ze wel: de onverzettelijke sta-in-de-wegs die Friese ruiters
>genoemd worden.
Iedereen behalve ik.
Vertel.....
@nnelies
> Iedereen behalve ik.
> Vertel.....
Laat me eens raden ...
Het Belze equivalent van Amsterdammertjes?
--
Peter
Ik ken wel Spaanse ruiters.
Aan Friese ruiter is niks Belz aan. Het is gewoon goed Nederlands.
>
>Ik ken wel Spaanse ruiters.
Dat zijn ze.
Ze werden naar het schijnt voor het eerst gebruikt door de Spanjaarden
in Friesland. Maar de juiste omstandigheden ken ik niet.
Waarom jullie Spaanse ruiters zeggen weet ik ook niet. Waarschijnlijk
om weeral Jantje Contrarie uit te hangen :->
Michel.
> Iedereen kent ze wel: de onverzettelijke sta-in-de-wegs die Friese ruiters
> genoemd worden.
Het Frans heeft het als leenvertaling uit het NL overgenomen in
precies dezelfde betekenis: *cheval de frise*.
Interessant: *ruiter* wordt in dezen *cheval* ('paard').
Als schaakterm is het net andersom:
NL *paard* = FR *cavalier* = 'ruiter', (soms *cheval*).
[knip]
Gevonden bij de rijkswacht:
"Prijs van 5000 fr toegekend aan adjudant Tille - lid van de brigade
Brussel - die de "spiro" heeft uitgevonden en gefabriceerd. Het gaat hier om
beveiligingsmateriaal dat door de politiediensten kan worden aangewend in
het raam van de openbare-orde-handhaving en dat de friese ruiters zou kunnen
vervangen;". Rijk zullen ze niet worden van uitvindingen, gelukkig is het
ook eerder uitzondering dan regel.
Bart Van Stappen <bar...@village.uunet.be> schreef in berichtnieuws
9bnrjl$a3gl9$1...@ID-17117.news.dfncis.de...
Ik kan er wel iets van maken, met behulp van het Frans: "chevaux de
frise". Het zijn constructies uit houten of metalen kruizen met
prikkeldraad ertussen die meestal door de rijkswacht geplaatst worden
om te vermijden dat manifestanten te dicht bij officiële instellingen
komen.
Hoe noemen jullie deze dingen? Peter Smulders heeft het over
"amsterdammetjes" maar ik ben niet zeker dat hij het over dezelfde
dingen heeft.
In de Petit Robert staat dat de Franse uitdrukking inderdaad sedert
1572 uit het Nederlands geleend werd: friese ruiter.
"cavalier"(ruiter) werd "cheval" (paard) voor onbekende redenen.
Met vriendelijke groeten,
Didier
Ik heb ook nooit eerder gehoord of gelezen van Friese (of Spaanse)
ruiters.
'Ruitertjes' ken ik wel (sinds een jaar of drie), maar die hebben er
niets mee te maken.
> Vertel.....
http://www.coehoorn.nl/begrippenlijst/begrippen/Friese%20ruiter.html
Duidelijker kan bijna niet. :-)
Dag vriendelingen,
Helmi,
met plaatjes.
> Vermoedelijk ontlenen ze hun naam aan een trotse daad van Friese
> onverzettelijkheid, een geslaagd 'no pasaran' van eertijds échte ruiters,
> Friese dapperen; geslaagd weerstandbieden dat tot eeuwige herinnering
> vandaag in overdrachtelijke zin gebruikt wordt voor het stuitspul.
>
Hooi zet je op "ruiters", houten stakeltsels waarop de een flinke
hoeveelheid hooi te drogen kunt zetten. Je kunt er natuurlijk ook
prikkeldraad op spannen, en dan zijn het hinderlijke sta-in-de-wegs.
Is dat een redelijke alternatieve verklaring?
> Weet iemand ook naar welke gedenkwaardige Friese heldhaftigheid in het
> bijzonder -- wanneer en in welke omstandigheden; mogelijk een heel verhaal
> met verwijzingen toe -- ze hun naam ontlenen?
>
> Beginselvaste standvastigheid blijkt Friezen overigens ook elders gesierd
te
> hebben. Zo o.m.:
>
> -----
> De Friezen knielje alline for God. (De Friezen knielen alleen voor God).
knibbelje
<knip>
Frits
>>Iedereen kent ze wel: de onverzettelijke sta-in-de-wegs die Friese ruiters
>>genoemd worden.
>
>Iedereen behalve ik.
>Vertel.....
-----
=ruiter= (de (m.); -s; -tje) [{1276 'landloper, straatrover, soldaat,
in de 16e eeuw ruiter'} < me. Lat. /ruptarius, rutuarius/ (rover),
van /rupta/ (weg, bende), verkort uit /via rupta/, een door het
bos gebaande weg] [...] =3= (fig., veroud.) bazige vrouw =4=
wildebras =5= /Spaanse/ of /Friese ruiter/ a) (mil., veroud.) met
gaten doorboorde balk in welke gaten lansen of puntig geslepen
stokken werden gestoken, dienend als hindernis b) houten of
metalen raamwerk omwonden met prikkeldraad, dienend als
hindernis c) hindernisboom bij de paardensport; -- /Spaanse
ruiter/ a) naam van een soort distel (/Cirsium dissectum/) b)
(scheepsb.) (ook kortweg ruiter) soort van gaffel onder de
boegspriet, om het kluif- en jaaghout naar beneden te steunen.
=6= [...]
-----
(VD13, trefw. 'ruiter', blz. 2905, uittreksel)
Bedoeld is betekenis 5b) als hierboven. Merk op dat 'Spaanse ruiter', als
sommigen in deze draad, terecht, doen opmerken (en ook hierboven
aangegeven), kan gelden als wisselbegrip voor 'Friese ruiter', maar itt dit
laatste, ook een heleboel andere betekenissen heeft, als de genoemde distel
en boegsprietgaffel.
Had kennelijk beter meteen Verschueren opgeslagen, het onvolprezen /Groot
encyclopedisch Woordenboek/. Als wel vaker biedt dit niet enkel een
kernachtige woordverklaring, maar meteen oorsprongaanduiding toe:
-----
=Frie'se rui'ter= m. (-s) /Eert. Krijgsw./ verdedigingsmiddel
bestaande uit een boom of stok voorzien van scherpe pinnen
of prikkeldraad: /-s werden voor het eerst aan het einde van de
16e eeuw door de Spanjaarden in Friesland gebruikt om toe-
gangen te versperren. Syn./ Spaanse ruiter.
-----
(VGEW10, blz. 570, volledig lemma)
Eens te meer moet ik Jan Renkema, van de /Schrijfwijzer/, bijtreden in zijn
lof voor (een belangrijke karaktertrek van) 'de Verschueren', 'namelijk zijn
beknoptheid en overzichtelijkheid' (sic).
In zijn 'Woord vooraf' verhaalt dezelfde verder:
-----
Ten tweede, in de relatie tussen Vlaamstalig {GRRR - bvs} België
en Nederland is soms sprake van een verschijnsel dat men ook
'hollanditis' zou kunnen noemen, namelijk de ziekelijke neiging om
alles wat uit het Noorden komt al bij voorbaat belangrijker te vinden
dan wat uit het Zuiden komt. Deze ziekte komt zowel in België als
in Nederland voor. Een treffend voorbeeld van deze ziekte is de
geringe bekendheid van dit woordenboek in Nederland. Een oudere
editie van dit woordenboek is door een woordenboekmaker in het
Noorden afgedaan als dilettantenwerk. Wellicht leed deze Noordelijke
woordenboekmaker aan een mogelijk kortzichtige houding jegens
pogingen om een woordenboek en een encyclopedie te combineren.
Hoe het ook zij, zo'n negatieve kwalificatie is al sinds vele edities
zeker niet meer van toepassing.
-----
(Jan Renkema, "Woord vooraf", in F.Claes s.j. (red.) /Verschueren Groot
Encyclopedisch Woordenboek/, Antwerpen: Standaard Uitgeverij, (Turnhout:
Brepols, 1930-31) 1996 (10), 2144 blz. (2 dln.), blz. 5. -- ISBN
90-75-56606-9)
De droeve mare bereikte me dat dit woordenboek, de Verschueren, waarvan de
rechten ondertussen, met de overname (lees: opslorping) van Standaard
Uitgeverij, in Nederlandse handen verzeilden -- de jongste uitgave draagt
trouwens kenmerken van een gezamenlijke uitgave van Standaard Uitgeverij,
Antwerpen en Sdu Uitgevers, Den Haag -- voor het laatst op papier zou zijn
verschenen.
Niet enkel voor taal- en woordenboekliefhebbers is dit een
allerbetreurenswaardigste verarming, verschraling, ja een regelrechte ramp.
Het handzame woordenboek én encyclopedie in één hand lijkt daarbij zijn
geschiedenis te zien afgebroken. De Hollanditis als hoger door Renkema
beschreven zal daarbij zeker een rol gespeeld hebben.
Wie zichzelf op onnavolgbare wijze wil verrijken, doet er daarom des te meer
goed aan alsnog een exemplaar van VGEW10 te pakken zien te krijgen. Ook mij
is geen uitnodigender woordenboek dan de Verschueren bekend, inderdaad
uitblinkend ook in 'beknoptheid en overzichtelijkheid' (Renkema).
Trouwens, het samenbrengen van (uitstekend) woordenboek en beknopte
encyclopedie is hierboven ('kortzichtig') afgedaan als 'dilettantenwerk' is
ook in de ons omringende taalgebieden gekend en geniet (ook) daar (terecht)
grote faam.
Ik moet bekennen dat ik, ten behoeve van deze groep -- maar is het hem wel
ten behoeve? --, me meer dan eens laat verleiden maar naar VD13 te grijpen,
teneinde het regelrechte verwijt 'maar dat is bij ons niet zo' (lees: het
hoort niet zo) maar te vermijden. Hoewel. Zelfs als zelfs een uitermate
Hollands en Hollandocentrisch woordenboek als VD13 een bepaald trefwoord
niet van een merkje voorziet, hoeft dat voor niet weinig medetalers nog niet
te betekenen dat bedoeld woord door de beugel kan. Wat buiten hun
allerpersoonlijkste graai uit de Woordenbak -- een schamele paar duizend uit
de vele miljoenen -- valt heet ze steevast 'niet gebruikelijk'. En 'dus' (!)
afgewezen.
Zal de Verschueren nog ooit mogen verschijnen, of dient hij daartoe
misschien van elk karakter te worden ontdaan, verminkt tot smakeloze
nietszeggendheid, als met die andere uitgavenreeks van Standaard Uitgeverij,
/Suske en Wiske/, gebeurde.
Tatata. (*)
---
(*) Esperantisten zullen het besluiten met een begrip uit de hun zo nauw aan
het hart liggende kunsttaal vast op prijs stellen.
---
Groeten,
Bart.
--
In het Woord, zoals het oorspronkelijk door den mens werd gesproken, ligt de
beheersing van zijn ontmoeting met de dingen: het schept hem een nieuwe
wereld.
(G. van der Leeuw, /Wegen en Grenzen/, 279 (1948); aangehaald in VD11,
vooraan.)
>>>Iedereen kent ze wel: de onverzettelijke sta-in-de-wegs die Friese
ruiters
>>>genoemd worden.
>
>> Iedereen behalve ik.
>> Vertel.....
>
>Laat me eens raden ...
>Het Belze equivalent van Amsterdammertjes?
Hier ter stede staan de min of meer evenknieėn dier laatste, ondingen
overigens (ook) _letterlijk_ stenen des aanstoots -- je vindt ze o.m., nu in
iets minder schadelijk geslepen vorm, op de Meir -- bekend als 'Bobkes',
naar de vorige burgemeester, de heer Hubert B. Cools.
Nu ja, burgemeester. Elke Antwerpenaar zal je ongetwijfeld, niet eens ten
onrechte, vertellen dat de laatste burgemeester onzer stad 'de Lode' was,
wijlen Lode Craybeckx, (geestelijk) vader van o.m. Universiteit Antwerpen,
van het openluchtmuseum en beeldenpark Middelheim, van... , de laatste
algemeen erkende en geachte burgervader. Maar dat is weer een heel ander
verhaal.
Amsterdammertjes, meen ik te weten, zijn de beroemde paaltjes in de
Amstelstad, gesierd met het stadswapen. Friese ruiters zijn heel wat anders.
Zie elders in deze draad.
Groeten,
Bart.
--
"Woord houden!" -- 6 mei, 11 u, Gent-Zuid.
[knip]
> Eens te meer moet ik Jan Renkema, van de /Schrijfwijzer/, bijtreden in
> zijn lof voor (een belangrijke karaktertrek van) 'de Verschueren',
> 'namelijk zijn beknoptheid en overzichtelijkheid' (sic).
>
> Als er nu iets is wat BvS niet is... ;-)
ES: *BVS* zul je bedoelen.
(hier smiley naar eigen keus invoegen).
XRutj@s