Ik vermoed dat ik 'afzichtelijke herrie' niet snel zelf zou gebruiken
- altijd moeilijk om je eigen spontane taalgebruik in te schatten.
Maar ik zou er niet over struikelen als iemand anders dat wel doet,
ik begrijp de mededeling volkomen.
> > Maar ik vind best wel dat bijgeloof en klank qua onstoffelijkheid
> > met elkaar te vergelijken zijn - lelijkheid ook, trouwens.
>
> Ja, maak jij geen onderscheid waar dat gevoel op slaat dat je lelijk
> vindt? Als dat de klank van een woord is, moet het ook de klank van een
> valse viool zijn. Of het geluid van een straaljager. Zeg je dan ook wat
> een afzichtelijke herrie?
Ik vermoed dat ik 'afzichtelijke herrie' niet snel zelf zou gebruiken
- altijd moeilijk om je eigen spontane taalgebruik in te schatten.
Maar ik zou er niet over struikelen als iemand anders dat wel doet,
ik begrijp de mededeling volkomen.
> > En daar ging het in het citaat uit het WNT om: "In ruime toepassing
> > van allerlei stoffelijke en onstoffelijke dingen gezegd."
>
> Dat kan. Maar wel gebonden aan waar het op slaat. Straaljager of
> dialect.
>
> Ik lees bij het WNT:
> “Van toestanden, gebeurtenissen, hoedanigheden, voorstellingen en
> andere onstoffelijke begrippen, die òf het zintuig des gezichts, òf het
> schoonheidsgevoel, òf den zedelijken zin onaangenaam aandoen”.
>
> Uit welk jaar stamt deze definitie?
Staat onderaan de pagina:
"© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1877."
> Het citaat van Schimmel
> ‘afzigtelijkst bijgeloof’ van anderhalve eeuw geleden(!) zou onder ‘
> onaangenaam in den zedelijke zin’ kunnen vallen. Nog zo een:
> "De afzigtelijke gevolgen eener bepaalde ondeugd, BUSKEN HUET, N.
> Litt. Fant. 2, 105"
De uitspraak 'de afschuwelijke lelijkheid van het accent' heeft volgens
mij te maken met het schoonheidsgevoel, wat ook ter sprake komt in
het citaat uit het WNT.
> Je had trouwens niet zo ver hoeven zoeken. Mijn papieren VD 1984 geeft
> als abstract begrip nog het ‘het afzichtelijke der ellende’.
> Kennelijk voldeed dat niet meer want in VD 2014 is het geschrapt.
> Ook is in VD 2014 ‘onaangenaam in den zedelijke zin’ veranderd in
> ‘rechtvaardigheidsgevoel’. Lijkt me niet van toepassing op een
> dialect.Resteert alleen het schoonheidsgevoel dat nog relevant is als
> het over dialect gaat.
De term 'lelijkheid' toetert dat het iets met het schoonheidsgevoel te
maken heeft, toch?
> Ik kijk waar dat gevoel op slaat dat ik lelijk
> vind.
Ik heb er wat moeite mee om 'gevoel' in verband te brengen met deze
hele discussie, maar dat kan aan mij liggen.
> Als dat voor jou de klank van een dialect is, ---
Eh, even erop attent maken dat ik het niet ben die de uitspraak
'de afzichtelijke lelijkheid van het accent' geïntroduceerd heeft.
Zelf ben ik bijzonder tolerant wat accenten en dialecten betreft.
> --- moet het ook de
> klank van een valse viool zijn. Of het geluid van een straaljager. Zeg
> je dan ook wat een afzichtelijke herrie?
Ik vermoed dat ik 'afzichtelijke herrie' niet snel zelf zou gebruiken
- altijd moeilijk om je eigen spontane taalgebruik in te schatten.
Maar ik zou er niet over struikelen als iemand anders dat wel doet,
ik begrijp de mededeling volkomen.
> Vind je niet dat bijvoeglijke naamwoorden die hun oorsprong danken aan
> zintuigelijke waarnemingen aan die zintuigen gekoppeld moeten blijven?
> Zelfs in overdrachtelijke zin.
Niet per se. Er zijn talrijke voorbeelden van bijvoegelijke naamwoorden
die intussen flink losgezongen zijn van waar ze oorspronkelijk aan
gekoppeld waren. Een voorbeeld uit het blote hoofd: 'horendol' had
oorspronkelijk te maken met hoorndieren die dol werden van horzels -
vandaar de alternatieve, volgens sommigen de enige correcte spelling
'hoorndol'. Uit tegenwoordige vindplaatsen van het woord blijkt dat de
meeste taalgebruikers het voornamelijk in verband brengen met
geestdodend lawaai.
'Willekeurig', nog eentje: betekende ooit alleen 'de eigen wil volgend'
(bv. in de overlevende combinatie 'willekeurige spieren'), betekent
nu voornamelijk 'lukraak, toevallig'.
https://onzetaal.nl/taaladvies/willekeurig-onwillekeurig/
Volgens mij kan dat evengoed gebeuren met bijvoegelijke naamwoorden
die hun oorsprong danken aan zintuigelijke waarnemingen, toch?
> Oorverdovend slaat op het gehoor, oogverblindend op het zien.
> De andere woorden in VD die naast afzichtelijk op -zichtelijk eindigen
> zijn ‘(on)overzichtelijk en inzichtelijk doen dat ook. Tenzij ze, en
> dat zou jouw argument kunnen zijn, een eigen leven zijn gaan leiden.
"Bij het stemmen produceerde het symfonieorkest een onoverzichtelijk
kabaal."
Vind ik zomaar kunnen, zou mij niet vreemd in de oren klinken, terwijl het
niets met zien te maken heeft. Vind ik zelfs een sterke beschrijving
van een symfonieorkest dat aan het stemmen is.
> Net als bv ‘afschuwelijk’ dat je overal voor kunt zetten en dat
> 'familie' is van afzichtelijke. Van oorsprong betekende het óók ‘niet
> om aan te schouwen’. Voor mijn gevoel heeft die ontwikkeling bij het
> woord afzichtelijk nog niet plaats gevonden.
> Overigens, ‘smakeloos’ is een ander verhaal, dat is duidelijk een eigen
> leven gaan leiden, net als luchtjes die ergens aan kunnen zitten. Je
> ziet, ik doe mijn stinkende best met argumenten te komen��
'Smakeloos' is inderdaad een goed voorbeeld van een bijvoegelijk
naamwoorden dat zijn oorsprong dankt aan een zintuigelijke
waarneming en dat daar niet exclusief meer aan gekoppeld is.
> Verder valt op dat het WNT de etymologie verklaart naar het Duitse
> Afsicht (mismaaktheid) maar dat het Etym.wb verder gaat naar het
> Latijn, net als VD: despectus, despecio, "het doen afwenden van den
> blik".
> Voor mij, en kennelijk ook voor Rein, verwijst het woord ‘zicht’ nog
> steeds naar naar ‘zien’, anders was het ons niet opgevallen.
Nog eentje: 'aanzienlijk', daar zit 'zien' één op één in. Toch is de
betekenis geëvolueerd van 'duidelijk zichtbaar' naar 'groot, belangrijk,
voornaam'. Met behoorlijk wat bochten, volgens de Etymologiebank.