't Moedige, bloedige, woedige swaerd
Blonck en het klonck dat de voncken daar uyt vlogen.
Beving en leving, opgeving der aerd,
Wonder, gedonder, nu onder was, nu boven.
Dit beestje heeft wellicht een naam, waarvan ik niet zeker ben:
tussenrijm, binnenrijm,...? En dan stel ik me nog de vraag of dit
stijlelement vooral in liederen gebruikt wordt (waarin het ongetwijfeld
zeer effectief is), of het ook in de poezie in 't algemeen gangbaar is.
Kent iemand een ongezongen gedicht met deze rijmsoort?
Groeten,
Vic
Binnenrijm, als ik mijn lessen Nederlands van zo'n 20 jaar
geleden goed herinner. Ongezongen (gerapt door Extince in het
nummer 'Spraakwater') voorbeeld:
'Machtige prachtige drs. P.-achtige rijms (rhymes?) die je
bijblijven tot je tachtigste verjaardag...)
Proost!
René
---
Tuesday is Soylent Green day
>U kent wellicht het geuzenlied 'Merck toch hoe Sterck'. Bij 't zingen
>(of beluisteren) ervan valt de kracht op van de snel opeenvolgende
>rijmwoorden binnen de verzen. Een voorbeeld:
>
> 't Moedige, bloedige, woedige swaerd
> Blonck en het klonck dat de voncken daar uyt vlogen.
> Beving en leving, opgeving der aerd,
> Wonder, gedonder, nu onder was, nu boven.
>
>Dit beestje heeft wellicht een naam, waarvan ik niet zeker ben:
>tussenrijm, binnenrijm,...? En dan stel ik me nog de vraag of dit
>stijlelement vooral in liederen gebruikt wordt (waarin het ongetwijfeld
>zeer effectief is), of het ook in de poezie in 't algemeen gangbaar is.
>Kent iemand een ongezongen gedicht met deze rijmsoort?
Ja, dit wordt binnenrijm genoemd.
En ja, dit stijlelement wordt ook binnen ongezongen poezie gebruikt.
Wij laten Vondel aan het woord:
KINDER-LIJK
CONSTANTIJNTJE, 't zalig kijntje,
cherubijntje, van omhoog
de ijdelheden hier beneden
uitlacht met een lodderoog.
Moeder, zeit hij, waarom schreit gij,
waarom greit gij op mijn lijk?
Boven leef ik, boven zweef ik,
engeltje van 't hemelrijk.
En ik blink er, en ik drink er
'tgeen de schinker alles goeds
schenkt de zielen, die daar krielen,
dartel van veel overvloeds.
Leer dan reizen met gepeizen
naar paleizen, uit het slik
dezer werreld, die zo dwerrelt.
Eeuwig gaat voor ogenblik.
Uit:
Domweg gelukkig in de Dapperstraat
De bekendste gedichten uit de Nederlandse literatuur.
Bijeengebracht en ingeleid door C.J. Aarts en M.C. van Elten
Uitgeverij Bert Bakker
Vijftiende druk, februari 1997
ISBN 90 351 1761 1
p. 48, 49
--
Do I contradict myself? Very well then I contradict myself,
(I am large, I contain multitudes.)
Walt Whitman, Song of Myself - 51 (1882)
http://www.xs4all.nl/~nantko/
> U kent wellicht het geuzenlied 'Merck toch hoe Sterck'. Bij 't zingen
> (of beluisteren) ervan valt de kracht op van de snel opeenvolgende
> rijmwoorden binnen de verzen. Een voorbeeld:
>
> 't Moedige, bloedige, woedige swaerd
> Blonck en het klonck dat de voncken daar uyt vlogen.
> Beving en leving, opgeving der aerd,
> Wonder, gedonder, nu onder was, nu boven.
>
> Dit beestje heeft wellicht een naam, waarvan ik niet zeker ben:
> tussenrijm, binnenrijm,...?/
Over 'tussenrijm' vond ik niets, maar ondertussen zijn een aantal boeken de
zoekende ogen gepasseerd. ;)
Ik citeer een stukje uit Lodewick's Literaire kunst (35ste druk):
<begin Lodewick>
Onder binnenrijm verstaan wij het in één en dezelfde versregel gebruiken van op
elkaar rijmende woorden. Het klassieke voorbeeld hier is het lied uit Adriaen
Valerius' Nederlandtsche gedenck-clanck (1626) op het ontzet van Bergen-op-Zoom:
'Merck toch hoe sterck Nu int werck sich al steld!
Die 't allen tij Soo ons vryheyt heeft bestreden:
Siet hoe hij slaeft, graeft, en draeft met geweld!
Om onse goet En ons bloet En onse steden.
(...)
Laet 's Lands boom End' syn stroom Trouw'lyck toch bewaren'
Andere voorbeelden zijn:
Vervager der dagen, zo stadig in 't jagen,
Hoe vliegt gy, hoe vliegt gy zo trage?
Nooyt susten uw 't rusten, of zoude 't u lusten
Een minnaar, een minnaar te plagen.
(Jan Luyken)
O krinklende winklende waterding
(Guido Gezelle)
Daar gingen ze, zingende, hand in hand
(M. Nijhoff)
</einde Lodewick>
Bedoel je met jouw 'tussenrijm' misschien het 'middenrijm': "als woorden niet
aan het einde doch *in* de versregel rijmen op overeenkomstig geplaatste woorden
in de volgende regel" (Lodewick) ?
Dag vriendeling;-)
Helmi,
citeert een boel maar 'zi' leert een beetje. ;)