Op 10/01/2021 om 10:49 schreef h@wig:
> Erg, elf kannen heeft uiteengezet op 10-1-2021 :
>> Op 10-1-2021 om 12:50 schreef h@wig:
>>>
>>
>>
>>> Sommige Nederlanders vinden het woord 'kanker' al zo vreselijk dat ze
>>> het niet eens durven uit te spreken. Van /kut/ kijken ze minder op.
>>> Ik heb iemand wel eens 'die /kut/k' horen zeggen.
>>> Woorden als potverdikkie, ojee en geeveedee hebben we toch ook niet
>>> aan puriteinse Amerikanen te danken? Taboewoorden zijn van alle
>>> tijden, van alle landen en aan mode onderhevig.
>
>> Toch is vloeken met ziektes typisch Nederlads:
>
> Krijg nou de tering, dat klopt.
> Spanjaarden doen het met geslachtsdelen en uitwerpselen.
>
Niet alleen Spanjaarden hoor. Maar veel gebruikelijker (in Portugal en
Brazilie) is de daad zelve, en de alom bekende hoerenzoon (die ik ook
hoorde in Slovenie). Die uitwerpselen ben ik nog niet tegengekomen.
Iets met hoeren is heel populair, er is zelfs een afkorting PQP die als
ik het goed heb Puta Que Pariu betekent en volgens google gewoon niet
meer dan hoer betekent (dat is puta al, dus die snap ik nog steeds niet)
Ik moet even aan de bekende langspeler van Koot en Bie denken van lang
geleden, waarin tientallen variaties op neuken worden opgesomd (zonder
het woord neuken zelf als ik me goed herinner). Van deze variaties ken
ik het bestaan hier niet, is is en maar één: foda. Of wederkerig:
foda-se. Zoals de Amerikanen er ook maar één schijnen te hebben die in
straattaal om het andere woord.
wordt gebezigd.