H@wig <
hedwig.d...@planet.nl> wrote in
news:51d19901$0$24597$
703f...@textnews.kpn.nl:
> met ceremonieel na '��n-twee-drie-in Godsnaam', overboord te zetten".
>
> Dirk Jan kon destijds niet kon geloven dat het met een zeemansgraf te
> maken zou hebben. Het is weliswaar minder waarschijnlijk, maar ik heb
> hem toch niet uit mijn duim gezogen. 8-o
> Grappig. En vreemd dat niemand dit heeft kunnen vinden..
>
>
Daar is mogelijk een vrij eenvoudige verklaring voor: het artikel van
het Genootschap Onze Taal is van later datum en verwijst met de zinsnede
"Een andere () verklaring die je weleens hoort" naar de nl.taal draad.
Overigens meen ik me te herinneren dat ik destijds al gewezen heb op de
Bargoensche afkomst, een verdere herleiding (zoals de poging van ter
Laan) is tot op heden nog tamelijk speculatief, temeer daar de herkomst
van het woordje 'pak' zelf ook nog onduidelijk is. Zie het uitgebreide
lemma "pak 1" in het EWN van Philippa dat ook hier te lezen is:
<
http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/pak1 >
Bij "pak 2" (de betekenis van kleding dus) staat overigens nog als
voorbeeld genoemd "babypak(je)" met als omschrijving: "pakje (meestal
uit een geheel bestaande) voor een baby". Als je als volwassene in een
dergelijk uit een geheel bestaand pak gestoken/genaaid wordt, kan dat
letterlijk een adembenemende ervaring zijn, en kom je met wat fantasie
redelijk in de buurt van de hypothese van ter Laan.
Naar mijn idee interessanter op diezelfde Etymologiebank-pagina, is de
verwijzing naar Stoett, en wel het lemma "1024 Een jas":
<q>
d.w.z. eene teleurstelling, een strop, misrekening; zie Woordenschat,
510: iemand een jas geven of een jas krijgen, teleurstellen of
teleurgesteld worden; K�ster Hencke, 27: een jas krijgen, slecht
wegkomen, in 't ootje genomen worden; iemand een jas geven, hem voor 't
lapje houden of hem erin laten vliegen, syn. iemand een vrijzetter
geven; vgl. verder Jord. 228: Kris het 'n jes! <...>
Teirlinck, Wdb. v.h. Bargoensch, bl. 28 vermeldt jas in de beteekenis
geeseling, en wijst op de Vlaamsche uitdr. ze hebben hem daar een
kazakke gepast, d.w.z. berispt, bekeven, syn. van iemand een kleeken
passen, iemand onder handen nemen; iemand in de kleeren steken, hem
bedriegen, beetnemen; iemand palullen (eig. in de kleeren stukken;
daarna beetnemen, foppen Ndl. Wdb. XII, 254.; iemand in 't pak steken,
hem beetnemen; fr. une culotte, ongeluk vooral in 't dominospel;
empoigner une culotte, pech hebben. Het is mogelijk dat dezelfde
overdracht moet worden aangenomen bij iemand een jas geven, waaraan het
znw. jas dan de beteekenis strop, kan hebben ontleend. Ook is mogelijk
verband te zoeken met den term jas uit het kaartspel. Vgl. jassen,
slaan, er op slaan, en iemand aftroeven, troef geven.(Aanv.) Als jas
samenhangt met jassen (slaan), kan vergeleken worden een blauwtje loopen
en botvangen. </q>
Ook lemma "1320 Van hetzelfde laken een pak krijgen" wordt aangehaald,
en daar komt een verwante betekenis naar voren: "d.w.w. op dezelfde
wijze behandeld of gestraft worden, als waarop dit iemand zelf of een
ander is gedaan."
--
Jeroen