Ik ben dus die sportvisser die niets vangt, maar blijft genieten van hetgeen
ik ooit nog eens hoop te vangen.
Nu ga ik voor de zoveelste keer naar de Adriatische kust in Italië, vlak
boven Venetië, neem voor de evenzoveelste keer m'n visspullen weer mee en
zou graag van jullie willen weten wat ik als tuig, aas en techniek mee moet
nemen.
In de omgeving waar ik "recreëer" zijn alleen maar van die ontzettend
snotterige "zagertjes?" te koop. Ik heb het al geprobeerd met een potje
lokaal inge"flest" aas, met mosselen, garnalen, krabben en al wat er nog
meer te vinden was op het strand. In de afgelopen vijf jaar heb ik slechts 1
(een) soort modderkruipertje gevangen, terwijl ik de sardientjes voor mijn
voeten langs zie zwemmen ! Mijn dochters hebben geprobeerd mijn vangst te
overtreffen, geholpen door een flink schepnet, zelfs dat lukt niet!
Ter verduidelijking; ik vis vanaf een pier en zit dus in behoorlijk diep
water ( minimaal 5 meter).
Ik heb het ook ''s avonds wel geprobeerd vanaf het strand, in ondieper water
zodat ik niet het risico liep een badgast op geitenwollensokken (Frans?) aan
de haak te slaan, maar het resultaat bleef "niente".
Iemand misschien een tip?
Ik kijk vooral uit naar de reactie van Jan Don, maar sorry Jan, zou je het
voor mij wat eenvoudig willen houden? Ik ben echt een NUL op het gebied van
vissen. Ik vind het echter dusdanig leuk, dat ik er zelfs van geniet niks te
vangen! Stom hè?
Paul van Leeuwen
mvg Jelger
Ai, ik voel me gevleid en ik vind het leuk dat je uitkijkt naar mijn reactie
maar ik vrees dat ik je teleur moet stellen. Ik ben meer bootvisser dan
kantvisser en ik heb nog nooit in Italiė gevist.
Het was misschien beter geweest mij niet te noemen want er zijn wellicht
mensen die je veel beter kunnen raden dan ik.
In mijn achterhoofd zweeft een artikeltje met een interview van een bekende
Italiaanse wedstrijd zeevisser. Jouw vraag is een mooie aanleiding om mijn
verzameling hengelsportbladeren van de afgelopen vijf jaar eens te sorteren
en op volgorde te brengen en tegelijkertijd het bewuste artikeltje op te
sporen. Italianen hebben zo hun eigen soms heel nuttige hulpmiddeltjes en
technieken die hier niet altijd ingeburgerd zijn. Hoewel ik niet in Italiė
gevist heb, heb ik wel eens met en bij Italianen in het buitenland gevist,
wat bijzonder leerzaam was vanwege materialen en benaderingen die mij tot
dan onbekend waren.
Lang niet alles wat in de loop der jaren is langsgeflitst heb ik onthouden
Ik heb een behoorlijk arsenaal aan ideeėn maar het probleem is dat ik van
hieraf niet kan bepalen wat nu precies van toepassing zou kunnen zijn op
jouw specifieke verblijfplaats. Ook wat ik wel opgestoken en onthouden heb
is te omvangrijk om in zijn geheel te beschrijven.
Gelukkig heb je al een zinnige reactie van Jelger Herder ontvangen en bij
gebrek aan lectuur waar ik naar zou kunnen verwijzen zal ik eens zien of ik
daar uit eigen ervaring iets aan toe kan voegen. Maar eerst ga ik mijn
tijdschriften uitzoeken, en als daar iets relevants bij zit dan zal ik het
je mailen of faxen. Wellicht dat het daarna overbodig is om zelf nog iets
neer te pennen.
> maar sorry Jan, zou je het
> voor mij wat eenvoudig willen houden? Ik ben echt een NUL op het gebied
van
> vissen.
Niets van wat ik in antwoord op jouw vraag te vertellen heb is moeilijk. Het
is mogelijk dat ik het te moeilijk omschrijf maar dat gebeurt buiten mijn
bedoeling om en is te wijten aan mijn beperkingen. Verder kunnen namen van
materialen die je niet kent voor onduidelijkheid zorgen. Meestal is die
onduidelijkheid alleen, en dan nog vaak slechts ten dele, te voorkomen door
tekeningen en foto's.
Als omschrijvingen van materialen ontbreken of onduidelijk blijven dan zou
je bij een goed gesorteerde hengelsport winkel naar de betreffende
materialen kunnen vragen om ze eens te bekijken.
> Ik vind het echter dusdanig leuk, dat ik er zelfs van geniet niks te
> vangen!
Geweldig! Het gaat allemaal om plezier. Het resultaat dient slechts het
plezier dat het teweegbrengt, op welke manier dan ook.
Hoewel, mensen doen dingen in de *verwachting* dat het ze meer geluk zal
brengen terwijl dat niet vooropgezet het geval hoeft te zijn.
> Stom hč?
Kom op, Paul, je zult toch op zijn minst wel vermoeden dat er sportvissers
zijn, waaronder ik, die dit sympathiek vinden en jouw plezier in vissen
ondanks je gebrek aan resultaat toejuichen?
Met vriendelijke groet,
Jan Don
Eerst maar eens wat algemene opmerkingen.
Een algemeen advies dat eigenlijk overal geldt waar je onbekend bent met de
omstandigheden en met de vissen die er te vangen zijn, is om lokale
sportvissers te observeren en de meest succesvolle(n) in eerste instantie
domweg na te doen. Dat is zeker van toepassing als je er zelf niet in slaagt
om vis of een bepaalde vissoort te vangen. De eerste opdracht in zo'n geval
is "zoek de sportvissers"!
Soms zullen de observaties van lokale sportvissers voldoende zijn om je
eigen weg te vinden en soms zul je ze eerst zoveel mogelijk moeten kopieren
tot je er in slaagt 'het gevoel' te krijgen en net als hen vis te vangen.
Waarna je dan alsnog hun methode toe kunt snijden op je eigen inzichten,
voorkeuren en wensen.
Zaken om rekening mee te houden zijn de invloed van de getijden en de
beste uren gedurende een etmaal.
In zijn algemeenheid kun je stellen dat overal ter wereld vissen met het
opkomend water mee de ondieptes optrekken om zich met het afgaand water mee
weer terug te trekken naar dieper water. Voor deze vissoorten is het aan te
bevelen om je vissessie te beginnen iets voor of omstreeks laag water.
Je hebt dan tevens de beste gelegenheid om het verloop van de bodem te
bestuderen en daar je conclusies uit te trekken.
Andere vissoorten bijvoorbeeld in de omgeving van rotspartijen zijn weer
alleen van de kust af aan de vinnen te komen bij hoog water.
Als ik me niet vergis is het tij naar Nederlandse maatstaven zwak tot zeer
zwak in de Noord-Adriatische zee waardoor de invloed kleiner zal zijn dan
hier maar niettemin is het aan te bevelen om ook wat dit betreft het gedrag
van (goede!) plaatselijke sportvissers in de gaten te houden.
Vooral de weekenden lenen zich voor deze observaties omdat meer sportvissers
dan de tijd waarop ze kunnen gaan vissen voor het uitkiezen hebben.
Bezoek ook eens een plaatselijke hengelsportzaak en vraag tips over waar,
wanneer en waarmee te vissen. Al spreek je geen Italiaans dan nog kun je met
een paar woordjes al vlug een heel eind komen. Zorg dat je de woordjes wat,
waar, wanneer, hoe, etc. uit je hoofd kent en neem een kaartje van het
gedeelte van de kust mee waar je vakantie houdt. Voorzie jezelf van een
boek, een plaat, of iets anders met plaatjes van vissen die je aan kunt
wijzen en je zult zien wat voor een schat aan informatie je met een beetje
inspanning en vriendelijkheid kunt verzamelen.
Veel vistechnieken zijn toegesneden op de diverse vissoorten. Welke techniek
in aanmerking komt is dus direct afhankelijk van welke vissen er in
voldoende aantallen voorkomen.
Helaas ben ik daar niet zeker van zowel voor wat betreft de
Noord-Adriatische kust van Italië in zijn geheel als voor jouw specifieke
locatie.
Nu zijn er wel een aantal vissoorten te noemen die je er in principe kunt
verwachten.
Ook al moet ik me beperken tot vissen vanaf de kant en tot waterdieptes
onder de tien meter dan nog is dat lijstje behoorlijk lang.
Omdat ik niet weet welke plekken binnen jouw actieradius komen en wat je
allemaal kunt verwachten zal ik me beperken tot de in mijn ogen meest
waarschijnlijke vissoorten.
Je kunt vissen op de bodem, tussen water en wind, en in de oppervlakte.
Er zijn een aantal verschillende plekken met verschillende mogelijkheden.
Ik onderscheid het strand, pieren en havenhoofden, havens en kademuren,
en rotsachtige kust.
Ik ga er maar een beetje kriskras doorheen want sommige vissen zijn in
principe op al die plekken te vangen en het gaat me teveel tijd kosten om
mijn opmerkingen te systematiseren.
Gepen en Harders.
Beide vissoorten vang je in het oppervlakte water of tussen water en wind.
Kijk bijvoorbeeld op de kop van de pier eens of je harders langs de stenen
ziet foerageren en of je wat verder weg gepen in de oppervlakte kunt
ontdekken.
Gepen vang je in hoofdzaak in de oppervlakte. Een enkele keer jagen ze iets
onder het wateroppervlak. In aanmerking komt een langwerpig reepje vis met
aan de ene kant het glinsterende stukje huid op een langstelig haakje. Zorg
voor een niet te lang verleidelijk wapperend puntje achter de haakbocht.
Sommigen draaien het reepje vis als het ware om het haakje heen met de
glinsterende zijde naar buiten gericht, daarbij de haakpunt de ene keer aan
de ene kant en de andere keer aan de andere kant door het reepje prikkend.
Hierdoor is de glinstering aan alle kanten zichtbaar. Het haakje zit aan een
één a twee meter lijn bevestigd aan een zware buldo of werpdobber om flinke
afstanden te kunnen overbruggen.
Werp zo mogelijk ruim voorbij de gepen in en draai je lijntje langzaam terug
tot bij de gepen. Vaak volstaat het laten zweven van het stukje vis in de
buurt van de gepen, maar soms moet je het stukje vis voor de gepen langs
terug spinnen. Het kan zijn dat je daarbij een loodje op je lijn moet
knijpen. Een kwestie van uitproberen wat het best werkt op welk moment.
Italianen hebben allerlei glazen of doorzichtige vormpjes in drijvende,
zwevende of zinkende uitvoeringen die ze bijvoorbeeld gebruiken voor de
visserij op forel.
Het gaat om een eventueel doorzichtig buisje waar de lijn aan bevestigd of
doorheen gevoerd kan worden. Het buisje heeft een afhoudende werking
waardoor je de onderlijn niet vlug in de war gooit, mits je de lijn maar
afremt voordat de montage het water raakt.
Op de voorkant van het buisje zit een soms verwisselbare verzwaring geklemd.
De lijn moet zo door het buisje gevoerd worden dat de verzwaring bij het
werpen voorop gaat.
De vorm van de verzwaring bepaalt het gedrag in het water bij terugspinnen.
Mits voorzien van een aantal warteltjes vanwege het kinken van de lijn zijn
dit bijzonder prettig werpende en weer binnendraaiende hulpmiddeltjes.
Namen: Tremarella's, Sbirolino's, Bombarda's en Ballerina's.
Ter zijde: in dieper water en op vissoorten als zeebaars, koolvis en pollak
maak ik ook wel eens gebruik van het ongeveer overeenkomstige maar veel
lompere en niet doorzichtige ouderwetse karperlood geklemd op een kunststof
buisje (tube) van misschien wel meer dan 40 cm lang. Aan een warteltje
direct achter het lood een onderlijn van soms wel 1 tot 2 meter lang en
daaraan een twister. Een twister die met zijn geribbelde 'romp' niet
helemaal over de haakbocht is geschoven gaat als extra attractie om zijn
eigen as draaien.
Tegenstrooms inwerpen, af laten zinken, terug vissen, en vangen maar.
Over harders is al heel veel geschreven.
Er zijn verschillende soorten en het zijn schuwe vissen.
Van nature "begrazen" ze zeewieren, grassen en aangroeisels op rotsen, muren
en ook boten. Ze voeden zich onder meer met klein dierlijk leven dat zich
ophoudt tussen de draadalgen. Ten onrechte wordt vaak gedacht dat harders
geen vis of vlees zouden eten.
Je kunt harder aan bijna alles wat eetbaar is laten wennen.
Maar je moet ze dan wel de gelegenheid geven om kennis te maken met het
voedsel. Kortom je moet ze voeren. Brood wordt veel gebruikt omdat het snel
geaccepteerd wordt.
Je voert bijvoorbeeld met broodkruim, maar ook met stukken brood, en
afhankelijk van de wantrouwigheid van de vis ook met precies dezelfde
vlokken of pluimen die je op de haak doet. De haak moet relatief klein en
vlijmscherp zijn. Bij helder water en weinig wind of verstoring van het
wateroppervlak kunnen harders moeilijk te benaderen zijn. Het aas kan zowel
drijvend als op één tot ca twee meter of misschien in omstandigheden ook wel
dieper onder of achter een drijflichaam aangeboden worden.
Dat drijflichaam is vaak slechts noodzakelijk om te kunnen werpen.
Voor grote harders moet je denken aan minmaal 18/00 lijndikte (nylon geen
dynema!) in combinatie met een goede slip. Zorg dat je zelf zo laag mogelijk
of in dekking blijft en werp zo steels mogelijk in. Door de brekingsindex
van het water zien harders mensen die op een pier of kade staan alsof ze
recht boven hen zweven. Als het druk is langs het water of de harders merken
iets vreemds op dan zijn ze vaak niet tot aanbijten te verleiden. In zulke
gevallen en met name in havens moet je het eens in de avond of snachts
proberen. In het schijnsel van de verlichting zie je dan allerlei leven in
het water. Voeren en vissen met brood maar ook met visafval en stukjes vis
kan tot verrassingen lijden omdat het niet alleen harders zijn die afkomen
op voedsel in de havens en het vele jonge grut dat speelt in het schijnsel
van het licht.
Als drijflichaam kun je een gewone of vooral bij daglicht een bij voorkeur
doorzichtige dobber of buldo gebruiken. Dat laatste is een doorzichtig ei-
of bolvormig hol lichaam dat je kunt vullen met water voor het werpgewicht.
Ook een 'tremarella' zou in aanmerking kunnen komen.
Het is vaak belangrijk om je aasje niet plompverloren tussen je aasjes te
plonzen of recht voor de neus van de harders te gooien. Probeer gebruik te
maken van de stroom en/of de wind om je aasjes op de goede plek te krijgen.
Als je lijn te snel zinkt kun je hem invetten.
Heb je daarentegen juist last van de wind en wil je dat de lijn zo vlug
mogelijk door de oppervlaktespanning van het water breekt dan moet je hem
eens langs een sponsje met afwasmiddel draaien.
Lipvissen, zeebrasems, baarsjes en ander klein geteisem zijn vaak te vinden
om en nabij rotsen, rondom pieren, en ook wel in havens bij havenhoofden en
kademuren.
Ik sluit me wat dit betreft helemaal aan bij wat Jelger erover zegt.
Kleine haakjes en snel reageren is een must.
Een pickertje kan leuk zijn, maar met de handlijn ben je misschien wel
sneller. In de boot legt een picker of andere beetregistratie via de
hengeltop het absoluut af tegen de handlijn!
Afhankelijk van golfslag en stroming kan het erg bevorderlijk zijn om net
als bij het zoetwatervissen een voerplek te maken. Ik heb dat een aantal
Grieken zien doen met behulp van een emmer visafval, zand en....
toiletpapier. Het visafval werd gemengd met vochtig zand en tot ballen
gekneed die omwikkeld werden met toiletpapier en aldus in het water gesmeten
werden. Bij gebrek aan voldoende kleverige ingrediënten dient het
toiletpapier om het voertje op de juiste plaats te krijgen. Toiletpapier is
er op gemaakt om in water snel uiteen te vallen dus eenmaal in het water
wordt het voer in een ommezien vrijgegeven.
Grotere rovers om en nabij rotsen, zoals tandbaars, zeebaars, dentex(?) etc.
Geregeld bijvoeren houdt de vis op de stek en mits op de juiste plaats kan
het na verloop van tijd gebeuren dat ook grotere (roof)vissen gelokt door
die aanhoudende activiteit ook een kijkje komen nemen.
Het is dan zaak om als de wiedeweerga grotere aasjes aan grotere haken en
zwaarder materiaal in te zetten. Of met een spinhengeltje wat je al klaar
had liggen een kunstaasje (bijvoorbeeld een lepeltje) over je voerplek heen
te trekken.
Ook dodelijk kan zijn een beaasde of van een twisterstaart (Erie) jigkop al
dan niet opgetuigd met veren of haren over de rotsen of stenen heen te
tikken.
Kies de jig zo licht dat hij nog net zinkt. Neem de hengel voor dit werk zo
lang als mogelijk is in verband met de hoek van de lijn.
Hoe steiler de lijn omhoog loopt hoe minder de kans dat hij tegen de rotsen
loopt. Is de bodem te onregelmatig dan kan deze methode natuurlijk niet.
Maar als je het goed doet dan lukt het vaker dan je misschien geneigd bent
te denken.
Houd contact met het aas en laat de lijn nooit slap vallen. De meeste
aanbeten volgen in de afzinkfase. Vanwege het gevaar van vastraken, tik je
bij alles wat je voelt de hengeltop direct naar boven terwijl je meteen de
slinger van je reel of molen een slag binnen draait.
De hengeltop laat je gecontroleerd weer zakken terwijl je langzaam lijn
binnen draait om te voorkomen dat de lijn slapvalt. Het omhoog tikken zodra
je iets voelt of zodra de spanning op de lijn wegvalt doe je
veel heftiger dan je bijvoorbeeld op een zandbodem zou doen.
Conger(tje)s en murenen.
Soms zijn tussen de rotsen congertjes en murenen te verschalken.
Een stuk vis aan een stevige haak met een dikke nylon onderlijn kan het werk
doen. Als er wel belangstelling is voor het stuk vis maar er wordt niet
doorgebeten kan een beetje 'spelen' met het aas de vis soms alsnog overhalen
om door te bijten.
Probeer het vooral bij drukte overdag eens in de schemering en als het
donker is. Het is zaak snel te reageren en de vis zo vlug mogelijk bij
mogelijke spleten en schuilplaatsen vandaan te trekken.
Uitkijken bij onthaken, deze vissen bijten gericht, ook boven water!
Roggen
In havens, op zanderige stukken tussen de rotsen, en ook vanaf het strand
zijn soms roggen van heel behoorlijke afmetingen te verschalken. Een flink
stuk vis aan een bodem montage op het strand of bij sterke stroming voorzien
van ankerlood kan succes brengen.
Andere vissen vanaf het strand
Zeebaarzen en zeebrasems zijn vaak te vinden waar turbulentie in het water
is dus om en nabij de branding.
Zeebrasem met kleinere haakjes, bijvoorbeeld in de tweede brandingsgolf of
direct achter de branding. Ook een goede plaats voor de zeebaars maar nu met
een grotere haak en een wapperlijn. Er kan actief gevist worden. Vis een
heel stuk strand af. Inwerpen en langzaam of bij stukjes en beetjes weer
terugdraaien. Je zou een combinatie kunnen maken van een grotere haak en
langere lijn op de bodem en hoger op de hoofdlijn een korter zijlijntje met
een kleinere haak.
Zoek de geultjes en oneffenheden.
Platvissen
Je zou kunnen vissen met de bekende platvispaternosters of met een
dwarrellijn, maar als alternatief zou ik ook eens een beaasde platvislepel
proberen. Je kunt dan lekker actief vissen en wellicht maak je ook nog kans
op andere visjes. De vissen die je aan je voeten ziet zwemmen zijn
waarschijnlijk hardertjes. Je zou het op dezelfde manier als in de haven
kunnen proberen met brood en voeren van stukken brood en broodkruim.
Maar als er veel golf staat dan zou het wel eens moeilijk kunnen blijken.
Een kruisnetje werkt al beter dan een schepnet.
Maar het meest eenvoudige middel om ze te vangen is een werpzak.
Dat heeft niets meer met sportvissen te maken of het zou moeten zijn dat de
visjes als aas kunnen dienen. In Senegal en Gambia kocht ik bij vissers met
zo'n werpzak de kleine hardertjes om mee te vissen.
Over alles wat ik aangestipt heb is nog veel meer te vertellen en er zijn
meer manieren om de besproken vissen aan de schubben te komen.
Dat laat ik echter aan anderen over. De bovenstaande onderwerpen behoren
niet tot mijn specialisaties en ik hoop je toch een aantal tips te hebben
gegeven waar je mee verder kunt.
> Kies de jig zo licht dat hij nog net zinkt.
Ik bedoel natuurlijk: Kies de jig zo licht dat hij gemonteerd aan de lijn
nog net tot op de bodem zinkt nadat je hem ingeworpen hebt. Het juiste
gewicht is afhankelijk van de stroomsnelheid en de dikte van de lijn.
> Ook dodelijk kan zijn een beaasde of van een twisterstaart (Erie) jigkop
al
> dan niet opgetuigd met veren of haren over de rotsen of stenen heen te
> tikken.
In dit juweeltje van zinsbouw ontbreekt het woordje "voorziene".
De bedoeling zal toch wel duidelijk zijn. Jigkoppen die al voorzien zijn van
veren of haren kun je ook beazen of 'verrijken' met een twisterstaart.
Daar zullen we het maar weer bij laten.
Ik had nog een vraag, Paul. Wat voor soort sportvisserij beoefen jij hier in
Nederland?
En vang je dan wel vis? Zo niet, dan is het verstandig om dat eerst eens
onder de loep te nemen.
Hier in Nederland vis ik uitsluitend in zout water omdat ik het heerlijk
vind om ver te kijken; geniet van de wind om mijn oren en het lawaai van de
golven!
Hetgeen ik gevangen heb is blijven steken bij veel Bot, soms wat zeebaarsjes
een enkel scholletje, zelfs eenmaal een geep. Mijn grootste vangst is een
aal van 80 cm. De vangsten als opstapper zijn hierbij uiteraard niet
inbegrepen, ik vind dit meer afhankelijk van de kwaliteit van de schipper
dan van de kwaliteit van de visser. Ik doe dit overigens met hetzelfde
genot, ik ben tenslotte een natuurliefhebber!
Vriendelijk groet!
Ps.
Ook zonder je gewaardeerde correcties heb ik je artikel prima begrepen,
dank.
Jan Don <jd...@wxs.nl> schreef in berichtnieuws
93s9c7$l25e$1...@reader03.wxs.nl...
> Het was al laat en ik had het slechts vluchtig overgelezen voor ik het
> verzonden had.
Schitterend hè?!
> Hetgeen ik gevangen heb is blijven steken bij veel Bot, soms wat
zeebaarsjes
> een enkel scholletje, zelfs eenmaal een geep. Mijn grootste vangst is een
> aal van 80 cm.
Dat valt niet tegen.
Ik weet niet waar je vist maar ik mis schar, tong, wijting en gul op je
lijstje.
Daardoor vraag ik me af hoe het zit met je vis en werpafstand.
Het is altijd mogelijk dat het op de plaats waar jij vist geen verschil
uitmaakt, maar het lijkt me dat je zeker in de winter eens op zoek moet gaan
naar diepere plekken binnen werpbereik.
Dan moet het mogelijk zijn om schar, wijting, en gul aan je lijstje toe te
voegen.
Je werptechniek verbeteren is iets wat veelal voor overweging in aanmerking
komt.
Je zou daartoe contact op kunnen nemen met een castingclub bij jou in de
buurt.
Als je niet uit de hand vist en met één of meerdere hengels op een
strandsteun dan is het nadeel dat je niet echt leert aanbeten op gevoel te
onderscheiden en er snel op te reageren.
Dat gemis kan zich laten voelen bij je buitenlandse visserijen.
Je leert van deze visserij ook niets of nauwelijks iets over hoe je een vis
moet drillen.
Goed vissen is heel vaak een kwestie van gevoel krijgen voor wat de vis doet
en gebruik maken van verworven automatismen.
Bij de verschillende soorten van sportvissen kun je langzamerhand
verschillende facetten van dat gevoel voor vissen ontwikkelen. Bij iedere
vissoort en bij iedere methode ligt de nadruk weer op andere facetten. Ik
raad je aan om het één en ander eens uit te proberen.
We zijn in Nederland gezegend met zoveel ook schitterende zoetwater natuur,
dat er volop te genieten valt.
> De vangsten als opstapper zijn hierbij uiteraard niet
> inbegrepen, ik vind dit meer afhankelijk van de kwaliteit van de schipper
> dan van de kwaliteit van de visser.
Ten dele. Het hangt ook van de vissoort af.
Zonder een schipper die je bij de vis brengt ben je inderdaad nergens.
Maar er zijn wel degelijk situaties waarbij goed of niet goed vissen een
wereld van verschil uit kan maken. Zeker op de kleinere boten.
Veel visplezier,
Jan Don
Nou & Of!
> Dat valt niet tegen.
> Ik weet niet waar je vist maar ik mis schar, tong, wijting en gul op je
> lijstje.
> Daardoor vraag ik me af hoe het zit met je vis en werpafstand.
> Het is altijd mogelijk dat het op de plaats waar jij vist geen verschil
> uitmaakt, maar het lijkt me dat je zeker in de winter eens op zoek moet
gaan
> naar diepere plekken binnen werpbereik.
> Dan moet het mogelijk zijn om schar, wijting, en gul aan je lijstje toe te
> voegen.
> Je werptechniek verbeteren is iets wat veelal voor overweging in
aanmerking
> komt.
> Je zou daartoe contact op kunnen nemen met een castingclub bij jou in de
> buurt.
Meestal tussen Zurich en Harlingen en 's zomers wel eens bij de Hondsbosche
zeewering.
Tussen Zurich en Harlingen is het inderdaad zeer ondiep!
> Als je niet uit de hand vist en met één of meerdere hengels op een
> strandsteun dan is het nadeel dat je niet echt leert aanbeten op gevoel te
Uiteraard uit de hand; soms met een lepel (als de vangst minder is) dan ben
je net iets actiever bezig.
> Ten dele. Het hangt ook van de vissoort af.
> Zonder een schipper die je bij de vis brengt ben je inderdaad nergens.
> Maar er zijn wel degelijk situaties waarbij goed of niet goed vissen een
> wereld van verschil uit kan maken. Zeker op de kleinere boten.
Helemaal mee eens!
> Veel visplezier,
Veel dank en ingelijks!
Paul van Leeuwen
>
>
>
>