Zeiltrimmen is een vak apart!
Stelregel II: hekstag, voor en onderlijk bij licht weer NIET door halen,
achterlijk (aan)spannen.
Stelregel II: hekstag, voor en onderlijk bij zwaar(der) weer doorzetten
achterlijk open.
Met het doorzetten van de hekstag regel je de twist.
Ook met de spanning op je zeillatten als je die hebt jun je een hoop
doen. Vergeet je giekneerhouder niet gebruiken.
"jacf" <jacf.rem...@operamail.com> wrote in message
news:MPG.15b3ab9df...@news.easynet.be...
Met vriendelijke groet,
Gerard van Toornenberg, 52° 46.120' N 005° 06.149' E Medemblik
Email: gps...@soneramail.nl
Site: www.gpspositioner.com < Look to GPS Positioner Pro & Lite first. For
What's Next >
of http://GPSpositioner.Boten.NL
of http://home.soneraplaza.nl/mw/prive/toornenb/Index.html
"AD" <webb...@hotmail.com> schreef in bericht
news:3b497d0b$0$993$4d4e...@news.nl.uu.net...
De wanten (staand) span je een keer!
Als deze goed aangespannen zijn heeft het geen zin deze verder te
trimmen, tenzij je mast krom is b.v. S bocht.
Dit kan je controleren door aan de achterzijde langs de leuvergeleiders
om hoog te kijken of je val een verzwaard lijntje omhoog hijsen.
De ANWB heeft een aardig boekje over zeiltril en geeft een pittige curus
hierover.
Zeiltrim wordt (veelal) gebruikt door ervaren toerzeilers en
wedstrijdzeilers om meer prestatie uit te boot te halen.
In article <3b4998a5$0$993$4d4e...@news.nl.uu.net>,
webb...@hotmail.com says...
Volgens mij zit het toch echt zo:
Met de grootschoot regel je de twist. Evt. als er geen overloop is kan het
met de neerhaler. ( LET OP!! Als de neerhaler op aan de windse koers strak
staat en je hem vergeet losser te zetten bij ruime wind kan je lummelbeslag
afbreken, hier is niet eens zo'n harde wind voor nodig. )
Die twist is alleen nodig bij licht weer bij zeilen over bakboord op het
noordelijk halfrond (Sb op het ZH). Dan is de windrichting bovenin de mast
anders dan onderin.
Als de hekstag strakker staat worden de zeilen vlakker, dit wil je alleen als
er meer wind is: vlakke zeilen = minder kracht op het zeil. M.a.w. als de
helling te groot wordt.
Bij ruime wind wil je de mast rechterop hebben (groter zeiloppervlak) =
hekstag losser.
Bij ruime wind wil je het grootzeil boller hebben = onderlijk los en het
achterlijk dicht = neerhaler aan.
Verder is het vooral van belang dat de mast RECHT op de boot staat. Het beste
kan dit gecontroleerd worden met een metalen meetlint, maar met een puts en
de grootzeilval werkt het ook goed:
- bind een puts gevuld met water aan de grootzeilval.
- laat de puts aan SB overboord bengelen en markeer nu op de val de plek waar
de val de bovenkant van het dek raakt (of een andere plek, bijv. de
schuurlijst). dit kan bijv met een plakbandje of een stukje takelgaren.
- breng de puts, zonder te morsen ;-), naar BB.
- het plakbandje/touwtje moet op dezelfde hoogte het dek/schuurlijst raken
- is dit niet het geval dan staat de mast dus NIET RECHT.
Ron
==============================================================
Posted with Hogwasher. Mac first, Mac only:
http://www.asar.com/cgi-bin/product.pl?58/hogwasher.html
==============================================================
knip....
>
> Zeiltrim wordt (veelal) gebruikt door ervaren toerzeilers en
> wedstrijdzeilers om meer prestatie uit te boot te halen.
>
knip...
Sterker nog:
Weten hoe je je zeilen af moet stemmen op de wind is veiliger varen.
Ron
================================================================
Hogwasher: You don't have to sacrifice friendliness for power
http://www.asar.com/cgi-bin/product.pl?58/hogwasher.html
================================================================
> Die twist is alleen nodig bij licht weer bij zeilen over bakboord op het
> noordelijk halfrond (Sb op het ZH). Dan is de windrichting bovenin de mast
> anders dan onderin.
Dat lijkt me onzin. Het voorzeil (fok, genua) zorgt ervoor dat de wind die
in het grootzeil komt afgebogen is. Door de driehoekige vorm van de fok is
dat effect het grootst in het onderste deel van het zeil en het kleinst in
de top. Daarom moet het onderste deel van het zeil wat meer naar binnen
staan (wind komt meer van voren) en het bovenste deel, waar de wind niet of
nauwelijks door de fok is afgebogen, wat meer naar buiten.
Daan Brand
Toch niet. Omdat de windsnelheid dichtbij het wateroppervlak lager is en
boven in de mast hoger is de richting bovenin de mast anders dan onderin door
de Coriolis afwijking: afwijking naar rechts op het noordelijk halfrond en
naar links op het zuidelijk halfrond.
Het voorzeil moet dus bij minder wind dus ook meer twist hebben: leioog naar
achteren.
> ... Daarom moet het onderste deel van het zeil wat meer naar binnen
> staan (wind komt meer van voren) en het bovenste deel, waar de wind niet of
> nauwelijks door de fok is afgebogen, wat meer naar buiten.
Of een nog simpelere reden waarom je altijd wat twist wilt hebben:
Bovenin waait het harder (minder weerstand) dus is de schijnbare windrichting
ruimer dan onderin.
Ahoi,
Roel