>
>
> eeeh Vankan is al een jaar of twee weg bij de VVMC.
> Volgens mij is dit een heel oude lijst.
> Ik was je al kwijt... maar nare mensen als jij kruipen steeds weer uit
> donkere hoeken en gaten.
> Wat ben jij een aso.
>
wil je je bericht cancellen en alleen het onderste opnieuw posten?
--
* Alexander Al
* E-mail: alexander@@scred.nl, E-mail: aal@@liacs.nl
>Hier de gsm nummers van de organisatoren van de treinstaking.
>
>Bel ze donderdag helemaal plat, als hij uit staat, spreek dan in
>of stuur een sms bericht. Als zij het treinverkeer plat kunnen leggen,
>dan leggen wij hun gsm verkeer plat !!
>
>Als iemand nog het tel.nr. van Lodewijk de Waal heeft, dan mag je hem hier
>ook
>
>bij zetten.
Van wie denk jij dat dat mag?
Ben je wel helemaal gezond in je bovenkamer?
Gr,
Arne Vogel.
"Alexander Al" <Zi...@pigearprod.cistron.nl> schreef in bericht
news:ckjsgt$rdt$1...@news.cistron.nl...
"razzzz" <razz...@hotmail.com> schreef in bericht
news:416d9a33$0$30717$18b...@news.wanadoo.nl...
>
> "Sunny" <st...@ilse.nl> schreef in bericht
> news:4a191$416d6072$52d9cae2$81...@news.multikabel.nl...
>
> eeeh Vankan is al een jaar of twee weg bij de VVMC.Volgens mij is dit een
> heel oude lijst. Ik was je al kwijt... maar nare mensen als jij kruipen
> steeds weer uit donkere hoeken en gaten. Wat ben jij een aso.
>
> razzzz
>
>
> Sunny wrote:
>> 70% van de reizigers is overigens tegen een staking.
>
> 49% bdw
>
Is het niet 49% van de Nederlanders?
Een peiling van onze vriendjes van de Nederlandsche Spoorwegen
(vast en zeker niet in samenwerking met de afdeling 'No Rail' van prutsrail).
: 106 Teletekst do 14 okt
: ***************************************
: Avondspits niet drukker dan anders
: ***************************************
: DEN HAAG Op de Nederlandse snelwegen is
: de avondspits niet drukker geweest dan
: gewoonlijk.De staking in het openbaar
: vervoer leidde niet tot langere files.
: Dat gold ook voor de ochtendspits.
:
: De bonden zijn tevreden over de staking
: in het openbaar vervoer.FNV-voorman De
: Waal vindt ook dat de samenwerking met
: de andere bonden goed is verlopen.
:
: Het treinverkeer ligt volledig plat.Ook
: bij streek- en stadsvervoerders wordt
: gestaakt.Uit een NS-peiling blijkt dat
: tweederde van de treinreizigers tegen
: een OV-staking als protestmiddel is.Wel
: steunt 80% de kritiek van de bonden.De
: treinen rijden vannacht om 02.00u weer.
: ***************************************
--
If you see an attachment here please blacklist me
begin foutlook.exe - al 5 jaar.exe
21C3 - 27~29 Dec 2004 - Berlin, Alexanderplatz - http://21c3.ccc.de
ASSO-8756483212
En dat is precies iets wat eerder door de rechter is verboden. Staken
mag, juridisch, mensen gratis vervoeren mag niet.
--
dik t. winter, cwi, kruislaan 413, 1098 sj amsterdam, nederland, +31205924131
home: bovenover 215, 1025 jn amsterdam, nederland; http://www.cwi.nl/~dik/
In principe is het niet verboden om telefoonnummers te publiceren.
> Ben je wel helemaal gezond in je bovenkamer?
Dat is een hele andere vraag.
Dat dacht ik ook en dat is in een eerder geval ook een uitspraak over
geweest. Dat herinner ik me ook.
Maar er is inmiddels nieuwe jurisprudentie zoals Herbert me op de OVL lijst
meedeelde, zie hierna.
(moeilijke kost, even doorbijten)
=================================
Uitspraak
KG nr. 144312/KG ZA 02-368\LvR\BL
RECHTBANK UTRECHT
Sector handels- en familierecht
Vonnis van de voorzieningenrechter
in het kort geding van:
1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
VERENIGING WERKGEVERS OPENBAAR VERVOER,
gevestigd te Utrecht,
2. de naamloze vennootschap
N.V. VERENIGD STREEKVERVOER NEDERLAND,
handelend onder de naam
CONNEXXION,
gevestigd te Utrecht,
3. de naamloze vennootschap
BBA PERSONENVERVOER N.V.,
gevestigd te Breda,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ARRIVA PERSONENVERVOER NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Heerenveen,
eiseressen,
hierna gezamenlijk te noemen: de werkgevers,
procureur: mr. B.F. Keulen,
advocaten: mrs. P.C. Vas Nunes en M.J.M.T. Keulaerds beiden te
's-Gravenhage,
- t e g e n -
1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
CNV BEDRIJVENBOND,
gevestigd te Houten,
verder te noemen: CNV Bedrijvenbond,
2. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
FNV BONDGENOTEN,
gevestigd te Amsterdam,
verweersters,
verder te noemen: CNV Bedrijvenbond en FNV Bondgenoten,
procureurs: mrs. A.F.A.M. Schellart en R. van der Stege.
1. Het verloop van het geding
1.1. Op 11 april 2002 zijn partijen vrijwillig verschenen voor de
voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht, rechtdoende in kort geding.
De werkgevers hebben op die dag van eis geconcludeerd overeenkomstig de
inhoud van het concept van dagvaarding, waarvan een fotokopie aan dit vonnis
is gehecht.
1.2. De werkgevers hebben hun vordering bij monde van hun advocaat
doen toelichten mede aan de hand van pleitnotities.
1.3. CNV Bedrijvenbond en FNV Bondgenoten hebben bij monde van hun
respectieve raadslieden verweer doen voeren.
1.4. Na voortgezet debat hebben partijen vonnis gevraagd.
2. De vaststaande feiten
2.1. Eiseres sub 1 ("VWOV") is een vereniging van werkgevers in het
openbaar vervoer. Eiseressen sub 2, 3 en 4 zijn lid van eiseres sub 1 en
houden ondernemingen in stand op het gebied van openbaar vervoer per bus.
Naar schatting 70 tot 80% van de bij hen in dienst zijnde buschauffeurs zijn
lid van CNV Bedrijvenbond en FNV Bondgenoten.
2.2. VWOV is als vertegenwoordiger van de werkgevers partij bij de
collectieve arbeidsovereenkomst openbaar vervoer (verder: de CAO). CNV
Bedrijvenbond, FNV Bondgenoten en VHP VSN zijn als vertegenwoordigers van de
werknemers partij bij die CAO.
2.3. De laatste reguliere CAO werd aangegaan voor de periode van 1
januari 2000 tot en met 31 december 2001.
2.4. Partijen zijn er tot dusverre niet in geslaagd om overeenstemming
over een nieuwe CAO te bereiken. In verband daarmee hebben CNV Bedrijvenbond
en FNV Bondgenoten op 5 april 2002 aangekondigd dat zij actie zullen voeren
indien hun eisen niet uiterlijk op 10 april 2002 zouden zijn ingewilligd.
Bij brief van 9 april 2002 hebben zij een actie aangekondigd met de naam:
Gratis Openbaar Vervoer. Ingevolge deze actie hebben CNV Bedrijvenbond en
FNV Bondgenoten hun leden opgeroepen op donderdag 11 en op vrijdag 12 april
2002 de controle en verkoop van plaatsbewijzen op te schorten. Aan deze
oproep is inmiddels gevolg gegeven. Door middel van stickers op de bus wordt
aangegeven dat er sprake is van "gratis vervoer".
3. De vordering en het verweer
3.1. De vordering van De werkgevers strekt ertoe bij vonnis,
uitvoerbaar bij voorraad:
1. CNV Bedrijvenbond en FNV Bondgenoten te bevelen om binnen een half
uur na de betekening van dit vonnis hun bij openbare busvervoerondernemingen
in Nederland als chauffeur werkzame leden op de daartoe meest geëigende
wijze, althans op een door de voorzieningenrechter te bepalen wijze, op te
roepen de actie Gratis Openbaar Vervoer onmiddellijk te staken;
2. CNV Bedrijvenbond en FNV Bondgenoten te veroordelen om zich, vanaf
een half uur na de betekening van dit vonnis, te onthouden van iedere oproep
tot, aanmoediging aan of ondersteuning bij het (laten) vervoeren van
passagiers van openbare streekvervoerondernemingen zonder controle op het
bezit van geldige plaatsbewijzen,
alles op straffe van een dwangsom en met veroordeling van CNV
Bedrijvenbond en FNV Bondgenoten in de proceskosten.
3.2. CNV Bedrijvenbond en FNV Bondgenoten hebben gemotiveerd verweer
gevoerd. Op de verweren zal hierna, voor zoveel nodig, worden ingegaan.
4. De beoordeling van het geschil
4.1. Het recht op het voeren van collectieve actie van werknemers
wordt in beginsel beheerst door de bepalingen van het ESH (Europees Sociaal
Handvest). In artikel 6 aanhef en onder lid 4 van het ESH wordt, behoudens
een hier niet ter zake doende uitzondering, het recht van werknemers op
collectief optreden erkend in gevallen van belangengeschillen met
werkgevers.
4.2. Vooropgesteld wordt dat de onderhavige actie, naar niet in
geschil is, direct verband houdt met de arbeidsvoorwaarden van de werknemers
en ook niet los kan worden gezien van de CAO-onderhandelingen waarbij
partijen thans betrokken zijn, derhalve een belangengeschil betreft in de
hiervoor bedoelde zin.
4.3. De werkgevers stellen primair dat de actie Gratis Openbaar
Vervoer geen vorm van actievoeren is die wordt gedekt door de bepalingen van
artikel 6 ESH.
In het algemeen geldt dat artikel 6 ESH niet alleen de staking als
collectieve actie kent en erkent, maar ook andere collectieve acties, zulks
voor zover die niet te ver afliggen van het normale type van collectieve
acties van werknemers, zijnde de algehele werkstaking.
De actie Gratis Openbaar Vervoer kan naar doel en vorm worden
beschouwd als een collectieve actie die niet zodanig ver van het normale
type van collectieve acties van werknemers afligt, dat zij niet onder de
bescherming van artikel 6 lid 4 ESH zou moeten vallen.
Immers een dergelijke actie, te weten het niet controleren en verkopen
van vervoersbewijzen, behelst feitelijk de weigering van de werknemers om
een deel van de op hen rustende arbeidsverplichting te verrichten, zodat een
dergelijke actie voorshands kan worden aangemerkt als een gedeeltelijke
werkstaking en derhalve voldoende is gerelateerd aan het normale type van
collectieve actie waarop de bescherming van artikel 6 lid 4 ESH ziet.
Hieraan doet niet af, dat -zoals ter zitting is gesteld- gebruik wordt
gemaakt van het product van de werkgevers, dat wil zeggen het leveren van
diensten met behulp van de aan de werkgevers in eigendom toebehorende
bedrijfsmiddelen. Een inbreuk op het eigendomsrecht van de werkgevers is
immers direct danwel indirect inherent aan het voeren van collectieve
acties. In het onderhavige geval is echter onvoldoende aannemelijk geworden,
dat van een zodanige inbreuk op het eigendomsrecht van de werkgevers sprake
is, dat de actie dientengevolge niet onder de reikwijdte van artikel 6 lid 4
ESH zou moeten vallen.
4.4. Nu de onderhavige collectieve actie wordt gedekt door artikel 6
lid 4 ESH moet deze in beginsel worden geduld als een rechtmatige
uitoefening van het in deze verdragsbepaling erkende grondrecht.
4.5. Niettegenstaande het voorgaande rijst de vraag of de vakbonden in
redelijkheid dit actiemiddel hebben kunnen hanteren, zulks gegeven het eigen
karakter van de onderhavige actie. In dit verband moet worden beoordeeld of
de onderhavige actie leidt tot onevenredige schade voor de werkgevers.
Van de zijde van de werkgevers is gesteld, dat zij financieel
getroffen worden door het achterwege blijven van het incasseren van gelden
uit (onder andere) de lossekaartverkoop. Maar reeds op grond van de korte
duur -te weten twee dagen- van de onderhavige actie en het daarmee beoogde
doel, is voorshands geen sprake van een onevenredige schade aan de zijde van
de werkgevers, zodat de werknemers in redelijkheid hebben kunnen besluiten
tot de onderhavige actie over te gaan.
In dit verband wordt opgemerkt, dat, in het kader van de schade, niet
zal worden ingegaan op de kwestie van de doorbetaling van het loon van de
werknemers, nu namens de werkgevers ter zitting is aangegeven dat zij dit in
deze procedure buiten beschouwing wensen te laten.
4.6. Op grond van het voorgaande, en nu de werkgevers hun stelling dat
CNV Bedrijvenbond en FNV Bondgenoten te vroeg naar het onderhavige
actiemiddel hebben gegrepen onvoldoende hebben onderbouwd en zij ook
overigens onvoldoende feiten en omstandigheden hebben gesteld waaruit blijkt
dat niet aan de "spelregels" is voldaan, bestaat thans geen aanleiding om
CNV Bedrijvenbond en FNV Bondgenoten te verbieden de onderhavige actie te
voeren. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat deze actie op 12 april 2002 wordt
beëindigd. De vraag of nieuwe actie in deze vorm onrechtmatig is, is thans
niet aan de orde. Zulks is immers afhankelijk van de dan geldende
omstandigheden van het geval.
4.7. De werkgevers zullen, nu zij in het ongelijk zijn gesteld, in de
kosten van deze procedure worden veroordeeld.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter:
5.1. wijst de vordering af;
5.2. veroordeelt de werkgevers in de kosten van deze procedure, tot
aan deze uitspraak aan de zijde van CNV Bedrijvenbond en FNV Bondgenoten
begroot op in totaal €Euro 703,-- voor salaris van de procureurs en op Euro€
193,-- voor verschotten; verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar
bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.N. Brouwer, voorzieningenrechter, en
is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 april 2002.
=======================================
Uitspraak
9 januari 2003
GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
VIERDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER
ARREST
in de zaak van:
1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
VERENIGING WERKGEVERS OPENBAAR VERVOER,
gevestigd te Utrecht,
2. de naamloze vennootschap
N.V. VERENIGD STREEKVERVOER NEDERLAND,
h.o.d.n. CONNEXXION,
gevestigd te Utrecht,
3. de naamloze vennootschap
BBA PERSONENVERVOER N.V.,
gevestigd te Breda,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ARRIVA PERSONENVERVOER NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Heerenveen,
APPELLANTEN,
procureur: mr. B.J.H. Crans,
t e g e n
1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
CNV BEDRIJVENBOND,
gevestigd te Houten,
2. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
FNV BONDGENOTEN,
gevestigd te Amsterdam,
GEÏNTIMEERDE,
procureur: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer.
1. Het geding in hoger beroep
1.1. Appellanten worden hierna aangeduid als VWOV c.s. en
geïntimeerden als de bonden.
1.2. Bij dagvaarding van 7 mei 2002 zijn VWOV c.s. in hoger beroep
gekomen van het vonnis dat de voorzieningenrechter in de rechtbank te
Utrecht rechtsprekende in kort geding op 11 april 2002 in deze zaak onder KG
nr. 144312/KG ZA 02-368\LvR\BL heeft gewezen tussen VWOV c.s. als eisers en
de bonden als gedaagden.
1.3. Bij memorie hebben VWOV c.s. drie grieven tegen voormeld vonnis
aangevoerd, producties overgelegd en geconcludeerd dat
- zakelijk weergegeven - het hof het bestreden vonnis zal vernietigen,
met veroordeling van de bonden in de kosten van het geding in beide
instanties.
1.4. De bonden hebben hierop bij memorie geantwoord en geconcludeerd
dat het hof het vonnis, zonodig onder verbetering der gronden, zal
bekrachtigen, met veroordeling van VWOV c.s. in, naar het hof begrijpt, de
kosten van het hoger beroep.
1.5. Vervolgens hebben partijen ter terechtzitting van het hof van 22
november 2002 hun standpunten nader doen toelichten, VWOV c.s. door mr.
R.A.A. Duk, advocaat te 's-Gravenhage, CNV door mr. A.F.A.M. Schellart en
FNV door mr. R. van der Stege, beiden advocaat te Utrecht. Mr. Duk heeft een
pleitnota overgelegd.
1.6. Ten slotte hebben partijen aan het hof verzocht om arrest te
wijzen.
2. Grieven
Voor de inhoud van de grieven wordt verwezen naar de memorie van
grieven.
3. Feiten
3.1. De voorzieningenrechter heeft in zijn vonnis onder 2.1. tot en
met 2.4. een aantal feiten in deze zaak tot uitgangspunt genomen. VWOV c.s.
hebben geen grief gericht tegen de door de voorzieningenrechter vastgestelde
feiten, derhalve gaat ook het hof hiervan uit.
3.2. Naast deze feiten neemt het hof, als enerzijds gesteld en
anderzijds niet bestreden, tot uitgangspunt dat de actie Gratis Openbaar
Vervoer is gehouden op 11 en 12 april 2002, en is voortgezet op 13 en 14
april 2002. Op 14 april 2002 hebben de bonden een loonbod van VWOV c.s.
geaccepteerd en is de actie beëindigd.
4. Beoordeling
4.1. Het gaat in dit geding, kort gezegd, om het antwoord op de vraag
of de door de bonden in april 2002 georganiseerde collectieve actie Gratis
Openbaar Vervoer onrechtmatig jegens VWOV c.s. moet worden geacht. De
voorzieningenrechter heeft die vraag ontkennend beantwoord en de vorderingen
van VWOV c.s. inhoudende dat de bonden wordt bevolen hun leden op te roepen
de actie onmiddellijk te staken en zich te onthouden van iedere oproep tot,
aanmoediging aan of ondersteuning bij het vervoeren van passagiers zonder
controle op het bezit van geldige plaatsbewijzen, afgewezen.
4.2. De grieven die VWOV c.s. tegen dit oordeel van de
voorzieningenrechter hebben opgeworpen beogen blijkens hun toelichting het
geschil in volle omvang aan het oordeel van het hof te onderwerpen.
4.3. Het standpunt van VWOV c.s. valt uiteen in drie onderdelen.
Zij hebben allereerst aangevoerd dat de onderhavige actie niet door
artikel 6 lid 4 van het Europees Sociaal Handvest (ESH) wordt gedekt, voorts
dat sprake is van onevenredige schade en ten slotte dat de bonden de
procedureregels hebben veronachtzaamd. Het hof oordeelt als volgt.
4.4. De voorzieningenrechter heeft in r.o. 4.3. van het vonnis terecht
en op goede gronden, die het hof overneemt en tot de zijne maakt, geoordeeld
dat de gewraakte actie naar doel en vorm kan worden beschouwd als een
collectieve actie die niet zodanig ver van het normale type van collectieve
acties van werknemers afligt, dat zij niet onder de bescherming van artikel
6 lid 4 ESH zou moeten vallen. Hetgeen VWOV c.s. daarover in hoger beroep te
berde hebben gebracht werpt daarop geen nieuw of ander licht.
4.5. Het hof volgt VWOV c.s. niet in hun betoog dat de actie
onrechtmatig moet worden geacht omdat de werknemers de eigendomsrechten van
hun werkgevers hebben geschonden door diens bedrijfsmiddelen te gebruiken en
daarbij welbewust na te laten een essentieel onderdeel van de bedongen
werkzaamheden te verrichten (het verkopen en controleren van
vervoers-bewijzen). Voorts valt niet in te zien dat dit in feite gelijk moet
worden gesteld aan een rechtens ontoelaatbare bedrijfsbezetting.
4.6. Hierover zou wellicht anders kunnen worden geoordeeld indien
bijvoorbeeld de werknemers het materieel voor een ander doel dan het vervoer
van reizigers overeenkomstig de voorgeschreven dienstregeling zouden hebben
gebruikt, of indien de bonden een algemeen verbod van VWOV c.s. op het
uitrijden met het materieel zouden hebben genegeerd. Echter, zulks is
gesteld noch gebleken.
4.7. Evenmin treft het argument dat de werknemers zich niet onder het
gezag van de werkgever hebben gesteld doel. In geval van het klassieke type
actie (een algehele staking) doen de werknemers dat immers ook niet.
4.8. Met betrekking tot het tweede punt (onevenredige schade) geldt
het volgende. Vooropgesteld moet worden dat een actie die in beginsel wordt
gedekt door het bepaalde in artikel 6 lid 4 ESH, niettemin kan worden
beperkt indien moet worden geoordeeld dat de bonden in redelijkheid niet tot
deze actie hebben kunnen besluiten omdat de werkgever en/of derden
onevenredig zwaar door de staking worden getroffen. Of daartoe aanleiding
is, moet worden beoordeeld op grond van een afweging van alle omstandigheden
van het gegeven geval in onderling verband en samenhang.
4.9. De onderhavige actie Gratis Openbaar Vervoer wordt hierdoor
gekenmerkt, dat de werknemers enerzijds een deel van hun werkzaamheden
blijven verrichten - en wel het voor de reizigers meest wezenlijke deel: het
verzorgen van het vervoer -, maar anderzijds een ander deel van hun
werkzaamheden niet verrichten, namelijk het - voor hun werkgevers
essentiële - onderdeel van de verkoop van en controle op vervoersbewijzen.
Volgens VWOV c.s. brengt dit de werkgevers vergeleken met het normale
type van de werkstaking in tweeërlei opzicht in een moeilijker positie.
(a) In de eerste plaats kan volgens hen aldus gemakkelijk de situatie
ontstaan dat de nadelen van de actie eenzijdig door de werkgever(s) moeten
worden gedragen, omdat het niet eenvoudig is vast te stellen of, en zo ja in
welke mate en volgens welke maatstaf, de salarissen van de werknemers gekort
kunnen worden. Om die reden kan het machtsevenwicht tussen de partijen bij
het arbeidsconflict gemakkelijk verstoord worden, indien de werkgevers er -
zoals volgens hen ook in dit geval - vanwege genoemde moeilijkheid vanaf
(moeten) zien de actievoerende werknemers in hun salaris te korten; de
werknemers en/of de bonden hoeven aldus geen enkel offer te brengen voor de
gekozen actievorm, hetgeen ook unfair is jegens de werkgevers.
(b) In de tweede plaats levert deze actievorm onevenredige schade voor
de werkgevers op, omdat niet alleen de inkomsten van de kaartverkoop
wegvallen zoals ook het geval is bij een staking van het normale type, maar
bovendien de variabele kosten van het vervoer (zoals benzine en onderhoud)
gewoon blijven doorlopen.
4.10. Wat betreft het onder (a) genoemde aspect moet echter geoordeeld
worden dat, nu de werknemers een voor hun werkgevers essentieel onderdeel
van hun werkzaamheden niet verrichten en daardoor - evenzeer als bij een
normale werkstaking - aanzienlijk nadeel aan hun werkgevers toebrengen, de
werkgevers gerechtigd zijn ook een aanzienlijk deel van het salaris niet uit
te betalen gedurende de periode dat de actie gevoerd wordt.
Hoewel in dit geding niet de vraag voorligt welke mate van
salariskorting in het onderhavige geval (nog) wel en welke niet (meer)
acceptabel zou zijn geweest, staat naar het oordeel van het hof buiten
redelijke twijfel dat bij een actievorm als de onderhavige, gelet op het
belang van de niet verrichte werkzaamheden en op het daardoor aan de
werkgevers toegebrachte nadeel, een salariskorting van 50% in ieder geval
gerechtvaardigd zou zijn geweest.
De door VWOV c.s. aangevoerde onzekerheid over de vraag in hoeverre
een salariskorting gerechtvaardigd is, doet zich derhalve - zolang deze
materie nog niet verder is uitgekristalliseerd - in redelijkheid slechts
voor ten aanzien van de vraag in hoeverre ook een korting van meer dan 50%
gerechtvaardigd is. In zoverre kan wellicht zelfs gezegd worden dat de
onderhavige actievorm op dit punt minder onzekerheden meebrengt dan
bijvoorbeeld een langzaam-aan-actie of een stiptheidsactie.
Gelet op het voorgaande kan dan ook niet volgehouden worden dat VWOV
c.s. het niet in hun macht hadden om ervoor te zorgen dat ook de werknemers
en/of de bonden een gevoelig (loon)offer moesten brengen voor de gekozen
actievorm. Dat het voor de werkgevers op praktische problemen zou stuiten om
slechts een gedeelte van het salaris in te houden, zoals door VWOV c.s. bij
pleidooi betoogd, is - gelet op de gebruikelijke systemen voor
geautomatiseerde loonadministratie en loonuitbetaling - onvoldoende
aannemelijk gemaakt.
Ten slotte is in dit verband nog van belang dat de onderhavige actie
een collectieve actie van werknemersbonden betrof, welke meer in de
risicosfeer van de arbeiders als groep dan in die van de werkgevers ligt. De
werkgevers waren dan ook gerechtigd de salariskorting toe te passen jegens
hun gehele personeel, ongeacht de vraag of - en in welke mate - iedere
werknemer daadwerkelijk aan de actie heeft deelgenomen.
Conclusie ten aanzien van het onder (a) genoemde aspect moet dan ook
voorshands zijn, dat bij een actie als de onderhavige het machtsevenwicht
tussen de bij het arbeidsconflict betrokken partijen in ieder geval niet in
zodanige mate wordt verstoord, dat de bonden reeds om die reden in
redelijkheid niet tot deze actievorm hadden kunnen besluiten. Evenmin is
sprake van een unfaire actievorm.
4.11. Wat betreft het onder (b) genoemde aspect is weliswaar juist dat
de werkgevers, in vergelijking met een staking van het normale type, naast
de gederfde inkomsten thans ook de variabele kosten als benzine en onderhoud
hebben te dragen, maar daar staat tegenover dat bij de onderhavige actievorm
VWOV c.s. gevrijwaard blijven van schadeclaims van reizigers, die wel bij
een algehele werkstaking voor rekening van VWOV c.s. zouden komen. Daarbij
komt nog dat door de onderhavige actievorm ook geen afbreuk wordt gedaan aan
de 'goodwill' van de vervoersbedrijven onder de reizigers, omdat de
reizigers door deze actievorm niet gedupeerd worden.
Dat VWOV c.s. ook nog andere soorten van schade zouden lijden (zoals
claims van opdrachtgevers of lagere subsidies van overheidswege) is
tegenover de betwisting door de bonden onvoldoende gesubstantieerd;
bovendien zouden die schadeposten ook bij een staking van het normale type
geleden worden.
Al met al kan dan ook niet gezegd worden dat de onderhavige actievorm,
zowel op zichzelf bezien als in vergelijking met een staking van het normale
type, onevenredige schade aan VWOV c.s. heeft toegebracht. Er is voorts
onvoldoende gesteld om hierover anders te oordelen vanwege de enkele
omstandigheid dat de actie twee dagen langer heeft geduurd dan aanvankelijk
door de bonden was aangekondigd.
4.12. Gelet op de omstandigheden van dit geval in onderlinge samenhang
bezien kan in het licht van bovenstaande overwegingen niet gezegd worden dat
de bonden in redelijkheid niet hebben kunnen besluiten om de onderhavige
actie te voeren.
Daarbij weegt naar het oordeel van het hof ook zwaar dat de gekozen
actievorm - in tegenstelling tot een algehele staking - geen ontwrichting
van het openbaar busvervoer voor het publiek en daardoor geen ontwrichting
van een deel van het maatschappelijk leven veroorzaakt. Ook dat
maatschappelijk belang legt gewicht in de schaal bij de vraag of de bonden
in redelijkheid tot de onderhavige actievorm hebben kunnen besluiten.
Immers, bij de vaststelling van wat redelijkheid en billijkheid eisen in de
verhouding tussen bonden (en werknemers) enerzijds en werkgevers anderzijds,
moet mede rekening worden gehouden met de bij het geval betrokken
maatschappelijke belangen (artikel 3:12 BW). De werkgevers dienen dan ook te
accepteren dat de bonden hun keuze voor deze actievorm mede hebben laten
bepalen door het algemeen belang dat het maatschappelijk verkeer niet
onnodig door het arbeidsconflict tussen partijen wordt ontwricht.
Gelet daarop bestaat des te minder aanleiding om in het onderhavige
geval de acties onrechtmatig te oordelen.
4.13. Het derde punt betreft het verwijt van VWOV c.s. dat de bonden
de spelregels niet in acht hebben genomen. Volgens VWOV c.s. hebben de
bonden het middel van actie te vroeg gehanteerd, in een stadium dat de
onderhandelingen nog in ontwikkeling waren. Voorts hebben de bonden hen niet
tijdig op de hoogte gesteld, aldus VWOV c.s.
4.14. Ook deze klacht moet worden verworpen. Uit de gang van zaken
blijkt vooralsnog genoegzaam dat de bonden voldoende zorgvuldig jegens VWOV
c.s. zijn opgetreden door niet lichtvaardig tot staking over te gaan en VWOV
c.s. tijdig en op juiste wijze te informeren. Daartoe is het volgende
redengevend.
4.15. Partijen zijn vijf maal bijeen gekomen alvorens de bonden bij
brief van 5 april 2002 aan VWOV c.s. een ultimatum hebben gesteld. In de
brief is duidelijk verwoord op welke onderdelen partijen het oneens waren en
dat de onderhandelingen als mislukt werden beschouwd. De bonden hebben
daarin voorts aangegeven dat VWOV c.s. met ingang van 11 april 2002 rekening
dienden te houden met acties indien zij de in de brief omschreven eisen niet
zouden inwilligen voor 10 april 2002, 24.00 uur.
4.16. Deze termijn bood voldoende gelegenheid voor VWOV c.s. om hierop
te reageren en nogmaals met de bonden van gedachten te wisselen, hetgeen bij
brief van 8 april 2002 en tijdens een bijeenkomst op 10 april 2002 ook is
geschied. Hieraan voorafgaand hebben de bonden bij brief van 9 april 2002
aan VWOV c.s. medegedeeld dat zij hun leden hebben opgeroepen op 11 en 12
april 2002 de controle en verkoop van plaatsbewijzen op te schorten, indien
de onderhandelingsronde op 10 april 2002 niet tot een bevredigend resultaat
zou leiden. Ter zitting van het hof is bovendien namens VWOV c.s. verklaard
dat de brief van 9 april 2002 dezelfde dag per fax is ontvangen, derhalve
tijdig. Eerst nadat partijen op 10 april 2002 ook geen overeenstemming
hadden bereikt, is tot actie overgegaan.
4.17. VWOV c.s. hebben onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd
die zouden moeten leiden tot het oordeel dat de bonden, de afwijzende
houding van VWOV c.s. en tijdsdruk in aanmerking genomen, desondanks niet
tot actievoering hadden mogen overgaan.
4.18. Uit het voorgaande volgt dat de grieven falen.
5. Slotsom
De slotsom is dat het hoger beroep geen succes heeft. Het vonnis zal
worden bekrachtigd. VWOV c.s. dienen, als de in het ongelijk gestelde
partij, de kosten van het appèl te dragen.
6. Beslissing
Het hof:
- bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
- veroordeelt VWOV c.s. in de kosten van het hoger beroep, tot aan
deze uitspraak aan de kant van de bonden begroot op € 2.544,28;
- verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. Westermann-van Rooyen, Streefkerk en
Van der Reep en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2003.
zal ik deze lijst maar naar de klpd sturen met de headers erbij of gaat
sunny boy zelf even die cancel doen?
En dat betekent weer dat de bonden er zorgvuldig mee om moeten gaan en het
middel dus niet te pas en te onpas in kunnen zetten.
--
Met vriendelijke groeten,
Ben
Alle nummers die je bij elkaar hebt geraapt wat begint met 06-1688 die
mensen zullen er denk ik niet erg wakker van liggen. Zijn allemaal
spoornummers en die kunnen zonder moeite vervangen worden. En denk je nou
echt dat heel nederland gaat bellen naar deze nummers? Misschien wat mensen
die niets anders te doen hebben dan dit lijstje hier neer te zetten. En denk
je nou niet dat als een klant van een provider die elke maand genoeg weg
belt geen nieuw nummer krijgt? Succes met je anti staking nummer lijst
posting.
Het is alleen de rechter die beoordeelt of de bonden zorgvuldig handelen of
juist niet.
Lees hier:
Het Nederlandse stakingsrecht
Wilde versus georganiseerde staking
• Een spontane niet in vakbondsverband ontstane staking van werknemers is
een ‘wilde staking’.
Onder het personeel van supermarkt Koop 2000 ontstaat grote onrust na een
tweede overval op klaarlichte dag. Het personeel legt spontaan het werk neer
en stelt pas weer aan de slag te zullen gaan, wanneer de directie eindelijk
het beloofde anti-criminaliteitsplan heeft gepresenteerd. Dit is een wilde
staking, omdat de collectieve actie niet georganiseerd wordt door een
vakbond.
• Een door één of meer vakbonden uitgeroepen staking is een ‘georganiseerde
staking’.
De vakbond voor werknemers in de detailhandel is in overleg met
werkgeversvereniging Detailhandel Holland over een nieuwe bedrijfstak-cao.
De door onderhandelaars van Detailhandel Holland aangeboden loonsverhoging
is voor de onderhandelaars van de vakbond onacceptabel. De vakbond roept een
staking uit. Dit is een georganiseerde staking.
Het NS-arrest
Het NS-arrest (NJ 30 mei 1986, NJ 1986, 688) bevat de kern van ons
stakingsrecht: (NJ = Nederlandse Jurisprudentie)
• Art. 6 lid 4 Europees Sociaal Handvest (ESH) met zijn erkenning van het
collectief actierecht heeft in Nederland rechtstreekse werking.
• Beperkingen aan het stakingsrecht moeten voldoen aan (m.n.) art. 31 ESH.
• Als voorbehouden bij de erkenning van het stakingsrecht gelden:
– de inachtneming van zwaarwegende procedureregels (‘spelregeltoetsing’); en
– de vermijding van acties, die op grond van afweging van alle
omstandigheden van het geval in onderling verband en samenhang in
redelijkheid niet gehouden mogen worden (‘misbruiktoetsing’).
De ‘spelregeltoetsing’
In het kader van de ‘spelregeltoetsing’ worden de navolgende vragen in de
rechtspraak gesteld:
• Is er serieus onderhandeld?
• Is de staking tijdig aangekondigd?
De misbruiktoetsing
• Schade aan de wederpartij kan een staking op zichzelf niet onrechtmatig
maken.
• Nodeloze schade en rampspoed aan de wederpartij kunnen echter tot een
ander conclusie leiden (bijv. het nemen van onvoldoende
veiligheidsmaatregelen).
• Aan derden te berokkenen of reeds berokkende schade kan een dusdanige
omvang aannemen, dat beperkingen noodzakelijk worden (bijv. wanneer
patiënten ten gevolge van stakend ziekenhuispersoneel moeten lijden).
Bereik NS-arrest
De ‘kern’ van het stakingsrecht geldt in ieder geval voor de ‘traditionele’,
dat wil zeggen de algemene zich tegen de werkgever richtende werkstakingen.
Gevolgen van onrechtmatigheid staking voor vakbond
• De rechter zal een staking onrechtmatig kunnen verklaren.
• Een dergelijk vonnis leidt meestal tot een tegen de vakbond(en) gericht
stakingsverbod versterkt met een dwangsom.
• Zet de vakbond de staking na het rechterlijk verbod voort, dan kan deze in
principe door de werkgever of derden worden aangesproken tot vergoeding van
de daaruit alsdan ontstane schade.
Gevolgen van onrechtmatigheid staking voor stakers
• Werknemers, die aan een rechtmatig geachte staking deelnemen, kunnen niet
disciplinair door hun werkgever gestraft worden en zij behoeven ook geen
schadevergoedingsverplichting daarvan te vrezen, omdat de rechten en
plichten uit de iao voor de duur van de staking geacht worden te zijn
geschorst.
• Wordt de actie onrechtmatig geoordeeld en de stakers beëindigen hun actie,
dan kunnen tegen hen in beginsel geen disciplinaire maatregelen genomen
worden, mits de actie georganiseerd was door een erkende vakbond (HR 22
april 1988, NJ 1988, 952 (Veurink/Bakhuis en Post)).
> Je bent het niet eens met de 1, dus je dupeert de ander. Te zot voor
woorden.
> Maar dit mag allemaal in Nederland.
Verder wijs ik je nog op het ontwerp van de Europese Grondwet waarover de
lidstaten van de Europese Gemeenschap het eens zijn geworden. Artikel II-28
van de ontwerp wet luidt:
II-28 Het recht op collectieve onderhandelingen en collectieve actie
Werkgevers en werknemers en hun respectieve organisaties hebben
overeenkomstig het recht van de Europese Unie en de nationale wetgevingen en
praktijken het recht, op passende niveaus collectief te onderhandelen en
collectieve arbeidsovereenkomsten te sluiten, alsmede, in geval van
belangenconflicten, collectieve actie te ondernemen ter verdediging van hun
belangen, met inbegrip van *staking.*
Het mag, ja ! EN zeker niet alleen in Nederland.
Jij bent zeker van het type dat anderen de kastanjes voor je uit het vuur
laat slepen, maar wel meeprofiteert van de geboekte resultaten.
Waar iedereen dus lak aan heeft, want 't stelt niks voor.
Aha, het heden ten dage veel voorkomende type van Ikke, Ikke, Ikke en de
rest kan Stikken !
Val jij niet onder een CAO ? Miljoenen werknemers dus wel en die hebben de
bonden dus nodig voor hun CAO.
Als je me kwaat wilt hebben moet je vooral zo doorgaan. De rest kan helemaal
niet stikken, alleen ben ikzelf prima in staat vor mijn eigen hachje te
zorgen. Dus jij stelt hier dat iedere VVD-stemmer een "ikke-ikke" type is.
Dus als ik mij weiger aan te sluiten bij bonden die volstrekt laakbaar
handelen, dan ben ik een "ikke-ikke" type? Laat me niet lachen zeg.
> Val jij niet onder een CAO ? Miljoenen werknemers dus wel en die hebben de
> bonden dus nodig voor hun CAO.
>
>
Ik heb wel een CAO, en helaas heb ik daar bonden voor nodig. Mijn
arbeidsvoorwaarden had ik ook prima zelf kunnen vastleggen, zonder bond.
Maar goed, zo werkt het helaas niet.
Dan behoor jij tot de doelgroep van Balk en co......
Tuurlijk kun jij je eigen arbeidsvoorwaarden regelen. Je gaat lekker zelf
sparen voor je levensloopregeling en dat doe je helemaal individueel en daar
ga je gewoon individueel 30 tot 50 % meer voor betalen.
Verder zijn veel zaken die het kabinet wil veranderen niks individueel maar
wordt er collectief het mes ingezet. Ik kwam 1 pamflet tegen de afgelopen
dagen, die heet zwijgen en die is helemaal van toepassing op jou:
Ik zei niets, ik zweeg en keek de andere kant uit!
Ze grepen in
in ons Prepensioen, zonder overgangsregelingen!
Ik zei niets, ik was nog jong.
Ze pakten de arbeidsongeschikten hun WAO af en maakte de keuring strenger!
Ik zei niets, ik was arbeidsgeschikt.
Ze zorgden ervoor dat de aanvulling 2e ziektejaar onmogelijk werd!
Ik zei niets, ik was gezond.
Ze vonden de vergoeding voor ontslag bij gewone mensen overbodig en wilden
de WW verder uitkleden!
Ik zei niets, ik had een baan.
Ze vonden de Arbo en Arbeidstijdenwet overbodig!
Ik zei niets, maakte mij niet druk
en kwam toch wel aan mijn rust.
En toen ...............
Wilde ik eerder stoppen met werken.
Kreeg ik een ongeluk........
Werd ik ziek............
Verloor mijn baan...........
Kreeg ik een burn out.........
razzzz
Typisch linkse opruiende praat. Mijn gezondheid is zeker niet alles, ik loop
zeker risico's, en toch weiger ik mij te verlagen tot laag bij de grondse
acties als staken die de Nederlandse economie nog verder frusteren, en een
hoop "onschuldigen" treft, namelijk de reiziger.
Maar goed, ik denk dat deze discussie verder weinig zin heeft.
Nee, zelfs Zalm is lid van een FNV Bond en noemde de Waal "Mijn voorzitter".
Het enige verschil is dat Zalm alleen denkt aan het collectief wegwerken van
de staatsschuld en de Waal het collectief tegen deze plannen aanvoert.
> Dus als ik mij weiger aan te sluiten bij bonden
> die volstrekt laakbaar handelen, dan ben ik een "ikke-ikke" type?
> Laat me niet lachen zeg.
>> Val jij niet onder een CAO ? Miljoenen werknemers dus wel en die
>> hebben de bonden dus nodig voor hun CAO.
>>
>>
> Ik heb wel een CAO, en helaas heb ik daar bonden voor nodig. Mijn
> arbeidsvoorwaarden had ik ook prima zelf kunnen vastleggen, zonder
> bond. Maar goed, zo werkt het helaas niet.
Dus toch, ikke, ikke, ikke. De bond staat voor collectiviteit waar jij dus
niet onder wenst te vallen.
Advies. Doorgaan tot je een functie hebt bereikt die niet onder een CAO
valt. Daarna kun je bijna ongestraft meedoen aan de graaicultuur in dat
segment van de samenleving.
Ga vooral rustig slapen jongen, dit Kabinet waakt over je en weet helemaal
precies wat het beste voor je is. Tegen de tijd dat je tegen de zestig loopt
praten we mischien wel eens weer.
Als er bonden zouden zijn die zich normaal zouden gedragen zou ik me daarbij
best willen aansluiten. Maar die zijn er voor zover ik weet helaas niet
Wat verwacht jij dan van een vakbond? Opzitten en pootjes geven aan het
kabinet en de werkgevers? Wat is normaal gedrag? Eigenlijk ben je maar
slecht geïnformeerd.
Dat het dit keer toch om iets wezenlijks gaat is te zien aan de
onvoorwaardelijke deelname van de MHP (vroeger Unie MHP) aan de acties. Zie
de doelstellingen hieronder van deze bond. En eigenlijk wijkt deze bond
daarin niet veel af van de bonden die aangesloten zijn bij FNV en CNV.
===
Doelstelling en betekenis van de MHP
De MHP is een algemene vakcentrale met bijzondere aandacht voor
afzonderlijke functie-, beroeps- en inkomens- groepen. Daarbij worden de
belangen van de middengroepen en hoger personeel en andere groeperingen
specifiek behartigd.
De vakcentrale richt zich op veel aandachtsterreinen, zoals
arbeidsvoorwaarden, arbeidsverhoudingen, arbeidsomstandig- heden,
arbeidsvoorziening, gelijke kansen/emancipatie, medezeggenschap, onderwijs
en vorming, pensioenen, sociale zekerheid, telewerk. Desgevraagd verleent de
vakcentrale ondersteuning en begeleiding bij het voltooien van scripties
en/of onderzoeken
===
En wat zei de voorzitter van deze toch meestal rustige en gematigde
vakcentrale op de demonstratie in Amsterdam.
Ad Verhoeven sprak na CNV-voorzitter de honderdduizenden toe. (De integrale
tekst staat op site www.nederlandverdientbeter.nl. Daar kunt u op klikken.)
Verhoeven zei onder meer dat met steun van de achterban de vakbeweging
doorgaat met beïnvloeding van het wetgevings- en van het politieke proces.
Deze zijn nog niet voorbij en een wet is pas een wet als die in het
Staatsblad staat. "Dat is één. Twee: wij gaan met anderen door met de
voorbereiding van een eventueel referendum. In dat geval krijgen jullie en
andere Nederlanders nogmaals de kans de plannen van het kabinet op het
gebied van VUT, prepensioen en levensloop naar de prullenbak te verwijzen.
Drie: onze bonden gaan door met demonstraties en werkonderbrekingen,
regionaal en lokaal, in bedrijfstakken en in ondernemingen. En als dat
allemaal niet helpt, dan ligt de bal op de CAO-tafels. Daar zullen onze
onderhandelaars in onderlinge afstemming en met jullie het karwij dan gaan
afmaken. Daar zijn we zeker van."
===
En lees ook eens wat deze doodgewone bond voor het midden en hoger kader van
de kabinetsplannen vindt.
N.B. Dit is geen FNV of SP stuk, het komt rechtstreeks van de MHP site:
http://www.vakcentralemhp.nl/
===
Beleid blijft zuur en het wordt ook nog guur in Nederland
We kennen inmiddels twee kabinetten Balkenende. Na 4 jaar blijven de
economische vooruitzichten voor ons somber, terwijl het internationale
herstel krachtig is. Daar waar anderen profiteren, blijven wij in de
Europese staartgroep hangen. Nog niet zo lang geleden waren we koploper. Dit
kabinet voert een verkeerd beleid. Het is eenzijdig en belemmert de
economische ontwikkeling. Om grootscheepse bezuinigingen te realiseren heeft
dit kabinet een crisissfeer laten ontstaan, die er toe heeft geleid dat
consument de hand op de knip houdt. Omdat we uiteindelijk allemaal voor de
consument werken, zal de economie pas weer op gang komen als de consument
meer gaat uitgeven. Dat vraagt om vertrouwen en niet om het pessimisme, waar
het kabinet voor zorgt.
De weeffout in het beleid is, dat het kabinet de noodzaak tot
bezuinigen en tot bevordering van de arbeidsparticipatie enkelvoudig met
elkaar verbindt en daarmee de rekening voor herstel volledig bij werknemers
legt, en dan eenzijdig bij de middengroepen. Aangedragen alternatieven
worden achteloos aan de kant geschoven. Het primaat van de politiek is
verworden tot het dictaat van de politiek. De eenzijdigheid blijkt ook uit
het ontbreken van lastenverlichting op arbeid en het niet stevig aanpakken
van de armoedeval; belangrijke en vergeten determinanten om de structurele
werkloosheid omlaag te brengen. Ter bevordering van productiviteit is meer
gerichte investering in onderwijs en scholing nodig. Ook op dit punt schiet
het kabinet tekort. Omdat het kabinet te veel ineens wil en daardoor
sociaal-economische brokken maakt, is ook het noodzakelijke perspectief in
de sociale zekerheid verdwenen. Rechten worden alleen maar afgebouwd, zonder
dat duidelijk is waar het eindigt. Zo ontstaat onzekerheid terwijl zekerheid
(houdbaarheid) wordt beloofd. Dit kabinet heeft geen visie op sociale
zekerheid op lange termijn, maar zegt wel structureel beleid te voeren.
Kortom, het moet anders en kan veel beter. Nederland verdient beter.
Draagvlak kabinetsbeleid steeds geringer
Het draagvlak voor het huidige kabinetsbeleid wordt steeds geringer.
Het kabinet zegt met alle maatregelen weer economische groei te willen
bewerkstelligen. Economische groei wordt echter gerealiseerd in bedrijven,
waarin mensen werkzaam zijn. Zonder de inzet van werknemers is economische
groei niet mogelijk. Draagvlak voor aanpassingen in beleid zijn daarbij
onontbeerlijk. De MHP en de aangesloten organisaties zijn continu bezig
werknemers te overtuigen van de noodzaak om te komen tot structurele
aanpassingen van ons sociale stelsel en om draagvlak hiervoor te creëren.
Want zonder begrip en draagvlak voor dergelijke maatregelen zijn
aanpassingen gedoemd te mislukken. Sociale partners zijn al langere tijd
bezig om het economisch tij te keren en tegelijkertijd de langere
termijnproblematiek het hoofd te bieden. Een verantwoorde loonontwikkeling
is zo'n voorbeeld om de economie op korte termijn weer uit het dal te
krijgen. Voor de langere termijnproblematiek zijn en worden bijvoorbeeld
afspraken in bedrijven gemaakt om via een geleidelijke en natuurlijke weg
VUT-regelingen om te zetten in prepensioenregelingen (met resultaat),
maatwerk te stimuleren, de employability van werknemers te vergroten en
innovatie en investeringen weer op gang te brengen. Voorbeelden te over dus
dat de MHP wel degelijk oog heeft voor de problemen die op langere termijn
op ons afkomen. Dit alles gebeurt met steun van diezelfde werknemers, zodat
de wijzigingen ook daadwerkelijk gedmplementeerd kunnen worden. Het kabinet
zou er beter aan doen erop te vertrouwen dat vakbeweging en werkgevers hun
gemeenschappelijke verantwoordelijkheid kennen en weten om te gaan met
veranderingen.
Het lijkt wel of het bij dit kabinet niet meer om de inhoud gaat, maar
dat het een strijd met de sociale partners en met name met de vakbeweging
voert om zijn gelijk te krijgen. Dit blijkt eens te meer uit het feit dat
het kabinet niet meer rekening wenst te houden met conclusies uit unanieme
SER-adviezen en niet meer luistert naar commentaren van de Stichting van de
Arbeid. Het kabinet zegt dat de voorgenomen maatregelen het herstel van de
economie zullen bevorderen, maar het tegendeel is waar. In de uitwerking
wekt het kabinet zelfs de indruk geen boodschap te hebben aan werknemers en
in het bijzonder niet aan de middengroepen en daarboven. De wijze van
opereren van het kabinet ondermijnt het vertrouwen tussen kabinet en sociale
partners. Vertrouwen dat in de loop der tijd zorgvuldig was opgebouwd en de
basis vormde voor zinvol en tot resultaat leidend overleg. Dergelijk overleg
is voorwaarde om het herstelproces van de economie daadwerkelijk inhoud te
geven. De MHP spreekt de hoop uit dat het kabinet het licht weer zal gaan
zien en de maatregelen in heroverweging zal nemen. Dit om het noodzakelijke
vertrouwen weer te herstellen. Bij het aantreden van dit kabinet ging de MHP
uit van de goede bedoelingen van dit team. De inhoud van de aangekondigde
maatregelen en het proces om tot maatregelen te komen, doen de MHP echter
ook aan die bedoelingen twijfelen. De MHP roept het kabinet dan ook op deze
maatregelen van tafel te halen en weer koninklijk te gaan regeren.
Consumptieve bestedingen worden laag gehouden
Terecht stelt het kabinet dat het pijnlijke maatregelen neemt. Volgens
de MHP zijn ze niet alleen pijnlijk voor individuen, maar ook voor de
economie. De bezuinigingsdrift van het kabinet negeert de vraagkant van de
economie volledig. Dit zal ertoe leiden dat de bestedingen niet aantrekken
en het consumentenvertrouwen uitblijft. In deze tijd zou een
bestedingsimpuls juist gewenst zijn. Het kabinet doet het tegenovergestelde.
De koopkracht verslechtert doordat het bruto-nettotraject terugloopt en de
brutoloonontwikkeling een nullijn moet volgen. Gevolg is dat huishoudens
steeds minder te besteden hebben. Tegelijkertijd gaan gezinnen steeds meer
sparen, omdat ze door het huidige kabinetsbeleid onzeker worden over de
toekomst. Dit geldt des te meer voor de middengroepen en hogere
inkomensklassen. Is er straks nog wel een AOW vanaf een bepaald inkomen ? Is
er nog wel een adequate inkomensbescherming als er op enig moment
werkloosheid optreedt ? Voor de middengroepen is er binnen de kortste keren
geen tegemoetkoming van overheidszijde meer voor kinderopvang. Is er straks
nog wel een studiebeurs voor kinderen, of alleen nog een lening, nu er
steeds meer sprake is van inkomensafhankelijke regelingen ? Hoe zit het met
de pensioenopbouw ? Is de overheid nog wel te vertrouwen als het gaat om
langlopende arrangementen ? Door dit spaargedrag worden bestedingen nog
langer uitgesteld. Het uitblijven van de vraag naar producten leidt
uiteindelijk ook tot het uitblijven van de vraag naar arbeid, waardoor het
Nederlandse klimaat voor buitenlandse en internationale bedrijven om zich
hier te vestigen ook minder aantrekkelijk wordt. Het kabinet zou er veel
beter aan doen om met name in deze tijd de lasten voor werknemers te
verminderen, maar het doet juist het tegenovergestelde.
Onsamenhangend pakket van kabinetsmaatregelen
De MHP wil uitdrukkelijk de indruk wegnemen, die langzamerhand aan het
ontstaan is, dat de focus van de vakbeweging alleen is gericht op het
dossier van prepensioen, VUT en levensloopregeling. De opeenstapeling van
maatregelen leidt op dit moment tot onbegrip en onrust. Substantiële
wijzigingen in ons WAO-stelsel, het niet algemeen verbindend verklaren van
loonafspraken, de voorgenomen wijzigingen in het ontslagstelsel, het
straffen van mensen die een aanvulling in het tweede ziektejaar ontvangen,
de verdergaande bezuinigingen in het WW-stelsel, de ingrepen in de
arbeidsvoorwaarden in de collectieve sector, het inperken van de
spaarloonregeling, het afschaffen van de pc-privéregeling en de forse
inkomenseffecten van het nieuwe zorgstelsel voor met name ouderen met een
aanvullend pensioen, zijn stuk voor stuk voorbeelden die mensen onzeker
maken over de toekomst en die voor individuen grote gevolgen kunnen hebben.
Volgens de MHP is er geen sprake van een samenhangend pakket van
maatregelen, dat erop gericht is om de gezamenlijke (structurele) problemen
op te lossen. De maatregelen lijken er eerder op gericht om op korte termijn
geld bij elkaar te harken om de begroting op orde te krijgen, zonder daarbij
te letten op de negatieve effecten op de wat langere termijn.
Uniforme benadering loonontwikkeling: kabinet staat ver af van de
praktijk
Het kabinet doet het voorkomen, alsof sociale partners geen
verantwoordelijkheid kunnen nemen met betrekking tot de loonontwikkeling,
getuige het voornemen om bedrijfstak-CAO's niet langer algemeen verbindend
te verklaren als de nullijn niet wordt gevolgd. De vakbeweging heeft zich in
de laatste jaren meer dan verantwoord opgesteld. De afgelopen jaren zijn we
ruim binnen de grenzen van een verantwoorde loonruimte gebleven. Het kabinet
redeneert - ondanks dat de Miljoenennota volstaat met kreten als
'flexibiliteit', 'maatwerk' en 'eigen verantwoordelijkheid' - vanuit
centrale kaders. De arbeidsmarkt heeft een eigen dynamiek, die steeds meer
onder invloed van het buitenland komt te staan. Ondanks loonmatiging van de
afgelopen jaren verdwijnt werkgelegenheid naar het buitenland, zelfs in
sectoren waarin forse winsten worden geboekt. Sinds het akkoord van
Wassenaar is er geen kabinet meer geweest als het kabinet Balkenende II dat
zo direct van bovenaf ingrijpt in de arbeidsvoorwaardenontwikkeling. Hiermee
ontkent het kabinet dat de problemen op de arbeidsmarkt complex zijn en een
gedifferentieerde aanpak vereisen. In tegenstelling tot vorige kabinetten
wil dit kabinet nu een loonontwikkeling van bovenaf opleggen via een
generieke maatregel. De huidige arbeidsmarkt schreeuwt om nieuwe impulsen,
zoals maatwerk en creatieve oplossingen. Het kabinet biedt hiervoor echter
geen ruimte. Nieuwe initiatieven tot innovatie en creativiteit op de
werkvloer worden tenietgedaan. Door direct in te grijpen in allerlei
arbeidsvoorwaarden worden partijen aan de CAO-tafel wel gedwongen om alle
energie te stoppen in de reparatie van de kabinetsmaatregelen. Problemen op
de arbeidsmarkt zijn van uiteenlopende aard en vragen daarom om
gedifferentieerde oplossingen.
Blinde nullijn collectieve sector
Ook het centraal opleggen van een nullijn voor de collectieve sector,
toont volgens de MHP aan dat dit kabinet ver afstaat van de dagelijkse
praktijk en zijn ogen sluit voor de daadwerkelijke problemen. Die nullijn
heeft niet alleen betrekking op de loonontwikkeling, maar ook op de
loonkosten en zelfs op de incidentele loonstijging. Het is alom bekend dat
het noodzakelijk is de arbeidsvoorwaarden in de collectieve sector
marktconform te maken. Dat geldt voor onderwijs, gezondheidszorg, maar ook
voor de rijksoverheid. Een structurele, kwalitatief goede dienstverlening
door de collectieve sector valt of staat bij arbeidsvoorwaarden, die zich
over de hele linie kunnen meten met die van de marktsector. Een
gedifferentieerd beloningsbeleid zou hier iets aan kunnen doen. Het opleggen
van een generieke maatregel, als een nullijn, staat haaks op een
marktconform beleid. Bovendien gaat het kabinet volgens de MHP buiten zijn
boekje, omdat de verantwoordelijkheid voor het arbeidsvoorwaardenbeleid bij
sociale partners zelf ligt. Het kabinet suggereert alsof de
overheidswerkgevers alle ruimte hebben voor een reëel
arbeidsvoorwaardenoverleg, maar in werkelijkheid zal het erop neer komen dat
de onderhandelaars niet verder zullen komen dan het verwoorden van de
centralistische kabinetsvisie. In het verlengde van de maatregelen rondom de
WW en WAO wenst de overheid ook alle bovenwettelijke regels voor ambtenaren
te schrappen. En dit in een periode dat grote reorganisaties moeten worden
uitgevoerd, die door de onmogelijkheid om passende sociale plannen af te
spreken, worden belemmerd. Volgens de MHP meet het kabinet hier met twee
maten en is het kabinet niet consequent. Waarom hier wel de motivering dat
gelijkschakeling met de markt voor de hand ligt, maar niet voor de overige
arbeidsvoorwaarden ?
Nota toekomst sociale zekerheid: onevenwichtig
De nota 'Nieuwe accenten op het terrein van werk en inkomen' geeft
duidelijk aan hoe dit kabinet aankijkt tegen de positie van met name
werknemers op de toekomstige arbeidsmarkt. Wat opvalt is dat de plichten van
de werkgevers veel minder duidelijk beschreven worden in vergelijking met de
eigen verantwoordelijkheid die de werknemer wordt opgelegd en de
vermindering aan beschermende regelgeving die werknemers in het vooruitzicht
wordt gesteld. De MHP onderschrijft de mening dat werknemers de
verantwoordelijkheid voor hun doen en laten moeten nemen. De MHP is in het
algemeen van oordeel dat de werknemer, gezien opleiding en zelfstandig
gedrag, die verantwoordelijkheid meer en meer kan nemen. Dat neemt niet weg,
dat de positie van de werknemer nog altijd een afhankelijke is en dat er
voldoende countervailing power in de arbeidsverhoudingen moet blijven
bestaan. Het versoepelen van de ontslagbescherming bijvoorbeeld, bevordert
niet alleen de uitstroom uit een werkloosheidssituatie, maar versoepelt ook
de toegang tot een werkloosheidssituatie. Als nu de toegangseisen tot de WW
worden verhoogd is tussen deze regelingen geen evenwicht meer. De MHP zal
scherp letten op het blijven bestaan van evenwicht tussen en binnen
regelingen die gericht zijn op activering en bescherming. Aan het zoeken
naar een nieuwe balans moet een attitudewijziging bij de actoren op de
arbeidsmarkt vooraf gaan. Met name de werkgevers zullen niet alleen met de
mond maar ook met de daad de mogelijkheden moeten scheppen om de werknemer
de kans te geven langer te kunnen participeren, zich flexibeler binnen het
bedrijf te kunnen inzetten, zijn kwaliteiten op peil te kunnen houden en
zonodig nieuwe talenten te kunnen ontwikkelen. Grotere flexibiliteit, meer
soepelheid, meer circulatie en minder verstarring zijn nu nog kreten. Zij
mogen pas tot maatregelen leiden als de voorwaarden zijn geschapen waaronder
alle partijen op de arbeidsmarkt ze in redelijkheid kunnen absorberen. De
versobering van de bescherming, zonder arbeidskansen in algemene zin te
vergroten, is het paard achter de wagen spannen. Dat leidt tot
hakken-in-het-zand-gedrag, waarvan de MHP geen voorstander is, maar waartoe
zij wel wordt uitgenodigd als er geen rekening wordt gehouden met de
feitelijke situatie op de arbeidsmarkt. Daarnaast kan de MHP de door het
kabinet beoogde verschuivingen van spaar- en verzekeringselementen van de
collectieve arrangementen naar de tweede of derde peiler niet anders zien
dan als ordinaire bezuinigingen. Door tegelijkertijd pensioenfondsen niet
meer toe te staan dergelijke arrangementen uit te voeren en de fiscale
faciliteiten daarvoor af te bouwen, worden deze spaar- en verzekeringsvormen
onbetaalbaar en onhaalbaar voor werknemers, en wordt het sociale stelsel
verder uitgehold.
De versobering van de sociale zekerheid: stank voor dank
Het kabinet voert de ene versobering na de andere door in de sociale
zekerheid voor werknemers. De waslijst van ingrepen in de werkloosheids- en
arbeidsongeschiktheidsverzekering ziet de MHP 'als stank voor dank'. Dankzij
die verzekeringen wordt het EMU-tekort namelijk aanzienlijk beperkt. Het
opgebouwde vermogensoverschot in de afgelopen jaren bedraagt inmiddels € 8
miljard. Zonder dit door werknemers en werkgevers opgebrachte overschot, zou
het EMU-tekort inmiddels 4,7% bedragen en niet 3,0%. In feite heeft elke
werknemer in Nederland een claim lopen van ruim € 1.000 per persoon op die
fondsen. En aangezien het kabinet de premiehoogte vaststelt, betekent dit
dus eigenlijk een claim op de overheid. Als dank voor het beperken van het
EMU-saldo meent het kabinet de polisvoorwaarden voor de
werknemersverzekeringen te moeten versoberen. Bij een te hoge premie zou
juist verwacht mogen worden dat ofwel de premie omlaag gaat, ofwel de
polisvoorwaarden worden verbeterd.
WW wordt langzamerhand bijstand
Na het schrappen van de vervolguitkering, wordt de WW door dit kabinet
nog verder versoberd. De toetredingsvoorwaarden worden aangescherpt en de
zogenaamde wekeneis wordt strenger, waardoor flexibele arbeid steeds
onaantrekkelijker wordt gemaakt. Ook de kortdurende uitkering wil het
kabinet afschaffen. Hierdoor wordt de WW ontoegankelijk voor sommige
categorieën van werknemers, terwijl ze wel premie hebben moeten afdragen.
Met andere woorden: wel de lasten, maar niet de lusten. De MHP vindt dat dit
niet strookt met de bedoelingen van de werkloosheidswet. Voor deze categorie
werknemers wordt het equivalentiebeginsel in deze
inkomensbeschermingsverzekering grotendeels losgelaten. Het is bovendien
niet uit te leggen dat politieke ambtsdragers en topmanagers wel goudgerande
ontslagregelingen hebben.
Ontslagvergoeding korten op WW treft vooral middengroepen
De kabinetsmaatregel om een werkgeversaanvulling bij ontslag van een
werknemer te korten op de WW-uitkering, kan voor de inkomenscategorieën
boven het maximumdagloon desastreus uitpakken. Aangezien de WW-uitkering
gemaximeerd is (70% van het maximumdagloon), betekent dit dat werknemers met
een inkomen boven het maximumdagloon ook altijd terug zullen vallen naar dat
maximum, als ze ontslagen worden. De ontslagvergoeding van werkgevers is
vaak bedoeld om uit te kunnen komen op 70% van het laatstverdiende loon.
Dankzij dit kabinet zullen de midden- en hogere inkomensgroepen hier niet
meer aan toe kunnen komen, met alle gevolgen van dien, zoals een gedwongen
verkoop van het huis. In de ontslagvergoeding voor deze inkomenscategorieën
is ook veelal een belangrijk bedrag begrepen voor de gedeeltelijke
voortzetting van de opbouw van het pensioen (vergelijk de FVP-bijdrage voor
het inkomensdeel tot het maximumdagloon). Ook dat zal straks niet meer
mogelijk zijn, omdat ook dat bij de korting op de WW-uitkering betrokken
wordt. Gezien de vrije val van hun inkomen bij ontslag zullen deze
inkomenscategorieën ook niet in staat zijn dat uit andere eigen middelen te
financieren. Hieronder staat grafisch weergegeven welk gedeelte werknemers
na ontslag overhouden van hun oorspronkelijke loon, als het aan dit kabinet
ligt. En hieruit zouden ze ook nog hun pensioen moeten opbouwen. Ter
toelichting bij de grafiek: bij een inkomen van bijvoorbeeld € 55.000 houdt
een werknemer na ontslag slechts 55% van het laatstverdiende loon over, waar
anderen 70% ontvangen.
(grafiek kan niet worden bijgevoegd in een nieuwsgroep)
Een effect van deze maatregel is bovendien dat het voor vakbonden
feitelijk onmogelijk wordt gemaakt om nog mee te werken aan sociale plannen.
Dit zal leiden tot een verstarring op de arbeidsmarkt, waar noch werkgevers,
noch werknemers baat bij hebben.
Verhogen leeftijd IOAW betekent voor veel werklozen opeten eigen huis
Door de IOAW-leeftijd te verhogen van 50 naar 55 jaar zullen nog meer
mensen in de bijstand terechtkomen. Oudere werknemers die bij de huidige
situatie op de arbeidsmarkt nauwelijks kans maken op een nieuwe baan werden
al getroffen door het schrappen van de vervolguitkering. Dit betekende
namelijk dat zij na de loongerelateerde WW-periode direct te maken kregen
met de partner-inkomenstoets. Als het aan het kabinet ligt, moeten ontslagen
werknemers tussen de 50 en 55 jaar nu ook nog op hun eventuele vermogen
(waaronder hun eigen huis) interen, omdat er in de bijstand sprake is van
een vermogenstoets. En dit terwijl deze mensen jarenlang hun bijdrage aan de
financiering van de voorzieningen voor werklozen hebben betaald. Volgens de
MHP de zoveelste maatregel die de huidige praktijk van de arbeidsmarkt
negeert.
Kabinet komt afspraken WAO-criterium niet na
Voor de toegang tot de voorgestelde regeling voor duurzaam volledig
arbeidsongeschikten (IVA) is de invulling van het begrip duurzame
arbeidsongeschiktheid van groot belang. Door de SER werd voorgesteld dat
betrekking te laten hebben op personen voor wie de prognose geldt dat
(medisch) herstel is uitgesloten en/of er slechts een geringe kans op
herstel (op lange termijn) is. Er is geen sprake van duurzame
arbeidsongeschiktheid indien herstel op relatief korte termijn niet is
uitgesloten. Het kabinet vindt dat alleen van duurzaamheid gesproken kan
worden als herstel binnen 5 jaren is uitgesloten. De visie van het kabinet
staat haaks op de afspraken uit het Najaarsakkoord, waarin was afgesproken
dat het kabinet het arbeidsongeschiktheidscriterium van de SER zou
overnemen, indien de SER aannemelijk zou maken dat de instroom in de
regeling voor volledig en duurzame arbeidsongeschikten beneden de 25.000 zou
blijven. Door een slinkse redeneertruc tracht het kabinet onder deze
afspraak uit te komen. Een stelsel dat zo weinig mensen toelaat tot deze
'inkomensvoorziening' heeft de MHP nooit voor ogen gestaan. In dat opzicht
is de keus van het kabinet om het geen verzekering te noemen geen toeval.
Door de keuze van het kabinet blijven vrijwel alle arbeidsongeschikten in
grote onzekerheid verkeren, niet alleen wat betreft hun gezondheid, maar ook
wat betreft hun toekomstige inkomen.
WGA biedt nauwelijks inkomensbescherming
Het kabinet houdt vast aan de eigen opvattingen ten aanzien van de Wet
gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA). Deze regeling voorziet voor werkende
gedeeltelijk arbeidsgeschikten alleen in een loonsuppletie indien de
gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemer zijn/haar resterende
verdiencapaciteit volledig benut. Verder voorziet de WGA behalve in een
loongerelateerde uitkering ook in een individuele minimumuitkering voor
werkloze, gedeeltelijk arbeidsgeschikten en tijdelijk volledig
arbeidsongeschikten. Met het verslechteren van de WW-regeling is ook de
bescherming van werkloze gedeeltelijk arbeidsgeschikten verslechterd. En dat
terwijl de kans op werk bij een nieuwe werkgever voor deze groep beduidend
kleiner is dan voor volledig arbeidsgeschikte werklozen.
Het stellen van de voorwaarde van "voldoende werken" voor het recht op
loonsuppletie leidt ertoe dat de gedeeltelijk arbeidsongeschikte, die niet
precies verdient wat zijn verdiencapaciteit is, fors in inkomen terugvalt.
Soms zelfs tot op een percentage van de minimumuitkering.
In de voorstellen van het kabinet ligt de prikkel op een maximale
verdienste uitsluitend bij de werknemer. De genoemde voorwaarde van
"voldoende werken" staat op gespannen voet met een van de uitgangspunten van
het beoogde stelsel van arbeidsongeschiktheidsregelingen, te weten het aan
het werk houden dan wel brengen van gedeeltelijk arbeidsgeschikten. De
voornemens voor de regeling voor gedeeltelijk arbeidsgeschikten voldoen
totaal niet aan hetgeen de MHP een adequate inkomensbescherming noemt. Het
volgende voorbeeld illustreert dit.
Het vreemde van dit voorstel is dat net gedaan wordt alsof de
werknemer degene is die als enige in de hand heeft wat er in aangepast werk
nog verdiend kan worden. De werkelijkheid van alledag is dat dit vooral
bepaald wordt door de werkgever. De werkgever en zijn eventuele verzekeraar
krijgen een belang bij een lagere beloning. Alleen de werknemer wordt
geprikkeld naar zijn maximale vermogen te werken, zonder dat hij dat kan
afdwingen. De werknemer draait derhalve als enige op voor de negatieve
gevolgen.
Aanvulling tweede ziektejaar: het zal je maar overkomen !!!
Het zal je maar overkomen: een aanvulling boven de 70% van het
laatstverdiende loon in het tweede ziektejaar. Voor degenen die binnen twee
jaar weer aan het arbeidsproces deelnemen, is een aanvulling meer dan
welkom. Maar als de werknemer langer ziek is (bijvoorbeeld door een ernstige
ziekte), dan zorgt het kabinet voor een strafkorting op de WAO-uitkering.
Als een werknemer in het tweede ziektejaar een aanvulling van de werkgever
ontvangt, valt het inkomen na twee jaar ziekte terug naar bijstandsniveau en
wordt de WAO-uitkering niet meer berekend naar het laatstverdiende loon. De
MHP heeft hier geen goed woord voor over. In het regeerakkoord wilde het
kabinet de toegang tot de WAO totaal afsluiten voor degenen die een
aanvulling krijgen van de werkgever. Via het Najaarsakkoord had het kabinet
geregeld dat sociale partners zelf niet tot aanvullingen zouden overgaan. Op
het onderdeel van de WAO is het kabinet zijn afspraken niet nagekomen door
de hoofdlijnen van het SER-advies niet over te nemen.
De consequentie is dat de vakbeweging zich ook niet meer gebonden acht
aan de afspraak om geen loonaanvullingen in het tweede ziektejaar te
verwezenlijken voor volledig arbeidsongeschikten. Nu probeert het kabinet
over de rug van de arbeidsongeschikten alsnog zijn zin door te drijven.
Betrokkenen vallen dan namelijk na twee jaar ziekte terug naar
bijstandsniveau, te weten € 11.474,=. Er is geen enkele inhoudelijke reden
te verzinnen waarom zieke werknemers in het tweede ziektejaar geen
aanvulling zouden mogen krijgen.
Een werkgever die het goed voorheeft met zijn werknemers, wordt in het
kabinetsplan bovendien nog afgestraft, omdat deze nog een jaar langer het
loon moet blijven doorbetalen. De absurde situatie kan tenslotte ontstaan
dat een individuele werknemer wordt afgestraft voor iets wat deze werknemer
gewoonweg overkomt. Als derden een afspraak maken over een loonaanvulling,
vraagt de MHP zich af of deze kabinetsconstructie in juridische zin wel kan.
De MHP vindt het voor een welvarend land als Nederland not done om zo
met arbeidsongeschikte werknemers om te gaan. En dat voor een kabinet dat
zegt 'normen en waarden' hoog in het vaandel te hebben staan.
Aanscherping keuringsregels op papier simpel, maar niet uit te leggen
aan mensen
Formeel worden de huidige WAO-ers buiten het nieuwe stelsel gehouden.
Voor de MHP is het van belang dat een nieuw stelsel gericht is op het bieden
van kansen op redntegratie aan mensen die nog in dienst zijn van een
werkgever. Ook het kabinet erkent dat mensen die al in de WAO zitten, niet
hetzelfde perspectief op redntegratie hebben als nieuwe arbeidsongeschikten.
Daarom is het onbegrijpelijk dat het kabinet op de huidige WAO-ers, die
herkeurd worden, de nieuwe keuringsregels toepast.
Om het arbeidsongeschiktheidspercentage vast te stellen wordt gekeken
welke gangbare arbeid iemand nog kan verrichten en wat hij/zij daarmee kan
verdienen. De MHP vindt dat het huidige systeem moet worden gehandhaafd
waarbij uitgegaan moet worden van drie functies, waarvan in totaal minimaal
30 arbeidsplaatsen in Nederland bestaan. Het kabinet brengt dat terug tot 9
(3 x 3) arbeidsplaatsen. Hierdoor worden ongeveer 65.000 tot 110.000 mensen
voor een lager percentage arbeidsongeschikt verklaard en verliezen zij
daardoor (een gedeelte van) hun uitkering. Voor het gros van deze mensen
geldt dat geen enkel initiatief wordt ontplooid om perspectief te bieden op
(verdere) redntegratie. Dit maakt het tot een zeer onrechtvaardige
maatregel. Bovendien moet dit worden gezien als een wijziging van de
'polisvoorwaarden'.
Alles overziend kan er maar een reden zijn voor een zo ingrijpende
herbeoordeling en dat is bezuiniging. Daarvoor schuift het kabinet het
uitgangspunt van een betrouwbare overheid terzijde.
Afschaffen fiscale faciliteit vervroegde uittreding zet jongeren in de
kou
Het kabinet is kort van memorie. De fiscale behandeling van
VUT-uitkeringen was juist bedoeld om jongeren de kans te geven een baan te
vinden, omdat oudere werknemers op deze manier plaats zouden maken voor
jongeren. Bij de huidige werkloosheid, die volgens CPB-ramingen nog verder
oploopt, zou afschaffing van de fiscale faciliteiten van vervroegde
uittredingsregelingen juist betekenen dat oudere werknemers min of meer
gedwongen worden langer door te werken. De consequentie is dat de
jeugdwerkloosheid verder oploopt. Des te vreemder is het dat dit kabinet
aangeeft zich grote zorgen te maken over de oplopende jeugdwerkloosheid.
Geen dwang maar eigen keuze om langer door te werken
De MHP is het wel met het kabinet eens dat het gewenst is om tussen
2020 en 2030 uit te komen op een situatie, waarbij de arbeidsparticipatie
maximaal gestimuleerd moet worden, ook voor oudere werknemers. De
opvattingen van de MHP verschillen echter fundamenteel met die van het
kabinet als het gaat om de weg daarnaartoe. Niet via dwang, zoals het
kabinet wenst, maar via eigen keuzes. Met de eerder door ons gememoreerde
omzetting van VUT-regelingen naar prepensioenregelingen is dat ook
gerealiseerd. Werknemers moeten niet alleen kunnen kiezen om langer door te
werken, maar ook om eerder te stoppen. Via meer ruimte in de opbouw van
(pre)pensioen en meer keuzeruimte in het moment van opname van de
pensioengelden zouden werknemers straks zelf moeten kunnen kiezen wanneer ze
willen stoppen. Het kabinet wil werknemers niet alleen dwingen om door te
werken tot hun 65-ste jaar, maar getuige de analyses naar de effecten van
het doorwerken tot de leeftijd van 66 en 67 jaar, wil het kabinet zelfs de
(collectieve) pensioenleeftijd verder verhogen. Dat daarbij de AOW dan ook
betrokken zal zijn, ligt voor de hand. Ook de Raad van State doet een
dergelijke suggestie. Dit college stelt bovendien de financieringswijze ter
discussie door te opperen, dat pensioenuitkeringen op termijn in de
premieheffing van de AOW zouden kunnen worden betrokken. Volgens de MHP
werkt dit alles averechts. Mensen willen zelf kunnen kiezen op welke
leeftijd ze met pensioen gaan. Voor het eerder stoppen kunnen diverse
redenen zijn: het werk is fysiek niet meer op te brengen, de wens om zich te
wijden aan mantelzorg of vrijwilligerswerk, de persoonlijke
gezondheidssituatie, of gewoonweg omdat men al lange tijd heeft deelgenomen
aan het arbeidsproces en men voldoende pensioen heeft opgebouwd. Maar er
zijn evenzoveel redenen op te noemen waarom mensen langer willen doorwerken.
Mensen, functies en banen zijn zo uiteenlopend van aard, dat er geen
uniforme grens gesteld kan worden voor heel Nederland. Het dwingen van
mensen om langer door te werken kan juist averechts uitpakken. Zo kunnen
oudere werknemers eerder arbeidsongeschikt raken (en als het aan het kabinet
ligt sneller in de bijstand terechtkomen). En wat de financiering van de AOW
betreft is er geen sprake van een gunstige behandeling van gepensioneerden.
Premieheffing bij gepensioneerden betekent niet meer of minder dan een
inkomensafhankelijke AOW. En dat wijst de MHP met kracht af.
Uniforme pensioenleeftijd strijdig met functioneel leeftijdsontslag
Het is bovendien vreemd dat de overheid aan de samenleving
leeftijdsnormen oplegt waarboven bepaalde beroepen niet meer mogen worden
uitgeoefend en tegelijkertijd een algemene pensioenleeftijd wil opleggen die
veel hoger ligt. Vanwege de beroepsrisico's en veiligheidsrisico's voor de
omgeving acht Nederland het niet verantwoord om bepaalde beroepen nog op
hogere leeftijd uit te oefenen. De overheid stelt hier ook regelgeving voor
op, al dan niet in internationaal verband. Voorbeelden zijn brandweerlieden,
militairen, verpleegkundigen, luchtverkeersleiders en piloten.
Maar tegelijkertijd vindt het kabinet het blijkbaar niet gewenst dat
deze mensen de gelegenheid zouden moeten krijgen om te sparen, met een
fiscale ondersteuning om na het functionele leeftijdsontslag nog een
redelijk inkomen te kunnen behouden.
Indien mogelijk zou het de voorkeur genieten deze werknemers via een
goed personeelsbeleid een loopbaan te bieden die er op gericht is om te
zijner tijd een andere, kwalitatief vergelijkbare functie te vervullen.
Gezien de vaak zeer specialistische opleiding van deze categorieën
werknemers, en gezien de schaarste onder sommige van deze categorieën op de
arbeidsmarkt, ligt een andere loopbaan na het bereiken van het functioneel
leeftijdsontslag niet altijd voor de hand. Uitzonderingsgronden en
alternatieve fiscale regelingen zijn hier dan op hun plaats.
Nieuw zorgstelsel kan onacceptabele koopkrachteffecten met zich
meebrengen
Het door het kabinet gepresenteerde wetsvoorstel voor het nieuwe
zorgstelsel dreigt volgens de MHP onacceptabele inkomenseffecten met zich
mee te brengen. Gepensioneerden met een redelijk aanvullend pensioen (waar
ze zelf voor gespaard hebben) kunnen te maken krijgen met een
koopkrachtdaling die kan oplopen tot ver boven de 1%. Op deze wijze is een
kabinet dat pleit voor een eerlijke verdeling van de lasten voor de MHP
volstrekt ongeloofwaardig. Blijkbaar verstaat dit kabinet onder 'eerlijke
lastenverdeling' de rekening neerleggen bij de zwijgende meerderheid,
namelijk de middengroepen.
Los van de inkomenseffecten zal de MHP op korte termijn meer
inhoudelijk reageren op de voornemens van het kabinet omtrent het nieuwe
zorgstelsel. Leidraad voor de MHP is daarbij het in 1998 uitgebrachte
SER-advies 'Naar een beter stelsel van gezondheidszorg'.
Europees voorzitterschap
Het kabinet kiest op tal van terreinen, zoals die van sociale
zekerheid, ontslagbescherming, medezeggenschap en arbeidsomstandigheden
steeds meer voor systemen die lijken op een ministelsel. Wat betreft de
zogenaamde Lissabonagenda constateert de MHP bovendien dat de daden niet in
overeenstemming zijn gebracht met de ambities. Zo ontbreekt een goede visie
op de financiering van het Nederlandse onderwijs en kan het kabinet
nauwelijks meer bedenken dan dat de arbeidsduur verlengd moet worden.
Tegelijkertijd is dit kabinet voorzitter van de Europese Raad en zou
het een voortrekkersrol moeten vervullen. In plaats van andere Europese
landen ertoe te bewegen om het sociaal-economische stelsel te verbeteren,
lijkt dit kabinet de Europees gestelde minimumcriteria tot norm te nemen en
aanvullende Nederlandse regelingen zoveel mogelijk af te schaffen.
De beschreven agenda voor het Europese voorzitterschap lijkt daarmee
nog het meest op een agenda voor overheden om hun staatsfinanciën mee te
saneren, maar dan wel ten koste van de samenleving, c.q. de werknemers. Dit
is niet enkel in tegenspraak met de gedachte van het sociale Europa, maar
ook met de kenmerkende bestuursstijl van de Europese Unie, waarin sociale
partners nadrukkelijk een plaats innemen, waarmee een zo breed mogelijk
draagvlak voor de Europese besluitvorming gecreëerd wordt.
Dat is dan een bewuste keuze, als je *zelf* eerder wenst te stoppen met
werken. Wat te denken van de mensen die jarenlang ongewild doch
verplicht zouden moeten meebetalen aan een collectief prepensioen,
terwijl zijzelf er geen gebruik van wensen te maken?
Ik sta volledig achter het principe van collectief meebetalen aan
basisvoorzieningen waarvan je zelf misschien noodgedwongen gebruik zult
moeten maken (WW, WAO, etc). Luxe keuzevoorzieningen zoals het
prepensioen moet je echter maar mooi zelf betalen.
> Verder zijn veel zaken die het kabinet wil veranderen niks individueel maar
> wordt er collectief het mes ingezet. Ik kwam 1 pamflet tegen de afgelopen
> dagen, die heet zwijgen en die is helemaal van toepassing op jou:
>
> Ik zei niets, ik zweeg en keek de andere kant uit!
<knip>
Nog afgezien van de feitelijke onjuistheden in dat versje zal ik maar
zwijgen over de ophitsende insinuaties over arbo....
En om weer on-topic te komen: als het OV vaker meent te moeten staken,
wordt het steeds aantrekkelijker om toch maar een auto te regelen. Lijkt
me niet bevorderlijk voor het toekomstperspectief van de stakers.....
Reinoud.
Wat je vergeet is dat het niet alleen om luxe zaken gaat. Je betaalt al
jaren mee aan FLO (functioneel leeftijdsontslag voor zware beroepen). En dde
luxe van het prépensioen is ook discutabel. Wie garandeert jou dat je ver
voor je 65ste niet compleet af bent. Als iedereen meebetaalt blijft eerder
stoppen met werken voor iedereen betaalbaar.
Verder wordt in de basisvoorzieningen als WW en WAO ook gesneden. Er werd
zelfs een afspraak gebroken, nml. de afspraak tussen regering, werkgevers en
werknemers dat als zou blijken dat de huidige WAO wetgeving zou werken (zgn.
wet Poortwachter), de WAO verder ongemoeid zou worden gelaten. TOCH dient
het kabinet een compleet nieuw WAO wetsontwerp waarin van de afspraken
tussen sociale partners NIKS gespaard blijft. Grote groepen die zwaar en
belastend werk verrichten dreigt hun flo te worden afgepakt. Het kabinet
spreekt over arbeidsparticipatie van ouderen, maar o.a. de belastingdienst
b.v. stuurt massaal ouderen boven de 57 de VUT in omdat de rijksdienst moet
inkrimpen en ze als ze dat niet zouden doen, alle veelbelovende jongeren de
laan uit zouden moeten sturen omdat de dienst al te sterk vergrijsd is. Dit
kabinet spreek aan de voordeur over arbeidsparticipatie van ouderen en wil
ze in diverse bedrijfstakken verplicht laten doorwerken tot hun 65ste, maar
stuurt aan de achterdeur grote groepen ouderen de VUT in.
>> Verder zijn veel zaken die het kabinet wil veranderen niks
>> individueel maar wordt er collectief het mes ingezet. Ik kwam 1
>> pamflet tegen de afgelopen dagen, die heet zwijgen en die is
>> helemaal van toepassing op jou:
>>
>> Ik zei niets, ik zweeg en keek de andere kant uit!
>
> <knip>
>
> Nog afgezien van de feitelijke onjuistheden in dat versje zal ik maar
> zwijgen over de ophitsende insinuaties over arbo....
Hoezo ophitsend. Er is al een kabinetslid geweest die zich aan de arboregels
stoorde. Volgende greep van het kabinet in ruif van de werkenden van
Nederland, de Arbo.
> En om weer on-topic te komen: als het OV vaker meent te moeten staken,
> wordt het steeds aantrekkelijker om toch maar een auto te regelen.
> Lijkt me niet bevorderlijk voor het toekomstperspectief van de
stakers.....
Ach, jij denkt dat één keer in de vier jaar een parlement kiezen is
voldoende en daarna moet je je 4 jaar lang gewillig als een mak lam naar de
slachtbank laten leiden. In Nederland hebben we alweer een aantal jaren
geleden de geleide (door de overheid bepaalde) loonvorming aan de kant
gezet. Het is alleen jammer dat dit kabinet dit kennelijk nooit heeft
meegekregen.
Hé Sunny,
Je zou een echte vent zijn als je ook je eigen telefoonnummer erbij had
gezet. Zodat mensen die het NIET met je eens zijn, jou zouden bellen i.p.v.
Andries van den Berg en consorten. Dan zou je zelf eens merken wat jouw
oproep teweeg brengt en ben je de volgende keer misschien wat verstandiger.
't Valt me overigens van je mee dat je op Amsterdam CS live pamfletten met
deze nummers hebt uitgedeeld. Zo anoniem ben je dus niet.
Roelof
Die het ook niet helemaal eens was met deze staking: Wééér bij de NS! Kunnen
ze eens wat origineler zijn? Laten ze eens andere sectoren aanpakken! Bijv.
laat het personeel en de toeleveranciers van de tweede kamer en al die
ministeries eens een keer staken: De catering, portiers, beveiliging, bodes,
griffiers, koeriers, chauffeurs... Of de journalisten: hadden ze voor één
dag Den Haag doodgezwegen. Dan pak je de mensen om wie het gaat. En niet die
onschuldige treinreizigers... Staken bij de NS is zóóó makkelijk...
Wel typerend dat je over netiquette gaat zeuren en niet op de argumenten
van Ben ingaat. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat je volkomen
uitgeluld bent.
iMark
I rest my case !
Alle fiscale voordelen van lijfrentes zijn in de afgelopen decennia al door
een aantal bezuinigingskabinetten al weggesnoept. Je mag als kleine man in
dit land van de hoge omes die het land regeren geen voordeeltjes hebben. Heb
je weer wat gevonden, doen ze daar in Den Haag onmiddellijk weer hun
stinkende best om je dat weer af te pikken. Met de beperking van de
hypotheekrenteaftrek zijn ze inmiddels zover dat ze zowat in hun eigen poten
gaan zagen, dus dat onderwerp is voor de heren regenten nog even taboe. Maar
dat duurt nog maar even....
Wat de voordelen van lijfrentes betreft. Net als de fiscaal vrijgestelde
pré-pensioen premies zijn de premies vrijgegesteld van loon- en
inkomstenbelasting. Het aankoopbedrag mocht je vroeger zelfs van je
belastbaar inkomen aftrekken. De filosofie was dat de belastingdienst bij
uitbetaling wil vangen. Bij VUT en prépensioen wil dit kabinet nu direct
vangen. De uitkering wordt later belastingvrij. Het gespaarde vermogen voor
je pré pensioenregeling moet je opgeven in box 3 bij je vermogen.
Ja, de heren in Den Haag weten wel hoe ze de burger het geld uit de zak
kunnen kloppen. Over het zichzelf verrijken zal ik verder maar zwijgen. Dat
komt tegenwoordig uitgebreid in de krant en daar zijn we met zijn allen goed
ziek van.
Met dank aan mijn Lijfrente polissen.
Ik doe dat. En "so what"? Als iemand op zijn 60-ste (of wat dan ook)
volledig is opgebrand is er een goede reden om hem in een pre-pensioen
te krijgen. Jaren geleden kwamen we bij het ABP. Daartoe was een
vereiste dat de werktijd 40 uur was ipv de 38 3/4 die we hadden. De
optie werd geboden om over te gaan naar deeltijd van 38 uur, waarbij
de overblijvende 2 uur zouden worden gebruikt om anderen aan het werk
te helpen. Ik heb dat gedaan (hoewel ik feitelijk niet minder ging
werken). Toen ik de enige overblijvende was werd mij gevraagd het maar
op te geven, omdat het administratief zoveel probleemen gaf. Ook dat
heb ik gedaan (kwa werktijd veranderde er eigenlijk niets). Daarna
kregen we de ADV, waarbij de werktijd belangrijk werd verminderd, en
er dus meer mensen aan het werk zouden gaan, terug weer naar 38 uur
per week ofzo. Prima, er veranderde, wat mij betreft, niets. En ik
betaal al jaren aan een FPU waar ik geen gebruik van zal maken. Maar
ik gun dat pre-pensioen best aan mensen die er wel gebruik van maken.
Ik kan heel behoorlijk rondkomen van mijn inkomen.
> Ik sta volledig achter het principe van collectief meebetalen aan
> basisvoorzieningen waarvan je zelf misschien noodgedwongen gebruik zult
> moeten maken (WW, WAO, etc). Luxe keuzevoorzieningen zoals het
> prepensioen moet je echter maar mooi zelf betalen.
Prepensioen is voor velen geen luxevoorziening, ze kunnen niet meer.
Het alternatief is WAO, en dat is in de kortste tijd bijstand. En dat
heeft uiteindelijk weer invloed op je pensioenrechten. En stel je voor
dat je een huis bezit met een leuke hypotheek. (Een van de redenen dat
ik nooit een huis heb gekocht.)
--
dik t. winter, cwi, kruislaan 413, 1098 sj amsterdam, nederland, +31205924131
home: bovenover 215, 1025 jn amsterdam, nederland; http://www.cwi.nl/~dik/
maw, je had dus al een heleboel geld. anders kan je dat niet op die
manier regelen. vergeet niet dat de meeste van die polissen pas na 65
gaan uitbetalen.
> Met de beperking van de
> hypotheekrenteaftrek zijn ze inmiddels zover dat ze zowat in hun eigen poten
> gaan zagen, dus dat onderwerp is voor de heren regenten nog even taboe. Maar
> dat duurt nog maar even....
het enige waar ik voor 100% voor ben: afschaffen die hap. Om te beginnen
naar rente voor hypo's boven de 200.000 en in 30 jaar volledig
afschaffen. Het is toch van de zotte dat arme mensen die in huurhuizen
wonen de hypotheekrenteaftrek subsidieren....
(let wel: voor mij zou dat een forse aderlating zijn)