David Cohen (Deventer, 31 december 1882 - Amsterdam, 3 september 1967)
was een Nederlands classicus en tijdens de Tweede Wereldoorlog een van
de twee voorzitters van de Joodsche Raad.
Cohen werd geboren als oudste zoon van makelaar Herman Cohen en
Rebecca van Essen. Hij doorliep in Deventer de lagere school en het
gymnasium, waarna hij in Leipzig, Göttingen en Leiden klassieke talen
studeerde. In 1912 promoveerde hij in die laatste stad op het
proefschrift De magistratibus Aegyptiis externas Lagidarum regni
provincias administrantibus: specimen litterarium inaugurale. Hij
vestigde zich als leraar in Den Haag en werd aan de Rijksuniversiteit
Leiden privaat-docent. In 1924 werd hij aan dezelfde universiteit
bijzonder hoogleraar, een ambt dat hij aanvaardde met het uitspreken
van de rede Universalisme en particularisme in den aanvang van het
Hellenistisch tijdperk. Twee jaar later werd hij benoemd tot gewoon
hoogleraar in de Oude Geschiedenis aan de Gemeentelijke Universiteit
Amsterdam. Al die tijd was hij actief in verschillende Joodse
organisaties, waaronder de Nederlandse Zionisten Bond. Hij zette zich
zeer actief in voor het bieden van hulp aan Joden die uit Duitsland
waren gevlucht. Ook was hij actief in het bestuur van de Commissie
voor bijzondere Joodse belangen. Daar leerde hij Abraham Asscher
kennen.
In 1941 werden Cohen en Asscher door de Duitse bezetter aangesteld als
voorzitters van de Joodsche Raad. Zo werden zij - ongewild -
instrumenteel in de deportatie van vele Joodse Nederlanders. In
september 1943 werden Cohen en Asscher overigens ook zelf
gedeporteerd, Cohen naar het Concentratiekamp Theresienstadt. Daar
overleefde hij de oorlog. Na de oorlog werd het voorzitterschap van de
Joodsche Raad hen zwaar aangerekend. De Joodsche Eereraad verbood hen
ooit nog een functie te vervullen binnen de Joodse gemeenschap.
Cohen was de vader van de bouwkundige Herman Cohen (1914 - 2005), die
van 1939 tot 1967 hielp bij de opbouw van de staat Israel en die dat
trachtte te doen in harmonie met de Engelse heersers en de
oorspronkelijke Palestijnse bevolking. Een van zijn kleinkinderen is
PvdA-politicus Rob Oudkerk.
Ja en ? jij dacht dat Job Cohen geenhoerenloper was
denk jij dat er PvdA-ers rondlopen die geen hoerenlopers zijn?
Dacht 't niet, hij naait al heel amsterdam en gaat nu proberen
olland te naaien. Judas eh Job geeft veel liever geld van
een ander uit.
Edmund
"Edmund" <nom...@hotmail.com> schreef in bericht
news:3BQCn.57005$4W2....@newsfe01.iad...
OPM (Other People's Money) gaat over een perverse vorm van kapitalisme, maar
is ook op PvdA van toepassing.
>
> > > David Cohen (Deventer, 31 december 1882 - Amsterdam, 3 september 1967)
> > > was tijdens de Tweede Wereldoorlog een vande twee voorzitters van de Joodsche Raad.
>
> > > Cohen was de vader van de bouwkundige Herman Cohen (1914 - 2005), die
> > > van 1939 tot 1967 hielp bij de opbouw van de staat Israel en die dat
> > > trachtte te doen in harmonie met de Engelse heersers en de
> > > oorspronkelijke Palestijnse bevolking.
Genetisch bepaalde, achteraf verafschuwde zieke pappen en nathouders ?
>> Ja en ? jij dacht dat Job Cohen geen hoerenloper was
>
> > Dacht 't niet, hij naait al heel amsterdam en gaat nu proberen
> > olland te naaien. Judas eh Job geeft veel liever geld van
> > een ander uit.
Job maakte en zat op een mestvaalt en loofde den Heer !
Geen hoerenloper, maar een vuile vieze flikker ?