Google Groups no longer supports new Usenet posts or subscriptions. Historical content remains viewable.
Dismiss

Shakespeare vertaald: Messelaar vs Van Elden

56 views
Skip to first unread message

Frank Lekens

unread,
Jul 20, 2006, 9:14:43 AM7/20/06
to

Hier volgen twee vertalingen van het beroemde sonnet 130 van Shakespeare.
Eerst het origineel (voor het gemak gekopieerd van
http://darkwing.uoregon.edu/%7Erbear/shake/wssonnets.html; ik ga hier even
voorbij aan alle mogelijke tekstuele problemen in de brontekst).

My mistress' eyes are nothing like the sun,
Coral is far more red, than her lips red,
If snow be white, why then her breasts are dun:
If hairs be wires, black wires grow on her head:
I have seen roses damasked, red and white,
But no such roses see I in her cheeks,
And in some perfumes is there more delight,
Than in the breath that from my mistress reeks.
I love to hear her speak, yet well I know,
That music hath a far more pleasing sound:
I grant I never saw a goddess go,
My mistress when she walks treads on the ground.
And yet by heaven I think my love as rare,
As any she belied with false compare.

En twee vertalingen:

't Oog mijner vrouwe is niet als zonnelicht
En roder dan haar lippen is 't koraal,
Geen gouddraad, zwart draad zoomt haar aangezicht,
Is de sneeuw blank dan is haar boezem vaal.
Rozen aanschouwde ik, rood doormengd met wit,
Zoals men op haar wangen nimmer ziet;
En reukwerk is er dat meer geur bezit
Dan de adem die aan mijn liefs mond ontvliedt.
Hoe gaarne hoor ik haar, maar niettemin
Is er muziek die ik veel mooier vond;
Nimmer schreed over de aarde een godin,
Ik weet het en zij wandelt op de grond.
Toch is mijn lief even mooi in mijn ogen
Als wie ook die met beeldspraak wordt belogen.


Haar ogen zal ik niet als zonnen roemen
En roder dan haar lippen is koraal,
Haar zwarte haren zijn niet goud te noemen
En is sneeuw wit, dan is haar boezem vaal.
Ik zag wel rozen, rood met wit gekleurd
Doch op haar wang zag ik die rozen niet;
Er is ook reukwerk, dat veel zoeter geurt,
Dan d' ademtocht die aan haar mond ontvliedt.
Haar stem bemin ik zeer hoewel ik weet,
Dat mij muziek veel meer genieten doet;
Nooit zag ik haar als een godin die schreed,
Maar zij beroert de aarde met haar voet.
Toch zal mijn lief altijd de schoonste zijn
Van allen opgetooid met valse schijn.


De eerste is van W. van Elden, onderdeel van zijn integrale vertaling van
de sonnetten, nu nog verkrijgbaar in een mooi uitgegeven deeltje in de
Salamander-reeks van Querido.
Aan het eind van zijn voorwoord zegt van Elden dat hij zijn vertaling (die
in 1958 werd gepubliceerd) in 1949 in een vroege versie uitleende aan ene
Gerard Messelaar, die er lezingen over wilde houden. En net toen Van Elden
zijn vertaling tien jaar later wilde publiceren, verscheen er ineens ook
een vertaling van Messelaar. Van Elden vond dat hij geplagieerd was, en een
onafhankelijk onderzoeker (ene Mr H. W. J. M. Keuls) zou die conclusie
hebben bevestigd.

De tweede van deze vertalingen *is* de vertaling van Messelaar (zoals dit
jaar herdrukt in de bloemlezing _De mooiste van Shakespeare_, verschenen
bij Lannoo/Atlas).
Van Eldens vertaling is al die jaren in druk gebleven. Die van Messelaar
lijkt niet meer verkrijgbaar te zijn. Wat moet ik hieruit opmaken? Is er
destijds een rel ontstaan, en heeft die geleid tot het intrekken van de
uitgave van Messelaar? Of bleef hij wel op de markt, maar koos de pers
zodanig partij voor Van Elden dat de vertaling van Messelaar nooit meer is
herdrukt?
Of werd de vertaling van Van Elden ook nog eens *beter* gevonden, en is de
andere daarom nooit meer herdrukt?

Ik vraag het me af omdat - even alle vragen over jatwerk daargelaten - de
versie van Messelaar voor *dit* gedicht me in de meeste opzichten toch een
*betere* versie lijkt.

Dat Messelaar Van Eldens vertaling gelezen had, zou de paar (bijna)
gelijkluidende regels hier kunnen verklaren. Maar zelfs bij die regels is
dat 'bijna' al onthullend: de kleine verschuivingen in regel 2 en 4
bijvoorbeeld, maken de regels *beter*. Althans in mijn oren.
Want waarom zou je 'de sneeuw' zeggen? En waarom ''t koraal'?

Ik vind deze vertaling van Messelaar in enkele opzichten dan ook iets beter
dan die van Van Elden (dat is wellicht ook de reden dat hij in de
bloemlezing is opgenomen). Alleen de slotregels vind ik niet zo sterk. Ze
suggereren iets te sterk dat ook de geliefde van de dichter 'opgetooid is
met valse schijn'. (Het origineel heeft ook wel een zekere syntactische
ambiguďteit die zo'n lezing *toestaat*, maar die lezing dringt zich in deze
vertaling te veel op.)

Maar hoe zit dat nu met die vertaling? Waarom is die nergens meer te
krijgen? Is de kwaliteit van dit ene sonnet een uitschieter, en zijn de
andere vertalingen zwakker? Of leunen de andere nóg zwaarder op de
vertaling van Van Elden? Of is er door de hele plagiaatkwestie zo'n taboe
op Messelaars vertaling komen te rusten dat niemand hem nog aan durft te
raken?

Ik ben benieuwd - naar feiten, meningen... en naar de rest van Messelaars
vertaling.
--
Frank
(xs4all dot nl is where it's really @)

Arie van der Krogt

unread,
Jul 30, 2006, 8:51:12 AM7/30/06
to
Beste Frank,

Ik ben in het gelukkige bezit van de vertaling van Gerard Messelaar.
Gewoon ergens tegen gekomen in een tweedehands boekenzaak in Groningen.
Het is een dun boekje in de Ooievaar reeks Bert Bakker, nr 62.
Misschien is hij nog wel ergens bij verzamelaars van Ooievaartjes te
vinden.
Ik heb geen serieus onderzoek gedaan naar de verschillen en
overeenkomsten tussen Messelaar en Van Elden, maar mijn indruk is dat
ze beide wezenlijk verschillen. Van Elden is plechtiger en
waarschijnlijk preciezer vertaald, en Messelaar is vrijer en iets
vlotter. Het voorbeeld dat je geeft, toont die verschillen goed aan. Ik
ben bij het lezen geen hinderlijke vorm van plagiaat tegengekomen.
Natuurlijk zijn er overeenkomsten, maar dat geldt voor alle 12
vertalingen. Van "Shall I compare thee to a Summers' day" valt niet zo
veel verschil te maken. Kortom ik vind de vertalingen van Van Elden en
Messelaar beide interessant omdat ze verschillende invalshoeken hebben
en daardoor de meerdere lagen in het werk van Shakespeare laten zien.
Dat geldt trouwens ook voor de vertalingen van Ton Oosterhuis en Guido
De Bruyn in "De Mooiste van Shakespeare". Ik heb ze met veel interesse
en bewondering gelezen.
Met vriendelijke groet,
Arie van der Krogt

Frank Lekens

unread,
Aug 8, 2006, 5:58:38 PM8/8/06
to
Op 30 Jul 2006 05:51:12 -0700 schreef Arie van der Krogt:

Hallo Arie,

leuk dat je reageert. Ik zal eens op zoek gaan naar Messelaar. (Ik ben
trouwens vooral ook van plan om op zoek te gaan naar de nog minder bekende
vertalingen van bijv. Verweij en Decroos. Volgens mij zijn die ondertussen
ook wel rechtenvrij, dus als ik ze vind wil ik misschien ook wel proberen
om ze ergens online te zetten. (Dat hoop ik heel binnenkort ook te doen met
de integrale sonnettenvertaling van Burgersdijk.))

Misschien ben ik inderdaad een beetje te streng, zeker over Oosterhuis. Ik
heb de afgelopen maanden zelf ook een beetje geprutst aan de vertaling van
een paar sonnetten, en het valt me niet mee. Ik geef grif toe dat ik het er
zelf nog stukken en stukken slechter van afbreng. (Wat de lol van het
prutsen er niet minder om maakt, trouwens.) En ik denk dat ik echt een
beetje oneerlijk was om alleen deze ene strofe van zijn vertalingen eruit
te lichten. In zijn andere vertalingen zitten veel mooie dingen.

Maar ik blijf erbij dat bij 128 zeker jouw vertaling beter is. Dat is er
echt een waarin jouw lossere (popsong? :-) benadering (en aandacht voor
obsceniteiten) bij uitstek tot zijn recht komt, volgens mij.

Over obsceniteiten gesproken, dat is nou wel grappig: zowel jij als Van
Elden gebruiken hier 'wippen' als rijmklank. En dat is toch wel een
perfecte illustratie van... ja, van wat eigenlijk? Dat vertalingen
tijdsgebonden zijn. Dat taal sterk verandert, en dat betekenissen sterk
afhankelijk zijn van de wijdere sociale context. Of zoiets.

Want waar dat 'wippen' in regel 11 van jouw vertaling overduidelijk (en
geestig) obsceen bedoeld is, is het dat bij Van Elden volgens mij helemaal
niet. Althans, die indruk heb ik zo. Ik weet niet of 'wippen' in de
betekenis van vrijen in de jaren '50 al erg gangbaar was. Maar als ik Van
Eldens vertaling lees, met dat archaďserende 'gij', dan heb ik niet de
indruk dat híj dit obsceen bedoelde (terwijl zeker dit gedicht daar
natuurlijk wel toe uitnodigt).

Enfin, pas maar op. Als Van Elden nog leeft, beschuldigt hij jou straks
misschien ook nog wel van plagiaat. :-)

0 new messages