nieuwe roman van Kazuo Ishiguro: een teleurstelling (bespreking)

2 weergaven
Naar het eerste ongelezen bericht

krazy kat

ongelezen,
26 mrt. 2000 03:00:0026-03-2000
aan
De auteur, het boek en de mislukking

Kazuo Ishiguro heeft weer eens een boek geschreven. Nadat hij zoveel
succes had met het speciaal voor Ivory & Merchants geschreven Remains of
the Day, is er van hem nog maar weinig vernomen. Drie boeken had hij
toen al geschreven (A Pale View of Hills, An Artist of the Floating
World en Remains); maar als er één schrijver is waarvoor gold dat hij
elke keer hetzelfde boek schreef, dan was het Ishiguro wel.
Een hoofdpersoon die de emoties uit zijn leven heeft gebannen,
daartoe mede gebracht door een bepaald kille opvoeding van een veel te
strenge vader. Een hoofdpersoon die zich daarom maar verliest in een
obsessie met de finesses van zijn ambacht en de formaliteiten van de
sociale omgang. Een hoofdpersoon die, slechts oog hebbend voor het goed
uitoefenen van zijn vak, een foute (politieke) keuze maakt en zijn
talenten aanwendt voor een kwade zaak. Een hoofdpersoon die de daardoor
ontstane twijfel en schuldgevoelens diep wegstopt achter een masker van
voorkomendheid en etiquette. Een hoofdpersoon die daardoor aan het eind
van het boek blijft zitten met een groot maar onuitgesproken verdriet,
een tragisch maar onderdrukt gevoel van gemiste kansen en verbrande
bruggen. Die hoofdpersoon, en dat verhaalstramien, dat waren de
constanten in Ishiguro's werk. Dat het daarbij in het ene geval ging om
een moeder wiens dochter zelfmoord heeft gepleegd, in het andere om een
Japanse kunstenaar die zijn talenten in WO II ten dienst stelde van de
overheid, en uiteindelijk om een butler die met toewijding een
fascistische Engelse lord diende -- dat zijn oppervlakkige verschillen
die uiteindelijk slechts de diepere overeenkomst tussen de drie romans
onderstrepen.
Dat kon natuurlijk zo niet langer doorgaan. Dat beseften de
critici, dat besefte de uitgever, en dat besefte uiteindelijk blijkbaar
ook Ishiguro zelf. Ik ga eens iets heel anders doen, moet hij gedacht
hebben. En in plaats van wéér zo'n pseudo-Jamesiaanse roman van een
slordige 200 bladzijden over verstikte emoties en verstopte
schuldgevoelens, poepte hij na vijf jaar het 500 pagina's dikke The
Unconsoled uit. Verlaten was het vaste stramien van een met strakke hand
binnen 250 pagina's verteld verhaal. Verlaten was de overwegend
psychologisch-realistische monologue interieur, de conventie van een
naturalistisch verhaal waarvan nog enigszins was vol te houden dat het
"echt gebeurd zou kunnen zijn". Verlaten was de onmiddellijke
verfilmbaarheid, en Emma Thompson vond er ongetwijfeld niks meer aan. Om
het geld hoefde hij het immers niet meteen te doen, en dan is het wel
eens goed om je artistieke geloofwaardigheid een beetje op te krikken
met een flinke dosis ontoegankelijkheid.
Want ontoegankelijk was deze pil. Of misschien niet eens zozeer
ontoegankelijk, als wel vooral erg saai. Wat Ishiguro deed, was de
naturalistische narratieve logica inwisselen voor de narratieve
droomlogica van Franz Kafka. En die logica liet hij vervolgens los op
precies dezelfde psychologische obsessies die de lezers al kenden uit
zijn eerste roman(/s). Dus: mensen die hun gevoelens niet kunnen uiten,
die daarom maar hun toevlucht zoeken in formaliteit en etiquette, en in
"de regels van het vak" -- wat dat vak ook moge zijn. In The Unconsoled
ging het daarbij vooral om de pianistiek (de hoofdpersoon is
concertpianist) en het kelnerschap.
The Unconsoled leest eigenlijk als de droom van iemand die naar
bed is gegaan nadat hij op één dag al Ishiguro's vorige boeken in één
ruk heeft uitgelezen. Hetzelfde soort scènes waarin hij in zijn vorige
romans grossierde, kom je hier weer volop tegen. Ongemakkelijke dialogen
waarin de hoofdpersoon het werkelijke onderwerp probeert te omzeilen, of
waarin hij gewoon niet ziet waar zijn gesprekspartner nou eigenlijk heen
wil (wat voor de lezer overduidelijk is); gezellige bijeenkomsten waarop
de hoofdpersoon het gevoel heeft dat hij door de anderen wordt
uitgelachen; "gezellige" bijeenkomsten waarop de hoofdpersoon
pretentieus uiteenzet wat een butler/kelner/pianist/schilder/moeder tot
een goede butler/kelner/pianist/schilder/moeder maakt. Maar het verband
tussen al deze scènes is in The Unconsoled van dezelfde droomlogica die
regeert in Der Prozeß en Das Schloß. De hoofdpersoon komt in het begin
van het boek aan in een stad om een concert te geven, maar als ik het me
goed herinner (de herinneringen aan het boek zijn als de herinneringen
aan een koortsdroom...), heeft hij aan het eind van die 500 pagina's nog
geen noot gespeeld. Niet omdat er iets spectaculairs is tussengekomen,
maar omdat hij in die stad per taxi van scène naar scène wordt gevoerd
zonder dat er enige narratieve ontwikkeling plaatsvindt. En als hij per
taxi een lange weg heeft afgelegd van zijn hotel naar plaats A,
*wandelt* hij na afloop van op locatie A plaatsvindende scène vervolgens
doodgemoedereerd terug naar zijn hotel -- dat zich dan ineens om de hoek
bevindt.
Zo'n soort boek dus, dat je, als je het eenmaal hebt
doorgeworsteld, eigenlijk niemand kan aanraden. Er waren meer mensen die
dat vonden, zodat het boek slechte kritieken kreeg, waarschijnlijk
slecht verkocht en nog minder gelezen werd. Misschien belandde Ishiguro
in een crisis, of misschien is hij van de opbrengst van de verfilming
van Remains of the Day op vakantie gegaan met Emma Thompson, om zich met
haar te bezinnen op plannen voor een volgend boek.
Vijf jaar duurde het voordat dat nieuwe boek er kwam: When We
Were Orphans. Verfilmbaarder dan The Unconsoled is het zeker wel
geworden. Misschien valt er zelfs wel een film van te maken die beter is
dan het boek -- slechter lijkt me in ieder geval nauwelijks mogelijk.
Een dikke driehonderd bladzijden, dat is de lengte. En wie eraan
begint, denkt aanvankelijk: Ha, Ishiguro doet weer waar hij goed in is.
Hij heeft zijn eerste (drie) roman(/s) gepakt en gedacht: hoe kan ik dit
nou nóg een keer schrijven, maar dan anders?
Het begint veelbelovend. De verteller is een wees, die weer vrij
stijve taal bezigt, veel oog heeft voor sociale omgangsvormen, en iets
minder voor emoties. Zo snapt hij niet waarom in zijn jeugd iedereen
zo'n poeha maakte over het feit dat hij als wees alleen opgroeide in
Engeland, terwijl zijn ouders al sinds de Eerste Wereldoorlog worden
vermist (ontvoerd? vermoord?) in Sjanghai. Nee hoor, daar ging hij
helemáál niet onder gebukt; hoe komt u erbij?
Detective is Christopher Banks later van beroep geworden. En niet
zomaar één, nee: een ware Sherlock Holmes. Binnen een paar jaar tijd
wordt hij een gevierd man in het Engeland van het interbellum, vanwege
al de uiterst moeilijke zaken die hij weet op te lossen. Over zijn werk
vernemen we overigens weinig -- opvallend weinig, als je het vergelijkt
met wat we allemaal over het beroep van butler moesten aanhoren van Mr
Stevens. Slechts zijdelings wordt af en toe, om te markeren in welk
stadium zijn carrière is beland, een zaak genoemd ("the Studley Grange
business", "the Frank Lekens case" -- meestal zijn het enigszins
Jamesiaans aandoende namen [de mijne niet inbegrepen; ik vind zo gauw
geen echt voorbeeld]). En een enkele keer krijgen we een scène waarin
hij op de plaats delict een gesprek heeft met een politie-inspecteur.
Maar over het hoe en waarom van de misdaad, wie er vermoord zijn en wie
het gedaan hebben -- dat komen we nooit te weten. Zulke scènes doen zich
slechts voor als ze betrekking hebben op de emotionele ontwikkeling van
de hoofdpersoon, en de rol die ze daardoor spelen in het onderzoek dat
zijn leven bepaalt: dat naar de verdwijning van zijn ouders.
Mede omdat zijn blijkbaar briljante speurderswerk slechts
aangestipt wordt, en omdat hij ook continu rondloopt met een loep die
hij ooit van twee medescholieren als verjaardagscadeau kreeg ("a
magnifying glass may not be quite the crucial piece of equipment of
popular myth, but it remains a useful tool for the gathering of certain
sorts of evidence, and I fancy I will, for some time yet, carry with me
my birthday gift" [p. 9]) -- mede om die redenen wordt als snel de
postmoderne inslag van dit verhaal duidelijk. Christopher Banks is niet
zozeer een naturalistisch personage, zoals je butler Stevens dat nog wel
kon wanen (al vind ik zelf dat de overwegend naturalistische lezingen
die Remains meestal krijgt, eigenlijk een tikje te naïef zijn en te
makkelijk voorbijgaan aan bepaalde spookachtige elementen die ook in dat
boek te vinden zijn). Deze detective is een papieren figuur, een
intertekstueel samenraapsel, geboren uit Sherlock Holmes, Hercule Poirot
en het ethos van het Edwardiaanse Engeland in het algemeen. Ook zijn
voornaam verwijst immers naar die van Christopher Robins, het baasje van
Winnie de Poeh, zoals de titel van de roman verwijst naar E.E. Milne's
verzameling kinderversjes When We Were Very Young.
Nu houdt dit voor mij nog niet per se diskwalificatie in.
Intertekstuele spelletjes zijn altijd leuk, en als de schrijver het op
een evenwichtige manier weet te verenigen met een leuk en/of spannend
verhaal dat je blijft boeien, dan kan dat een heel mooi boek opleveren.
Maar helaas, helaas. Ik vind dat Ishiguro ontspoort en ik begrijp geen
biet van zijn bedoelingen. Christopher Banks is enerzijds een personage
op de oude Ishiguro-leest -- hij drukt zich erg formeel uit, en lijkt
van de gesprekken waarover hij ons verslag doet soms emotionele nuances
te missen die je als lezer wel degelijk opvangt. Maar op andere momenten
toont hij duidelijk meer zelfinzicht dan Ishiguro's eerdere personages,
en dat leidt er dan weer toe dat je als lezer de neiging krijgt om zijn
mededelingen toch maar "at face value" te nemen. Uiteindelijk leidt dat
tot twijfel over wat nu eigenlijk de status van zijn vertelling is --
een twijfel die wat mij betreft ook niet productief is, in de zin dat
hij interessante vragen opwerpt. Bij mij leidde het er slechts toe dat
ik niet meer wist waar ik aan toe was.
Ook de narratieve logica van het verhaal is uiterst ontregelend.
Aanvankelijk lijkt alles duidelijk geplaatst in een historische context
die deels realistisch, deels postmodern/intertekstueel is (niet het
Engeland van de jaren dertig, maar het Engeland van de fictieve wereld
van een Agatha Christie-roman, zeg maar). Ook haalt Ishiguro geen
droomachtige trucjes uit met de volgorde van zijn verhaal. Er zijn twee
duidelijke verhaallijnen: het heden, waarin Christopher Banks steeds
meer succes krijgt als detective, en een wat merkwaardige Great Gatsby-
achtige relatie-op-afstand onderhoudt met een jonge vrouw die hogerop
wil komen in de beau monde; en het verleden: Christopher's herinneringen
aan zijn jeugd in Sjanghai, zijn Japanse vriendje Akira daar, en de
verdwijning van zijn ouders. Duidelijke verhalen met kop en staart,
met begin, climax en eind.
Uiteindelijk gaat Christopher in 1937 terug naar Sjanghai om nu
eindelijk de zaak van de mysterieuze verdwijning van zijn ouders te
ontrafelen en hen terug te vinden. Let wel: ze zijn verdwenen ergens
voor of tijdens de Eerste Wereldoorlog! Dat "terugvinden" is dus al
uiterst curieus. Nog curieuzer is dat in Sjanghai (dat op dat moment een
stad in oorlog is: het Japanse invasieleger strijdt er met het Chinese
leger van Tsjang Kai Sjek) de complete internationale gemeenschap
intensief meeleeft met Banks' zoektocht. Kosten nog moeite worden
gespaard om hem te helpen deze zaak op te lossen. Er wordt ook
voortdurend in dusdanig algemene termen aan gerefereerd, dat "deze zaak"
niet alleen betrekking lijkt te hebben op de verdwijning van zijn eigen
ouders, maar ook op de gehele internationale crisis in China, en zelfs
nog breder op "het kwaad" in metafysische zin, dat voor eens en altijd
moet worden uitgeroeid. Banks wordt bij aankomst in Sjanghai zowat
beschouwd als de figuur die de internationale gemeenschap aldaar moet
komen redden -- door zijn ouders terug te vinden!
Zo wordt langzamerhand duidelijk dat Christophers innerlijke
wereld, waarin de verdwijning van zijn ouders dé grote gebeurtenis is
die zijn hele leven overschaduwt, geprojecteerd wordt op de
buitenwereld. Voor héél Engeland is die verdwijning nu blijkbaar een
zaak van levensbelang. Het probleem is dat deze projectie niet zozeer
van psychologische aard is, zoals in The Remains of the Day nog het
geval leek te zijn (al kun je ook daar twijfels bij zetten). Het is niet
zo dat Banks in Sjanghai rondloopt met een obsessie die niemand deelt,
zodat hij voortdurend zijn neus stoot en uiteindelijk tot het
psychologische inzicht komt dat wat voor hemzelf belangrijk is, toch
heel wat minder belangrijk is in de historische context. Nee, iedereen
leeft mee met zijn zoektocht.
Uiteindelijk denkt hij zijn ouders bijna gevonden te hebben en
gaat hij op weg naar het huis waar ze dan al twintig jaar gevangen
worden gehouden (waarom ze dan *zo lang* gevangen zijn gehouden, daar
begint hij niet eens over; dat het niet logisch is om twintig jaar op
een losgeld te wachten -- met geen woord wordt erover gerept). Dan
verzeild hij in de gevechtszone buiten de neutrale Internationale Wijk.
Soldaten voeren bloedige man-tegen-man-gevechten, juist in de wijk waar
hij moet zijn. Maar als hij aan een Chinese officier uitlegt wat hij
daar zoekt, laat die officier op slag alles vallen en vergezelt hem op
zijn uiterst belangrijke missie!!
Oplettende lezertjes zullen wellicht snappen dat ik op dat moment
mentaal afhaakte. Ik moest nog een slordige honderd pagina's, en ik heb
die werktuiglijk uitgelezen. Er volgden "spannende" scènes, waarvan de
causale logica eerder geworteld leek in de wereld van de droom dan in de
werkelijkheid. Er volgden onthullingen over de verdwijning van zijn
ouders, en het bloedgeld waaraan Christopher Banks, "combatter of evil
extraordinaire", zijn opleiding te danken had. Maar tot een ethisch
dilemma van enige relevantie vermocht het niet meer te leiden. De
realistische romanconventies had Ishiguro ondertussen weer volledig
achter zich gelaten -- zonder dat er iets interessants voor in de plaats
kwam.

Uiteindelijk laat deze roman me niet zozeer achter met spijt over de
verloren tijd die ik erin heb gestoken, als wel met totale
verbijstering. Wat wil Ishiguro met deze boeken nou eigenlijk bereiken?
Denkt hij zelf een interessant nieuw genre te hebben uitgevonden? Wil
hij de nieuwe Kafka worden? Kan het hem allemaal geen ene reet meer
schelen? Ik snap er helemaal niks van, en de kans is groot dat ik zijn
volgende roman niet eens meer ga probéren.
--
Frank Lekens
operamail.com is where it's really @

Allen beantwoorden
Auteur beantwoorden
Doorsturen
0 nieuwe berichten