Hebben de buren van onze 'klacht' op de hoogte gesteld en zouden ze er
zwakkere lampen inzetten, wat na 2 weken nog niet is gebeurd.
We vertrouwen er op dat het allemaal wel zal goed komen maar vragen wij
ons inmiddels toch af of je dit in het uiterste geval ook kan afdwingen.
tnx
GJ
Het is vaak niet de sterkte van de lamp maar het uiterst gebrekkige ontwerp
van de armatuur. Als het licht zo gericht is dat het op jullie gevel schijnt
dan is dat licht verkeerd gericht. Jullie hebben er last van en de buurman
(vanuit zijn standpunt bezien en aannemende dat hij niet de bedoeling heeft
jullie gevel te belichten) betaalt energie voor niets.
Mogelijk heeft de gemeente een milieuverordening waarin dit is geregeld.
Verder is er formeel niet heel veel aan te doen. Lichthinder wordt niet
genoemd in het burenhinderartikel (art. 37, boek 5 BW) maar dat doet niet af
aan het feit dat die hinder opzichzelf een onrechtmatige daad vormt (art.
162, boek 6 BW).
In ons recht is meer en meer de norm ontwikkeld, dat mensen met elkaar
rekening dienen te houden. De mens leeft niet als enkeling, uitsluitend voor
zichzelf, maar is verplicht andermans belangen te eerbiedigen. Het is zo dat
een dringende verplichting van moraal en fatsoen tegenover iemand anders,
onder omstandigheden, een natuurlijke verbintenis kan doen ontstaan. Het
gaat daarbij om ongeschreven fatsoensregels die in het verkeer tussen mensen
onderling gelden en die ook in de rechtspraak bij de beslissing van een
geschil worden gehanteerd.
Deze regesl gelden vanzelfsprekend ook voor de eigenaar.
De wetgever van het BW (burgerlijk wetboek) heeft deze gebondenheid van de
eigenaar aan het ongeschreven recht expliciet uitgewerkt op twee gebieden,
te weten 'hinder' en 'misbruik van bevoegdheid'.
HINDER (mr. J. W. P. Verheugt ISBN 90 5454 018 4 NUGI 691, 10e druk, 1999
Boom Juridische uitgevers, Den Haag)
Hinder is omschreven in titel 4 van boek 5 BW. Deze titel gaat over de
bevoegdheden en verplichtingen van eigenaren van naburige erven. De eerste
bepaling daarin betreft het toebrengen van hinder. Volgens art. 5:37 BW
bestaat hinder onder meer uit het verspreiden van rumoer, trillingen, stank,
rook of gassen, door het ontnemen van licht (hieruit volgt dat het toevoegen
van overmatig licht tijdens uren bestemd voor de nachtrust hieonder dient te
worden begrepen) en lucht of door het ontnemen van steun. Hierdoor kan een
ander in het genot van zijn eigendom worden gestoord; zijn genotsrecht wordt
door de hinder aangetast. De in art. 5:37 BW genoemde vormen van hinder zijn
niet altijd in strijd met het recht. In een land als Nederland waar de
mensen dicht op elkaar wonen, is het ionvermijdelijk dat een bepaalde mate
van hinder wordt toegebracht. Het ios duuidelijk dat de last dat dit
meebrengt tot op zekere hoogte gedragen zal moeten worden. Een juridische
actie is pas mogelijk als de last de perken te buiten gaat. De last moet dan
tot overlast zijn geworden.
Wanneer is hinder niet meer toelaatbaar en dus in strijd met het recht?
Art. 5:37 BW verbiedt hinder alleen als deze onrechtmatig is in de zin van
art. 6:162 BW. Uit de combinatie van beide bepalingen volgt dat hinder
onrechtmatig kan zijn als de eigenaar een inbreuk maakt op het recht van een
ander (de buurman) of door zijn gedrag tegenover deze handelt in strijd met
hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.
Hinder kan dus onrechtmatig zijn als sprake is van volgens ongeschreven
recht maatschappelijk onbetamelijk handelen.
De wetgever van het BW heeft blijkens de term 'volgens ongeschreven recht'
aan de rechter overgelaten per geval te beslissen of de toegebrachte hinder
in strijd is met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt.
Het geniet steeds de voorkeur om tot een onderling vergelijk te komen met de
buurman, een minnelijke regeling. Als u echter tot een vordering besluit en
de storende factor (teveel licht in de voor de nachtrust bestemde tijd)
inderdaad hinder voortbrengt voor u en (eventueel) uw gezin, meen ik dat u
een gerede kans van slagen heeft bij de rechter.
Mocht u of uw kenissen in de toekomst juridisch advies nodig hebben staan
wij gratis tot uwe beschikking. Wij verzoeken u enkel zich (gratis) in te
willen schrijven op de site van Rechtspraak Nederland:
http://nl.msnusers.com/RechtspraakNederland
vr. gr.
Frank A. G. Janssen
2002.12.03
Naar aanleiding van uw vraag neem ik de vrijheid u deze e-mail toe te
zenden.
In ons recht is meer en meer de norm ontwikkeld, dat mensen met elkaar
rekening dienen te houden. De mens leeft niet als enkeling, uitsluitend voor
zichzelf, maar is verplicht andermans belangen te eerbiedigen. Het is zo dat
een dringende verplichting van moraal en fatsoen tegenover iemand anders,
onder omstandigheden, een natuurlijke verbintenis kan doen ontstaan. Het
gaat daarbij om ongeschreven fatsoensregels die in het verkeer tussen mensen
onderling gelden en die ook in de rechtspraak bij de beslissing van een
geschil worden gehanteerd.
Deze regesl gelden vanzelfsprekend ook voor de eigenaar.
De wetgever van het BW (burgerlijk wetboek) heeft deze gebondenheid van de
eigenaar aan het ongeschreven recht expliciet uitgewerkt op twee gebieden,
te weten 'hinder' en 'misbruik van bevoegdheid'.
HINDER (mr. J. W. P. Verheugt ISBN 90 5454 018 4 NUGI 691, 10e druk, 1999
Boom Juridische uitgevers, Den Haag)
Hinder is omschreven in titel 4 van boek 5 BW. Deze titel gaat over de
bevoegdheden en verplichtingen van eigenaren van naburige erven. De eerste
bepaling daarin betreft het toebrengen van hinder. Volgens art. 5:37 BW
bestaat hinder onder meer uit het verspreiden van rumoer, trillingen, stank,
rook of gassen, door het ontnemen van licht (hieruit volgt dat het toevoegen
van overmatig licht tijdens uren bestemd voor de nachtrust hieonder dient te
worden begrepen) en lucht of door het ontnemen van steun. Hierdoor kan een
ander in het genot van zijn eigendom worden gestoord; zijn genotsrecht wordt
door de hinder aangetast. De in art. 5:37 BW genoemde vormen van hinder zijn
niet altijd in strijd met het recht. In een land als Nederland waar de
mensen dicht op elkaar wonen, is het ionvermijdelijk dat een bepaalde mate
van hinder wordt toegebracht. Het ios duuidelijk dat de last dat dit
meebrengt tot op zekere hoogte gedragen zal moeten worden. Een juridische
actie is pas mogelijk als de last de perken te buiten gaat. De last moet dan
tot overlast zijn geworden.
Wanneer is hinder niet meer toelaatbaar en dus in strijd met het recht?
Art. 5:37 BW verbiedt hinder alleen als deze onrechtmatig is in de zin van
art. 6:162 BW. Uit de combinatie van beide bepalingen volgt dat hinder
onrechtmatig kan zijn als de eigenaar een inbreuk maakt op het recht van een
ander (de buurman) of door zijn gedrag tegenover deze handelt in strijd met
hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.
Hinder kan dus onrechtmatig zijn als sprake is van volgens ongeschreven
recht maatschappelijk onbetamelijk handelen.
De wetgever van het BW heeft blijkens de term 'volgens ongeschreven recht'
aan de rechter overgelaten per geval te beslissen of de toegebrachte hinder
in strijd is met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt.
Het geniet steeds de voorkeur om tot een onderling vergelijk te komen met de
buurman, een minnelijke regeling. Als u echter tot een vordering besluit en
de storende factor (teveel licht in de voor de nachtrust bestemde tijd)
inderdaad hinder voortbrengt voor u en (eventueel) uw gezin, meen ik dat u
een gerede kans van slagen heeft bij de rechter.
Mocht u of uw kenissen in de toekomst juridisch advies nodig hebben staan
wij gratis tot uwe beschikking. Wij verzoeken u enkel zich (gratis) in te
willen schrijven op de site van Rechtspraak Nederland:
http://nl.msnusers.com/RechtspraakNederland
vr. gr.
Frank A. G. Janssen
---
Outgoing mail is certified Virus Free.
Checked by AVG anti-virus system (http://www.grisoft.com).
Version: 6.0.423 / Virus Database: 238 - Release Date: 25-11-2002
Ze zullen wel willen wachten totdat de eerste lamp stuk is.
Of het veel helpt betwijvel ik.
Je kunt beter vragen of ze de lamp iets willen draaien, zodat nietmeer
direct op je slaapkamerraam geschenen wordt.
--
pim.
Hartelijk dank voor jullie waardevolle bijdrage. Het zal allemaal wel
niet zo'n vaart lopen maar is het toch prettig om te weten dat de wet
hierin (in zekere mate) voorziet.
GJ
Kortom: de bekende ikke-ikke-en-de-rest-kan-stikke mentaliteit.
> Niet prettig, ookal omdat toevallig onze slaapkamers aan die zijde van
> ons huis zitten. De gordijnen die we nu gebruiken dempen het licht maar
> tendele.
>
> Hebben de buren van onze 'klacht' op de hoogte gesteld en zouden ze er
> zwakkere lampen inzetten, wat na 2 weken nog niet is gebeurd.
>
> We vertrouwen er op dat het allemaal wel zal goed komen maar vragen wij
> ons inmiddels toch af of je dit in het uiterste geval ook kan afdwingen.
Dat wordt via de rechterlijke weg een kostbare zaak, met twijfelachtige
uitkomst. Als je daar klaar voor bent, zal de relatie met de buren
inmiddels wel aardig zijn verstoord. Dan kun je net zo goed de
buitenrechtelijke weg volgen. Die is doorgaans een stuk effectiever,
maar vergt enige fantasie en sluwheid van degene die haar wil volgen.
Een neef van mij heeft ook eens zoiets bij de hand gehad, met een
tegenover hem gevestigde winkel waar een schijnwerper van de
terreinverlichting hem in de woonkamer recht in het oog scheen.
Herhaalde verzoeken dat licht hetzij te doven, hetzij anders te richten
haalden niets uit, ondanks andersluidende beloften. Een luchtbuks doofde
het licht, en neef belde de winkelier om hem te bedanken voor zijn
medewerking. De dag erna zat de schijnwerper er weer in, zoals al was
gevreesd. Wederom doofde een buks het licht. Wederom belde mijn neef de
winkelier, en vroeg of hij nu het licht had gezien. De politie kwam
langs om te vragen of hij die lamp kapotgeschoten had. Dat had hij niet
(die neef heeft drie broers). De winkelier belde sarrend - typerend
gedrag voor kleingeestige lieden die in de illusie verkeren dat de
overheid aan hun kant staat - om te vertellen dat die lamp er toch weer
in kwam. Mijn neef gaf te kennen, dat zo'n lamp inderdaad erg handig is
om mensen die 's nachts werken, zoals de brandweer, bij te lichten, maar
dat een winkelier toch beter af is als zo'n lamp minder hinderlijk is
voor omwonende klanten. De winkelier was inmiddels hintgevoeliger, en
belde een dag later om te vragen of de lamp, nu op een paal gemonteerd
en de andere kant op gericht (van de flat van m'n neef vandaan naar de
gevel, in plaats van van de gevel naar de flat), nog overlast gaf. Nee
hoor, helemaal niet, en de winkelier werd hartelijk bedankt. Een paar
dagen later was m'n neef weer in z'n winkel en kocht een peperdure
stereo. Hij is niet rancuneus van aard. :-)
>
> tnx
> GJ
--
Vriendelijke groet,
Jan van Aalderen, Amstelveen
*-------------------------------------------------------------*
Wie mijn raad volgt, doet zulks geheel op eigen risico!
Reactie op usenetpostjes svp in de groep. Email zal bouncen.
*-------------------------------------------------------------*