De indeling naar alcohol (= ethanol) percentage komt overeen met de grootte
van het glas waaruit gedronken wordt: de totale hoeveelheid alcohol blijft
daardoor per consumptieglas wijn, bier of gedestilleerd, gelijk, nl 10 gr =
12 cc. De dichtheid van alcohol is n.l. 0.8 .
Percentage * ml * 0.8 /100. Als voorbeeld 200 cc glas bier 5%, d.w.z. 5 *
200 * 0.8/100 = 8 gram
In wijn komen ook gunstige stoffen voor zoals mineralen (Kalium, Magnesium,
Ijzer, Calcium), Vitamines van de B-groep en Flavino den. Deze laatste
stoffen spelen mogelijk een gunstige rol bij de preventie van hart- en
vaatziekten.
De afbraak levert alleen calorieën (1 gr = kcal; 1 consumptie = 70 kcal)
en dus warmte, maar geen bouwstoffen (metabolieten); het wordt gedeeltelijk
omgezet in vet. De gewichtstoename bij alcoholgebruik berust niet op de
alcohol (20 consumpties vormt slechts 1400 kcal via het alcohol gehalte),
maar de andere bestanddelen van de alcoholische drank. Alcoholvrij bier
leidt dus niet tot vermagering! Honderd CC bier bevat bijna 3 gram suiker.
Een halve liter bier bevat dus 15 gram suiker, dus 60 kcal.
Alcohol draagt niet bij aan de calorievoorraad voor de spierarbeid. Het
remt namelijk de omzetting van vetten en eiwitten in suiker, waardoor het
aanbod aan brandstof voor de spier tijdens de inspanning vermindert. In
eerste instantie ontstaat een gevoel van meer kracht en een ontspannen
gevoel waardoor eventuele angst b.v. voor een afdaling of voor een
eindsprint vermindert. Dat verklaart waarom vroeger voor de afdaling
renners gewend waren een bidon champagne te drinken en waarom b.v. een Jan
Raas voor een eindsprint graag een bidon met bier dronk. Het
arbeidsduurvermogen wordt bij enkele glazen al met 20% vermindert, zodat
het drinken van alcohol onderweg zeker ontraden zou moeten worden.
Velen denken dat alcohol goed werkt tijdens kou b.v. 's winters
(schaatsen). Niets is minder waar. Alcohol geeft een versterkte perifere
doorbloeding waardoor men een "lekkere rode kop" krijgt, maar ook veel meer
warmte verliest, waardoor bevriezing dreigt (die te laat gevoeld wordt);
denk maar aan de alcoholisten die in de vrieskou bevriezen.
Bij wedstrijd-schutters wordt het alcohol promillage bepaald omdat 1
consumptie voor de wedstrijd de spanning wegneemt; I.h.a is het
prestatievermogen bij duursporters echter minder door te drinken
tijdens/voorafgaande aan het sporten door snellere verzuring (lactaat) en
geremde glucose utilisatie. Ook tijdens warmte (WK-voetbal 1994) vermindert
drank het prestatievermogen doordat de lichaamstemperatuur sneller oploopt
(door dehydratie " raakt de koelvloeistof op").
Centraal staat het acute effect op de hersenen. De "rem op de rem" in
hersenfunctie valt weg, daardoor ontstaat ontremming in denken
(beoordelingsfouten), gedrag (agressie) en motoriek (verminderde
coördinatie), factoren van eminent belang voor een goed functioneren in de
sport.
Bij meer dan 2 liter bier of 1 liter wijn per dag ontstaan belangrijke
afwijkingen in het lichaam, waaronder spierafwijkingen. Daarbij hoopt zich
vet op tussen de spiervezels. Langer durend gebruik leidt tot onherstelbare
schade. Met name daalt de testosteronspiegel (iets voor Gert-Jan
Teunissen?) Bij vroegtijdig stoppen daarentegen treedt volledig herstel
op.
In het algemeen heeft het lichaam anderhalf uur nodig om 1
alcoholconsumptie (zoals 250 cc bier) af te breken. Als men 's avonds 3
halve liters bier drinkt, zal het dus 9 uur duren voordat dit afgebroken
is. Als men het tot 2 uur gezellig laat worden en de volgende morgen een
eind wil fietsen, zullen die eerste uren dan ook extra zwaar zijn.
Rond de eeuwwisseling was het niet ongebruikelijk dat zesdaagserenners,
"verzorgd" door hun soigneur, praktisch dronken rond bleven rijden na de
laatste gong en echt van de fiets getrokken moesten worden. Een voorbeeld
van een renner die tijdens zijn carri re ten gronde ging aan de alcohol,
was Manuel Fuente, de vaste concurrent van Eddie Merckx tijdens de Giro
d'Italia. Klassiek is het verhaal over de in 1986 overleden Algerijn Zaaf,
in de Tour van 1950, waarbij hij een grote voorsprong verspeelde. In de
meeste krantenartikelen werd vermeld dat hij tijdens een warme tourdag
dronken geworden was na het drinken van een fles wijn. In werkelijkheid had
hij een overmaat aan pillen (mogelijk amfetaminen) ingenomen, waardoor hij
zwalkend in de berm terecht gekomen was. Een fles wijn werd vervolgens
gebruikt om zijn gezicht op te frissen en zijn nek nat te maken. Als
Islamiet dronk Zaaf natuurlijk niet! Maar in de andere versie verscheen het
artikel.
Algemeen geaccepteerd is de opvatting dat de sporter die zich beperkt tot
25 gram alcohol per dag d.w.z. een halve liter bier oftewel 3 flesjes
oud-bruin, daarvan in het algemeen geen nadelige effecten op de
sportprestatie kan verwachten.