Is dit puur iemand die de maaltijden uitserveert achter de
uitgiftebalie? Of iemand die deze ook bereid?
Ik word gek van de discussies hierover!, maar krijg nergens een
DUIDELIJK antwoord..
eigenlijk is mijn vraag nog makkelijker: Is een kok in het leger
genaamd 'hofmeester' of is en blijft deze gewoon 'kok'??
Dit wegens een grote discussie bij mij op het werk..
HOFMEESTERS OP MARINESCHEPEN: VAN BORDENWASSER TOT MANAGER
Marineschepen bevatten soms honderden mensen. Die werken niet alleen, maar
willen ook eten, drinken en slapen. Vandaar dat ieder schip en de vele
walinrichtingen over een hotelbedrijf beschikken. De hofmeesters speelden
hierin een belangrijke rol. Zij vervulden er functies van bordenwasser tot
manager.
In de vroegere marine werden officieren en onderofficieren bijzonder goed
verzorgd, dit in tegenstelling tot de manschappen die maar voor zich zelf
moesten zorgen. De hofmeesters die meestal waren ingedeeld in twee groepen,
één voor officieren en één voor onderofficieren, hadden een druk bestaan.
Zij maakten de hutten en de toiletruimten schoon voor hun gasten, maakten de
bedden op en veertig jaar geleden poetsten ze ook nog schoenen.
Maar hun voornaamste werkgebied lag toch in de woon- en eetverblijven. Voor
de officieren de longroom, terwijl het onderofficiersverblijf algemeen de
Gouden Bal genoemd werd.
De voornaamste taak was hier het verzorgen van de tafel, het bedienen en het
bereiden in de gamelle van allerlei gerechten die een smakelijke aanvulling
vormden op de in de regel wat sobere scheepskost uit de kombuis
BEDDEN OPMAKEN
Bart van Strien ging als zeventienjarige jongen uit het Zeeuwse Zierikzee in
1948 naar de marine. Na een korte vakopleiding in Hilversum waar alleen de
elementaire beginselen van het vak geleerd werden, kwam hij op de eerste
Karel Doorman.
In het begin bestond zijn taak hoofdzakelijk uit bedden opmaken, schoenen
poetsen, afwassen en onder het alziend oog van zijn chef helpen bedienen aan
tafel.
Na ruim dertig jaar verliet hij de marine als eerste officier van een
hotelschip, een zogenaamd 'botel'.
Een carrière die niet voor iedere hofmeester was weggelegd want de meeste
collega's kwamen niet verder dan majoor of met wat geluk adjudant.
In 1953 was er in het grote dienstvak maar één adjudant, de opperhofmeester,
tegen elf majoors. Het was dus flink dringen aan de top.
"Mijn geluk was", zegt van Strien, "dat ik de kans kreeg om al jong in de
korporaalsopleiding te gaan. Daardoor was ieder die voor mij op de ranglijst
stond ouder dan ik. Zo kwam ik vanzelf boven aan de lijst."
De korporaalsopleiding was zeer uitgebreid en grondig. Het eerste deel
speelde zich af op de Amsterdamse Huishoudschool aan het Zandpad. Onder
leiding van directrice Callenbach, die generaties hofmeesters heeft
opgeleid, leerde men hier de geheimen van de koude keuken.
De bereiding van warme maaltijden werd eveneens grondig geleerd, want een
hofmeester moest de kok kunnen assisteren of vervangen. Het tweede deel
speelde zich af op de Hotelvakschool voor civiel personeel in de
koopvaardij. Hier werd men onderricht in vakken als warenkennis menuopbouw
en omgangsvormen.
Gewapend met een flinke dosis vakkennis ging de nieuwe korporaal weer terug
naar de vloot Die vakkennis had hij hard nodig, want als er hoog bezoek aan
boord kwam, werd er van hem verwacht dat hij in samenwerking met de kok een
uitgebreid en welgekozen menu op tafel wist te zetten. Ook het serveren
moest volgens de regels van de kunst geschieden
HARD WERKEN
Van Strien: "Het was hard werken en je was veel van huis, ook als je niet
voer. Dat gold met name voor de eerste kerstdag, dan was er altijd wel
ergens een uitgebreide kerstmaaltijd.
In het buitenland was er altijd wel een cocktailparty, waar veel hofmeesters
aan mee moesten werken. Passagieren in het buitenland was er voor ons
meestal niet bij.
Omdat je als chef zo dikwijls een beroep op je mensen moest doen, had je
belang bij een goede onderlinge verstandhouding. Ook de contacten met kok en
bottelier moesten goed zijn, anders kreeg je niet veel van de grond."
"Het had ook zijn bekoring, je kon je heerlijk creatief uitleven Mijn
interesse ging uit naar het koude buffet Tijdens mijn plaatsing op het KIM
heb ik op dit gebied mijn hart op kunnen halen."
Het dienstvak hofmeester is thans geïntegreerd met de bottelier en de kok.
Zij vormen gezamenlijk de subdienstgroep Verzorging binnen de Logistieke
Dienst.
De cirkels met de beginletter van hun vak die ze op hun mouw droegen hebben
ze in moeten ruilen voor een zilveren klaar anker
--
Groeten,
Peter
---
Samenvattend: als het zo doorgaat kan het zo niet doorgaan.
-Toon Verhoeven
Maritieme e-mailgroep: http://groups.yahoo.com/group/baksgewijs
De Alternatieve Marinesite: www.nederlandse-marine.nl
Marine- en koopvaardijforum: www.dutchfleet.net
Nieuwsgroep: news:nl.defensie.marine
MARINEKOKS SCHOTELDEN STEVIGE KOST EN UITGEBREIDE DINERS VOOR.
De kok was een belangrijk man aan boord van een schip, vooral in de jaren
vijftig, toen er maar weinig prettigs te beleven viel aan boord van een
oorlogsschip. Een goede smakelijke maaltijd was zonder meer iets prettigs.
En omdat de rantsoenen schaars waren, lag het vooral aan de inzet en de
bekwaamheid van de kok of er iets lekkers op tafel kwam.
Een marinekok kon veel meer dan een stevige scheepskost koken. Hij was ook
in staat om een uitgebreid diner te bereiden en bij nationale
kookwedstrijden, waaraan ook chefkoks van gerenommeerde restaurants
deelnamen, viel menig marinekok in de prijzen.
A.G. Stunnenberg kwam in 1946 bij de marine. Eigenlijk moest hij voor zijn
nummer bij de landmacht, maar omdat zijn stiefmoeder het huisgezin nogal met
strenge hand regeerde, ging hij liever wat verder van huis. Hij wilde naar
Indië.
Stunnenberg kreeg overplaatsing naar de marine en ging naar Indië. Daar kwam
hij aanvankelijk als matroos op een landingsvaartuig terecht, maar omdat de
kok vaak ziek was, werkte hij veel in de kombuis.
Het landingsvaartuig zorgde zelf voor vers vlees, want er waren varkens en
kippen aan boord. Stunnenberg kreeg de smaak van het kokkerellen te pakken
en toen hij met het landingsvaartuig in Nieuw Guinea kwam, kreeg hij op
eigen verzoek overplaatsing naar het dienstvak kok en voer als zodanig met
de torpedobootjager Piet Hein terug naar Nederland.
Daar kreeg hij een grondige vakopleiding aan de Amsterdamse Huishoudschool.
Vervolgens kwam hij terecht hij de onderzeedienst, die toen nog aan de
Rotterdamse Waalhaven was gevestigd.
"Het was daar een oude troep", weet Stunnenberg nog. We kookten daar op
kolenfornuizen. Het gebeurde daarom wel eens dat met regenachtig weer de
schoorsteen niet wilde trekken en het eten op het halfzachte vuurtje niet
tijdig gaar werd. Ik pikte dan hij de bottelier wat aardappelkistjes en
haalde bij het kabelgat een paar blikken boenwas, die brandden als een lier.
Jarenlang achtereen heeft hij op onderzeeboten gevaren.
Met twee man moesten ze daar in de kleine kombuis de maaltijden bereiden
voor zeventig tot tachtig man. Het is wel eens gebeurd dat we met slecht
weer dicht aan de oppervlakte voeren. Via de snuiver werd dan lucht in de
boot gezogen. Maar door de golfslag werd de klep van deze luchtinlaat wel
eens dichtgeslagen. Hierdoor ontstond er onderdruk in de boot waardoor de
erwten uit de pan in mijn nek vlogen.
Om wat goeds op tafel te zetten moest de kok knokken om aan spullen te
komen. Ritselen heette dat. Door zoveel mogelijk goede contacten te
onderhouden met de bottelier en de hofmeester en met een beetje ruilhandel
kwam hij dan aan wat extra rantsoenen.
LELLEN EN VELLEN
Voor de beroemde marinesnert die iedere maandag op het menu stond, werd
allerlei afsnijdsel van varkensvlees bewaard. Destijds werd er nog aan boord
uitgebeend. Deze lellen en vellen gingen samen met halve varkenskoppen en
dobbelsteentjes spek zondagnacht om twaalf uur in de pot. "Hoe langer het
stond te pruttelen, hoe lekkerder het werd" onthult Stunnenberg.
In de jaren vijftig waren er ruim vijfhonderd koks. Nu is het in de
kokswereld zo dat de hoogste chefs de hoogste mutsen mogen dragen. Dat waren
er bij de marine echter maar weinig, want er was maar één opperkok met de
rang van adjudant. Bij het dienstvak telegrafist dat even groot was, waren
echter tien adjudanten.
Toen Stunnenberg veertig jaar werd, mocht hij volgens de bestaande regel
niet meer varen op onderzeeboten. Hij heeft toen nog met veel plezier zijn
pollepel gezwaaid op het KIM en bij de mariniers op Texel.
Er wordt nog steeds gekookt bij de marine. Dit wordt nu gedaan door mensen
van de Logistieke Dienst Verzorging.
--
Groeten,
Peter
---
Mensen die in de zevende eeuw voor Christus leefden hadden er totaal
geen idee van dat ze in de zevende eeuw voor Christus leefden. -W.van
Broeckhoven
In de huidige marine is er geen plek meer voor een hofmeester zoals
beschreven bij de reactie van Peet, dat was vroeger in een andere tijd.
Nu komt men in dienst als matroos Logistieke Dienst Verzorging, en deze
matroos moet alles kunnen, en niet alleen op het gebied van catering
Hij/Zij kan zowel functioneren als hofmeester, kok, bakker of bottelier
als hoofdtaak.
Hoi,
Ik heb zelf bij de marine bij de Logistieke dienst verzorging (LDV)
gezeten.
Hofmeester is eigenlijk een soort ober.
Nou klinkt dit wel erg makkelijk maar dat is misschien de beste
uiltleg.
Onder de logistieke dienst heb je dan ook meerdere subcatorgerien.
-Hofmeester
-Kok
-Bottelier.
--
Menno
Binnen de dienst Logistieke Dienst Verzorging zijn er nu toch nog steeds de
diensten KOK, HOFMEESTER, en BOTTELIER?
Je hoeft ook nu toch niet alles te weten over alle richtingen binnen de
dienst?
--
Groeten,
Peter
---
Dit is de test om erachter te komen of je opdracht hier op aarde
voorbij is:
Bedankt,
Ik zal voortaan eerst alle antwoorden lezen... :-)
--
Groeten,
Peter
---
Kijkend naar het licht van Nederlandse luchten en luisterend naar de
klank van de taal, wordt het duidelijk waarom dit land zoveel schilders
en zo weinig componisten heeft voortgebracht. -K. Bilardo
> Je hoeft ook nu toch niet alles te weten over alle richtingen binnen de
> dienst?
>
Ja, dat wordt dus juist wel vereist, hierdoor is er vaak veel uitval
omdat er mensen zijn die graag alleen kok willen zijn en niet
bijvoorbeeld ook hofmeester.
Natuurlijk is het zo dat men tracht rekening te houden met voorkeur,
maar dat kan niet altijd.
Een ldv moet dus alleskunner zijn in de cathering.
Hetzelfde is ook van toepassing voor de technische diensten, zoals bij:
(= is voortgekomen uit)
tds = tde en tdw = elektromonteur en machinist
wds = wde en wdw = wemnt, rrmnt, gsmkr en tpmkr
De verwachting is dat in de toekomst steeds meer gaat in de richting van
1 beestje met een naam, en deze gaat weer meer specialiseren in 1
bepaalde taak/functienummer.
Oftewel terug naar de jaren zestig, zonder dat het op de mouw genaaid is.
Luctor et Emergo
Paul Mercuur
> --
> Menno
>