Mijn vader kreeg 24 jaar geleden als lid van de Whiskey Compagnie een
afgrijselijk skiongeluk in Noorwegen. Hij overleefde dit wonderwel.
Maar zijn toekomst als Marinier en Mensch was totaal verwoest.
In het Marinehospitaal in Overveen ontsnapte mijn vader ten tweede
male aan de dood d.m.v. een stomateruglegging uitgevoerd door de
toenmalige marinechirurg Wiekmeyer, deze vergat meedere
voorbereidingen zorgvuldig te treffen.
En enkele dagen na de operatie explodeerde mijn vader zijn buik.
Het Marinehospitaal was niet berekend op de complexe medische
behandeling van KJ. Maar ja de kosten voor een Academische behandeling
waren de bottleneck voor Defensie.
Toch heeft KJ zich staande weten te houden en na enkele maanden deed
het hoofdkwartier beroep weer op hem, gezien zijn specialisme als
moutainleader,
kikvorsman, seal, koudweer-specialist, commando etc. was hij blijkbaar
onmisbaar geworden bij de KM. De SMD van de KM heeft KJ doen laten
geloven dat hij nog een kans maakte in het arbeidsproces deel te
kunnen nemen.
Dit is terugkijkend een ernstige beslissing geweest van de SMD.
Ondanks de hevige pijnen wist hij nog enige jaren door te zetten en
werd uiteindelijk nog bevorderd tot overste. Maar de schade die de
skistok door zijn lichaam heeft aangericht was niet meer te
onderdrukken.
Zijn lichamelijke klachten waren onacceptabel en het trauma van het
ongeval
bleek ook mee te groot te zijn. Voor de SMD was dit laatste echter de
reden KJ af te keuren. Mijn vader werd op psychische gronden
afgekeurd. (70 % laatste salaris). Terwijl mijn vader een zeer
evenwichtig persoon is, die eerder door de behandeling van zijn
voormalig werkgever tot wanhoop is gedreven.
Er werd niet gerept over de seksuele disfunctie,
voedselketendisfunctie
, hyperventilatie en de pijnen die continu aanwezig zijn. Dit alles
werd niet ingeschaald bij zijn afkeuring.
Vele medische dossiers zijn in die periode "verdwenen" en enkele jaren
geleden weer zijn opgedoken inzake wet WOB.
Sedert de jaren tachtig probeert KJ zijn gelijk te halen tegen de
foutieve afkeuring en de medische blunder. Nadat hij werd afgekeurd
moest mijn vader genoegen nemen met 70 % van zijn laatste soldij.
Gezien het overlijden van mijn moeder jaren daarvoor had hij ook de
algehele verantwoorden over mij (geb. 1972). Dit alles liep zeer
stroef, gezien Defensie mijn vader niet-hulpbehoevend achtte.
Door alle malaise moesten we ons huis verkopen en mijn vader vluchtte
naar de Ardennen om in een caravan zich daar voor te bereiden op het
ergste. Doch mijn vader is uit een speciaalsoort hout gesneden en wist
zich staande te houden
en ging de strijd aan met het Ministerie om eerherstel en een
invaliditeitspensioen die conform de klachten zijn te bewerkstelligen.
Na vele procedures werd mijn vader in het gelijk gesteld.
Waar het Ministerie direct weer in beroep is gegaan. En mijn vader
weer in het diepe wierp. Een regelrecht schandaal.
De schade die de skistok heeft aangericht (van anus tot en met
schouder) wordt momenteel nog ontkend door de medische adviseur van
het Ministerie (L.G Koenen).
De kosten voor een advocaat hadden we niet, dus mijn vader moest alle
juridische
beslommeringen zelf voeren.
Ondanks alle neutrale onderzoeken en bevindingen van allerlei
professoren en de bovenwater gekomen dossiers acht het ministerie het
onmogelijk dat er niet goed in omgesprongen met KJ.
Kort geleden ontvingen wij een schrijven van een onderzoeksarts Merckx
die destijds de keuring samen met keuringsarts HJ Cats begeleidde
nooit documenten
in bezit heeft gehad die wijzen op een bijv. seksuele disfunctie etc.
Terwijl bij de gang van de skistok door het lichaam dit uiteraard het
geval moest zijn geweest.
Ons enige geluk is in de jaren negentig geweest dat ik de toemalige
Staatsecretaris Gmelich tegen het lijf liep die direct werk van deze
ontkenning maakte en mijn vader alsnog een Invaliditeitspensioen van
140 % !!!! toekende.
Dit kwam zeer goed uit.
Mijn vader kon weer in de stenen woning gaan leven.
Alleen kwam het 16 jaar te laat.
Het ministerie zeg dat KJ blij moet zijn met zijn huidige pensioen en
niet
moet zeuren om dit te laten geschieden tot aan de dag van ontslag.
Dit gaat er bij KJ niet in.
Maar tegen de Staat der Nederlanden je gelijk te behalen schijnt
onmogelijk te zijn, zelfs als alle bewijzen zijn geleverd.
Het mortuariumbeleid van Defensie werkt tot op heden wonderwel.
Het enige probleem wat zij hebben is dat "they fucked the wrong
Marine",
hoor ik mijn vader vaak roepen.
Ten tijde van dit schrijven zijn er allerlei onderzoeken gaande maar
het ministerie frustreerd de rechtvaardige zaak kranig.
Als een professor vraagt om colonfoto's uit 1979, krijgt hij foto's
uit 1982
(na 5 maanden). Ook blijft het ministerie roepen over verjaring, maar
alle stukken wegmoffelen en dan roepen over verjaring.
Ik heb gemerkt dat het lastig Klaas Jol te heten in deze tijd.
Je gezondheid geven voor je vaderland, een bekwaam marinier willen
zijn,
vertrouwen hebben in je baas, goed voor je kameraden zijn en dan op
deze manier te worden behandeld door het Ministerie en de
landsadvocaat.
Wanneer u KJ heeft gekend zult u begrijpen wat ik bedoel.
Mijn vader zou best een steuntje in de rug kunnen gebruiken in zijn
strijd voor rechtvaardigheid zodat hij de wanhoop die het ministerie
hem heeft bezorgd eens en voor altijd achter zou kunnen laten. En
hopelijk nog kan gaan genieten
de vele fraaie dingen dingen die het leven ook hebben te bieden.
Als u begaan bent met mijn vader's lot, laat het mij weten.
Ook als u mijn vader een boodschap wilt sturen.
Eventueel zijn er mensen die mijn vader kunnen helpen dit onrecht
om te buigen.
Want hoe dan ook, uiteindelijk zullen we de strijd winnen,
ik hoop dat mijn vader dit alleen levend nog zal meemaken.
Hoogachtend,
Robbert Jol.
> Mijn vader kreeg 24 jaar geleden als lid van de Whiskey Compagnie een
> afgrijselijk skiongeluk in Noorwegen.
>
> zijn er mensen die mijn vader kunnen helpen dit onrecht
> om te buigen.
>
> Want hoe dan ook, uiteindelijk zullen we de strijd winnen,
> ik hoop dat mijn vader dit alleen levend nog zal meemaken.
>
Ik weet wat je Vader overkomen is. Heel, heel erg maar het is blijkbaar een
vechter eerste klas. Bijna niemand zou dit opgebracht hebben. Wat een
overlevingskracht.
Zelf ben ik ook op een onfrisse manier de dienst uitgewerkt en na jaren
strijd en procederen uiteindelijk toch 'gewonnen'. Het kost een hoop
energie!
Wellicht kun je wat meer inlichtingen krijgen via
http://home.quicknet.nl/mw/prive/nelis60/jelle.htm wat ook een zeer onfrisse
zaak is.
Wout is nog volop in de strijd en wellicht heb je wat aan zijn informatie.
Veel suc6, sterkte en vooral een lange adem en vechtlust!
--
Groet, Leonardo.
Navigare necesse est.
www.vanTijn.tk
Groet, Leonardo.
Navigare necesse est.
www.vanTijn.tk
AAN DE DOOD ONTSNAPTE MARINIER JOL HEKELT DEFENSIE
'MAJOOR SATEH' GAAT IN DE AANVAL
Helderse Courant 30/10/1999
Een gruwelijk ongeval tijdens een ski-training van mariniers in Noorwegen
verandert het leven van de loyale en veelbelovende officier Klaas Jol
voorgoed. Het gevecht om op de been te blijven, wordt steeds meer een strijd
tegen de artsen van de marine.
"Zo'n ongelooflijk slordige nazorg. Ik heb er eigenlijk nooit woorden voor
gehad. Ik ben alles kwijtgeraakt. Noorwegen, donderdag 14 december 1978.
Een lint van langlaufende Nederlandse mariniers in Witte camouflagepakken
trekt een bochtig spoor door een zeer winters landschap. Het is omstreeks
elf uur 5 morgens als de mannen van een heuvel omlaag zoeven. De 36-jarige
ma joor Klaas Jol, hun mountain leader, sluit de rij.
Doordat hij als laatste over de heuveltop komt, is hij heel even het zicht
op zijn manschappen kwijt. En dan gebeurt het.
Zijn directe voorganger, een korporaal, gaat onderuit. Jol heeft al een
flinke vaart als hij hem plotseling pal voor zich op het skispoor ziet
liggen. Om te voorkomen dat hij de korporaal met zijn ski's 'torpedeert',
doet Jol wat in zo'n situatie van een skiër wordt verwacht: hij laat zich
razendsnel op zijn linkerbil vallen en trekt zijn ski's omhoog.
De korporaal ziet zijn trainingsofficier als een lawine op hem afkomen,
schrikt en probeert hem in een reflex met zijn puntige skistok af te weren.
Het volgende moment zal het leven van Jol dramatisch veranderen. De stok
schiet via de anus dwars door zijn lichaam en komt bij de linkerschouder
weer naar buiten.
Door de kracht waar- mee dat gebeurt is de basket, de ring aan het uiteinde
van de stok, afgebroken. De splitpen waarmee de ring aan de stok was
bevestigd, dringt mee het lichaam binnen en richt daar een ravage aan.
MIRACULEUS
Een gewoon mens overlijdt ter plekke. Maar Klaas Jol kun je - zeker na wat
er nog zou volgen - onmogelijk een 'gewoon mens' noemen.
De 57-jarige Scheveninger, een oudere broer van de succesvolle
voetbaltrainers Martin en Cock en nazaat van de legendarische 17e-eeuwse
zeeheld Cornelis Jol alias kapitein Routenbeen, overleeft het ongeval op
miraculeuze wijze.
De prijs die hij ervoor moet betalen is echter ongekend hoog, zeker als hij
enkele maanden later na een medische blunder in het Marinehospitaal te
Overveen andermaal aan de dood ontsnapt.
,,Ik heb alle geluk, maar ook alle pech van de wereld gehad", zegt hij 21
jaar later in een etablissement aan de Scheveningse haven.
Nooit eerder kwam hij met het volledige verhaal naar buiten. Uit loyaliteit
met zijn nog altijd geliefde Korps Mariniers zou hij dat ook zo hebben
gehouden, ware het niet dat hij zich door Defensie op een verschrikkelijke
manier in de kou gezet voelt.
PROCEDURE
Met de wijze waarop zijn vroegere broodheer zich financieel van de zaak wil
afmaken, is de maat voor de Scheveninger nu echt vol.
Daarom is Jol, die in 1985 als luitenant-kolonel de dienst moest verlaten,
een procedure begonnen bij de ambtenarenrechter.
Toekomstige militairen en hun ouders mogen van hem best weten dat Defensie
ook zwakke kanten heeft.
Geplaagd door geregeld terugkerende pijnen doet de welbespraakte ex-marinier
zijn relaas.
Majoor Klaas Jol ziet zichzelf weer liggen, levensgevaarlijk gewond in de
sneeuw op die onherbergzame Noordflank. ,,Het was eigenlijk over met me,
want er was in mijn lichaam te veel vernietigd. Dunne darm, blaas en milt
kapot, hart geraakt, aorta (lichaamsslagader) doormidden en linkerlong
doorboord.
Toch was ik de rust zelve. Ik vond het heel rot voor mijn zoon Robbert, zo
kort voor zijn zesde verjaardag. Een paar jaar ervoor was ik weduwnaar
geworden; Robbert woonde bij mijn ouders."
,,Ik wilde dat mijn mariniers me rustig lieten sterven. 'Gooi wat sneeuw
over me heen, dan komt de dood voor jullie majoor sneller', zei ik.
Voor het eerst van hun leven negeerden ze mijn bevel. Ze zaagden het handvat
van de skistok door, wikkelden me in twee slaapzakken en maakten met ski's
en stokken een soort slede, zoals ik ze als trainingsofficier nog had
geleerd.
Onderweg naar het Haukelandziekenhuis in de Noorse stad Bergen verloor ik op
een halve liter na al mijn bloed. Het is een wonder dat ik niet in een shock
ben geraakt."
MORFINE
De tocht duurt bijna negen uur. Na enige tijd krijgt Jol van een toevallig
passerende arts morfine tegen de gruwelijke pijnen. Het laatste deel van de
martelgang wordt door de lucht afgelegd.
Jol vertelt dat hij in de helikopter vier minuten klinisch dood is geweest.
,,Toen ben ik door die tunnel gegaan. Ik heb het licht mogen zien en hoorde
de stem van mijn moeder die me terugriep. Liggend in dat fijne licht voelde
ik geen pijn meer.
De elf uur durende operatie, uitgevoerd door zeven chirurgen, wordt een
medisch huzarenstukje.
De skistok wordt in twintig delen uit het lichaam verwijderd. Speciaal voor
Jol, die een bijzondere bloedgroep heeft, wordt 24 liter bloed uit Zweden
overgevlogen.
De marinier, in 1966 nog nationaal militair bokskampioen zwaargewicht, weegt
na afloop van de operatie nog slechts 58 kilogram, 25 minder dan voor het
ongeluk. Erger vindt Jol het te horen dat hij verder moet met een stoma, een
kunstmatige uitgang voor de ontlasting.
,,Sinds het ongeluk kennen ze me bij het Korps Mariniers als majoor Sateh,
de legendarische marinier", lacht Jol.
Van een marine-arts krijgt hij in het Noorse ziekenhuis te horen dat de
specialisten hem er nog een paar maanden willen houden. Achteraf gezien had
de militair het advies van de artsen beter kunnen opvolgen, maar Jol wilde
met oud en nieuw bij zijn zoontje en rest van de familie zijn.
Omhangen met slangen en flessen bestijgt hij twee weken na het ongeval op
eigen kracht de vliegtuigtrap.
'ONDER DE PET'
Defensie houdt het incident angstvallig voor de buitenwereld verzwegen. ,,Ze
hebben die hele zaak gewoon onder de pet gehouden. Misschien dachten ze:
hemeltjelief, als dit uitlekt, krijgen we nooit meer een marinier naar de
Noordflank."
'Doorgaan, nooit opgeven', had hij geleerd vanaf het moment dat hij als
achttienjarige met een hbs-diploma op zak adelborst bij de mariniers werd.
,,Ik ben bikkelhard. Altijd geweest. Heb ik van mijn vader geërfd. Die
hardheid zie je op Scheveningen wel meer bij families die eeuwen-lang tegen
de wind hebben opgelopen.
De artsen wilden me niet afkeuren en ik wilde me niet laten kennen. Tegen
beter weten in ging ik door. Ik merkte al gauw dat ik niet veel meer kon. Er
was zo veel bij me kapot. Dan heb ik het nog niet eens over de seksuele
trauma's, want ze hadden natuurlijk van alles bij me weggehaald tijdens die
operatie."
,,Ik heb na dat ongeluk weinig gevoel meer gehad. En mijn linkerlong
functioneert sindsdien slecht, waardoor ik last heb van zware
hyperventilatie als ik gespannen ben of een lichamelijke inspanning
verricht. Bij elke ademtocht voel ik die skistok in mijn long. De pijn op
het litteken, waardoor ik geen nacht meer goed heb geslapen, zal altijd
blijven.
Maar ze lieten me toch doormodderen bij de marine.
Ze dachten: 'Jol sturen we niet met een bom duiten de burgermaatschappij
in'.
Defensie heeft ten aanzien van mij een mortuariumbeleid gevoerd, zoals met
wel meer mensen trouwens."
Majoor Jol wordt twee maanden na het ski-ongeluk ontboden in het
Marinehospitaal in Overveen. ,,Ze wilden mijn stoma terugleggen, want ik
moest weer aan het werk.
Ik viel in handen van een zeer omstreden chirurg. Hij vergat bij de ingreep
een drain aan te leggen, waarna mijn buik enorm begon op te zwellen en zwaar
geïnfecteerd raakte.
Een blunder. Ik ontsnapte opnieuw aan de dood, ditmaal doordat er een
spontane fistel - een kanaalachtige zweer - ontstond. Mijn buik sprong
letterlijk liters pus en bloed uit.
Die chirurg bekende me weken later in tranen dat het zijn eerste
buikoperatie was geweest."
STOFWISSELING
Sindsdien tobt Jol met een chronisch slecht functionerende stofwisseling.
Hij is prof. Vink van het toen geheten Academisch Ziekenhuis Leiden nog
altijd dankbaar voor de hersteloperatie.
In juni 1979 hervat hij de dienst: administratief werk in Den Haag. Nog zes
jaar zal de marinier vechten om aan het werk te blijven.
Geleidelijk, zo blijkt ook heel veel later uit rapporten, raakt hij zowel
fysiek als mentaal (depressiviteit) steeds slechter opgewassen tegen een
normale werkbelasting.
Jol wordt in oktober 1982, later dan hij had gehoopt, bevorderd tot
luitenant-kolonel, oftewel overste.
Op 1 september 1985 volgt de onvermijdelijke afkeuring. Jol toont een foto,
gemaakt tijdens het afscheid. Daarop is een ongelukkig ogende man te zien
die een houten wapenschildje van de Sociaal-Medische Dienst vast houdt.
Erop staat de tekst 'Sustentos Infortunatos', Latijn voor 'wij steunen de
ongelukkigen'.
Hij vertelt met iets van onderdrukte woede: ,,Dat ding kreeg ik toen. Ik heb
het kapot gesmeten."
Aan wat tot het incident een glansrijke militaire loopbaan beloofde te
worden, is een roemloos einde gekomen. Een hard gelag voor iemand die zich,
blijkens de talrijke oorkonden, diploma's en onderscheidingen waarover hij
beschikt, altijd tot het uiterste heeft ingezet en die daarbij meermalen
zijn leven riskeerde.
Zo kreeg Jol eens een scherf van een exploderende granaat tegen zijn hoofd.
Een marinier had het projectiel tijdens een oefening laten vallen. Met grote
tegenwoordigheid van geest raapte instructeur Jol het ding op, gooide het
weg en voorkwam daarmee een drama.
En in het Midden-Oosten, waar hij van 1976 tot 1978 als blauwhelm verbleef,
haalde hij eens met ware doodsverachting een gewonde Perzische VN-militair
uit een mijnenveld.
GEKNEED
Jol was behoorlijk 'gekneed' als marinier; hij volgde een aantal
specialistische opleidingen en was onder meer oflicierkikvorsman, commando,
parachutist en mountain leader.
Bij de Amerikaanse marine slaagde hij als een van de weinigen voor de
loodzware opleiding tot wat seal wordt genoemd, tot een soort supercommando
dus.
Jol verlaat in 1985 zonder enige schadevergoeding de dienst en wordt
afgescheept met een invaliditeitspensioen dat 69 procent van zijn
laatstgenoten salaris bedraagt.
Als 'gouden handdruk' ontvangt hij per Post de Marinemedaille. ,,Voor mezelf
had ik het gevoel dat ik na alles wel een MWO'tje (Militaire Willems Orde)
had verdiend, omdat ik zelfs nog met een skistok in mijn donder ben
doorgegaan.
Natuurlijk had ik direct in beroep moeten gaan, maar ik was die tijd erg
depressief en dacht dat 69 procent normaal was. Een jaar later gingen mijn
ogen wél open"
Gedesillusioneerd ziet hij zich genoodzaakt zijn riante huis te verkopen.
Hij trekt zich terug met twee honden in een sobere caravan in de Belgische
Ardennen en vult zijn tijd onder meer met het schrijven van gedichten en
autobiografische boeken.
Enigszins wrang voor hem is de wetenschap dat zijn vroegere jaargenoten
alles in hun loopbaan hebben bereikt wat er maar te bereiken valt.
Zijn jaargenoot en makker in Noorwegen, Van Breemen, wordt chef defensiestaf
en Kroon, met wie Jol veel samenwerkte, is de huidige luitenant-admiraal.
Een andere oud-collega, Gmelich Meijling, wordt staatssecretaris van
defensie.
NIET GEGUND
Onder het regime van diezelfde staatssecretaris wordt Jols
invaliditeitspercentage in 1996 van vijftig op honderd procent gesteld, maar
met terugwerkende kracht tot slechts 1995 in plaats van, zoals Jol wil, het
moment van het ongeluk in 1978.
Hij weet zich gesteund door de conclusie van een second opinion, uitgevoerd
door een verzekeringsarts. Die stelt dat er vanaf het moment van het ongeluk
sprake is geweest van blijvende invaliditeit van honderd procent.
Jol eist daarom nu voor de ambtenarenrechter met terugwerkende kracht tot
het moment van ontslag in 1985 de volle pensioenuitkering.
Bovendien vordert hij een voorschot op een schadevergoeding: ,,Omdat ik er
recht op heb en zelfs een ordentelijke regeling me niet werd gegund."
De juristen van USZO-Defensie in Heerlen willen niet verder teruggaan dan
1989 als aanvangsjaar voor het invaliditeitspensioen.
REVIVALCENTRUM
Van het geld wil Jol in de Ardennen een 'revivalcentrum' oprichten voor
militairen die op welke manier dan ook bij de uitoefening van hun taak zijn
beschadigd en onvoldoende steun krijgen van Defensie.
Ik nodig ze gratis uit. Ik heb daar al vijf hectare grond; er moeten alleen
nog bungalows op.
Dat ik ben blijven leven, komt doordat de goede God nog iets met me voor
had. Wat mij is overkomen, mag nooit meer gebeuren.
Zo'n ongelooflijk slordige nazorg'. Ik heb er eigenlijk geen woorden voor
RENÉ VAN LEUSDEN