Grenzeloze dierenliefde
‘Ik moet wél verliefd worden hoor, anders doen we het niet,’ zeg ik vlak voordat we een huis vol kittens binnenstappen. Ik had niet zoveel met dieren. Ik vond ze lief, maar voelde nooit een diepere connectie. Maar aangespoord door mijn vriend – groot kattenliefhebber – gingen we toch maar even kijken. Het duurde welgeteld twee minuten voordat er twee wit-grijze pluizenbolletjes in mijn nek zaten en ik smeekte of ze niet tóch vandaag al mee naar huis mochten.
Helemaal niet wonderlijk dat we zo verliefd kunnen zijn op ons huisdier. ‘Ons brein heeft namelijk twee systemen die komen kijken bij liefde,’ vertelt hoogleraar psychologie Roos Vonk. ‘Hartstocht, beïnvloed door dopamine. En hechting, onder invloed van ‘knuffelhormoon’ oxytocine.’ Vooral dat tweede lijkt direct toepasbaar op onze band met dieren.
En dat verklaart dat – net als de liefde voor je kind – die liefde grenzeloos kan zijn. De impuls om meteen een Instagramaccount voor ze te beginnen, hebben we kunnen bedwingen. Maar vanaf week één sliepen beide bolletjes natuurlijk gewoon bij ons in bed.