OK.
De data die ik van GBN-camera's heb ingevoerd waren de eerste camera-waarnemingen in nestkaart in die tijd (periode 1999-2013). Het waarnemen van de aankomst 1e ouder was een expliciete vraag bij de waarnemingsformulieren die destijds gebruikt werden. Dat is dus een betrouwbaar gegeven.
De data van 1996 komen uit Lonneke (55%) en Wageningen (21%), samen 76%. Lonneke: Dit zijn kasten van de Kodak-kolonie die jarenlang geopend en vogels geringd werden. Wageningen: idem. Datum aankomst: onbekend. Datum 1e ei: afgeleid van gemiddelde broedduur en geschatte ouderdom van de jongen tijdens het ringen op basis van standaard groeicurven. Waarschijnlijk is de 1e datum in die gegevens gebruikt als datum aankomst eerste ouder door Sovon. Dat verklaart het verschil (later) met de GBN-data.
Hierdoor zeg ik dat waarnemingen door camera-kasten veel nauwkeuriger zijn dan ringgegevens, zeker als het een moment betreft zoals de aankomst van de eerste ouder. Je zou eerder alleen de camera-waarnemingen moeten gebruiken. En daarvan niet alleen het gemiddelde en daar een lijn door trekken, maar ook de spreiding in de getallen. Daarbij zou je eigenlijk alleen naar nesten moeten kijken die het jaar ervoor ook bezet waren (om een latere, eerste bezetting uit te kunnen sluiten; specifiek het geval bij gierzwaluwen). Zo zie je dat het niet zo eenvoudig is als het lijkt om een simpel lijntje te trekken. In het artikel in Limosa heb ik de mediaan genomen om uitschieters minder effect te laten hebben.
Groeten,
Rick