Hallo
Jaap,
Dat is met één vergadering samen met de Groendienst van Leuven en Natuurpunt ergens in 2005 of 2006 beklonken geweest. Dit nav het feit dat vele geïnventariseerde nestplaatsen verdwenen na renovatie (dat doen ze nu nog steeds trouwens) of afbraak.
In het begin kocht Leuven kasten aan. Dat waren toen houten Zeistkasten. Omdat deze toch ergens rond de 30€/stuk kostten, werd er algauw (ik denk na twee jaar) besloten om eigen kasten te maken (nog steeds door de Leuvense Groendienst).
De eerste nestkasten waren eenvoudige schoendoosmodellen. Sommige met de opening naar onder gericht, maar dat bleek niet echt aan te slaan. Degene die na jaren dan toch bezet werden, besmeuren trouwens ook de stoep of voortuin/parkeerplaats van de mensen. Dus dat is geen goede reclame.
De bakken bleken efficiënt maar niet zo esthetisch. Nadien kwam een eigen ontwerp dat mooi onder de kroonlijsten past (dit lukt spijtig genoeg niet altijd).
De beginjaren waren moeizaam, maar geleidelijk aan kwam de bezetting echt op gang. Later werd er ook besloten om het invlieggat (dat aan de bodem aansloot) 3 cm hoger te hangen want sommige jongen maken het veel te bont met hun excrementen. Die komen dan voor de voordeur of op de auto terecht en dat wordt niet gewaardeerd. Dit jaar werd zo een rij van 4 bezette kasten aan een huis allemaal door de stad weggehaald en vervangen door het nieuwe model (alle vier opnieuw bezet, maar broedsucces is niet te achterhalen omdat de oorspronkelijke nestkuip nu verdwenen is). Natuurlijk als er een mus of een spreeuw een uitbundig nest maakt, dan kan het zijn dat het probleem zich nadien opnieuw voordoet. Maar veel mensen met wie ik spreek vinden de poep niet zo erg, en zoals we weten, verkruimelt deze zeer vlug. Sommige kasten produceren helemaal geen poep. Op mijn terras heb ik twee nestpotten, de ene zijn schijters, de andere niet terwijl ze alle twee jongen hebben. Ik weet niet waaraan dat ligt.
Ik weet dat je graag harde cijfers ziet (en je hebt daarin gelijk) maar die heb ik niet. Wat ik je wel kan zeggen is dat in buurten waar de gierzwaluwen de kasten kennen, de nieuwe kasten zo goed als onmiddellijk (hetzelfde jaar) bezet worden. Blijkbaar herkennen ze ook het model, want soms hangen er jarenlang andere modellen en die raken niet bezet. Zo is er het voorbeeld van Natuurpunthuis aan de Leuvenseweg waar er jarenlang drie kasten van een andere soort hingen. Er werd verleden jaar tussen die drie kasten één Leuvenkast gehangen en deze werd onmiddellijk bezet. We inventariseren wel elke bezette kast in waarnemingen.be. In sommige straten hangen er verschillende maar die blijven leeg omdat er geen gierzwaluwen in de buurt zijn. Maar dat is volgens mij een kwestie van tijd. Het is wel moeilijk om dat aan de mensen uit te leggen. De kaart met bezette nestkasten is makkelijk boven te toveren via de site. Zoals je weet is monitoren ook erg tijdrovend en weinig mensen houden zich ermee bezig.
Wat mij ook opvalt is dat er clusters ontstaan (zoals de natuurlijke situatie). Je ziet duidelijk de buurten waar de mensen met elkaar praten of er een buurtwerking is; daar hangen er meer dan elders. Tevens werkt een bezette kast aanstekelijk en vragen buren dan ook een kast aan en breidt de kolonie uit.
Het is natuurlijk allemaal geen rozengeur en maneschijn; sommige huizen worden verkocht en de kast verdwijnt dan, of er komen duiven op slapen en is het een smerige boel (als ze niet aansluitend met de kroonlijst worden gehangen). Sommige kasten worden ook verkeerd gehangen; in de (slag)regen en in de zon. Ze rotten dan weg of de voorkant valt eruit.
Kasten zijn maar een overgangsmaatregel, maar hebben de verdienste dat er wel over de natuur in de stad wordt gepraat en dat de gierzwaluw bijgevolg een gespreksonderwerp wordt in de buurt.
Er loopt ook sinds 2010 een project met de Katholieke Universiteit Leuven; daar worden stellinggaten systematisch met een Ferristeen bewerkt, ook in oude 17de eeuwse beschermde gebouwen (colleges maar ook huizen en kerken die in het bezit zijn van KULeuven). Dit is een meer structurele oplossing. We zitten daar aan een 300-tal nieuwe gaten (Ferri en andere methodes). Ook daar worden de stellinggaten bezet, de expansie duurt langer omdat er in sommige gebouwen tot 117 stellinggaten gemaakt geweest zijn zoals in het Pauscollege (ook Apuscollege genoemd) waar de oorspronkelijke populatie voor restauratie zo'n 30-tal bedroeg. Nu zitten we daar met een 50-tal bezochte, beslapen of bezette gaten. Het Maria-Theresiacollege ernaast krijgt tevens 35 nieuwe stellinggaten tijdens de huidige restauratie.
Met vriendelijke groeten,
Louis-Philippe Arnhem
Leuven, België.