In 'Ciné Rubens', De Tien geboden meemaken bleef natuurlijk een evenement.
Boterhammekens, gezien de lengte van de film, meebrengen a.u.b.! Omar Sharif,
alias Dr. Zhivago (1965, David Lean), maakte iedereen aan het huilen in de
wijkbioscoop. Maar wat een stortvloed van tranen kon de dokter teweegbrengen op
het grootste scherm van Belgiė, een gigantisch wit doek, de juiste maat voor
spektakelfilms als Spartacus (1960, Stanley Kubrick), Ben Hur (1959, William
Wyler) en The Bridge on the river Kwai (1957, David Lean). De drie sexcinema's
die Antwerpen op dat moment rijk was, deelden in de buit. In de story van de
Antwerpse bioscopen mogen 'Breydel', 'Paris'en 'Royal', - Streng verboden
toegang onder 18 jaar-, niet onvermeld blijven. De geschiedenis van de drie
cinema's, hun publiek, hun programma, en de verwante bioscopen met een
gespecialiseerd soft-sex programma (bv. 'Savoy' en 'Scala' met Donker Afrika en
Lol in Tirol is weer een verhaal op zich. :-) Uniek in Belgiė is zeker de
drive-in bioscoop in Zoersel, eigenlijk Halle-Kempen. Ondanks het feit dat de
cinema buiten de Antwerpse agglomeratie gelegen is, recruteerde de drive-in het
merendeel van de toeschouwers uit de Scheidestad. Een vorm van Amerikaans
filmplezier in de Antwerpse Kempen, een rariteit die iedere Jeugdige
Antwerpenaar toch eens moest proeven.
Maar sinds de jaren zestig beleeft de Antwerpse fiimliefhebber het meeste
plezier in de Appelmansstraat, ook uniek in Belgiė. Door het (quasi) monopolle
in het beheer van de Antwerpse zalen en hun toenemende hergroepering rond 'Ciné
Rex'in de assen De Keyserlei-Anneessensstraat, werd het hoogtepunt van de week
het 's zondags flaneren van tientallen potentiėle bioscoopbezoekers langs de
enorme callicots en fotobakken in de Appelmansstraat. Callicots van een enorme
omvang, die ook de voorgevels van de Antwerpse cinema's sieren en in hun
suggestieve stijl sterk tot de verbeelding blijven spreken. Natuurlijk viel er
in de jaren zestig, met uitzondering van de grimmige kop van Curd Jürgens,
weinig met frappante gezichten te pronken. Met het einde van het
studioproduktiesysteem in Hollywoods droomfabriek was ook een einde gekomen aan
de vedettencultus, die enkele decennia het cinemalandschap overheerste en
waaraan het bezoek van Jayne Mansfield aan Antwerpen in 1957 symbolisch een
einde maakte. De Amerikaanse producenten speelden in ieder geval in de jaren
zestig op zeker door succesrijke Broadway-adaptaties te verfilmen, zoals West
Side Story (1961, Robert Wise), een absolute kaskraker te Antwerpen. Een
uitschieter als de musical Mary Poppins (1964, Robert Stevenson), leidde alvast
in de Antwerpse 'Grand Bazar'tot hysterie. Voor de prijs van een ballon,
wisten
we oneindig SUPERCALLIFRAGILISTICEXPIALIDOCIOUS te reciteren...
Niet alle aandacht van de Antwerpse cinemaliefhebber concentreerde zich op de
fréle figuurtjes van Nathalie Wood en Julie Andrews. Even populair waren in de
jaren '50 en aan het begin van de jaren '60 Denise Deweerdt, Charel Janssens,
Gaston Berghmans, Jef Cassiers en de Woodpeckers, die optraden in het typisch
Antwerpse fenomeen van de 'volksfilms'. De 'volksfilms' werden op een bijzonder
vlugge en goedkope wijze vervaardigd en waren veelal verfilmingen van'kluchten
in de traditie van de Antwerpse volkse revues. Vooral Edith Kiel, die reeds
voor
de oorlog samenwerkte met Jan Vanderheyden, cineast van De Witte (1934), maakte
zich in het genre verdienstelijk. Het produktiehuis van Edith Kiel, de
Antwerpse
Film Onderneming (A.FO.), realiseerde van 1952 tot 1961 niet minder dan zestien
films. De titels spreken voor zich: Schipperskwartier (1953), Sinjorenbloed
(id.) De bruid zonder bed (1955, met Denise Deweerdt en de Woodpeckers), Hoe
zotter hoe liever (1960, met Gaston Berghmans) en De Stille genieter (1961).
Deze films, gesitueerd in het Antwerpse en ook Antwerps gesproken, waren een
groot succes in bioscopen als de Astrid'en de 'Coliseum', en daarna vooral in
de
buurtzalen en op het platteland. Het fenomeen van de Antwerpse 'volksfilms'
verdween toen Edith Kiel er in 1961 mee ophield. Door de snelle opkomst van de
televisie aan het einde van de jaren '50, die zonder samenwerking na te
streven,
eenzelfde soort amusement als de 'volksfilms' in feuilletonvorm op de beeldbuis
bracht (De familie Bludts, 1954; Schipper naast Mathilde, 1955-1963; De Kat op
de koord, 1964), ebde de aandacht voor dat soort films weg. Maar ook de
gangbare
praktijken in het bioscoopmilieu van dat moment deden de enige rendabele
Vlaamse
speelfilmproduktie de das om. Edith Kiel: 'ik had kennissen in Lebbeke en ik
vroeg of ze naar mijn laatste film (De stille genieter) waren gaan zien. Ze
zeiden: we konden er niet binnen! Drie dagen later kreeg ik de afrekening
waaruit moest blijken dat de zaal die dag voor nog geen kwart vol was... Ik had
er genoeg van, je kon toch niet naar iedere cinema controleurs sturen. Het is
een klein land, je had alle moeite om uit de kosten te komen en dan word je nog
zo bestolen'. De bizarre combinatie van Antwerpse vulgariteit en volkse humor
met haastig en goedkoop filmwerk zorgde voor opmerkelijke types acteurs, zoals
bijv. 'Chareltje' Janssens,'klein van gestalte, maar zot van grote Amerikaanse
sleeėn'.
Naast de 'volksfilms' waren in de jaren '50-'60 de Belgische cinema's voor hun
programmering afhankelijk van films uit het buitenland, daargelaten een
merkwaardige uitzondering, zoals het in Antwerpen gedraaide 'Meeuwen sterven in
de haven'(1955) van Roland Verhavert, Ivo Michiels en Rik Kuypers. Nochtans
werd
er in de jaren '50 heel wat gefilmd in Antwerpen, zij het op amateurniveau.
Veelal bleef de bedrijvigheid beperkt tot het filmen door en voor ciné-clubs.
De
smaifilm als puur amusement in een gesloten wereldje. De stichting van
Filmgroep
58 bracht hier verandering in: 'in 1958 voelden vele amateurcineasten uit
diverse Antwerpse clubs de groeiende noodzaak om zich uit dat midden terug te
trekken. Zij wilden, door onderlinge samenwerking, zich volledig ten dienste
stellen van de filmcreativiteit. Door deze krachtenbundeling zouden zij zich
dan
beter naar buitenuit kunnen manifesteren. Zo werd dan de Filmgroep in november
1958 geboren in het Antwerpse en werden er alvast banden gesmeed met
kunstenaars
van G. 58 Hessenhuis', aldus Rik Kuypers, mede-stichter van Filmgroep 58. De
verwevenheid van Filmgroep 58 met G 58 uit het Hessenhuis was groot. De
kunstenaars Jan Dries en Jef Verheyen verleenden hun medewerking aan het tot
stand komen van de (korte) films. Met veel bijval werden gezamenlijk
filmavonden georganiseerd. Zo startte in december 1959 in het Hessenhuis een
eerste cyclus van experimentele films. De Filmgroep zelf ontwikkelde een aantal
ciné-clubactiviteiten in het auditorium van de Gevaert fabrieken te Mortsel,
waar tot dan de Smalfilm Club Mortsel (S.C.M.) actief was. Het hoofdkwartier
van
de Filmgroep was gevestigd op de Stadswaag-centrum van de jazz. Gezien de
beperkte middelen waarover de filmenthousiastelingen beschikten legde men zich
hoofdzakelijk toe op de realisatie van korte films. De produktie van de
Filmgroep was sterk verbonden met de heersende kunststromingen en modes.
Duivel-doet-al van de Fiimgroep Paul De Vree: 'De stichting van Filmgroep 58
Vriendelijke Groeten,
Willy Helmich
Tuesday December 01 1998 02:03, bibberde, oud en versleten als wij zijn,
Willy Helmich met een griffel naar All:
WH> van Amerikaans filmplezier in de Antwerpse Kempen, een rariteit die iedere
WH> Jeugdige Antwerpenaar toch eens moest proeven.
Hoe zit het daarmee, bestaat die drive-in-cinema nog ?
CU
Johny
:-D User is laughing (at you!)
-=* Het Fido-Boekje *=-
WH>> van Amerikaans filmplezier in de Antwerpse Kempen, een rariteit die
WH>> iedere Jeugdige Antwerpenaar toch eens moest proeven.
JW> Hoe zit het daarmee, bestaat die drive-in-cinema nog ?
Ik dacht het niet. Even gaan kijken in de gele gids, daar staat hij
in ieder geval niet bij.
Vriendelijke Groeten,
Willy Helmich