Nicaragua dag 3
Ontbijt met alles erop en eraan : een omelet gebakken met zeven ingrediënten door de kok, studentenhaver met yoghurt die bij de eerste hap volle room blijkt te zijn, pancakes met esdoornsiroop, en vochtbalans optoppen met koffie en druivensap. Niet overdrijven want het moet allemaal de berg op :-)
Ik zoek de receptie met een loodzware reiszak op wieltjes en rij al meteen hopeloos verloren. Na zowat een kilometer rond de afsluiting kom ik lekkend van het zweet bij onze knalgele schoolbus aan. En daar begint het puzzelwerk : 22 bikes, 22 reiszakken en 22 bikers in die bus krijgen. Het lukt niet en een aantal bikes moeten er bovenop. Voor de terugweg zal het ons wél lukken : al doende leert men !
Eens we rijden brengen de schuifraampjes prima verkoeling. We bollen weg uit Managua. Het verkeer is druk maar erg gedisciplineerd. De Nica's toeteren blijkbaar alléén als ze gaan voorsteken op een smalle bergweg. Het wagenpark oogt modern, met veel terreinwagens, pick-up trucks, bussen en vooral driewielige tjoektjoeks die vooral op landwegjes in de bergen in hun element blijken. Ze produceren ook veel minder stof dan auto's. Langs de baan : tal van shops en ateliers - het lijkt Senegal wel maar dan veel zindelijker.
We stoppen op 450m hoogte, Koen geeft GPS- en walkie-talkieles en waarschuwt voor de gevaren : onaangekondigde verkeersremmers in de bebouwde kom, en spekglad wegdek waar het nat geproeid werd. Het is heet op het asfalt in de zon voor de groepsfoto in de bike-truitjes van Broederlijk Delen - gelukkig zijn het witte !
We duiken met zijn allen de holle boswegels in die ons op 950m hoogte op de rand van oude vulkanische kam moeten brengen. Dit is een bos zoals ik nog nooit gezien heb ! In de wind ratelende bamboe van minstens 20m hoog en een dijbeen dik, kokospalmen, bananenplanten (dat zijn geen bomen, maar wél flink groot), tal van bebloemde én vruchtdragende bomen - soms zelfs tegelijk op één tak - en enorme woudreuzen met majestueuze kruinen die overal boven uit torenen. Voeg daarbij een gevarieerd gamma van oerwoudgeluiden : krijsen, grauwen, kwiejoepen, brullen, raspen... heel anders dan het getsjilp van bij ons...
In het begin is de helling perfect te biken, maar eens hoog tegen de kam is het duwen geblazen ! De ondergrond is gebakken aarde met wat los gruis, erg hobbelig in vergelijking met onze aardewegen. Er zit ook wat rots tussen.
Ik voel me prima, m'n bike voelt als een verlengstuk van mijn lijf en ik bike vlot naar boven met zicht op de kopgroep. Ik zal hen de ganse dag steeds opnieuw tegenkomen. We rijden langs duizenden "plotjes" : keuterboerderijtjes met hardwerkende ouders en spelende kinderen. Holà ! Buenas dias ! Qué tal ? Adiós ! De ogen en de tanden blinken, sluike blauwzwarte haren, koperbruine lijven, erg beweeglijk ondanks de hitte. De huizen zijn in aardekleuren, louter rechthoekige vormen, zonder verdieping, met veel schuttingen en afrasteringen.
De kam is begroeid met een woud van honderden hoge en lage antennes. Aan sommige wordt hard gewerkt, veelal zonder veiligheidsgordel, soms op grote hoogte. Er is hier nog werk voor preventiediensten !
De groep is gestopt bij een cola-stalletje en eet zijn lunch : noten, gedroogd fruit, bananen, energierepen. M'n flesje cola wordt me toegeschoven doorheen een ijzeren grille waarin één grotere vertikale uitsparing zit ter grootte van een fles.
De kopgroep vertrekt weer en een minuutje later bollen de laatsten al binnen, gevolgd door gids Rudi. Het ziet ernaar uit dat onze groep redelijk homogeen is qua klimmerscapaciteiten : prima, dat opent perspectieven : iedereen kan behoorlijk goed mee !
Er volgt een lange tobogan-rit over de slingerende kam, besloten door een steile, technische afdaling over een zanderige single-track met tal van rotsblokken en drops : ideaal voor m'n SANDMAN, en ik haal de rappe klimmers dan ook meteen weer in.
Maar ik geraak er maar moeilijk voorbij op dit smalle paadje, dat wordt stof slikken ! Mijn benen zien al snel donkerbruin met witte strepen van de straaltjes zweet, en m'n tenen lijken wel autochtoon. Ik heb immers als enige geopteerd voor open kliksandalen van Shimano, en daar heb ik geen spijt van in deze tropisch-vochtige hitte die tot 33 graden opklimt.
We hebben geluk zegt streek-kenner Bruno : het is zeven graden koeler dan normaal voor de tijd van het jaar, er zit een stevige bries in de rug die ons omhoogduwt, en er zijn wat schaarse wolken die schaduw bieden op de lange klim naar de kam.
Op de afdaling blijkt er méér verschil tussen de deelnemers : sommigen hebben wat minder rijtechnische ervaring en nemen geen risico's. Toch gaan er voor mij een drietal over kop, gelukkig zonder erg. Een verbogen zadel laat zich wel terugbuigen.
Er zijn tal van uitzichtpunten op de kam, en Nicaragua dient zich aan als een groen, rollend, wijds landschap met tal van kleine en grote vulkanen. Sommige woudreuzen steken hoog boven het bos uit. Er zijn uitbarstingen van helle tinten geel en rood van grote bloemen en hangende vruchten.
Het groen langs het pad oogt vrij stoffig. Beneden in de vlakte staan Koen en José met de Toyota Hilux pick-up ons op te wachten met ijsgekoelde frisdrank. Het bier laten we liggen want we zijn nog maar halfweg van deze rit van 55 km.
De plek is goedgekozen : een wirwar van enorme paplaurieren die de hemel afschermen, waaronder letterlijk niets groeit. Bruno vertelt dat het pad hier verder naar beneden loopt maar te gevaarlijk wordt : er woont een kolonie struikrovers, inwijkelingen uit El Salvador. Hij noemt ze Mara's. De autochtonen hebben het niet zo begrepen op hun gedrag en proberen hen in te burgeren - waar hebben we dat nóg gehoord :-)
We volgen de Panamerican highway, tot we in een file belanden die wacht voor een indrukwekkende bush-brand die vanuit een diepe vallei omhoogjaagt over de weg. Vijfhonderd meter verder ligt een dorp maar zelfs de grote kerk is totaal onzichtbaar door de rook die vermengd met rossige vlammen opgezweept door de stormwind dwars over de baan jaagt.
Twee pick-ups zijn er blind doorheen gereden en staan nu aan onze kant met opgedeukte motorkap en achterbumper langs de kant. Er was ook een motor in betrokken. De officials staan druk te doen maar houden de waaghalzen die de gok wagen niet echt tegen.
Bruno vertelt dat hij een paar jaar geleden in die kloof ging biken en twee poema's (bergleeuwen) verraste ! Ongelooflijk eigenlijk in zo'n dichtbevolkte streek. Maar ik geloof hem want de brand is al indrukwekkend genoeg - waarom zou hij zoiets verzinnen ?
Ik hoor de struiken knetteren en besluit te wachten tot de brand zichzelf consumeert. Je ziet verderop trouwens geen hand voor ogen en riskeert een frontale aanrijding met een tegenligger ! De meeste bikers wagen het er toch op, maar enkelen panikeren halfweg en keren hoesten en tranend terug. Chapeau voor de durvers maar we zijn volledig in kunststof gekleed en met nog 24 dagen vakantie voor de boeg heb ik geen enkele zin in brandwonden of schroeiletsels aan m'n longen !
Na een half uurtje wordt de rook vlakbij ons dikker, zien we de struiken aan de periferie branden, maar piepen de silhoutten van de kerk en de wagens aan de overkant zo nu en dan doorheen de rook. Verderop moet de brand zo goed als uitgewoed zijn ! We bedekken neus en mond met onze buff en wagen het erop. Na zowat honderd meter doorheen dichte rook (gelukkig zonder vlammen) komen we in een zwartgeblakerd, nasmeulend landschap en vinden in het dorp de kopgroep terug. Zij hebben ons met de walkies opgeroepen om te zeggen dat het veilig was maar dat hebben we niet gehoord door de draaiende motoren van de vrachtwagens.
Blijkbaar was het een aangestoken, gecontroleerde brand want de brandweerwagens beschermden de rand van het dorp. De asse maakt de bergflank weer vruchtbaar, en het bushgewas is weggebrand voor het vee.
De Panamerican daalt nu stevig. We bollen met een rotvaart doorheen dorpen en er is vanalles te zien. Een beetje zoals langs onze lintbebouwde steenwegen. Plots zie ik de ganse groep langs de kant staan. Jan De Bock ligt op de grond : afgeleid door een manoeuvrerende bus heeft hij de verkeersdrempel niet gezien. Zijn bike heeft een starre voorvork en die ving de klap dus niet op. Hij geraakte van de baan in het gruis ernaast, miste gelukkig de boom, de borduur van het voetpad en een hoop dikke stenen, maar kwam twintig meter verder toch ten val. Zijn helm is gebroken en zijn linkerschouder deed erg veel pijn. Hij lag even volledig stil maar onder de goede zorgen van de medisch-geschoolden onder ons komt hij stilaan weer bij. Ik doe een vlugge check : waarschijnlijk een linkersleutelbeenbreuk. Mogelijk een hersenschudding, waarschijnlijk niks ergers maar een serie foto's zijn toch vereist om schedel-, halswervel- en ribletsels uit te sluiten. Geen tekenen van hersenbloeding. Zijn helm ligt in stukken maar heeft hem gered ! Als bij wonder zijn er geen grote schaafwonden. Hij lacht alweer als Koen met de pick-up komt aanrijden en hem dubbelcheckt. Ik raap zijn bril en camera op en leg ze met zijn helm en zweetkapje in de truck, die wordt overgeladen in de bus om Jan naar het hospitaal te kunnen voeren. Er was nog zó gewaarschuwd voor die nietgesignaliseerde drempels, zowel door Koen als door Bruno ! We rijden een stuk voorzichtiger verder.
De baan gaat over in aardewegen, hier en daar bedekt met enorme palmbladeren. We draaien in naar het natuurpark van de Masaya-vulkaan, die we al van ver zagen roken. Er volgt een moordende klim van 5 km in de blakke zon op gloeiend asfalt. Enkelen kiezen voor een ritje met de wagen tot boven, wat héél verstandig blijkt maar ik waag het erop - sterven of overwinnen !
Het wordt winnen, al is de laatste anderhalve kilometer stapvoets. Het landschap is indrukwekkend : geblakerde lavaformaties met struikgewas. De krater is enorm wijd en erg diep. Er wolkt een witte damp naar boven die op je adem pakt. Glimpjes van de wanden en de bodem zowat een kilometer ver en diep ! Wielende roofvogels in de stoom. Wanden vol papegaaienholen.
We bollen met een rotvaart naar beneden en bezoeken halverwege een tentoonstelling over vulkanisme. Hier kom ik nog terug met Anneli, want mijn zonnebril met lenzen is te donker om veel te zien.
Aan de ingang staat de truck en bedeelt José belegde broodjes, vers fruit en frisse pintjes. Deze deelnemer blijkt geknipt als gids voor El Camino Loco :-)
Er is veel belangstelling van de parkwachters voor de SANDMAN bikes met hun motor-dikke banden. Mijn geheim wapen tegen lekrijden - een strook harde schuimrubber van een chauffagebuisisolatiemof in het loopvlak - heeft perfect gefunctioneerd : niet lek ondanks toch nogal wat doornstruiken (die enkele slachtoffers gemaakt hebben) en ik ben totaal vergeten dat ze erin zaten : het rijgedrag is dus niet aangetast !
We rijden met de bus naar een ecolodge La Abuela (De Bomma) aan de laguna de Apoyo - een immens kratermeer. We maken een frisse duik in onze bike-kledij : het water is lauw en zit vol tilapia vissen. Er scheren vleermuizen over, en zelfs grote fruitetende vliegende honden !
Het hotel bestaat uit trappen, terassen en huisjes in een dicht bos.
De bus geraakt niet gedraaid en een trap dient weggekapt om hem beneden te krijgen !
Diner aan een lange tafel aan het water. De verhalen komen los. Jan heeft effectief een sleutelbeenbreuk, maar ze is niet verplaatst, géén andere letsels, oef ! Hij kreeg een soort lederen klimgordel/kindertuigje rondgegespt en loopt weer rond. Zijn rechterarm functioneert nog prima - pinten pakken zal geen probleem zijn ;-) José die ook niet fietst heeft voortaan een maatje, dat komt nog goed !
Er worden wilde plannen gemaakt om met de SANDMAN van het 5 meter hoge staketsel het kratermeer in te rijden. Drieëneenhalve meter water - da's diep genoeg ! En een SANDMAN drijft op die dikke banden. Ik zal filmen zeg ik, met m'n waterdichte GoPro. Wait and see tomorrow !
Vind je ons avontuur en m'n verslag leuk ? Help ons dan de projecten van Broederlijk Delen steunen via hun website :
http://meedoen.broederlijkdelen.be/ddn2013/bart-viaene