Nog een artikel van Gerda
Paratyphus
De meest gevreesde duivenziekte voor menig duivenliefhebber. De
verwekker is een bacterie (Salmonella typhimurium var. Copenhagen) die
veel meer op de hokken aanwezig is dan we denken.
Deze ziekte manifesteert zich hoofdzakelijk als een darminfectie (=
diarree), maar kan na het doorbreken van de darm-bloedbarriere ook de
gewrichten, de inwendige organen en de zenuwen beschadigen. In vele
duivenhokken is deze kiem aanwezig en zorgt voor slechtere kweek- en
vluchtprestaties zonder echt duidelijke klinische (= ziekte) symptomen
te veroorzaken. Daarom is het raadzaam 2x per jaar preventief te
kuren.
ZIEKTEBEELD
Darmvorm = een darmontsteking met een groene en waterige diarree tot
gevolg
Gewrichtsvorm = een zwelling van de elleboog of het hakgewricht met
het manken en een hangende vleugel tot gevolg
Orgaanvorm = gezwellen en abcessen op de lever, de milt, het hart en
de eileider tot gevolg. Hierdoor treedt er een verminderde
vruchtbaarheid op en kan er een sterfte van de jongen optreden.
Nerveuze vorm = een evenwichtsverlies en verlammingsverschijnselen
Acute vorm = veel sterfte bij jonge in het nest en pas gespeende
duiven
HOE BEHANDELEN :
Curatief (= bij ziekte):
De kweek onmiddellijk stoppen om de infectiedruk te doen dalen
Alle zware klinische gevallen (vb. gewrichtopzetting) verwijderen
van het hok en liquideren
Gedurende minimum 14 dagen behandelen met THERAPRIM ( 1 schepje of 1
zakje op 2 liter drinkwater) of AMOXICURE (1 schepje op 1 liter
KALKVRIJ drinkwater)
3-5 dagen na deze behandeling alle duiven vaccineren met een dood
vaccin
Preventief (= voorbehoedend):
Vaccinatie van alle duiven. Voor de vaccinatie alle duiven gedurende
10 dagen behandelen met THERAPRIM (1 schepje of 1 zakje op 2 liter
drinkwater) of AMOXICURE (1 schepje op 1 liter KALKVRIJ drinkwater)
De immuniteit (= weerstand) van de duif verhogen door regelmatige
toediening van OROVITAL en ECOCURE
Een goede hygiëne en geen overbevolking op het hok
Eén maal voor het vluchtseizoen en voor het kweekseizoen preventief
kuren gedurende 8 dagen met THERAPRIM (1 zakje/schepje THERAPRIM op 2
liter drinkwater) of AMOXICURE (1 schepje op 1 liter KALKVRIJ
drinkwater)
Paratyphus wordt veroorzaakt door een bacterie uit de salmonella Groep
(de officiéle naam van de ziekte is dan ook Salmonellose) Onder de
duivenhouders worden de namen vleugelziekte,kreupel-
ziekte,draaihalsziekte en belgische ziekte gebruikt. De eerste drie
namen duiden de afwijking aan die de ziekte kan veroorzaken.De laatste
naam,Belgische ziekte,is een totaal foute naam omdat deze ziekte noch
in Belgie ontdekt is,noch in dat land meer dan elders voorkomt. Deze
naam is ontstaan na de tweede wereld oorlog Toen veel nederlanders in
belgie duiven gingen kopen;duiven die toen ziek werden leden dan aan
de belgische ziekte (slechts enkele zieke vogels leden aan
paratyphus,de meeste leden aan coccidiose en wormen).
Ziektebeeld,
Al naar de plaats waar de bacterie zich nestelt,kunnen we afwijkingen
verwachten. De meest voorkomende afwijking is een
gewrichtsontsteking,en merkwaardig genoeg bijna altijd een van het
ellebooggewricht. Ook andere gewrichten kunnen aangetast worden.Het
aangetaste gewricht zal pijnlijk zijn en er zal een vermeerdering
plaats hebben van het gewrichtvocht,zo dat dit gewricht veel dikker is
dan normaal. Aangezien het gewricht zijn functie niet meer goed kan
vervullen zal bij een aangetast vleugel-gewricht de duif de vleugel
laten hangen en bij een pootgewricht de poot niet of nauwelijks
gebruiken. Wanneer zo’n ontsteking enkele dagen voortduurt,zal het
gewricht stijf worden en nooit meer goed komen.
Wanneer de bacterie in het evenwichtsorgaan zijn vernietigende werking
gedaan heeft,zal de duif met de kop naar één kant gaan draaien,zozeer
zelfs dat de stand van de kop 180 graden gedraaid is. De duif kan zijn
kop niet meer normaal houden en zal geen voedsel of drinken meer tot
zich nemen. Wanneer de bacterie in de darmen verblijf kan ze daar een
darmafwijking en extra darmprikkelingen geven zodat we een
darmontsteking krijgen met eventueel diaree. Ook is het mogelijk dat
de bacterie zich in de lever,nieren of andere organen vermeerdert;
voorkeurplaatsen zijn ook de geslachts- organen,dus de zaadballen en
de eierstok.In de laatste gevallen zullen er geen eieren of
geinfecteerde of onbevruchte eieren gelegd worden. Zoals uit het
bovenstaande blijkt kan de paratyfusbacil zich op vele plaatsen in het
lichaam handhaven en vermeerderen,met als voorkeursplaatsen
ellebooggewricht,evenwichtsorgaan,darmen en geslachtsorganen.Het is
heel goed mogelijk dat de bacterie in de lever of de darmen
zetelt,zonder dat de vogel er last van heeft of zo weinig dat de
eigenaar niets merkt. Zulke vogels noemen we dragers;wanneer de vogel
de bacterie ook nog uitscheidt is hij een uitscheider. Dit kan heel
lastig zijn voor het opsporen van de ziekte. Telkens zijn er duiven
met tekenen van paratyphus. De drager lijkt kerngezond en is zonder
meer niet als zodanig te herkennen.
<H1< h1>Duiven die lijdende zijn aan paratyphus moeten direct apart
gezet en door de dierenarts behandeld worden.Het is heel goed
mogenlijk dat slechts één duif besmet is;de kans dat er meer duiven
besmet zijn is echter groter en u dient dan ook de adviezen van de
dierenarts nauwkeurig op te volgen.Om met zekerheid te kunnen zeggen
dat een duif lijdende is aan paratyphus dient men de bacterién of de
specifieke antistoffen aan te tonen die voor de duif gemaakt worden
als hij lijdt aan paratyfus.Als de duif gestorven is ten gevolge van
paratyphus kan de bacterie uit de organen gekeekt worden;bij het
levende dier kunnen de antistoffen via een bloedmonster aangetoond
worden.Wanneer de duif uitscheider is ,dat wil zeggen de bacterie met
de ontlasting wordt uitgescheiden,kunnen we met bepaalde kweek
methoden deze speciale bacterie die tussen al die andere bacterién
aanwezig is aantonen. De grote vraag is telkens,moet een duif die
lijdende is aan paratyfus worden behandeld,of moet hij gedood worden?
Wanneer een duif gedurende enkele dagen een afwijkend gewricht heeft
dan is dit gewricht bijna altijd inwendig vernield en kan de duif zijn
vleugel nooit meer helemaal goed gebruiken. Als vliegduif kan men deze
duif dan ook niet meer aanhouden.Is de duif goed behandeld met
geneesmiddelen en vrij van paratyfusbacillen en zijn er behalve het
gewricht geen organen vernield dan kan een dergelijke duif voor de
kweek bruikbaar zijn.Men neemt wel enig risico daar het nooit voor 100
procent zeker is,dat de duif geen bacillendrager is.
Duiven die lijdende zijn aan paratyphus en daarbij vermageren of een
abnormale houding van de kop hebben,zijn zeer moeilijk te genezen en
blijken in de praktijk nooit meer goede vliegduiven te zijn en zijn
dikwijls nog dragers en uitscheiders. Wanneer er in een duivenhok een
of meer duiven zijn die lijdende zijn aan paratyfus dan dient men de
gehele kolonie te behandelen;wanneer namelijk een duif besmet geraakt
is, dan is de kans zeer groot dat de anderen ook besmet zijn,ook al
zien we op dat ogenblik aan hen nog niets bijzonders.Ook is het
mogelijk dat er tussen al die duiven die er goed uitzien,een duif zit
die uitscheider is zonder dat we dat in de gaten hebben,en juist die
duiven moeten zo snel mogelijk behandeld worden om een verdere
verspreiding te voorkomen. Mensen kunnen ook ziek worden wanneer ze
besmet worden met de paratyfus bacil,waarbij dan zeer ernstige
maagdarmstoornissen kunnen optreden,met eventueel hoofdpijn; bij
kleine kinderen en mensen met zeer weinig weerstand kan deze ziekte
zelfs tot de dood voeren. PARASTOP werkt voorbehoedend en genezend
tegen paratyphus . Voorbehoedend; einde van de rui-en kweekperiode.Ook
veel toegepast enkele weken voor de aanvang van het vliegseizoen.een
kuur van plm.7 dagen is meestal voldoende.