Eeuwen oude munten gevonden in Judea
JERUZALEM - Munten uit de tijd van Sjimon bar Kochba zijn gevonden in
de heuvels van Judea. Bar Kochba vocht in de jaren 132 tot 136 G.J.
tegen de Romeinen.
Het is de grootse muntenverzameling die gevonden is tot nu toe. Het
zijn gouden, zilveren en bronzen muntstukken, met daarop Joodse
symbolen en slogans. Er werden ook potten en wapens gevonden.
Volgens Cassius Dio kwam Bar Kochba in opstand nadat Hadrianus in het
jaar 130 G.J. de bouw van de stad Aelia Capitolina op de puinhopen van
Jeruzalem had gelast, Jeruzalem was zestig jaar eerder verwoest door
de Romeinen. Hij wist de Joodse onafhankelijkheid te verdedigen
gedurende zo'n vier jaar.
Quintus Tineius Rufus, die bij het uitbreken van de opstand gouverneur
van Judea was, slaagde er niet in Bar Kochba's opstand een halt toe te
roepen. Zijn opvolger Sextus Iulius Severus maakte met de Romeinse
legioenen XXII Deiotariana (tijdens de strijd vernietigd), II Traiana,
VI Ferrata en X Fretensis na een zeer bloedige strijd echter een einde
aan Bar Kochba's staat. Bar Kochba zelf werd in zijn laatste bolwerk,
het fort van Betar, het huidige Battir bezuiden Jeruzalem, samen met
alle andere verdedigers gedood. De oude naam Provincia Judaea werd
door de Romeinen gewijzigd in Syria-Palaestina. Hoewel er wel enkele
Joden in dit gebied bleven wonen concentreerde de Joodse bevolking
zich nadien voornamelijk in Galilea.
De naam Bar Kochba komt uit het Aramees en betekent "Zoon van de
Ster". Volgens de Joodse overlevering kreeg Bar Kochba de naam van
rabbi Akiwa (of Akiva), die van mening was dat Bar Kochba de lang
verwachte messias zou zijn. Akiwa verwees met de naam naar Numeri
24:17 (Een ster komt op uit Jakob); vandaar ook de ster op Bar
Kochba's munten, afgebeeld boven de tempel. Ook verwees hij naar de
Mensenzoon uit het boek Daniël. Vermoedelijk luidde de oorspronkelijke
naam van de Joodse leider Bar Kosiba, zoals uit brieven blijkt die in
de woestijn van Judea zijn gevonden.
Akiwa's messianologie werd door latere generaties joden pijnlijk
gevonden - niet alleen omdat hij zich had vergist, maar ook omdat hij,
met zijn identificatie van de Mensenzoon met de messias dicht in de
buurt van de christelijke opvatting over de Messias was gekomen. (Een
verschil is, vanzelfsprekend, dat de christelijke Messias een
bovenmenselijk wezen is, wat in de joodse leer geen
vanzelfsprekendheid was.) Na het mislukken van de opstand noemde de
rabbijnse literatuur hem Bar Kozba, "Zoon van de leugens".
In Nachal Chewer, niet ver van Betar, is in de jaren '60 van de
twintigste eeuw correspondentie van Bar Kochba teruggevonden, alsmede
enkele handschriften, die tot de Dode Zee-rollen gerekend worden. Aan
het begin van de eenentwintigste eeuw zijn in de nabijgelegen Nahal
Arugot eveneens enkele tekstfragmenten van Leviticus aangetroffen uit
de tijd van Bar Kochba.
Betar zelf is tweemaal onderzocht. De eerste keer gebeurde dit door
Jigal Jadin, die meende de belegeringsdam te herkennen die de Romeinen
hadden gebruikt om het fort te bestormen. David Ussishkin onderzocht
de plaats in de jaren negentig, en stelde vast dat de belegeringsdam
niets anders was dan een recente scheiding tussen twee akkers. Hij
bewees ook dat het fort met een, eenvoudige stormloop was gevallen.
Bron:
- Israel National News
- Bible
architecture.info