Hoe geraffineerd ook, het blijft antisemitisme
Met zijn ontkenning van de moord op zes miljoen Joden plaatste
bisschop Williamson wordt de indruk gewekt dat Williamson uniek is als
negationist. William zet echter alleen maar een traditie voort die al
kort na de oorlog dankzij de propaganda machine op volle toeren
draaide. Negationisten zijn zich sinds 1944 steeds geraffineerder gaan
gedragen – wetenschappelijk, noemen ze hun betogen. Maar uiteindelijk
zijn en blijven ze niets anders dan antisemieten.
Het ontkennen van de Shoa is bijna zo oud als de Shoa zelf. Het waren
de nazi’s zelf die nog tijdens de oorlogjaren al op verhullende manier
spraken over de massale en georganiseerde vernietiging van de Joden:
de Endlösung der Judenfrage, de oplossing van het Jodenvraagstuk,
noemden ze de massale Jodenvernietiging. Met die bijna bureaucratische
typering van hun gruweldaden legden de nazi’s de kiem voor het
toedekken, het minder gruwelijk doen lijken en het ontkennen van de
Shoa.
Het duurde niet lang voordat dat werkelijkheid werd: al in 1947 opende
de Fransman Maurice Bardèche de aanval op wat hij de ’geallieerde
oorlogspropaganda’ noemde. "Een fiks deel van het bewijs is vervalst,"
beweerde hij. Dat er Joden waren omgekomen in concentratiekampen
ontkende hij niet, maar dat kwam door omstandigheden die nu eenmaal
bij oorlogen horen, zoals honger en ziekte. Gaskamers waren er wel,
maar die waren alleen maar bedoeld voor desinfectie. "Nazi-Duitsland
was nooit uit op de vernietiging van de Joden," zei hij. De schuld van
de oorlog legt hij bij de Joden zelf.
Daarmee is Maurice Bardèche (1907-1998) een klassiek voorbeeld van een
negationist: van een geplande vernietiging van de Joden was geen
sprake, Hitler had er in ieder geval geen opdracht toe gegeven; er
zijn wel Joden omgekomen, maar zeker geen 6 miljoen; en dat er Joden
zijn omgekomen in de gaskamers is een fabeltje; Het er van overtuigd
zijn dat de rijke Joden de arme Joden hebben vermoord om een eigen
land te kunnen claimen. Die vier ontkenningen keren voortdurend terug.
Vaak aangevuld met de bewering dat de schuld voor de oorlog niet bij
nazi-Duitsland lag, dat de Shoa het product is van een groot
zionistisch complot, en dat geld voor dat laatste de belangrijkste
beweegreden was. "De Holocaust is een verzinsel van de Joden in een
poging de rest van de wereld te chanteren en de staat Israël van
sympathie, geld en legitimiteit te voorzien," schrijft Ahmed Rami op
zijn rabiaat anti-Joodse website.
Hun betogen omkleden de negationisten vaak met zeer fantasierijke
beweringen. Zoals de Amerikaan W.D. Herrstrom in 1952 deed. 'Er leven
in de Verenigde Staten zo’n 5 miljoen illegale immigranten en de
meeste van hen zijn Joden', schreef hij toen. "De Joden vind je niet
in Hitlers ovens. Je vindt ze hier op straat, in Amerikaanse steden."
Dat soort uiterst extreme beweringen vonden in de eerste naoorlogse
jaren weinig gehoor. Dat kwam doordat de eerste ontkenners van de Shoa
vaak nog konden weggezet als extremisten en fascisten. "Ik ben een
fascist," zei negationist Bardèche over zichzelf. Dat maakte het
makkelijker hem te negeren.
In haar boek 'Denying the Holocaust - the growing assault on truth and
memory' schetst Deborah Lipstadt, hoogleraar aan de universiteit van
Atlanta en autoriteit op het gebied van de negationisme, hoe de
ontkenners aan de haal gaan met de feiten, hoe zij selectief omgaan
met bewijsmateriaal, dat ze tegelijkertijd veelal als leugens pogen af
te doen. De ontkenners, zegt Lipstadt, onderbouwen hun beweringen met
een uiterst complexe, bijna niet te overziene stapel aan zogenaamde
feiten, die voor de gemiddelde lezer niet mee te volgen is. Het is een
terugkerende karaktertrek van de negationist: met een berg aan
informatie de toehoorder in verwarring brengen.
Hoe je negationisme kunt volhouden als zelfs de nazi’s toegeven dat ze
zich schuldig hadden gemaakt aan systematische vernietiging van Joden?
"Dat is niet zo moeilijk," roept de ontkenner dan. "Wat zou jij roepen
als je voor de doodstraf moet vrezen tijdens de Neurenberger
processen? Dan praat je je aanklagers toch naar de mond?" Of – nog
erger – hij zegt: "Kun je nagaan hoe goed georganiseerd en krachtig
dat zionistisch complot is, dat zelfs de nazi’s erin geloven."
"Vanaf de jaren zeventig worden Holocaustontkenners steeds
geraffineerder," zegt Lipstadt. Ze zien in dat het rechtvaardigen of
ontkennen van het antisemitisme van de nazi’s niet vol te houden is.
Ze beginnen, voor de bühne althans, dat antisemitisme zelfs te
betreuren. "Het gaat ons er niet om nazi-Duitsland te verdedigen,"
klinkt het. We beweren ook niet dat nazi-Duitsland het beste voor had
met de Joden (alhoewel de invloedrijke ontkenner Paul Rassinier dat
standpunt lange tijd volhield). "Het gaat ons om de waarheid," zeiden
steeds meer negationisten. En: "Met de lezing die de wereld ons wil
doen geloven wordt de waarheid niet gediend."
In de lijn van die ontwikkeling past de oprichting van het Institute
for Historical Review (IHR), in 1978. De negetionisten – het past in
hun steeds geraffineerder opstelling – proberen zich op
wetenschappelijke wijze te presenteren. 'Revisionisten' noemen ze zich
steeds vaker. Historische revisionisme is de term voor het onderzoek
naar de geschiedschrijving. Nieuwe feiten en nieuw onderzoek moet
gedane geschiedschrijving herzien en zodoende tot een accurater
verhaal leiden. "Het IHR houdt zich met revisionisme bezig," zegt het
IHR. Op zijn website ontkent het instituut een negationistische
organisatie te zijn: "Elke wetenschapper die zich met de twintigste
eeuw bezighoudt erkent de catastrofe die het Europese Jodendom tijdens
de Tweede Wereldoorlog ten deel viel." Tegelijkertijd: tal van notoire
negationisten zijn bij het IHR aangesloten. En de directeur van het
IHR, Mark Weber, staat bekend om zijn Shoa ontkenning. "De Holocaust
is een religie (...) Een religie voor losers," zei hij ooit. Een jaar
na oprichting loofde het IHR 50.000 dollar uit voor diegene die kan
bewijzen dat de nazi’s gaskamers gebruikten voor de uitroeiing van
Joden.
Doordat negationisten zich steeds meer op wetenschappelijke manier
hebben geprobeerd te profileren – 'pseudowetenschappelijk', noemt
Lipstadt hun pogingen daartoe – vindt hun gedachtegoed wel steeds
vaker zijn weg naar het grote publiek.
De Britse historicus David Irving (1938) is daar een goed voorbeeld
van: hij was enige tijd een van de best verkopende historici. Hij
schreef tientallen boeken en ontpopte zich, met name vanaf de tweede
helft van de jaren zeventig, tot een klassieke negationist. "Het slaat
nergens op om mensen vanuit Amsterdam, Wenen en Brussel naar Auschwitz
te vervoeren om ze daar te liquideren, terwijl je dat ook acht
kilometer buiten de steden waar ze wonen kunt doen," zei hij ooit.
Irving werd meermalen door de rechter veroordeeld. Toen hij Lipstadt
van smaad beschuldigde veegde de Britse rechter de vloer met hem aan:
die noemde Irving een actieve negationist, een antisemiet en een
racist die zich met rechtse extremisten associeert die het neonazisme
bevorderen. In 2006 werd Irving door een Oostenrijkse rechter tot drie
jaar cel veroordeeld.
Door internet is het negationisme zichtbaarder dan ooit. Irving mag
zich dan in tal van landen niet meer vertonen, op internet publiceert
hij er lustig op los. Het is een van de vele websites vol ontkenningen
en complottheorieën. Overigens zijn er even ook vele websites die
bewijzen leveren van de Shoa.
In zes decennia is er aan de kern van de ontkenning niets veranderd.
En wat de negationisten ook zeggen, zegt Lipstadt, uiteindelijk komt
die voort uit niets anders dan overtuigd antisemitisme. De uitlatingen
van bisschop Williamson zijn er een goed voorbeeld van. Hij had een
tijdgenoot van Bardèche kunnen zijn.
Bron:
- Auschwitz Commité
- Verzet org
- BHM