Om dit voor mij duidelijk te maken vraag ik om het voorbeeld :
van welk zuur is ethylacetaat het isomeer?
op te lossen als dit mogelijk is.
Dank u
Olivier
Webkieken <webk...@online.be> wrote in message
news:8c82ug$a5j$1...@trex.antw.online.be...
Er zijn twee isomeren; boterzuur en iso-boterzuur (beiden C4H8O2, evenals
ethylacetaat).
Als je dit niet zelf op hebt kunnen lossen wens ik je veel sterkte bij je
examen!
BTW, boterzuur is CH3-CH2-CH2-COOH, iso-boterzuur kun je nu zelf wel
bedenken.
Groeten,
Jaap Bos
Enkel de uitdrukking isomeer moet je oppassen van dat zo te gebruiken. Het
ester wordt gemaakt uit het overeenstemmende zuur.
Een isomeer is namelijk een stof met dezelfde molekuulstructuur, dus
dezelfde samenstelling, maar een andere structuur en bijgevog ook andere
eigenschappen.
(bron: organische Chemie uitgegeven door De Boeck 5de uitgave p65)
vriendelijke groeten