De mannen, stuk voor stuk zwaar gebouwd, zwart haar en donkere ogen,
niet echt kaukasisch en ook niet echt joods type. De vrouwen,
opvallend zwaar geblondeerd kapsel (origineel zwart) waren/zijn
meestal zwart gekleed met diepe decolletées en zwaar gedrapeerd met
gouden kettingen en juwelen, en diamanten zo groot als een knikker
gevat in ringen waar de protserigheid zo afdroop. Onwillekeurig moest
ik telkens denken aan het kasteel in Versailles, le roi soleil, dat
ook zo scheef van het goud hangt.
De waanzin om een territorium (zeg maar gerust: imperium) van goud uit
te bouwen kende haar eerste climax toen de voormalige VDAB kantoren
opgekocht werden (voor net geen honderd miljoen bef) door enkele vage
figuren, met een bankadres op één van die eilandjes in de Stille
Oceaan. Het timmeren en knutselen om gans dat gebouw om te toveren in
een goudpaleis met zowat honderdtwintig winkeltjes kon beginnen. Tot
wat een kakefonie en bespottelijke kitscherigheid dat heeft geleid kan
je nu nog steeds bewonderen. Het geheel werd voortijdig afgeblazen, en
staat nu zowat op instorten. Razia's naar zwart-werkers, voornamelijk
Polen, plus afkeuring van brandveiligheid en het terugdraaien van de
geldkraan heeft ons een van de meest afzichtelijke ruïnes opgeleverd
in wat ooit een bloeiende handelsstraat is geweest. Naast de
Diamantbeurs gaapt ook zo'n reusachtig gat, wat het resultaat is van
beurs- en geldspeculanten én mislukte bouwpromotoren die mekaar de das
om hebben gedaan.
Het is dan ook niet toevallig dat de zijde tegenover de spoorweg,
nooit 'goed gemarcheerd' heeft qua goudhandel. De overkant echter,
onder de spoorwegluifel is letterlijk een ware goudmijn. Nederlanders,
Duitsers, Fransen met honderden tegelijk komen ze in't weekeinde
afgezakt naar Antwerpen om te gaan <goudshoppen>.
De 'origineel' Antwerpse joden liggen haast konstant op voet van
oorlog met deze 'mede-joden'. Vooral omdat ze maar wat graag ook op
zaterdag (sabath) hun winkels willen openhouden. In het holst van de
nacht zag ik zwartgeklede orthodoxe joden met witte sokken, affichen
gaan plakken in de straat: "Deze winkel is gesloten op zaterdag". Met
zwarte pek en verf werd hun ongenoegen over de ongelimiteerde
openings-en sluitingstijden van deze Georgische winkeltjes
aangeklaagd, en dat tot op heden !
Het goud zelf was/is van een erg lage kwaliteit. Meestal afkomstig
vanuit Italië. Het goud wordt 'geslagen' met een pers van te laag
gewicht, meestal tussen de 600 en 900 kilogram. Het betere werk (maar
dan moet je elders zijn) behoeft een pers van minimum 2 tot 12 ton !
Wat maakt dat een gouden ring van 'daar' erg licht van gewicht is en
dus ook gemakkelijk vervormbaar is. Ook de karaat is twijfelachtig.
Het meest gebruikte karaatgehalte is 14 karaat, maar zelfs daar wordt
een beetje in gefoeffeld, want 13 karaat is zogezegd niet meer
meetbaar. Een goeie raad: koop goud met een stempel erin. Goud zonder
stempels is zeker geen 18 karaat en meestal zelfs minder dan 14 !
Maar ja, het blinkt, het is groot en goedkoop. Mensen kopen met hun
ogen en niet met hun verstand. Zeker wanneer het om juwelen gaat met
gevatte stenen. Voor een diamant kan je best een certificaat vragen,
ja dat kan je daar ook krijgen, maar je betaald er wel voor.
Zo ken(de) is een goudsmid die herstellingen deed (doet?) voor deze
winkeltjes. Een steen die losgekomen was, heb ik er zelf zien inzetten
(lijmen !) met silicone !
Goede waar is dure waar. Je kan onmogelijk een gouden ring kopen met
een halve karaat aan diamant erin voor 5000 bef, wie dat gelooft
verdient bedrogen te worden!
Ook moet je op de prijs afdingen. Belgen zijn dat wat verleerd. Een
ring van 8500 bef, kan je makkelijk naar 3 à 4000 bef afdingen, en
iedereen zal kontent zijn. In het engels bestaat een gezegde:"I am to
poor to buy cheap stuff" (vrij vertaald: goedkoop is slechte koop), en
dat geld des te meer voor juwelen.
De winstmarges waarmee deze goudhandelaars werken zijn zo minimiem dat
algauw de ganse kleinhandel werd overgenomen door deze Georgiërs.
Enkel grote gekende (peperdure) winkels zoals Slaets op De Keyserlei
'overleven' deze 'gold-putsch'. Maar ze bieden dan ook waar voor je
geld aan mèt certificaten én stempels en kwaliteitslabels van de beste
goudsmeden van binnen- en buitenland.
Wanneer potentiële kopers werkelijk veeleisender en kritisch zouden
zijn, én zouden afdingen op de prijzen, zou dit alles zo geen vaart
gelopen zijn.
Ondertussen zie je overal in Antwerpen deze winkels openen. De
Keyserlei, het Koningin Elisabethplein, het Falconplein plus de
straten rondom, de Vestingstraat, de Appelmansstraat, de
Gemeentestraat, het lijkt wel of plots iedereen zijn geld in goud en
juwelen belegd, want hoe verklaar je anders die overvloed aan
goudwinkels ?
morgen deel 3
thePiano