Iemand nog al zoiets meegemaakt of raad weet.
denk dat die termijn van 30 jaar een zeer belangrijke termijn is in het
bepalen van het al dan niet opnieuw mogen gebruiken van de losweg.
Hoe noemen ze dat weeral, erfdienbaarheid of zoiets.
Eens een burgerlijk wetboek erbij nemen, daar staan zulke zaken in.
HOE ERFDIENSTBAARHEDEN TENIET GAAN.
Art. 703. Erfdienstbaarheden gaan teniet wanneer de zaken zich in zodanige
staat bevinden dat men daarvan geen gebruik meer kan maken.
Art. 704. Zij herleven wanneer de zaken in zodanige staat hersteld worden
dat men daarvan gebruik kan maken, tenzij reeds voldoende tijd verlopen is
om te laten vermoeden dat de erfdienstbaarheid is teniet gegaan, gelijk in
artikel 707 is bepaald.
Art. 705. Alle erfdienstbaarheden gaan teniet wanneer het heersende erf en
het dienstbare erf in dezelfde hand verenigd worden.
Art. 706. Een erfdienstbaarheid gaat teniet door het niet uitoefenen
daarvan gedurende dertig jaren.
Art. 707. Naar gelang van de onderscheiden soorten van erfdienstbaarheden
beginnen de dertig jaren te lopen ofwel, wanneer het niet voortdurende
erfdienstbaarheden betreft, van de dag dat men heeft opgehouden daarvan
gebruik te maken, ofwel, wanneer het voortdurende erfdienstbaarheden
betreft, van de dag dat een met de erfdienstbaarheid strijdige daad is
verricht.
Art. 708. De wijze van gebruik van een erfdienstbaarheid verjaart evenals
de erfdienstbaarheid zelf en op gelijke manier.
Art. 709. Wanneer het erf ten voordele waarvan een erfdienstbaarheid
gevestigd is, aan verscheidene eigenaars onverdeeld toebehoort, belet het
genot van een van hen de verjaring ten opzichte van allen.
http://194.7.188.126/justice/index_nl.htm
dan geconsolideerde wetgeving
en juridische aard = burgerlijk wetboek
als je nog meer wil zoeken hierover
een mail verzenden naar jou lukt niet
AFDELING V. - RECHT VAN UITWEG.
Art. 682. <W 01-03-1978, art. 1> § 1. De eigenaar wiens erf ingesloten
ligt omdat dit geen voldoende toegang heeft tot de openbare weg en deze
toegang niet kan inrichten zonder overdreven onkosten of ongemakken, kan,
voor het normale gebruik van zijn <eigendom> naar de bestemming ervan, een
uitweg vorderen over de erven van zijn naburen, tegen betaling van een
vergoeding in verhouding tot de schade die hij mocht veroorzaken.
§ 2. De vordering tot toewijzing van een uitweg is onverjaarbaar.
§ 3. Bij stilzitten van de eigenaar kan de gebruiker van het erf dat zich
bevindt in de toestand beschreven in § 1, onder dezelfde voorwaarden een
uitweg vorderen, mits hij de eigenaar in de zaak roept.
Art. 683. <W 01-03-1978, art. 1> De ligging van de uitweg wordt door de
rechter bepaald op zulk een wijze dat hij het minst schadelijk is.
Indien de ingeslotenheid evenwel het gevolg is van de splitsing van een
erf na verkoop, ruiling, verdeling of enige andere omstandigheid, kan de
uitweg slechts verleend worden over de percelen die voor de splitsing tot
dat erf behoorden, tenzij de openbare weg op die wijze niet voldoende
bereikbaar is. De rechter oordeelt naar billijkheid.
Art. 684. <W 01-03-1978, art. 1> De verleende uitweg houdt op, wanneer hij
niet meer noodzakelijk is naar het voorschrift van artikel 682, § 1, of
wanneer hij kan genomen worden op een andere plaats, die minder schadelijk
is geworden dan de aangewezen ligging.
Men kan zich op geen verjaring beroepen, hoelang de uitweg ook moge
bestaan.
De vordering tot afschaffing of tot vetplaatsing van de uitweg kan worden
ingesteld door de eigenaar of bij stilzitten van deze door de gebruiker van
het heersend of het lijdend erf. De gebruiker dient de eigenaar in de zaak
te roepen.
Wanneer de uitweg wordt afgeschaft kan de rechter, in acht genomen de duur
van het recht en de geleden schade, de volledige of gedeeltelijke
terugbetaling van de ontvangen vergoeding bevelen.
Art. 685. <W 01-03-1978, art. 1> De vordering tot vergoeding, in het geval
van artikel 682, is vatbaar voor verjaring en de uitweg moet blijven
bestaan, hoewel de vordering tot vergoeding niet meer ontvankelijk is.
HOOFDSTUK III. - ERFDIENSTBAARHEDEN DIE DOOR 'S MENSEN TOEDOEN GEVESTIGD
WORDEN.
AFDELING I. - ONDERSCHEIDEN SOORTEN VAN ERFDIENSTBAARHEDEN DIE OP GOEDEREN
KUNNEN WORDEN GEVESTIGD.
Art. 686. Eigenaars mogen op hun <eigendommen> of ten voordele van hun
<eigendommen> zodanige erfdienstbaarheden vestigen als zij goedvinden, mits
echter de gevestigde dienstbaarheden noch aan een persoon, noch ten voordele
van een persoon, maar slechts aan een erf en ten behoeve van een erf worden
opgelegd, en mits deze dienstbaarheden overigens niet met de openbare orde
strijdig zijn.
Gebruik en omvang van de aldus gevestigde erfdienstbaarheden worden
geregeld door de titel die deze vestigt; bij gebreke van een titel, door de
hierna volgende bepalingen.
Art. 687. Erfdienstbaarheden worden gevestigd ofwel voor het gebruik van
gebouwen, ofwel voor het gebruik van gronderven.
Die van de eerste soort worden stedelijke erfdienstbaarheden genoemd,
onverschillig of de gebouwen waaraan zij verschuldigd zijn, in de stad dan
wel op het platteland gelegen zijn;
Die van de tweede soort worden landelijke erfdienstbaarheden genoemd.
Art. 688. Erfdienstbaarheden zijn of voortdurend of niet voortdurend.
Voortdurende erfdienstbaarheden zijn die waarvan het gebruik voortdurend
is of zijn kan zonder dat daartoe telkens een daad van de mens vereist is :
zodanige zijn waterlopen, goten, uitzichten en andere van dien aard.
Niet voortdurende erfdienstbaarheden zijn die welke, om te worden
uitgeoefend, telkens een daad van de mens vereisen : zodanige zijn het recht
van overgang, het recht om water te putten, het weiderecht en andere
soortgelijke rechten.
Art. 689. Erfdienstbaarheden zijn zichtbaar of niet zichtbaar.
Zichtbare erfdienstbaarheden zijn die waarvan blijkt door uitwendige
werken, zoals een deur, een venster, een waterleiding.
Niet zichtbare erfdienstbaarheden zijn die welke geen uitwendig teken van
hun bestaan vertonen, zoals, bij voorbeeld, het verbod om op een erf te
bouwen, of om niet dan tot een bepaalde hoogte te bouwen.
AFDELING II. - HOE ERFDIENSTBAARHEDEN GEVESTIGD WORDEN.
Art. 690. Voortdurende zichtbare erfdienstbaarheden worden verkregen door
een titel of door dertigjarig bezit.
Art. 691. Voortdurende niet zichtbare erfdienstbaarheden, en niet
voortdurende al dan niet zichtbare erfdienstbaarheden kunnen slechts door
een titel worden gevestigd.
Bezit, zelfs sinds onheuglijke tijden, is niet voldoende om deze
erfdienstbaarheden te vestigen; echter kan men de reeds door bezit verkregen
erfdienstbaarheden van dien aard ten huidigen dage niet betwisten, in de
gewesten waar zij op die wijze konden worden verkregen.
Art. 692. Bestemming door de huisvader geldt als titel ten aanzien van
voortdurende zichtbare erfdienstbaarheden.
Art. 693. Bestemming door de huisvader is slechts aanwezig wanneer bewezen
is dat twee thans van elkaar gescheiden erven aan dezelfde eigenaar hebben
toebehoord en dat deze de zaken gesteld heeft in de toestand waaruit de
erfdienstbaarheid voortvloeit.
Art. 694. Wanneer de eigenaar van twee erven waartussen een zichtbaar
teken van erfdienstbaarheid bestaat, over een van deze erven beschikt zonder
dat het contract enig beding omtrent de erfdienstbaarheid bevat, blijft deze
heersend of lijdend voortbestaan ten voordele van het vervreemde erf of op
het vervreemde erf.
Art. 695. Ten aanzien van erfdienstbaarheden die niet door verjaring
kunnen worden verkregen, kan de titel van vestiging van de erfdienstbaarheid
slechts worden vervangen door een titel van erkenning van de
erfdienstbaarheid, uitgaande van de eigenaar van het dienstbare erf.
Art. 696. Wanneer men een erfdienstbaarheid vestigt, wordt men geacht
alles toe te staan wat voor het gebruik daarvan nodig is.
Zo omvat de erfdienstbaarheid om water te putten uit de bron van een
ander, noodzakelijk een recht van overgang.
AFDELING III. - RECHTEN VAN DE EIGENAAR VAN HET ERF WAARAAN DE
ERFDIENSTBAARHEID VERSCHULDIGD IS.
Art. 697. Hij aan wie erfdienstbaarheid verschuldigd is, heeft het recht
alle werken uit te voeren die nodig zijn voor het gebruik en het behoud van
die erfdienstbaarheid.
Art. 698. Deze werken komen te zijnen koste, en niet ten koste van de
eigenaar van het dienstbare erf, tenzij de titel van vestiging van de
erfdienstbaarheid het tegendeel bepaalt.
Art. 699. Zelfs ingeval de eigenaar van het dienstbare erf bij de titel
belast is om op zijn kosten de voor het gebruik en het behoud van de
erfdienstbaarheid nodige werken uit te voeren, kan hij zich te allen tijde
van die last bevrijden, door het dienstbare erf af te staan aan de eigenaar
van het erf waaraan de erfdienstbaarheid verschuldigd is.
Art. 700. Indien het erf, ten behoeve waarvan de erfdienstbaarheid is
gevestigd, verdeeld wordt, blijft de erfdienstbaarheid voor ieder gedeelte
verschuldigd, maar zonder dat de toestand van het dienstbare erf mag worden
verzwaard.
Zo, bij voorbeeld, indien het een recht van overgang betreft, zijn alle
medeëigenaars verplicht dit over dezelfde plaats uit te oefenen.
Art. 701. De eigenaar van het dienstbare erf mag niets doen dat zou
strekken om het gebruik van de erfdienstbaarheid te verminderen of
ongemakkelijker te maken.
Zo mag hij de gesteldheid van de plaats niet veranderen, noch de
uitoefening van de erfdienstbaarheid verleggen naar een andere plaats dan
die welke voor de erfdienstbaarheid oorspronkelijk was aangewezen.
Indien evenwel die oorspronkelijke aanwijzing voor de eigenaar van het
dienstbare erf meer bezwarend mocht zijn geworden of indien zij hem
verhindert voordelige herstellingen daaraan te verrichten, kan hij de
eigenaar van het andere erf een plaats aanbieden die voor de uitoefening van
zijn rechten even gemakkelijk is, en deze mag zulks niet afwijzen.
Art. 702. Anderzijds mag hij die een recht van erfdienstbaarheid heeft,
daarvan slechts gebruik maken overeenkomstig zijn titel, zonder aan het
dienstbare erf of aan het heersende erf een verandering te mogen aanbrengen
waardoor de toestand van het eerstgenoemde zou worden verzwaard.
AFDELING IV. - HOE ERFDIENSTBAARHEDEN TENIET GAAN.
Art. 710. Indien zich onder de medeëigenaars iemand bevindt, tegen wie de
verjaring niet kan lopen, zoals een minderjarige, bewaart deze het recht van
alle overigen.
Art. 710bis. <Ingevoegd bij W 22-02-1983, art. 1> Op verzoek van de
eigenaar van het lijdend erf kan de rechter de afschaffing van een
erfdienstbaarheid bevelen wanneer deze ieder nut voor het heersend erf heeft
verloren.
Hartelijk dan voor deinfo.
Hoe ga jij die 30 jaar kunnen bewijzen ? Woon jij daar al 30 jaar ? en is
het maar één eigenaar die van uw losweg gebruik maakt ? Je maakt een kans,
wanneer hij inderdaad zijn velden/weiden kan bereiken door een andere
losweg, en wanneer je kkan aantonen dat hij ALLE stukken kan bereiken via
die losweg, zoniet maak je volgens mijn bescheiden mening, weinig kans.
Zeker met dat soort mensen die je willen "pesten" door toch je losweg te
willen gebruien. In mijn buurt wonen tal van boeren, ik begrijp je
frustratie maar al te best...
"Art.682.§1.De eigenaar wiens erf ingesloten ligt omdat dit geen voldoende
toegang heeft tot de openbare weg...kan,voor het normale gebruik van zijn
eigendom naar de bestemming ervan,een uitweg vorderen over de erven van zijn
naburen,tegen betaling van een vergoeding in verhouding tot de schade die
hij mocht veroorzaken.§2.De vordering tot toewijzing van een uitweg is
onverjaarbaar...Art.683.De ligging van de uitweg wordt door de rechter
bepaald op zulk een wijze dat hij het minst schadelijk
is...Art.691.Voortdurende niet zichtbare erfdienstbaarheden en niet
voortdurende al dan niet zichtbare erfdienstbaarheden kunnen slechts door
een titel worden gevestigd...Art.706.Een erfdienstbaarheid gaat teniet door
het niet uitoefenen ervan gedurende dertig jaren",B.W.(=Burgerlijk Wetboek).
Er dient onderzocht of het hier gaat om een recht van uitweg(art.682) of om
een recht van overgang(art.691) of om beiden.
Heeft de landbouwer een titel waaruit zijn recht van overgang blijkt ?
Indien ja,kan u dan aantonen dat de erin vermelde erfdienstbaarheid teniet
gegaan is door het niet uitoefenen ervan gedurende dertig jaren ?
Voor het recht van uitweg heeft de landbouwer geen titel nodig maar wel is
vereist dat zijn erf ingesloten is.Dit is niet het geval wanneer er reeds
een andere 'losweg' gebruikt wordt.Hoogstens zal de rechter in dit laatste
geval moeten beslissen welke uitweg de minst schadelijke is.
Ga volledigheidshalve naar (geconsolideerde wetgeving) in
http://194.7.188.126/justice/index_nl.htm . Onder 'Juridische aard'
(driehoekje) vindt u de Wetboeken.Op afkondigingsdatum vindt u de overige
akten.
Inderdaad ik woon daar al dertig jaar, hij kan inderdaad alle velden
via die andere losweg bereiken.