D. Overige
Mianserine (Tolvon): onbekende werking
Laat u goed informeren over de bijwerkingen van bepaalde
anti-depressiva. De ervaring leert dat er vele bijwerkingen bij kunnen
komen. Sommige van deze bijwerkingen worden niet altijd vooraf
besproken. Het gaat met name om de seksuele stoornissen, en
gewichtstoename. Wees voorbereid indien u deze middelen gaat slikken.
Voor sommige mensen wegen deze bijwerkingen niet zo zwaar, maar anderen
krijgen juist door deze zaken meer problemen erbij van o.a. relationele
aard. Met name Seroxat is in opspraak gekomen vanwegen deze
bijwerkingen en het zeer moeilijk afbouwen van de medicatie. Na de
eerste jaren van het gebruik bleek dat 50-85% van de patienten last
hebben van bovengenoemde bijwerking (met name de seksuele stoornis). De
Fabrikant heeft in het begin onderzoek aangeven dat dit maar
5%(ongeveer) zou zijn. Niet alleen seroxat kent deze bijwerkingen maar
steeds meer wordt bekend dat juist bij de nieuwere Anti-depressiva deze
bijwerkingen sterker naar voren komen. (Dutonin, en Welbutrin, kennen
een ander bijwerkingen profiel, ook blijkt effexor minder bijwerkingen
van deze aard te vertonen. Helaas is Welbutrin (bupropion) in Nederland
niet verkrijgbaar. Tenzij je het perse wilt proberen, want Welbutrin
wordt wel op recept voorgeschreven onder een andere naam: namelijk
Zyban (het nieuwe anti-rookmiddel). Er is dus altijd wel een oplossing
te bedenken. Beter voorkomen dan genezen, geldt echter ook voor
medicatie gebruik. En laat u niet afschepen met een PRAATJE van de
dokter dat het allemaal wel mee valt. Desnoods neemt u contact op met
ons en krijgt u van ons de nodige documentatie opgestuurd die u mee
kunt nemen naar uw arts.
Onthoudt dat de medicatie over het algemeen binnen een aantal weken aan
moet slaan. Is dit niet het geval, dan is het raadzaam een ander middel
te proberen. Ook als u merkt dat het medcijn erger is dan de kwaal is
het zinvol om over te stappen of wellicht te stoppen. Bespreek dit goed
met uw arts. Een arts die u pillen door laat slikken terwijl het niet
helpt, kunt u beter vervangen door een arts die bereid is te kijken
naar uw behoeften. Het komt voor dat paniek-patienten beter uit zijn
met "alleen" Xanax.
Laat ook uw bloed goed nakijken alvorens medicatie te slikken. Dit
geldt met name voor sommige anti depressiva. Ook hierbij is het goed om
tijdens de medicatie af en toe uw bloeddruk, hartslag en bloed na te
laten kijken.
Bijna alle anti depressiva kan de eerste weken een verergering geven
van de klachten. Soms wordt er daarom een benzodiazipine aan
toegevoegd. Daar wij geen medici zijn, maar een vooral informerende
functie hebben, willen we jullie er wel op attenderen dat vooral bij
Seroxat gebruik veel klachten kunnen komen kijken. Wij krijgen hier
wekelijks mailtjes over. Wij denken dat dit vooral komt door de
gebrekkige informatie voorziening van artsen, maar ook zeker door het
middel zelf. Het kan iemand enorm helpen, maar ook de andere kant op.
In de praktijk stappen vele paniek-stoornis mensen over op andere
middelen, omdat het averechts werkt. Wij vinden dat we jullie dit
gegeven niet mogen onthouden, zoals sommige artsen dit wel doen.
Klik hier voor een file die het een en ander weergeeft over medicatie
en sex.disfunctioneren.
medicatie artikelen:
Neonatal withdrawel syndrome met SSRI (NIEUW!!!)
medicatienamen-lijst
medicatie bijwerkingen per medicatie
Bijwerkingen mbt.sexuele functioneren*belangrijke informatie
medicatie en zwangerschap algemeen1
medicatie en zwangerschap1
medicatie en zwangerschap 2
prozac
prozac2
effexor
zoloft
Wij raden iedereen aan om zorgvuldig af te wegen welke medijnen je gaat
slikken, laat je goed informeren en begeleiden door een arts (liefst
een psychiater).
Insluipen of opbouwen
Mensen met een paniekstoornis krijgen vaak een antidepressivum (vaak is
dat Seroxat) voorgeschreven. Belangrijk om te weten is dat je, vooral
in het geval van behandeling van een paniekstoornis, met een lage dosis
moet beginnen (de helft of een kwart van de minimale onderhoudsdosis).
Dit is omdat de angst in de beginfase heviger kan worden.
Dit slik je vervolgens minimaal 1 week en pas daarna verhoog je de
dosis. Circa 4-6 weken daarna kun je bekijken of het zinvol is om de
dosis eventueel te verhogen, niet eerder. Als je erg last hebt van
toename van angst en paniekaanvallen (in de eerste weken) kun je je
huisarts vragen om een angstdempend middel als Xanax.
Deze geleidelijke dosisverhoging is bij de behandeling van depressie
minder essentiëel hoewel het ook daarbij geen kwaad kan om andere
bijwerkingen op die manier tot een minimum te beperken (met
uitzondering van de behandeling van zware depressies omdat daar een
snelle verbetering van de toestand nodig is i.v.m. de kans op
suïcide).
Aanbevolen dosis
De aanbevolen dosis bij paniekstoornis van een antidepressivum is
meestal hoger dan de dosis die in de praktijk effectief blijkt te zijn.
Het is dus raadzaam eerst te proberen of een minimale onderhoudsdosis
voldoende is (in de regel de minimale dosis die nodig is voor
behandeling van depressie), voor er eventueel wordt besloten tot
verhoging van de dosis. Voor een dwangstoornis ligt de gemiddelde
effectieve dosis, ook in de praktijk, wel duidelijk hoger dan de dosis
die voor depressie of paniekstoornis nodig is.
Geduld!
Heb geduld! Pas na 4 weken (gemiddeld) begint het te werken en dit kan
bij sommigen nog wel wat langer duren (tot 8 weken ongeveer)
Bijwerkingen
Het merendeel van de mensen heeft last van bijwerkingen. De meeste
bijwerkingen zijn van tijdelijke aard en duren zo'n 2-8 weken. Bij de
meeste antidepressiva is er minstens één bijwerking die niet
verdwijnt (tot men stopt met het gebruik): dat zijn seksuele
stoornissen, dit uit zich met name in problemen met het krijgen van een
orgasme en veel mensen klagen ook over minder zin in seks. Ook
eventuele problemen met het gewicht (waar overigens lang niet iedereen
mee te maken krijgt) houden meestal gedurende wat langere tijd aan.
Wanneer veranderen van antidepressivum
In ongeveer 70% van de gevallen verloopt de behandeling van een
depressie met een antidepressivum succesvol. De huidige richtlijn is
dat als er de eerste vier weken zelf niet de geringste verbetering is
opgetreden, het zeer dubieus is om hetzelfde antidepressivum te
continueren. Heeft er wel een lichte verbetering plaatsgevonden, dan is
het zinvol om dezelfde medicatie voor te zetten tot in de zesde week.
Blijft effect uit dan is het zinvol om een ander antidepressivum te
proberen.
Uit een recent Amerikaans onderzoek, onder 840 patiënten die gedurende
twaalf weken fluoxetine slikten, wordt een andere conclusie getrokken.
Het bleek dat 31% - 41% van de patiënten die na zes weken nog niet
waren verbeterd, na twaalf weken wel waren verbeterd. De onderzoekers
menen op grond van deze resultaten dat pas na behandeling met
fluoxetine gedurende tenminste acht weken zonder resultaat sprake is
van echte non-respons.
Therapieresistentie
Ongeveer 10% van de patiënten reageert niet op antidepressiva ,
hetgeen therapieresistent wordt genoemd. Voordat gesproken kan worden
van therapieresistentie moet worden nagegaan of: * Medicijnen worden
ingenomen.
* De diagnose juist is.
* Lichamelijke aandoeningen uitgesloten zijn.
* Medicijnen of drugs als oorzaak uitgesloten zijn.
* De dosis niet is te laag is, bepalen van een bloedspiegel kan zinvol
zijn.
* De duur van de behandeling lang genoeg is geweest.
Duur van de behandeling met antidepressiva
Huidige richtlijnen hangen nauw samen met hoe vaak men depressief is
geweest:
- Eerste episode
Zes tot negen maanden.
De kans op een nieuwe depressie binnen vijf jaar is ± 50%.
- Tweede episode
Een à twee jaar.
De kans op een nieuwe depressie binnen vijf jaar is gestegen naar ±
70%.
- Derde episode
Gezien het hoge risico op een recidief (95%), is het advies levenslang
gebruik.
Uiteraard zijn dit richtlijnen en die zijn aan verandering onderhevig.
Preventief effect van antidepressiva
Alle antidepressiva halveren ongeveer het risico op een terugkeer van
de depressie. Dat wil zeggen dat bij patiënten met frequent
recidiverende depressies, bijvoorbeeld met een kans van 50% op een
recidief in een jaar, de kans 25% wordt. Als een patiënt slechts een
kans van 10% op een recidief heeft in een jaar, wordt dat 5%.
Onderzoeken lijken aan te tonen aan dat er geen belangrijke verschillen
zijn tussen de verschillende groepen antidepressiva. Een kanttekening
echter die hierbij geplaatst dient te worden is dat er weinig
onderzoeken zijn met lichte tot matige depressies en/of niet frequent
recidiverende depressies. Tevens is die ernst en/of recidief frequentie
niet gelijk in de onderzoeken met verschillende soorten antidepressiva,
bijvoorbeeld klassieke antidepressiva en SSRI's. Daarom is niet zeker
of de verschillende soorten antidepressiva inderdaad even effectief
zijn.
Stoppen met antidepressiva
Klik hier voor informatie over stoppen en ontrekkingsverschijnselen.
Farmacokinetiek
De meeste antidepressiva hebben eliminatiehalfwaardetijd van ongeveer
een dag, bij fluoxetine varieert deze van drie tot vijftien dagen.
Sommige antidepressiva hebben een actieve metaboliet.
De steady state wordt voor de meeste antidepressiva bereikt binnen een
week
Sommige moderne antidepressiva remmen enzymen in de lever (cytochroom
P450) die voor de afbraak van lichaamsvreemde stoffen (o.a. medicijnen)
zorgen. Het gevolg is dat sommige antidepressiva hun eigen afbraak
remmen! Niet alleen de eliminatiehalfwaardetijd verandert dus, het kan
ook zo zijn dat als de dosis van het antidepressivum verhoogd wordt, de
spiegel in het bloed verdubbelt.
Zwangerschap en borstvoeding
Zwangerschap
Gebruik van antidepressiva tijdens de zwangerschap dient te worden
vermeden. Anderzijds blijkt uit steeds meer onderzoek dat het gebruik
van antidepressiva (klassieke en SSRI's) tijdens de zwangerschap de
kans op intra-uteriene dood of geboortedefecten niet verhoogd. Het
gebruik van antidepressiva tijdens de zwangerschap lijkt ook geen
negatief effect te hebben op de cognitieve ontwikkeling, de
taalontwikkeling en gedrag en temperament van jonge kinderen. Wel
blijkt dat een depressie bij de moeder een negatieve invloed heeft op
de cognitieve- en taalontwikkeling van hun kinderen.
Alles wijst erop dat klassieke antidepressiva en SSRI's dus met
relatief weinig risico tijdens de zwangerschap kunnen worden gebruikt.
Het is verstandig de baby meteen na de bevalling te onderzoeken. Je
moet voorbereid zijn op onttrekkingsverschijnselen van de baby, al komt
dat niet vaak voor.
Effect op langere termijn
Over de effecten op de langere termijn is nog weinig bekend. Uit een
onderzoek blijkt dat het gebruik van tricyclische antidepressiva of
fluoxetine (Prozac) tijdens de zwangerschap geen negatief effect heeft
op de cognitieve (denken, aandacht, concentratie, aandacht, taal, etc.)
ontwikkeling, het gedrag en temperament van jonge kinderen. Wel bleek
dat een depressie bij de moeder een negatieve invloed heeft op de
cognitieve- en taalontwikkeling van hun kinderen. Dat betekent dat het
is aan te bevelen de depressie bij zwangere en bevallen moeders
adequaat te behandelen.
Borstvoeding
Alle antidepressiva worden voor een deel uitgescheiden in de
moedermelk. De concentraties in de voormelk zijn in het algemeen lager
dan in de eindmelk. Antidepressiva en hun metabolieten worden ook in
lage concentraties in het serum van de zuigeling teruggevonden.
Artikelen
Klik hier voor een artikel over het gebruik van antidepressiva
gedurende de zwangerschap.
Antidepressiva en autorijden
Antidepressiva, met vooral antihistaminerge effecten, beïnvloeden de
rijvaardigheid. De klassieke antidepressiva verminderen de
rijvaardigheid sterk bij doseringen van 75 mg per dag. Het effect is
soms vergelijkbaar met 1 ‰ alcohol. Na een week is over het algemeen
echter tolerantie opgetreden. Het effect bij ouderen verschilt niet
wezenlijk van dat bij jongeren.
Mianserine en mirtazapine beïnvloeden de rijvaardigheid het sterkst.
Bij 30 mg mirtazapine per dag kan 10-50 % van de deelnemers de rijtest
niet voltooien. Na één of twee weken is het effect duidelijk minder,
maar het is niet verdwenen. Bij inname van mirtazapine 's avonds is het
effect op de rijvaardigheid de volgende middag matig.
SSRI's, venlafaxine en moclobemide beïnvloeden de rijvaardigheid niet
negatief.
--------------------------------------------------------------------------------
Ieder antidepressivum heeft zijn eigen profiel van bijwerkingen. Het
gaat te ver om hier alle specifieke bijwerkingen die bij een bepaald
middel op kunnen treden op te noemen. Er is wel een globale tweedeling
te maken in de verschillen tussen de Klassieke Antidepressiva en de
Moderne Antidepressiva. De laatstgenoemde vertonen niet alleen wat
minder bijwerkingen maar ook van een andere aard. Veel bijwerkingen
zijn afhankelijk van de dosis.
Oorzaak
Een belangrijke oorzaak van de bijwerkingen is de blokkering van
receptoren van andere neurotransmitters. M.a.w.: een antidepressivum is
minder selectief in z'n werking dan de bedoeling is en blokkeert daarom
ook hersencellen in de opname van bepaalde stoffen waar dat niet de
bedoeling is.
Welke bijwerkingen?
Hieronder volgt een opsomming van de meest typerende bijwerkingen. De
meeste van deze bijwerkingen verdwijnen na een aantal weken gebruik. Er
zijn echter uitzonderingen, daar wordt hieronder uitvoeriger op
ingegaan.
N.B.: Voor deze bijwerkingen geldt: je hoeft er geen last van te
krijgen, de mogelijkheid is wel aanwezig.
--------------------------------------------------------------------------------
Klassieke Antidepressiva:
Versnelde hartslag en hartkloppingen, obstipatie, moeite met plassen,
wazig zien, droge mond
Lage bloeddruk
Soms sterke toename van angstgevoelens in de beginfase van het
gebruik
Moderne Antidepressiva:
Misselijkheid, licht in het hoofd, duizeligheid
Slaapstoornissen (met name slecht slapen)
Hoofdpijn
Toename van angstgevoelens in de beginfase van het gebruik
Vermoeidheid, sufheid, slaperigheid
Onrust, agitatie
Seksuele stoornissen: problemen met het bereiken van een orgasme,
libidoverlaging (minder zin in seks hebben)
Gewichtstoename, gewichtsafname (zie onder)
Seksuele stoornissen
Opgemerkt moet worden dat de problemen van seksuele aard bij de moderne
antidepressiva erg vaak voorkomen. Seroxat scoort hier overigens het
hoogst. De meeste onderzoeken komen uit op een schatting van zo'n
50-70% van de patiënten die dergelijke bijwerkingen ervaren door het
slikken van een antidepressivum. Deze bijwerking verdwijnt bovendien
bij slechts een zeer klein percentage (ca. 5%) van deze groep geheel.
Wel zeggen veel mensen een kleine verbetering te bemerken na een aantal
maanden gebruik maar toch wordt deze bijwerking over het algemeen als
zeer vervelend ervaren. Een uitzondering hierop zijn mannen die last
hebben van "Ejaculatie precox" (te vroeg klaarkomen), die hebben juist
baat bij deze bijwerking. Tegenwoordig wordt zelfs om die reden alleen
soms een antidepressivum voorgeschreven...
Overigens is de ernst van deze stoornissen rechtevenredig afhankelijk
van de dosis die wordt gebruikt. Na het stoppen met het middel
verdwijnt deze bijwerking zeer snel.
Minder bekende bijwerkingen
Er wordt ook regelmatig een aantal bijwerkingen gemeld die niet zo
uitdrukkelijk worden genoemd door de arts of in de bijsluiter staan
vermeldt. Dit zijn soms bijwerkingen die later pas aan het licht kwamen
en waar vervolgens onderzoek naar is gedaan. Hieronder volgt er een
aantal (ze betreffen de Moderne Antidepressiva tenzij anders is
vermeld).
N.B.: Ook voor deze bijwerkingen geldt: je hoeft er geen last van te
krijgen, de mogelijkheid is wel aanwezig...
Bewegingsstoornissen:
Regelmatig hoor je mensen klagen over beweeglijkheid, met name in de
benen. Sommige mensen hebben een bijna onbedwingbare drang om met de
benen te bewegen. Ook komt het nogal eens voor dat men last heeft van
plotselinge stuiptrekkingen. Verder wordt veel melding gemaakt van
beven, trillen etc.
Borstvergroting:
Uit een onderzoek is gebleken dat vrouwen die meer dan twee maanden een
SSRI gebruiken, een aanzienlijke kans lopen op vergroting van de
borsten. In dit onderzoek bleek dat bij 39% van de onderzochte vrouwen
in meer of mindere mate een vergroting van de borsten optrad.
Gewichtstoename:
Het staat nu wel vast dat er een verhoogde kans op gewichtstoename is
bij gebruik van een SSRI. Er is wel een verschil tussen de
verschillende SSRI's onderling op dit punt. Zo geeft Remeron (op de
voet gevolgd door Seroxat) verreweg de grootste toename van gewicht
terwijl een middel als bv. Cipramil gemiddeld toch een minder grote
gewichtstoename veroorzaakt.
De oorzaken hiervan zijn niet helemaal duidelijk. Toch lijkt het erop
dat er een vertraging in de stofwisseling optreedt. Daarnaast gaan veel
mensen ook meer eten.
Gewichtsafname
Bij Prozac ligt het anders. Een aanzienlijk percentage mensen met
overgewicht valt bij het gebruik van Prozac juist af. Mensen met een
normaal lichaamsgewicht vallen wat minder af. Slechts een relatief
klein percentage komt (enigzins) aan.
Bloedingen:
Er wordt nogal eens gezien dat mensen die een SSRI slikken meer blauwe
plekken krijgen. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat het
bloed dunner is waardoor een bloeding (in dit geval een onderhuidse
bloeding) langer aanhoudt.
Mensen met een verhoogd risico op maagbloedingen moeten erg oppassen
met het gebruik van een antidepressivum. Bij gezonde mensen die een
antidepressivum gebruiken wordt het slikken van een
Ibuprofen-pijnstiller (zoals Nurofen) afgeraden i.v.m. het risico op
een maagbloeding.
Overleg met je arts!
Het is onmogelijk in te gaan op alle wisselwerkingen die op kunnen
treden bij het gelijktijdig gebruik van een Antidepressivum met andere
medicijnen. Toch zijn er een aantal belangrijk genoeg om hier te
noemen. Normaal gesproken is je apotheker, arts of psychiater goed op
de hoogte van je medicijngebruik en zal hij of zij je op eventuele
problematische combinaties wijzen.
St. Janskruid
Waar een apotheker echter meestal niet van op de hoogte is, is je
gebruik van alternatieve geneesmiddelen. Een goed voorbeeld hiervan is
St. Janskruid. Dit wordt nogal eens gebruikt tegen milde depressies
(werkt overigens niet tegen angst) en heeft ook invloed op de
serotoninehuishouding. Dit kan problemen geven en vervelende ongewenste
reacties veroorzaken. Er wordt zelfs gezegd dat dit mogelijk het
serotoninesyndroom (zie hieronder) kan veroorzaken maar dat is lang
niet zeker. Je moet ca. 1 of 2 weken wachten met het gebruik van een
antidepressivum nadat je gestopt bent met St. Janskruid (en andersom).
M.A.O.-remmers
Een zeer gevaarlijke combinatie waar elke apotheker, arts en psychiater
op beducht moet zijn is die van bepaalde M.A.O.-remmers (een oud soort
antidepressivum) en een modern antidepressivum zoals Prozac of Seroxat.
De kans op het zogenaamde "Serotoninesyndroom" is daarbij zeer groot.
Dit uit zich in hevig trillen, verwarde spraak, bewustzijnsstoornissen,
verwardheid, agitatie, etc. Dit syndroom is zeer gevaarlijk en kan
leiden tot de dood. Tussen het gebruik van een M.A.O.-remmer en een
modern antidepressivum moet een periode liggen van ca. 14 dagen
NB: Sommige bijwerkingen worden wel eens verward met de verschijnselen
van het serotoninesyndroom, neem bij twijfel contact op met je
behandelaar.
Benzodiazepinen
Een ander soort wisselwerking is die waarbij een benzodiazepine in
combinatie wordt gebruikt met een bepaald antidepressivum. Seroxat
bijvoorbeeld kan zonder veel problemen met een benzodiazepine gebruikt
worden zoals Xanax maar het ligt anders als je Xanax combineert met
bijvoorbeeld Prozac. Prozac heeft namelijk tot gevolg dat Xanax -en
andere benzodiazepinen zoals Valium maar ook bv. Codeïne- veel
langzamer worden afgebroken waardoor de concentratie in het bloed hoger
wordt dan de bedoeling
Wisselwerkingen antidepressiva met andere medicijnen
Overleg met je arts!
Het is onmogelijk in te gaan op alle wisselwerkingen die op kunnen
treden bij het gelijktijdig gebruik van een Antidepressivum met andere
medicijnen. Toch zijn er een aantal belangrijk genoeg om hier te
noemen. Normaal gesproken is je apotheker, arts of psychiater goed op
de hoogte van je medicijngebruik en zal hij of zij je op eventuele
problematische combinaties wijzen.
St. Janskruid
Waar een apotheker echter meestal niet van op de hoogte is, is je
gebruik van alternatieve geneesmiddelen. Een goed voorbeeld hiervan is
St. Janskruid. Dit wordt nogal eens gebruikt tegen milde depressies
(werkt overigens niet tegen angst) en heeft ook invloed op de
serotoninehuishouding. Dit kan problemen geven en vervelende ongewenste
reacties veroorzaken. Er wordt zelfs gezegd dat dit mogelijk het
serotoninesyndroom (zie hieronder) kan veroorzaken maar dat is lang
niet zeker. Je moet ca. 1 of 2 weken wachten met het gebruik van een
antidepressivum nadat je gestopt bent met St. Janskruid (en andersom).
M.A.O.-remmers
Een zeer gevaarlijke combinatie waar elke apotheker, arts en psychiater
op beducht moet zijn is die van bepaalde M.A.O.-remmers (een oud soort
antidepressivum) en een modern antidepressivum zoals Prozac of Seroxat.
De kans op het zogenaamde "Serotoninesyndroom" is daarbij zeer groot.
Dit uit zich in hevig trillen, verwarde spraak, bewustzijnsstoornissen,
verwardheid, agitatie, etc. Dit syndroom is zeer gevaarlijk en kan
leiden tot de dood. Tussen het gebruik van een M.A.O.-remmer en een
modern antidepressivum moet een periode liggen van ca. 14 dagen
NB: Sommige bijwerkingen worden wel eens verward met de verschijnselen
van het serotoninesyndroom, neem bij twijfel contact op met je
behandelaar.
Benzodiazepinen
Een ander soort wisselwerking is die waarbij een benzodiazepine in
combinatie wordt gebruikt met een bepaald antidepressivum. Seroxat
bijvoorbeeld kan zonder veel problemen met een benzodiazepine gebruikt
worden zoals Xanax maar het ligt anders als je Xanax combineert met
bijvoorbeeld Prozac. Prozac heeft namelijk tot gevolg dat Xanax -en
andere benzodiazepinen zoals Valium maar ook bv. Codeïne- veel
langzamer worden afgebroken waardoor de concentratie in het bloed hoger
wordt dan de bedoeling
Kalmerende middelen (angstremmende middelen ) vallen onder de groep
benzodiazepinen. Dit is een groep stoffen, die een angstonderdrukkende
werking hebben en enigszins slaapverwekkend en spierverslappend zijn.
Tegen een kortstondig of incidenteel gebruik is weinig bezwaar, maar
bij langdurig gebruik treedt meestal verslaving op.
Men kan niet meer zonder en heeft de neiging steeds meer te gaan
slikken. De angst wordt door deze medicijnen meestal alleen onderdrukt.
Als men in één keer stopt komen de angststoornissen vaak in alle
hevigheid terug.
Een voorzichtig afbouw schema is de beste manier om met gebruik van
deze middelen te stoppen, mits men een therapie heeft gevonden bij de
bestrijding tegen de angststoornis.
Bijwerkingen:
Sufheid, duizeligheid, spierzwakte, dubbelzien, onwerkelijk gevoel.
Deze bijverschijnselen treden meestal in de beginperiode op.
Alcohol versterkt de suf makende bijwerking van benzodiazepinen,
omgekeerd versterken de benzodiazepinen de werking van alcohol. Het
gebruik van benzodiazepinen kan de rijvaardigheid beinvloeden.
Tijdens de zwangerschap en het geven van borstvoeding is het gebruik
van benzodiazepinen af te raden. In bepaalde gevallen kan incidenteel
gebruik na de 4e maand van de zwangerschap geen kwaad. Overleg wel
altijd met de huisarts.
Enkele kalmerende middelen:
Werkzame stof Merknaam Sterkte(mg) Toediening
Alprazolam Xanax 0,25, 0,5 tablet
Bromazepam Lexotanil 3,6 tablet
Buspiron Buspar 10 tablet
Cloordiazepoxide Librium 5, 10, 25 dragee
Clobazam Frisium 10, 20 tablet
Clorazepinezuur Tranxene 5, 10, 15, 50 capsule, tablet
Diazepam Valium 2, 5, 10 tablet
0,4 mg/ml siroop
Diazepam Stesolid 2, 5, 10 tablet
0,4 mg/ml siroop
5, 10 zetpillen
Lorazepam Temesta 1, 2, 5 tablet
Medazepam Nobrium 5, 10 capsule
Antidepressiva
Angstklachten en klachten van depressieve aard komen regelmatig samen
voor. Het is dan ook niet ongebruikelijk om mensen met angstklachten
middelen tegen depressiviteit voor te schrijven. Mensen die
angststoornissen en hyperventilatie hebben (zonder depressie) kunnen
ook geholpen worden met antidepressiva. (serotonine-theorie)
Tekort aan serotonine:
Bij mensen met een paniekstoornis of een agorafobie zorgt de werking
van bepaalde hersencellen dat paniekaanvallen sneller optreden, doordat
een neurotransmitterstof (die zorgt voor overdracht van zenuwprikkels)
sneller wordt opgebruikt.
Het gaat om de stof serotonine. Bij mensen met angststoornissen heeft
het hersenweefsel een tekort aan deze stof. Dit tekort is
verantwoordelijk voor het ontstaan van angst. Een mens heeft van
zichzelf genoeg serotonine om 2 a 3 keer per week angstig te worden,
gebeurt dit vaker dan is er een verstoring van de
serotonine-huishouding.
Daarnaast is bij hen een ander deel van de hersenen en van zenuwen
elders in het lichaam, die gebruik maken van een andere stof
(noradrenaline) juist overmatig actief. Daardoor ontstaan de
lichamelijke reacties tijdens angst, zoals hartkloppingen,
duizeligheid, het beklemmende gevoel op de borst en ademnood.
Er zijn geneesmiddelen waarmee de hoeveelheid serotonine in het
hersenweefsel kan worden verhoogd. Hierdoor neemt de kans op een
paniekaanval af en als men niet meer bang hoeft te zijn een aanval te
krijgen, zal men bijvoorbeeld ook weer op straat en de winkels in
durven gaan en gebruik maken van het openbaar vervoer. Het zijn geen
kalmerende middelen en werken niet verslavend. Antidepressiva worden
geleidelijk opgebouwd. De eerste weken kunnen er bijwerkingen optreden,
maar die nemen geleidelijk af.
Bijwerkingen:
Toegenomen angstgevoel, droge mond, misselijkheid, duizeligheid,
hoofdpijn, transpiratie, obstipatie, bevende handen, wazig zien. Soms
kan de urinelozing worden belemmerd.
Mensen met bepaalde hartafwijkingen kunnen alleen antidepressiva
gebruiken als ze regelmatig controle van een ECG (hartfilmpje) krijgen.
Mensen met epilepsie kunnen door het gebruik nieuwe aanvallen krijgen,
zij kunnen dus beter geen antidepressiva gebruiken, ook al hebben ze
jaren geen aanval gehad.
Enkele antidepresiva:
Werkzame stof Merknaam Sterkte(mg) Toediening
Paroxetine Seroxat 20, 30 tablet
Amytrityline Tryptizol 75 retard capsule
10, 20, 50, 75 tablet
Fluoxetine Prozac 20
Clomipramine Anafranil 10, 25 dragee
75 retard tablet
Fluvoxamine Fevarin 50, 100 tablet
Mianserine Tolvon 10, 30, 60 tablet
Venlafaxine Efexor 37.5, 75 tablet
Mirtazapine Remeron 15, 30 tablet
MAO-remmers remmen bepaalde zenuwopdrachtstoffen, wat uiteraard weer
gevolgen heeft voor vele andere functies van het zenuwstelsel. Aurorix
en Pamate zijn MAO-remmers en mogen nooit in combinatie met
antidepressiva gebruikt worden. Mensen met een depressie, die geen baat
hebben bij andere middelen krijgen deze middelen als tweede keus wel
eens voorgeschreven, maar moeten verklaren zelf de risico's te zullen
dragen.
Indicatie
De indicatie is de aandoening(en) waarvoor het medicijn kan worden
voorgeschreven (b.v. antidepressivum bij een depressie).
Contra-indicatie
De contra-indicatie is de aandoening of omstandigheid die pleit tegen
het voorschrijven van een bepaald medicijn (b.v. overgevoeligheid voor
bepaalde stof die voorkomt in een medicijn).
Bijwerkingen
De bijwerkingen van medicijnen zijn de onbedoelde, ongewenste effecten
bij een adequate dosis.
Farmacokinetiek
Farmacokinetiek betekent alles wat gebeurt er met een medicijn in het
lichaam. Na inname wordt het medicijn afgebroken en uitgescheiden door
het lichaam. De afbraakproducten (metabolieten) van sommige medicijnen
zijn zelf ook weer werkzaam (actieve metabolieten).
De eliminatiehalfwaardetijd (t½ of halfwaardetijd) is de benodigde
tijd om de helft van het in het bloed aanwezige medicijn af te breken.
Na enige tijd wordt een evenwicht in het lichaam bereikt (steady
state): er is een constante hoeveelheid van het medicijn in het bloed,
met andere woorden: de hoeveelheid die afgebroken wordt is gelijk aan
de hoeveelheid die er bij komt. Een vuistregel is dat die steady state
bereikt wordt na vijfmaal de eliminatiehalfwaardetijd.
Sommige psychofarmaca (o.a. moderne antidepressiva) remmen enzymen in
de lever (cytochroom P450) die voor de afbraak van lichaamsvreemde
stoffen (o.a. medicijnen) zorgen. Het gevolg is dat die medicijnen hun
eigen afbraak remmen! Niet alleen de eliminatiehalfwaardetijd verandert
dus, het kan ook zo zijn dat als de dosis verhoogd wordt, de spiegel in
het bloed verdubbelt.
De tijd tussen inname en de hoogste concentratie in het bloed is de
T-max. Deze T-max is een goede maat voor de snelheid van intreden van
effect.
Bloedspiegel
De (bloed)spiegel van een medicijn is de hoeveelheid medicijn in het
bloed. Bloedspiegels worden bepaald als: * er een relatie bestaat
tussen effect en hoeveelheid medicijn in het bloed
* een teveel medicijn in het bloed gevaarlijk is (lithium)
* om de therapietrouw te controleren
Interacties
Met interacties wordt bedoeld hoe de combinatie met andere medicijnen
(comedicatie) verloopt.
Bij het combineren met andere medicijnen moet gelet worden op 2
mogelijke problemen: 1. Worden bijwerkingen versterkt
(farmacodynamische interactie)
2. Worden enzymen geremd die het andere medicijn moeten afbreken
(farmacokinetische interactie)
Bijsluiter Seroxat/Paroxetine
Uitgebreide info over Seroxat
Bijsluiter Fevarin/Fluvoxamine
Uitgebreide info over Fevarin
Bijsluiter Remeron/Mirtazapine
Uitgebreide info over Remeron
Alles over Remeron
Bijsluiter Efexor/Venlafaxine
Uitgebreide info over Efexor
Bijsluiter Anafranil/Clomipraminehydrochloride
Bijsluiter Tryptzol/Amitriptylinehydrochloride
Bijsluiter Prozac/Fluoxetine
Uitgebreide info over Prozac
Bijsluiter Zoloft/Sertraline
Uitgebreide info over Zoloft
Bijsluiter Cipramil/Citalopram
Uitgebreide info over Cipramil
Bijsluiter Aurorix/Moclobemide
Uitgebreide info over Aurorix
Bijsluiter St. Janskruid
Uitgebreide info over St. Janskruid
Dit alles is om onnodige terugval te voorkomen. Het middel heeft tijd
nodig om in te werken op je stofwisseling; als je te vroeg stopt, komen
de klachten met grote waarschijnlijkheid weer terug.
Onthoudingsverschijnselen
Er is al heel veel over geschreven en erg veel over te doen geweest:
stoppen. In de praktijk blijkt dit veel mensen erg zwaar te vallen. De
meesten hebben, in meer of mindere mate, last van
onttrekkingsverschijnselen. Je hersenen raken ingesteld op een bepaalde
stofwisseling en zodra je stopt, heeft je lichaam tijd nodig om weer
zonder medicijnen goed te kunnen functioneren.
De onthoudingsverschijnselen die het meest voorkomen zijn:
-Duizeligheid / licht in het hoofd
-Misselijkheid
-Griepachtige verschijnselen
-Onrust / agitatie
-Vermoeidheid
-Angstgevoelens
-Levendig dromen en nachtmerries
-Plotselinge huilbuien zonder aanleiding
-Vreemde sensaties zoals:
-"gonzende geluiden" bij snel bewegen van de ogen
-het gevoel dat "je hoofd je lichaam niet kan bijhouden"
-"electrische schokken" in het hoofd
N.B.: Vrijwel niemand heeft tegelijkertijd last van al deze
onthoudingsverschijnselen. Sommigen heben zelfs helemaal nergens last
van. Bovendien hangt de ernst en de duur van deze verschijnselen in
directe mate af van de duur van het gebruik en van het soort
antidepressivum. Gemiddeld duren de verschijnselen zo'n 2 tot 3 weken.
Als je een antidepressivum korter dan ca. 4-6 weken slikt en om een
bepaalde reden het gebruik moet staken, hoef je in de meeste gevallen
weinig of geen onthoudingsverschijnselen te verwachten.
TIP: Mochten de onttrekkingsverschijnselen erg tegenvallen, dan kun je
overwegen om voor korte tijd (maximaal 1-2 weken) een benzodiazepine
zoals Oxazepam (Seresta) of Alprazolam (Xanax) te vragen aan je arts;
dit verzacht de ergste verschijnselen enigszins.
Afbouwen!
Het belangrijkste bij het stoppen is: altijd afbouwen en nooit ineens
stoppen! Behalve als er een goede medische reden voor is om direct te
staken met het gebruik, moet je langzaam afbouwen. Het ene middel is
daarbij het andere niet. Prozac bijvoorbeeld blijft lang (weken) in het
bloed aanwezig zodat je min of meer vanzelf langzaam went aan een
steeds kleiner wordende hoeveelheid. Seroxat daarentegen geeft veel
meer problemen. Dat is al na een paar dagen grotendeels uit je lichaam
verdwenen waardoor je vrij plotseling onthoudingsverschijnselen kunt
krijgen. Een andere belangrijke reden om af te bouwen is het eventueel
terugkeren van een depressie. Bij zwaar depressieve mensen kan
plotseling stoppen tot suïcidaal gedrag leiden!
Hoe langzaam?
In de regel kun je zeggen: verminder telkens met 25% van de
oorspronkelijke dosis en gebruik die nieuwe dosis dan ca. 2 weken. Dus
als je een tablet van 20mg per dag slikt wordt dit 15 mg (2 weken
lang), 10 mg (2 weken lang), etc. Voor sommige mensen is dit toch nog
te snel; die kunnen het dan in een lager tempo proberen.
Om de dag?
Veel mensen hebben de neiging om bij het afbouwen hun tablet om de dag
te slikken of bv. een dag een hele tablet en de andere dag een halve.
In de regel moet je dit NIET doen. Bij een middel als Prozac (dat een
hele hoge halfwaardetijd heeft) is dit geen probleem. Maar neem een
middel als Seroxat (en dat geldt ook voor een aantal andere middelen).
Dit heeft een halfwaardetijd van zo'n 24 uur. Dat betekent dat als je
telkens een dag overslaat, de hoeveelheid van het middel in je bloed
dusdanig laag wordt dat je onthoudingsverschijnselen krijgt.
Neem dus iedere dag dezelfde hoeveelheid van het middel!
Vloeibaar of Capsules!
Een tip: sommige antidepressiva zijn ook in vloeibare vorm
verkrijgbaar. Dat is goed te doseren als je heel langzaam wilt
afbouwen. Ook bestaat de mogelijkheid om Capsules door je apotheker te
laten maken met een hele kleine dosis. Vraag erom bij je apotheek!
De laatste loodjes
Veel antidepressiva remmen hun eigen metabolisme (afbraak). Dat
betekent dat als je nog maar heel weinig slikt van het middel (ca. een
kwart van de minimum effectieve dosis), het middel zijn eigen afbraak
niet meer zo goed remt. Het gevolg: het middel raakt onevenredig snel
uit je bloed. Daardoor kan het gebeuren dat de dosis niet voldoende is
om een etmaal door te komen. Dat is mogelijk een reden dat sommige
mensen zoveel moeite hebben juist met die laatste loodjes. Voor de
volledigheid: dit geldt niet voor alle middelen (niet voor Prozac bv.)
maar zeker wel voor Seroxat.
TIP: Als je bij het afbouwen nog maar een kleine hoeveelheid slikt, kun
je deze dosis het beste verdelen over de dag ('s morgens en 's avonds)
in twee giften.
Arts / Patiënt
Laat je niet te veel beïnvloeden door je arts. Tegenwoordig laten veel
artsen het hun patiënten weliswaar toe mondiger te zijn; echter niet
alle artsen willen die kloof tussen arts & patiënt graag overbruggen.
Sommige artsen stellen zich toch nog wat autoritair op tegenover hun
patïenten. Bepaal dus je eigen tempo als je voelt dat het je te zwaar
wordt. Het is beter om er wat langer over te doen, dan snel tot de
conclusie te komen dat "het je toch niet lukt" en dan maar snel weer
terug te gaan naar je gebruikelijke dosis. Bovendien bestaat het risico
dat jij, of je arts, je onthoudingsverschijnselen gaan interpreteren
als terugval naar je oude klachten, dat is iets dat nogal eens
voorkomt.
De klachten komen terug...
Het kan voorkomen dat je enige tijd na het stoppen met een
antidepressivum een terugval krijgt en opnieuw te maken krijgt met
klachten. Er zijn aanwijzingen dat met name mensen die geen therapie
volgen maar alleen medicijnen gebruiken, vaker te maken krijgen met een
terugval. Het kan dan raadzaam zijn om opnieuw te beginnen met een
antidepressivum. Je hoort nogal eens dat mensen dan moeite hebben om de
voor hen effectieve dosis weer te vinden. Afhankelijk van de tijd die
er tussen stoppen en opnieuw beginnen ligt, kunnen er ook weer
bijwerkingen plaats vinden. Hoe langer men geen medicatie meer heeft
gebruikt, hoe groter die kans.
Werkt het wel weer?
Er wordt wel gezegd dat, als je langer dan twee maanden geen
antidepressivum hebt geslikt en je begint vervolgens opnieuw, het dan
niet meer -of niet meer zo goed- zou werken. Met name bij Prozac zou
dit het geval zijn maar het zou ook voor andere middelen op gaan.
Het is een feit dat dit SOMS voorkomt maar in hoeverre dit een
structureel probleem is van de werkzaamheid van antidepressiva, is
onbekend. Er is weinig of geen onderzoek naar gedaan en daarom is het
moeilijk om dit te staven. Mocht je onverhoopt toch met dit probleem te
maken krijgen, dan kun je in ieder geval een ander middel proberen
waarbij de kans groot is dat dat wel gewoon weer aan zal slaan.
Meer info over o.a.seroxat:
Medicatie algemeen (welke beter dan de ander...etc..)
Beter worden met medicijnen!
De bijwerkingen van seroxat (of andere ssri's)
"Afkicken van de seroxat (of andere meds?)"
Effectiviteit
Bij ongeveer 70 procent van alle gebruikers van antidepressiva nemen na
verloop van tijd de depressieve gevoelens af. Het is vooraf moeilijk te
voorspellen welk middel aanslaat bij een gebruiker. Iedere persoon is
immers anders en wat voor de één een wondermiddel kan zijn, kan bij
de ander niet het gewenste effect geven. Het is dus een kwestie van
zorgvuldig uitproberen of een bepaald middel voldoende effectief is.
Een antidepressivum dient na 2 tot 4 weken merkbaar verbetering te
geven. Is dat niet het geval dan is het verstandig contact op te nemen
met de behandelaar die de medicatie heeft voorgeschreven. Opvallend is
overigens dat de omgeving vaak eerder de verbetering bij de gebruiker
merkt dan de gebruiker zelf.
Bijwerkingen
De eerste twee tot vier weken kunnen er bijwerkingen optreden.
Bijvoorbeeld: sufheid en slaperigheid, droge mond, wazig
zien,'verstopping', moeite met plassen en overmatig transpireren;
daarnaast kunnen misselijkheid, hartkloppingen en vermindering van
seksuele gevoelens voorkomen (dit laatste is echter ook een symptoom
dat bij de ziekte depressie hoort zodat vaak niet duidelijk is of het
een bijwerking is van het medicijn). Ook worden beven, onrust in de
benen, hoofdpijn en het soms tijdelijk ontstaan of verergeren van angst
en onrust gemeld, voornamelijk tijdens de eerste dagen tot weken van
het gebruik van de medicijnen. Bijwerkingen nemen na verloop van tijd
bijna altijd weer af.
Omdat de werking van het antidepressivum minimaal twee tot vier weken
op zich laat wachten en de bijwerkingen vaak al meteen merkbaar zijn,
kan ter overbrugging van die eerste weken gekozen worden voor een
combinatie van een antidepressivum met een kalmerings- of slaapmiddel
(benzodiazepine). Aangezien deze middelen verslavend werken en zelfs
een averechts effect kunnen hebben op de depressie, wordt aangeraden
deze kalmerings- of slaapmiddelen niet langer dan ongeveer drie weken
te gebruiken.
Welk middel is het beste ?
Degene die het antidepressivum voorschrijft zal in eerste instantie
kiezen voor een middel waarvan hij/zij de beste resultaten verwacht.
Helaas is niet altijd met zekerheid in te schatten welk antidepressivum
het beste resultaat geeft. Hoewel alle middelen hetzelfde effect
beogen, namelijk de boodschapper (neurotransmitter) actief houden
tussen de hersencellen, doen ze dit allemaal op een iets andere manier.
De onderlinge verschillen in werking geven de arts wel de mogelijkheid
om, wanneer één medicijn geen effect heeft, een antidepressivum te
kiezen met een wat andere werking die voor deze persoon wel effectief
zou kunnen zijn.
De werkzame dosering van een antidepressivum verschilt per middel en
per persoon.
Het kan daarom tijd kosten voordat de juiste dosering en het meest
effectieve antidepressivum gevonden zijn. Wanneer na vier weken
gebruiken geen enkele verbetering in de stemming is opgetreden kan
ofwel de dosering worden aangepast of gekozen worden voor een ander
antidepressivum.
Hoelang antidepressiva gebruiken ?
Hoelang iemand antidepressiva moet slikken hangt af van een aantal
factoren, bijvoorbeeld van het aantal depressies in het verleden, de
duur en ernst ervan, de erfelijke aanleg en het blijven voortbestaan
van belastende psychologische en omgevingsfactoren.
Om te voorkomen dat de depressie terugkeert wordt geadviseerd het
antidepressivum nog zeker zes maanden te gebruiken ook als de klachten
al verdwenen zijn. Dit omdat een antidepressivum geen geneesmiddel is,
maar een middel dat de verschijnselen die bij een depressie horen
onderdrukt.
Er zijn ook mensen die jarenlang antidepressiva moeten slikken, om een
volgende depressie te voorkomen. Antidepressiva hebben dan een
preventieve werking. Antidepressiva leiden voor zover bekend zelfs bij
langdurig gebruik niet tot blijvende schadelijke gevolgen. Ook zijn
deze medicijnen niet verslavend.
Stoppen met antidepressiva
Stoppen met een antidepressivum behoort altijd in overleg met de
behandelende arts te gebeuren. Na plotseling stoppen met een
antidepressivum reageert het lichaam soms met ontwenningsverschijnselen
als buikpijn, misselijkheid, diarree, zweten, rillingen, spierpijn,
zwak gevoel, slapeloosheid, angst, nerveus gevoel, manie, duizeligheid,
onrust gevoelens, stijfheid of trillingen. Deze verschijnselen kunnen
ook optreden bij verlaging van de dosering of bij het regelmatig
overslaan van een tablet. Er treden vaak minder problemen op bij
geleidelijk afbouwen.
Genoemde verschijnselen zijn meestal niet ernstig, maar wel lastig. Ze
verdwijnen na een paar dagen tot weken. Niet bij iedereen komen
dezelfde verschijnselen voor. Bovendien verschilt de ernst per persoon.
Soms komen ze zelfs helemaal niet voor.