Door Martiin Gijsbertsen, ©Helderse Courant, 26 januari 2007
DEN HELDER - Ze is 176,5 meter lang en heeft ruimte voor 555 personen. Telt
negenhonderd verblijven en dertien dekken, waaronder een voertuigendek van
zestienhonderd vierkante meter. Beschikt over de laatste technologische
snufjes en is de grootste oorlogsbodem van de nationale marinevloot. Toch
heeft het amfibisch transportschip Hr. Ms. Johan de Witt, een 'drijvend
hotel' van 272,6 miljoen euro, een probleem: ze vaart niet.
De voortstuwing van het platform, een staaltje hoogvermogenelektronica, valt
tot dusverre steeds uit voordat de afgesproken 5,5 megawatt wordt bereikt.
"We hebben al negen converters à acht uur vervangingstijd versleten", zegt
kapitein ter zee Ed Veen, commandant van de Johan de Witt met 146 personen
scheepsbemanning.
Zo'n 'omvormer' verbindt de vier dieselgeneratoren via allerlei apparatuur
met elektromotoren buiten het schip. Deze motoren drijven op hun beurt twee
360 graden draaibare schroeven aan, die het schip uiterst manoeuvreerbaar
maken. Maar ergens onderweg komen de signalen niet altijd door.
De 'baas' van het langere en verbeterde 'zusje' van landing platform dock-1
Hr. Ms. Rotterdam steekt dat manco niet onder stoelen of banken.
Majeur pijnpunt
"De industrie zit met de handen in het haar", verzekert Veen. "Er wordt
momenteel door externe bedrijven onderzoek gepleegd naar de precieze
oorzaak, alles wordt nagelopen. Natuurlijk, dit is een heel majeur pijnpunt.
Maar het is juist de bedoeling dat gebreken nu naar voren komen en niet pas
blijken als we in een oorlogssituatie op zee zitten."
De Johan de Witt ligt nu bij Schelde Marinebouw BV in Vlissingen aan de
kade. Kwamen de voortstuwingsproblemen tijdens een eerste test al naar
voren, onlangs moest het paradepaardje van de marine zelfs op sleeptouw
worden genomen door de Engelse kustwacht.
"De schroefassen vielen vlak nadat we Vlissingen uit waren gevaren om en om
uit, drie keer. Dat voelde niet stabiel, dus besloten we terug te keren",
blikt Veen terug.
"Omdat het windkracht negen was, konden we niet afmeren en zijn voor anker
gegaan. Dat begon te slepen, vandaar dat we assistentie hebben ingeroepen.
Ja, ook dat ankerverhaal is in onderzoek."
Hoewel door het gebrek nieuwe proefvaarten zijn uitgesteld, wanhoopt de
bevelvoerder allerminst. "We zitten in ons garantiejaar, daarna mag de
marine nog een jaar zelf testen", haalt hij de schouders op.
Maximaal pesten
"Bovendien werken we met prototypes, voor de marine nieuwe systemen die
alleen bij cruiseschepen en baggeraars worden toegepast. Dan moet je er
eerst de kinderziektes uithalen, voordat het werkt. Wanneer je aan de
frontlinie van de technologie werkt, kun je ook niet verwachten dat het
ineens goed is. Techniek laat zich niet dwingen. Vanaf de kant kan alles het
prima doen, in de praktijk moeten we ons materiaal maximaal pesten om te
zien of het functioneert. Dat dit aan het licht komt, laat precies het nut
van proefvaarten zien."
Bij de tests bleek tot dusverre niet alleen de voortstuwing van het
oorlogsschip voor amfibische operaties, strategisch transport én met een
hoofdkwartierfunctie aan boord niet goed te werken.
"Op de tekening ziet alles er picobello uit. Wanneer je aan boord loopt,
blijkt ineens dat mariniers aan dek met hun rugzakken sprenkel installaties
er afrossen of hun uitrusting open raggen", noemt Veen een voorbeeld.
"Of ontdek je dat de ziekenboeg - we hebben zeven bedden, vier
operatietafels en apparatuur waar menig ziekenhuis strontjaloers op is -
door opstaande randjes of niet geheel naadloze sluitingen minder hygiënisch
is dan gedacht. Tegen zulke restpunten loop je aan."
Desondanks is de commandant zeer in zijn nopjes met de Johan de Witt,
waarvan in 2000 is besloten haar te bouwen en die eigenlijk vorig jaar aan
de marine zou worden overgedragen.
"Dit schip heeft een enorm potentieel. De capaciteit is indrukwekkend",
oordeelt hij. ,,We kunnen een volledig bataljon mariniers inclusief
materieel vervoeren, hebben een speciaal dek voor sea based
commando-functionaliteit, kan met alle faciliteiten vanaf zee als
uitvalsbasis voor internationale landoperaties dienen en is qua technologie
dus een stap voorwaarts."
Flatgebouw
De Johan de Witt heeft een laadcapaciteit van bijna zeventienduizend ton,
kan maximaal zes landingsvaartuigen en zes helikopters aan boord hebben, is
bewapend met twee goalkeepers en tien .50-mitrailleurs, heeft een nieuw type
radar en oogt van buiten als flatgebouw op een schip. "We kunnen vijftig
containers kwijt, 32 Leopard-tanks en tientallen Landrovers", meldt Veen
trots.
Het platform beschikt als enige Nederlandse oorlogsbodem over een
personenlift, heeft meerdere commandocentrales (onder matrozen gaat het
verhaal dat het trappenhuis tussen deze ruimtes dan ook maar door officieren
zelf moet worden geboend), afgescheiden kantine voor vlagofficieren, aparte
ontspanningsruimten voor bemanning en gasten, bakkerij, keuken,
tandartsenpraktijk plus kapper.
"Er ligt vijfhonderd kilometer bekabeling aan boord, tien ton aan matrassen,
anderhalve ton bedgordijn, er zijn veertienhonderd vluchtmaskers, 996
brandsensoren, negenhonderd kettingen om voertuigen vast te zetten, vijftig
reddingsvlotten. Dat zegt genoeg over de mogelijkheden", aldus Veen. "Nu
moeten we alleen nog kunnen varen."
Zie uitvoerige draad met foto's op:
http://www.dutchfleet.net/viewtopic.php?t=6158