In het Nederlandse taalgebied is komkommertijd pas relatief laat
opgetekend. In 1871 schreef het Nieuws van den Dag ‘Wanneer begint de
Komkommertijd? [...] Ik heb maar niet te weten kunnen komen op welken
datum dit vijfde jaargetijde in den almanak opgeteekend staat.’ En
Multatuli had het in 1877 over ‘het hartje van den komkommertyd.’
Aan het begin van de twintigste eeuw schijnen kranten in de
komkommertijd vooral graag te hebben geschreven over zeeslangen.
Althans, in 1914 schreef de woordenboekmaker Mathijs Jacobus Koenen
bij het woord zeeslang, dat in de voorgaande druk nog zeer zakelijk
was behandeld: ‘Zeeslang, ook monsterslang, die, naar men wil, in den
oceaan verblijf houdt en nu en dan gezien wordt, vooral in den
komkommertijd.’ Twee jaar later schreef de volkskundige Jos Schrijnen:
‘Fabelachtige sprookjesdieren zijn de meerkat, de beruchte zeeslang -
óók bekend uit onzen komkommertijd en eveneens de zeeslang der lucht.’
In het West-Vlaams werd de komkommertijd ruim honderd jaar geleden ook
wel plattebonentijd genoemd, maar dat woord is inmiddels in onbruik
geraakt.
Overigens wordt komkommertijd geregeld fout geschreven, en wel als
kommertijd. Soms gebeurt dat opzettelijk, bij wijze van woordspeling
(in de komkommertijd is er meer plaats in de media voor kommer,
ellende), maar geregeld gebeurt het ook geheel onopzettelijk. Deze
verbastering heeft voeding gegeven aan het idee dat komkommertijd is
afgeleid van kommertijd - een periode waarin er slechts armoedig
nieuws te melden valt - maar dat is onjuist. (
http://nl.wikipedia.org/
wiki/Komkommertijd)
G -rustig hier- O